Trommelslager

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een trommelslager (ook wel trommelaar of tamboer) is iemand die op een trommel slaat met een bepaalde functie. In de Middeleeuwen werd de trommelslager gebruikt om tijdens de marsen van de legers het tempo aan te geven. Vaak wordt gedacht dat de tamboer een jonge man was die nog niet geschikt was om te vechten, maar dat is niet waar: tamboers waren volwaardige soldaten met een zeer specifieke taak. Tijdens het gevecht gaf de tamboer middels een wisseling van slagen de bevelen van de krijgsheer door via zijn trommel. Een voorbeeld van een dergelijke serie marsen en signalen is het boekje "Marschen en Signalen voor de Koninklijke Nederlandsche Armée", dat in 1814 door de componist Rauscher werd geschreven voor het Nederlandse leger. Door de veranderende wijze van oorlogsvoeren verdween de tamboer uiteindelijk uit het leger, behalve voor ceremoniële functies.

Vandaag de dag worden vele tamboers bij gilden ondersteund door bazuinblazers die, in een later tijdperk in de geschiedenis door hun grotere dracht qua afstand de bevelen doorgaven (zoals in westernfilms waarbij de cavalerie net op tijd verschijnt).

Niet alleen in Limburg, maar ook in Noord-Brabant zijn nog vele gilden actief. Hierbij maken tamboers nog altijd deel uit van het gilde.

Tegenwoordig maken tamboers ook deel uit van fanfarekorpsen en harmonieën, waarbij het slagwerk meestal het ritme aangeeft. Vaak worden tamboers gezien als deel van het orkest, maar meestal spelen tamboers ook specifieke muziekstukken.

[bewerken] Kerkgang

Trommelslager van Johan Sterenberg in Hoogeveen

In Hoogeveen werd een trommelslager gebruikt om op zondagmorgen de mensen aan te sporen naar de kerk te gaan. Dit gebruik stamt uit de 17e eeuw, vlak na het ontstaan van Hoogeveen. Een trommelslager was overal in Drenthe verplicht gesteld, om de wolvenjachten te ondersteunen. Omdat de vaste predikant van Hoogeveen uit Echten moest komen en onregelmatig diensten hield, werd de bevolking van Hoogeveen door de trommelslager van de weerbare mannen in kennis gesteld van diens aanwezigheid. Dit is tot op heden de enige logische verklaring voor dit fenomeen. Zeker is in ieder geval dat er geen reden is om aan te nemen dat Roelof van Echten zijn arbeiders van het Hooge Veen met de trommel naar de kapel in Echten liet roepen, om reden dat de arbeiders van Roelof van Echten niet op het Hooge Veen woonden, maar in het verdwenen dorpje Ossehaar. Roelof van Echten was niet bij de Hoogeveense kerk betrokken. Wel zijn zoon Johan, dus als er al een Van Echten betrokken was bij het ontstaan van deze Hoogeveense traditie dan moet dat Johan zijn geweest. De trommelslager is aantoonbaar vanaf het eind van de 17e eeuw. Hij liep langs diverse routes door het dorp Hoogeveen. De kerkgangers maakten liedjes op zijn ritme. Een ervan was:

Volk van Noord, Volk van Noord
Gaat naar de kerk en hoor Gods Woord

[bewerken] Koninkrijk der Nederlanden

Er gaan tal van mythen over het ontstaan van de traditie van de trommelslager c.q. tamboer. Stuk voor stuk zijn ze ontzenuwd. Hardnekkig is het verhaal dat de tamboer er kwam omdat de grond van het Hooge Veen te drassig was om een kerktoren te bouwen, terwijl de eerste kerk wel degelijk een toren had! In 2008 kwam er een eind aan de traditie van de trommelslager. De laatste trommelaars, van de muziekvereniging Wilhelmina, stopten ermee. In dat zelfde jaar 2008 kreeg Hoogeveen ook een 'nieuwe' trommelslager. Zo nu en dan gaat de tamboer van de Historische Vereniging "Die Luyden van 't Hooge Veene" in 17e eeuwse kledij door de Hoofdstraat.

Bij het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 zette Rausscher op verzoek van Koning Willem 1 een aantal militaire signalen op papier. Hij haalde deze voor het grootste deel uit Franse geschriften die reeds in 1803 waren geschreven. Naast de signalen wordt de trom sinds jaar en dag gebruikt om de mars ordelijk te laten verlopen en te verlichten. Ook bij de geschuts exercitie speelde de tamboer een belangrijke rol. De Tamboers en Pijpers zijn de in 1814 door Rauscher ingevoerde muziektechniek trouw gebleven.

[bewerken] Ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog

Tot na de Tweede Wereldoorlog was dit ook het geval bij de Koninklijke landmacht. Toen men bij dit krijgsmachtdeel over ging tot het in dienst nemen van dienstplichtige tamboers en hoornblazers, werd de techniek van de vlamslag en de open roffel verlaten, omdat die in een dienstplichtperiode niet te leren is. Men ging over op een door adjudant onderofficier muzikant (lid van de Koninklijke Militaire Kapel) ontwikkelde techniek die was gebaseerd op die van het concert slagwerk.

Al spoedig bestond het begrip Tesink systeem ook wel, om en om systeem genoemd, omdat veelal de paarsgewijze slagen op eenvolgend rechts en links werden uitgevoerd. Omdat het Tesink systeem op een eenvoudige en snelle wijze was aan te leren, en de dienstverlaters terug in de burgermaatschappij de in ontwikkeling zijnde tamboerkorpsen bemande, werd dit systeem spoedig als al geheel aanvaardbaar geaccepteerd.

Het Tesink-systeem en mariniers- systeem waren dan ook algeheel aanvaardbare begrippen. Ik moge onder de aandacht brengen dat het mariniers-systeem een oneigenlijke benaming is, en het oude vooroorlogse-systeem beter op zijn plaats is

[1] Het boekje van Rauscher met alle marsen en signalen voor het Nederlandse leger (voor tamboers en pijpers) uit 1814.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren