Trojaanse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trojaanse Oorlog
Kaart van Troje (Troas) en omliggende gebieden
Kaart van Troje (Troas) en omliggende gebieden
Datum 12e of 13e eeuw v.Chr.
Locatie Troje en omliggende gebieden
Resultaat Troje wordt verslagen en gebrandschat door de Grieken
Casus belli De schaking van Helena
Strijdende partijen
Grieken Trojanen
Commandanten
Agamemnon
Achilles
Odysseus
Ajax
Menelaos
Priamus
Hektor
Paris
Troepensterkte
Onbekend Onbekend
Verliezen
Patroclus, Achilles Hektor, Paris, Deïphobus, Troïlos, Polites

De Trojaanse Oorlog is een gebeurtenis die een centrale rol speelt in de Griekse mythologie. Een groot deel van de mythologische verhalen houdt op een of andere wijze verband met deze oorlog. Homerus' boek de Ilias (Ἴλιον = Troje) is een epos, dat een episode uit het laatste jaar van de tien jaar durende oorlog tegen Troje beschrijft. Een coalitie van Grieken, die Homerus Achaeërs noemt, zou onder leiding van koning Agamemnon Troje hebben belegerd en ingenomen. De Trojanen noemt hij Dardanoi (Δάρδανοι).

De oorlog ontstond volgens de mythe uit een twist tussen de godinnen Hera, Athene en Aphrodite, nadat de godin van de twist, Eris, hun een gouden appel gaf "voor de schoonste". De oppergod Zeus zond de vrouwen naar de Trojaanse koningszoon Paris, die oordeelde dat Aphrodite de schoonste was. In ruil daarvoor liet Aphrodite de mooie Helena, de vrouw van de Spartaanse koning Menelaos, verliefd worden op Paris. Nadat Paris Helena mee had genomen naar Troje, trokken alle Grieken gezamenlijk ten strijde tegen Troje. Na een tienjarige strijd verloren de Trojanen de oorlog van de Grieken door de list met het paard van Troje. Schattingen over het aantal manschappen en schepen dat zou hebben deelgenomen aan deze oorlog lopen nogal uiteen. Op basis van wat Homerus schrijft komt bijvoorbeeld historicus Barry Strauss tot de bevinding dat er minstens 100.000 manschappen aan iedere zijde streden, en dat er 1186 Griekse schepen in deze strijd betrokken waren.[1] Wat verder in het artikel zal ingegaan worden op historiciteit en datering van de Trojaanse Oorlog.

Hoewel de meeste oude Grieken de (mythische) ontvoering van Helena als aanleiding van de Trojaanse Oorlog (die plaats zou hebben gevonden in de 13e of 12e eeuw voor Christus) beschouwden, wordt aangenomen dat de oorlog ter wille van economische belangen werd gevoerd.[2] Het jaar 1184 v.Chr. is thans de meest geaccepteerde datum voor de Trojaanse Oorlog, omdat ook de archeologie aantoont dat rond die tijd de culturen van Kreta, het Griekse vasteland en Anatolië teloor gingen.[3]

De Trojaanse Oorlog in de literatuur[bewerken]

De Trojaanse Oorlog is het onderwerp geweest van enkele werken in de literatuur, waarvan het epos Ilias van de schrijver Homerus verreweg het beroemdste is. Een hoofdpersoon van de Ilias Odysseus (of Ulysses) komt ook voor in Homerus' andere epos, de Odyssee.

Deze oorlog is ook onderwerp geweest van andere klassieke werken, echter alle jonger dan het werk van Homerus. Een voorbeeld is Aeneis van de Romeinse dichter Vergilius.

Bekende meesterwerken uit de Engelse literatuur waarin de Trojaanse Oorlog een rol speelt zijn Troilus and Criseyde van Geoffrey Chaucer en Troilus and Cressida van William Shakespeare.

Vanaf de Renaissance tot in de 19e eeuw is de Trojaanse oorlog ook een bron van inspiratie geweest: in het Duits classicisme en uiteindelijk het classicisme en het neoclassicisme.

Opsomming van de Griekse schepen[bewerken]

Herkomst van de bondgenoten

Daarna kwamen de Grieken voorzien van hun uitrustingen met hun schepen samen in Athene. Dit waren de 47 leiders van de Grieken, die een totaal van 1.202 schepen met zich mee brachten.

