Trochee
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Trochee (fonologie))
Een trochee (mv. trocheeën) of troch(a)eus (mv. troch(a)ei) (Oudgrieks: τροχαῖος (trochaío), loper) is een combinatie van een beklemtoonde en daarna een onbeklemtoonde lettergreep.
Poëzie [bewerken]
In de poëzie is een trochee een versvoet. De notatie is —
. Bijvoorbeeld:
- Zonne stervend zonk in zee,
en een wijde wade spreidde
op de brede kimme neer
't wolkenheer.
Fonologie [bewerken]
In de fonologie wordt de term meer in het algemeen gebruikt om de prosodische structuur van lettergrepen in verschillende talen te beschrijven. Zo is bijvoorbeeld de lettergreepstructuur van het Latijn overwegend trochaïsch; in een vorm als ár-bo-rem is de laatste lettergreep extrametrisch. Paroxytona hebben altijd een trochaïsche structuur.
Het woord trochee heeft zelf een jambische structuur, de tegenhanger van de trochaïsche structuur.