Trompenburg Tuinen & Arboretum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trompenburg Tuinen & Arboretum
Trompenburg in oktober 2005
Trompenburg in oktober 2005
Type Stadspark botanische tuin buitenplaats arboretum
Locatie Rotterdam, Vlag van Nederland
Oppervlakte 8 ha
Opening zie website
Beheerder Stichting Trompenburg Tuinen & Arboretum
Bezoekers 50.000
Status Gereed
Voorzieningen theehuis, vergaderlocatie

Trompenburg Tuinen & Arboretum is een bomen- en plantentuin aan de Honingerdijk in Rotterdam. Het heeft een oppervlakte van 8 hectare. Trompenburg behoort ondanks de betrekkelijk geringe oppervlakte tot de prominente botanische tuinen en arboreta van Nederland en is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen. Het heeft gedurende lange tijd meer bekendheid genoten in het buitenland, maar sinds 1958, toen de tuin voor het publiek werd opengesteld, is ook in eigen land de waardering voortdurend gegroeid. Het park heeft een geschiedenis die teruggaat tot de 19e eeuw en die onlosmakelijk verbonden is met de familie (Van Hoey) Smith.

Omdat er in Trompenburg naar wordt gestreefd om de bomen in al hun vormenrijkdom te tonen en de sierwaarde van de afzonderlijke bomen voor de tuin als geheel voorop staat, wekt de voormalige buitenplaats eerder de indruk van een prachtig wandelpark dan van een "bomenverzameling".

Het park heeft circa 4000 soorten bomen, struiken en vaste planten. In 1996 is een nieuw entreegebouw geopend pal naast de 16e-eeuwse herberg In den Rustwat, die in 1960 enkele honderden meters hierheen was verplaatst in verband met de opwaardering van de Maasboulevard, die de zwakste schakel was in Schielands Hoge Zeedijk.

Geschiedenis: vier generaties van Hoey Smith[bewerken]

De naam 'Trompenburg' verwijst oorspronkelijk naar een leengoed van het Slot Honingen. In de 17e eeuw stond er een buitenhuis. Dat werd in 1833 gesloopt.

In 1859 vestigde James Smith (1824-1894) zich op de buitenplaats Zomerlust, die in 1820 gebouwd was. Hij voegde de buitenplaats Trompenburg aan zijn bezit toe, evenals enkele stukken weiland en tuinderijen.

Het centrale deel van "Trompenburg" werd in 1820 als park aangelegd. Van de beplanting uit die tijd zijn nog enkele zomereiken (Quercus robur) en een gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) over.

Rond 1870 werd het westelijke gedeelte aangelegd volgens een ontwerp van de tuinarchitecten Jan David Zocher en diens zoon Louis Paul Zocher. De wei, de beek met de moerascipres (Taxodium distichum) met de kniewortels, de reuzenlevensboom (Thuja plicata), enkele Hollandse essen (Fraxinus excelsior) en een oude taxus of venijnboom (Taxus baccata) stammen uit deze tijd.

Goudvisvijver in Trompenburg Tuinen

Omstreeks 1900 liet William Smith (1849-1918) het oostelijke deel langs de randen met iepen beplanten. Die moesten na het uitbreken van de iepenziekte in 1928 allemaal gerooid worden. Zijn vrouw, G. Smith, geboren Van Stolk, heeft waarschijnlijk de eerste exoten, zoals een doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioica), een vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) en een bijzonder soort es (Fraxinus xanthoxyloides var. dumosa) in dit deel van Trompenburg laten planten.

Pas toen James van Hoey Smith (1891-1965) het beheer overnam werd daadwerkelijk met het verzamelen van bijzondere bomen en struiken begonnen. Hij benutte de ruimte die vrijkwam door het kappen van de 400 zieke iepen in 1928 om een arboretum aan te leggen. Hij liet daarin ook een naaldbomentuin (pinetum), een rozentuin, een goudvissenvijver en een heidetuin aanleggen.

Vanaf 1939 gaat James Richard Pennington (Dick) van Hoey Smith (1921) zich met het beheer van het arboretum bemoeien. Hij ontwikkelt zich tot een vooraanstaand dendroloog. Onder zijn leiding groeit Arboretum Trompenburg uit tot een internationaal gewaardeerd instituut. Dat leidde er onder andere toe dat Trompenburg in 1983 door International Dendrology Society de Conservation Plaquette kreeg toegekend.