De Ilias[bewerken]

Homerus behandelt in zijn epos de Ilias de wrok van Achilles gedurende de Trojaanse Oorlog. De eerste zin geeft meteen het thema aan van de Ilias:

Μῆνιν ἄειδε, θεά, Πηληιάδεω Ἀχιλῆος
Bezing, Godin, de wrok van Peleus' zoon Achilleus

Hoewel twijfel aanwezig is of Homeros het geheel zelf heeft geschreven, of dat het om het werk van meer dan een auteur gaat, nemen we hier gemakshalve aan dat Homeros het heeft geschreven. Homeros leefde rond 800-750 v.Chr. en zal dus geen ooggetuige zijn geweest, noch zal hij die ondervraagd kunnen hebben over de oorlog. In de periode die hieraan voorafging is het verhaal over de oorlog mondeling doorverteld en ondertussen nog wat aangedikt. Ook niet onwaarschijnlijk is dat achter het verhaal mettertijd een betekenis werd gezocht en een moraal aan het verhaal werd toegevoegd, aangezien het in de tijd van Homerus een geliefd verhaal was.

De legende[bewerken]

Het Parisoordeel[bewerken]

Het oordeel van Paris (1904) van Enrique Simonet

Op het huwelijk van Peleus en Thetis zijn alle goden aan het feesten. Eén is er echter niet uitgenodigd: Eris, godin van twist en tweedracht. Wie wil er immers dat er op zijn huwelijksfeest ruzie ontstaat? Eris is woest omdat ze niet is uitgenodigd en ze verzint een plan: ze schrijft op een gouden appel 'voor de mooiste' (της καλλιστης - tès kallistès) en ze gooit de appel de feestzaal binnen. Natuurlijk vinden zowel Hera, Athena als Aphrodite zichzelf de mooiste en Eris' plan lukt: er ontstaat geruzie. Zeus wordt om raad gevraagd, maar die wil zich liever niet uitspreken over deze netelige kwestie. Hij stelt voor om de Trojaanse prins Paris te laten oordelen. De drie godinnen komen bijeen om Paris te laten beoordelen wie van hen de mooiste is. Op uiterlijk is het zeer moeilijk voor Paris om te bepalen wie nu uiteindelijk de mooiste godin is. Om de uiteindelijke beslissing kracht bij te zetten, besluiten de drie godinnen om Paris, door middel van extra giften en beloften, ervan te overtuigen om de godin met het meest aanlokkelijke aanbod te verkiezen tot mooiste godin. Hera, de echtgenote van Zeus, belooft Paris onmetelijke macht wanneer hij voor haar als de mooiste kiest. Pallas Athena belooft Paris onnoemelijke wijsheid en Aphrodite belooft Paris ultieme liefde in de vorm van de mooiste vrouw op aarde. Nadat Paris gekozen heeft de appel aan Aphrodite te geven, heeft hij de vijandelijkheid van Hera en Pallas Athena Helena van Sparta, die reeds beloofd was aan een groot Grieks leider, de Atreïde Menelaos. Paris kiest uiteindelijk voor Aphrodite als mooiste godin omdat zij hem de mooiste vrouw op aarde had beloofd. Hij had nu één godin blij gemaakt, maar de twee anderen haatten hem nu. Dit zou tot rampzalige gevolgen voor Troje leiden.

De schaking van Helena[bewerken]

Paris en Helena huwen

Belofte maakt schuld en Paris vindt dat het wel tijd wordt om zijn beloning te gaan halen. Hij stapt dus met een aantal makkers in zijn boot om Helena te gaan halen. Deze was toen al getrouwd met Menelaos, dus moest Paris haar ontvoeren. Toen Paris eenmaal aankwam bij Menelaos, werd hij gastvrij ontvangen en mocht zo lang blijven als hij wilde. Helena werd gauw verliefd op Paris en samen voeren ze terug naar Troje. Wanneer Menelaos de verdwijning van zijn vrouw ontdekt zit die al ver weg, in de Trojaanse paleizen. Menelaos voelt zich beledigd en zint op wraak.

Oorlog[bewerken]

Menelaos gaat naar zijn broer Agamemnon en legt alles uit. Door een eed waren allen die destijds naar de hand van de schone Helena dongen verplicht diegene te verdedigen tegen elkeen die met hem zou twisten. Ze besluiten vervolgens om alle Grieken samen te roepen op het eilandje Aulis, om vandaaruit ten oorlog te trekken tegen de Trojanen. Agamemnon zal de vloot aanvoeren. Onder de helden bevinden zich veel van hen die naar de hand van Helena dongen. De personen spreken nog steeds tot de verbeelding: de bijna onkwetsbare Achilles, zijn goede vriend en neef Patroklos, de oude en wijze Nestor, de beresterke Ajax, de vriend van Hercules Philoctetes met boog en pijlen van Hercules, de slimme en listige Odysseus, de ziener Kalchas, de dappere Diomedes en uiteraard Menelaos zelf. In Aulis aangekomen zien de Grieken zich eerst nog genoodzaakt Agamemnons dochter Iphigeneia te offeren omdat een gunstige wind uitblijft. Volgens sommige verhalen redt Artemis haar echter door een hert in Iphigineia's plaats te leggen omdat ze op het laatste moment medelijden krijgt met het meisje.

Paris en Menelaos[bewerken]

Menelaos en Paris vechten

Als de Grieken bij Troje arriveren, besluiten ze na enige gevechten dat ze het beste een tweestrijd tussen Paris en Menelaos kunnen houden. Hektor en Odysseus zetten hiervoor een strijdperk uit. Als Paris wint blijft Helena in Troje en gaan de Grieken terug naar huis, als Menelaos wint gaat Helena weer terug mee naar Griekenland. Als het gevecht is begonnen blijkt Menelaos veel sterker dan Paris en als Paris op het punt staat door Menelaos te worden gedood, ontstaat er ineens een dichte nevel (gemaakt door Aphrodite) en verdwijnt Paris van het strijdtoneel naar zijn slaapkamer. Er is dus geen winnaar uit het gevecht gekomen en de oorlog gaat door.

Achilles en Hektor[bewerken]

Achilles is zonder enige twijfel de sterkste Griekse held. Zijn moeder Thetis heeft hem als baby in de rivier de Styx ondergedompeld, zodat hij onkwetsbaar is geworden. Enkel op de plaats waar ze hem vasthield, aan zijn hiel, is hij zwak. Als hij daar geraakt wordt, zal hij sterven. Niemand kent Achilles' geheim echter. Na 10 jaar oorlog om Troje zijn de Grieken nog geen stap dichter bij de overwinning. De Trojaanse helden vechten dapper: in de hoofdrol zien we vooral Hektor, de zoon van koning Priamus. Paris, die eigenlijk verantwoordelijk is voor de oorlog, zit liever thuis, bij Helena.

Achilles doet niet meer mee[bewerken]

Achilles en Briseis in een 17e-eeuwse illusratie van Wenceslas Hollar

De pest is uitgebroken bij de Grieken. Men vraagt de ziener Kalchas wat er gedaan moet worden. Trillend op zijn benen zegt Kalchas dat de aanvoerder, Agamemnon, de oorzaak is van de pestepidemie. Apollo is boos op hem, omdat hij Chryseis, de dochter van één van de priesters tot zijn slavin heeft gemaakt. De Grieken vinden allemaal dat Agamemnon het meisje moet teruggeven aan haar vader om Apollo weer gunstig te stemmen. Na lang aarzelen stemt Agamemnon daarmee in, maar hij wil er wel iets voor in de plaats. Hij wil Briseis, de knappe slavin van Achilles. Achilles is woest, scheldt Agamemnon uit en daagt hem zelfs uit voor een gevecht. Uiteindelijk geeft hij Briseis aan Agamemnon, maar hij is zo beledigd en beschaamd, dat hij weigert nog verder te vechten.

Trojanen aan de winnende hand[bewerken]

De pestepidemie bij de Grieken stopt, en de strijd met de Trojanen breekt weer los als nooit tevoren. Hoe dapper de Grieken ook vechten, ze blijken Achilles niet te kunnen missen. Ze worden meer en meer teruggedrongen naar hun eigen legerkamp. De Trojanen dreigen zelfs het kamp en de schepen van de Grieken in brand te steken. De Grieken begrijpen dat het zo niet langer kan en Agamemnon besluit Briseis dan toch maar terug te gaan brengen naar Achilles. Zijn pogingen zijn vergeefs: Achilles is zo diep gekwetst dat hij blijft weigeren mee te vechten. Hij wil naar huis.