Op 21 januari 1958 werd het beheer ondergebracht in de Stichting "Arboretum Trompenburg". In datzelfde jaar wordt het arboretum ook voor het publiek toegankelijk. In 1970 bezochten 12.000 mensen de tuin. In 1983 waren dat er 26.000. Anno 2005 trekt het arboretum jaarlijks 50.000 tot 60.000 bezoekers. Om de bezoekers goed te kunnen ontvangen is in 1996 een nieuw ontvangstgebouw in gebruik genomen, dat is ontworpen door architect W. M. Crouwel.

In 1965 werd het arboretum in oostelijke richting uitgebreid met een aangrenzende tuin, de oude Perenhof, die vroeger een onderdeel van het landgoed "Woudenstein" vormde. In 1993 volgde nogmaals een uitbreiding naar het oosten.

In 1996 heeft Dick van Hoey Smith de leiding van het arboretum overgedragen aan ing. Gert Fortgens. Bij het honderdvijftig jarig bestaan in 2008 is de naam Arboretum Trompenburg veranderd in Trompenburg Tuinen & Arboretum. Dit om het accent te leggen op het feit dat Trompenburg een aaneenschakeling is van tuinen met daarin een bijzondere collectie bomen.

De collectie[bewerken]

De collectie van het Trompenburg is zeer omvangrijk. De "inventaris" omvatte in 1979 circa 2000 verschillende bomen en struiken, waaronder 67 esdoorns, 25 berken, 32 beuken, 61 hulsten, 134 eiken, 655 rododendrons, 35 wilgen, 106 soorten Chamaecyparis, 56 jeneverbessen, 21 sparren, 48 dennen, 34 soorten Taxus en 38 soorten Thuja.[1] De collectie is sindsdien nog belangrijk uitgebreid.

Trompenburg Tuinen met bloeiende rododendrons in het voorjaar

Trompenburg Tuinen is houder van "nationale plantencollecties" van de volgende geslachten:

Trompenburg besteedt sinds een aantal jaren behalve aan bomen en struiken ook veel aandacht aan het uitbreiden van de collectie kruidachtige gewassen. Het zwaartepunt ligt daarbij op die plantengroepen die goed gedijen in de schaduw en die dus als ondergroei van de bomen kunnen worden gebruikt. Mooie voorbeelden daarvan zijn de Hosta-collectie en het grote sortiment Rodgersia.

Trompenburg is tevens houder van "Nederlandse Planten Collecties" van:

  • Quercus (eik); met circa 300 taxa
  • Fagus (beuk); met circa 100 taxa
  • Hosta (hartlelie) met maar liefst circa 750 taxa

Van groot belang is de omvangrijke succulentenverzameling: cactussen en andere succulenten in de woestijn kas.

Trompenburg beheert gezamenlijk met de Nederlandse Dendrologische Vereniging een bibliotheek die in het bezoekerscentrum is te vinden. Deze bibliotheek is alleen te bezoeken op afspraak en er kunnen geen boeken worden uitgeleend.

Nieuwe bomen[bewerken]

In de loop der jaren zijn op Trompenburg heel wat initiatieven genomen om het bestaande (kwekers-)sortiment te verrijken en uit te breiden. Die initiatieven kunnen in drie groepen worden ingedeeld:

  • De kweek van geheel nieuwe variëteiten: bijvoorbeeld 12 nieuwe variëteiten van de beuk (Fagus sylvatica), 10 nieuwe eiken en 5 andere bomen.
  • Het op naam brengen van naamloze bomen die door anderen naar Trompenburg werden gezonden. De lijst telt 29 namen.
  • Planten uit het buitenland, die door Trompenburg voor het eerst in Nederland geïntroduceerd werden. Deze lijst telt 40 namen.

Bereikbaarheid[bewerken]

Tramlijn 21 stopt voor de deur bij halte Stadion Woudestein aan het einde van de Oostzeedijk. Trompenburg ligt op een kwartiertje lopen van metrostation Voorschoterlaan.

Literatuur[bewerken]

  • J.R.P. van Hoey Smith en Julia Voskuil - Bomenrijk in Rotterdam,
uitgegeven door Arboretum Trompenburg, Rotterdam, 1983
  • J.R.P. van Hoey Smith - Arboretum Trompenburg; Bomenrijk in Rotterdam",
uitgegeven door Stichting Bevordering van Volkskracht, Rotterdam, 2001
  • A. Vis en G. Fortgens - Trompenburg Tuinen & Arboretum; Grenzeloos Groen
uitgegeven door Trompenburg Tuinen & Arboretum

Externe links[bewerken]

Voetnoten
  1. Aantallen van rond 1979 volgens: Schaap, Dirk en Teun van den Berg - Parken, tuinen en landschappen van Nederland (uitg. Moussault, Baarn 1979)