Patroklos' dood en Achilles' terugkeer[bewerken]

Achilles sleept het lijk van Hektor achter zijn strijdwagen rond de stad

Achilles' soldaten en zijn vriend Patroklos zien de Trojanen dichter- en dichterbij komen. Patroklos vraagt Achilles of hijzelf dan tenminste toch mag gaan meevechten. Eventueel met de wapenrusting van Achilles aan, zodat de Trojanen denken dat Achilles zelf terug is. Achilles geeft Patroklos daarvoor toestemming. Patroklos is dolblij en trekt meteen ten strijde. Het plan lukt: de Trojanen denken inderdaad dat Achilles zelf terug is, en ze wijken terug tot achter hun stadsmuren. Maar dan valt de helm af van Patroklos. Hector ziet het meteen. Hector schreeuwt 'verrader' en met behulp van Apollo doodt hij Patroklos en rooft diens wapenuitrusting.

Wanneer Achilles op de hoogte wordt gesteld van Patroklos' dood, is hij onmiddellijk bereid om weer mee te doen. Hij wil wraak nemen op Hektor. Hephaistos zelf smeedt voor hem een nieuwe wapenuitrusting, en Achilles trekt ten strijde. Hij gaat tekeer als een leeuw en maakt de Skamandrosrivier rood van het bloed van de Trojanen die hij doodt. Dan komt hij plots voor Hektor te staan. In een geweldig gevecht doodt hij Hektor, maar nog is zijn woede niet gekoeld. Hij hangt Hektors lijk achter zijn strijdwagen en dagelijks rijdt Achilles met zijn strijdwagen rond, met erachter het lijk van Hektor. Het lijk blijft verder echter onbeschadigd door interventie van god Hermes (boodschapper en god van reizigers). Ontzet zien de Trojanen dit tafereel aan vanaf de muren van hun stad. Koning Priamus, Hektors vader, kan dit niet meer aanzien. Op een nacht gaat hij, beschermd door Hermes naar het Griekse kamp en vraagt Achilles om het lijk van zijn zoon los te kopen. Achilles stemt aanvankelijk met tegenzin toe en de Trojanen begraven Hektor waardig.

Achilles' dood[bewerken]

Na Hektors begrafenis bleven de Grieken aan de winnende hand. Achilles had bijna de stadspoorten van Troje geopend, toen Paris hem, geholpen door Apollo, met een pijl trof in zijn hiel, waarna de held stierf. Er brak een strijd los om het lijk van Achilles, maar Ajax en Odysseus verdedigden hem. Uiteindelijk zou de meer charismatische en welbespraakter Odysseus Achilles' wapens krijgen. Ajax kon dit niet verkroppen en in zijn woede ging hij in het donker zijn kamp uit om alle Griekse leiders neer te slaan. Dit deed hij, maar zijn verstand was vertroebeld door de godin Athena, en toen zijn verstand weer terugkwam bleek hij enkel een kudde schapen te hebben geslacht. Zijn overpeinzingen hierover leidden ertoe dat hij liever zelfmoord pleegde dan in schaamte verder te leven. Dagenlang rouwden de Grieken, tot Nestor hen weer tot orde riep waarna de strijd werd hervat. Ook Paris, de oorzaak van alle ellende, kwam ten val toen een pijl van Philoctetes hem doodde. Philoctetes droeg immers de boog van de toen al legendarische Herakles. Aeneas, een andere Trojaanse prins, doch geen zoon van Priamos, was nu de sterkste Trojaanse held, zodat de Grieken de stad nog steeds niet konden innemen.

Het Houten Paard[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Paard van Troje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Trojanen halen het paard in triomf de stad in

Na 10 jaar oorlog raadde de ziener Kalchas de Grieken aan om de stad met een list in te nemen, daar geweld blijkbaar geen oplossing bood. De sluwe Odysseus kwam met het plan: de Grieken bouwden een metershoog houten paard waarin ze soldaten verstopten: Odyseuss zelf, Achilles' zoon Neoptolemus, Menelaos, Diomedes, Thessandrus, Stenelus, Acamos, Thoas, Machaon, Epeos en vele anderen. Het plan vereiste dat de Trojanen, in hun overwinningsroes het paard de stad in zouden slepen en zouden feesten, waarna ze kwetsbaar zouden zijn. De Grieken braken hun kamp op en deden of ze terug naar huis gingen. In werkelijkheid lieten ze hun schepen echter voor anker gaan bij het eiland Tenedos. Eén Griek was achtergebleven, Sinon. De Trojanen kwamen buiten de stad en stonden stomverbaasd rond het paard. Hun ziener Laokoon waarschuwde dat het een list betrof. Hij werd echter, samen met zijn twee zoons Athenodorus en Polydorus, gewurgd door slangen die uit de zee kwamen. De Trojanen zagen hierin een teken van de goden dat Laokoon onbetrouwbaar was. Ze vonden ook Sinon, die hen vertelde dat hij was achtergelaten door de Grieken en dat de Grieken naar huis waren; het paard was een geschenk voor Pallas Athena. Cassandra, de dochter van Priamus, voorspelde dat het slecht zou aflopen wanneer de Trojanen het paard de stad binnen zouden halen. Zij faalde nooit in haar voorspellingen, maar omdat zij ooit de liefde van niemand minder dan Apollo had versmaad, was zij door hem vervloekt, zodat zij nooit geloofd werd, dus luisterde ook nu niemand naar haar. Uitgelaten haalden de Trojanen het paard naar Troje en een feest barstte los.

Ondergang van Troje[bewerken]

De Trojanen lagen allemaal dronken te slapen en Sinon vond de tijd rijp om met een fakkel een teken te geven naar de schepen die even verderop lagen en bevrijdde zijn makkers uit het paard; dezen openden de poorten van de stad. De Trojanen, weliswaar in de meerderheid, hadden vanwege het verrassingseffect en de drank geen enkele kans en werden afgeslacht. Ook koning Priamos werd door Achilles' zoon Neoptolemos gedood en Andromache, de weduwe van Hektor, werd door hem als buit meegevoerd naar zijn vaderstad Epirus. Haar zoontje Astyanax werd van de stadsmuur van Troje geworpen.

Historiciteit en datering[bewerken]

Warning icon.svg De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Muren van Troje-VII

De meeste klassieke Grieken waren ervan overtuigd dat de oorlog een historische gebeurtenis was, hoewel velen dachten dat de homerische gedichten een overdreven voorstelling gaven van wat werkelijk had plaatsgevonden. Zo beschouwt bijvoorbeeld de historicus Thucydides, die bekendstaat om zijn historisch-kritische geest, het als een ware gebeurtenis, maar hij betwijfelt het dat er werkelijk 1.186 schepen naar Troje werden uitgezonden. In het zog van de Aeneis en met de komst van het christendom verloor het oeuvre van Homerus zijn canonieke status van weleer. In bepaalde milieus werd hij plots niet alleen als twijfelachtige bron voor het morele discours gezien, maar ook voor de politieke gebeurtenissen die hij aangeeft. Aan figuren als Dictys en Dares werd in de middeleeuwen meer geloof gehecht. Rond 1870 werd in West-Europa zelfs algemeen aangenomen dat de Trojaanse oorlog en Troje verzinsels waren zonder enige historische basis.[4] Stilaan echter begon de overtuiging veld te winnen dat men door een "autopsie" ter plaatse, en door wetenschappelijke analyse van de feiten, van het bewijsmateriaal en van de getuigenverslagen veel meer kon ontdekken. Dit populair geworden standpunt werd Homerepanorthosis genoemd. Pas toen de amateur-archeoloog Schliemann de ruïnes ontdekte van Troje en de Myceense steden van Griekenland, kregen historici opnieuw belangstelling voor de oorlog die Homerus beschreef. Schliemann had met zijn in 1871 begonnen opgravingen bij Hissarlik en Mykene baanbrekend werk geleverd. In zijn spoor volgden sindsdien honderden goed opgeleide archeologen, op zoek naar het Troje van Homerus. Zowel de historiciteit, de datering als de locatie van de Trojaanse Oorlog bleven sinds de negentiende eeuw echter onderwerp van debat.

In The Trojan War: A New History[5] vraagt historicus Barry Strauss, gespecialiseerd in de militaire geschiedenis van de oudheid, zich af of wat Homerus schreef wel 'waar' was, en komt tot de conclusie dat het wel degelijk om een historische gebeurtenis gaat:

"But are those words true? Granted that ancient Troy really existed, was it anything like the splendid description of Homer's description? Spectacular new evidence makes it likely that the Trojan War indeed took place."

De meeste historici nemen nu aan dat er echt een stad was met de naam Troje, gelegen in het noordoosten van Klein-Azië. Het bestaan ​​ervan is bewezen door het al genoemde archeologische werk van Heinrich Schliemann, die zijn opgravingen begon in 1870. Uiteindelijk werd het bestaan ontdekt van ten minste negen steden op dezelfde plaats, daterend vanaf ongeveer 3000 voor Christus ​​tot aan de Romeinse periode van 30 eeuwen later. De inspiratie voor de Homerische legende, en de vele versies die volgden, is waarschijnlijk de stad op het niveau dat "VIIa" werd genummerd. Het oude Troje werd verwoest door een brand in de 13e, of misschien in het begin van de 12e eeuw voor Christus. De vraag of er echt een 'Trojaanse oorlog' was blijft echter nog steeds open. Manfred Korfmann, die opgravingen bij Troje leidde en hoogleraar archeologie was aan de Universiteit van Tübingen, zegt dat sporen erop wijzen dat er verschillende gewapende conflicten in en buiten Troje waren tegen het einde van de late bronstijd, maar dat het niet duidelijk is of een van die conflicten als 'de Trojaanse oorlog' kan worden benoemd.[6]

De dichter H.J. de Roy van Zuydewijn vat de academische discussie over de historiciteit van de Trojaanse Oorlog als volgt samen: "Het is niet in strijd met de waarschijnlijkheid dat een zo hechte, niet door schriftelijke bronnen uit andere culturen beïnvloede traditie op een historische kern moet teruggaan. De diep in die overlevering gewortelde Homerische poëzie bevat topografisch materiaal en beschrijft een cultuur die door archeologisch onderzoek wordt bevestigd. ... Hoewel de epische traditie evenmin als archeologisch onderzoek een hard bewijs kan leveren voor de historiciteit van de Trojaanse oorlog, is de daaraan te ontlenen evidentie toch sterk genoeg om deze, onder enig voorbehoud, als geschiedkundig feit te kunnen aanvaarden. Veel verder zal men niet mogen gaan."[7]

Op film en televisie[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • M.I. Finley (1964): The Trojan War, in: Journal of Hellenic Studies, 84
  • Weigel, H. (1970): Der Trojanische Krieg
  • Homerus (1976):Homerus, De Wil van Zeus [Ilias], ingeleid en vertaald door dr. Jan van Gelder, 5e druk; Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 90-6019-154-4
  • Finley, M.I. (1991): The world of Odysseus, second edition, Penguin Books, London enz..
  • Homerus (2004): Ilias. De wrok van Achilles, vierde druk, ingeleid en vertaald in Nederlandse hexameters door H.J. de Roy van Zuydewijn, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam.
  • Hughes, B. (2005): Helen of Troy. Goddess, princess, whore, first American edition, Alfred A. Knopf, New York.

Noten[bewerken]

  1. Strauss,Barry: The Trojan War: A New History, Simon & Schuster , 2007, Introduction p. 3.
  2. Thucydides is analytischer en haalt lokale kennis van de Peloponnesiërs aan om zijn theorie te staven dat het de economische ambitie en ringeloren van Agamemnon was, wat Griekse schepen het water op stuurde naar Troje - niet de liefde voor Helena, maar "naar mijn mening eerder vrees, die er een grotere rol in speelde dan loyauteit" zegt hij (I.9-11): Bettany Hughes, Helen of Troy - Godess, Princess, Whore, Jonathan Cape, Londen, 2005, ISBN 0-2240-7177-7 p. 277
  3. Datering van de Trojaanse Oorlog is een delicate kwestie. Volgens de traditionele systemen van de antieke wereld ligt de datum ergens tussen 1334 en 1135 v.Chr. De meest gangbare datum 'circa' 1184 v.Chr. Volgens de archeologie losten rond deze datum de Minoïsche cultuur, die van het Griekse thuisland en van Anatolië op in het niets en hedendaagse research laat verstaan dat er een aantal verwoestingen waren in Troje: veldslagen en hofintriges in de eerste helft van de 13e eeuw v.Chr., vuur in 1200 v.Chr. en mogelijk aardbevingen rond 1180 v.Chr., verlamming van de stad als economische entiteit de volgende 100 jaar, totale verlating tegen 950 v.Chr. Bettany Hughes, Helen of Troy - Godess, Princess, Whore, Jonathan Cape, Londen, 2005, ISBN 0-2240-7177-7 p. 240
  4. Yale University: Introduction to ancient Greek history.
  5. Strauss,Barry: The Trojan War: A New History, Simon & Schuster , 2007, Introduction p. 1,2.
  6. Korfmann: Was there a Trojan war?
  7. Homerus (2004): Ilias. De wrok van Achilles, vierde druk, ingeleid en vertaald in Nederlandse hexameters door H.J. de Roy van Zuydewijn, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, p.24.