Tsam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tsamceremonie in 1880 (Datsan Tamtsjinski)

De Tsam (Tibetaans: Cham) is een plechtige religieuze dienst die door Mongolen, Tibetanen, Boerjaten en andere boeddhistische volkeren elk jaar wordt opgevoerd bij boeddhistische kloosters en datsans en die altijd massa's pelgrims trekt.

De dans wordt altijd uitgevoerd op de dag dat het betreffende klooster voor het eerst werd gebruikt en heeft als doel de aanwezigheid van de godheid op aarde aan te tonen en slechte geesten (sjimnoesen/sjolmosen/sholmos) af te wenden van volgelingen van Boeddha. De rite bestaat uit een pantomimedans die wordt opgevoerd door de lama's, die zijn vermomd als doksjits ("verschrikkelijken"; "bewaarders van de genieën"), waarvoor ze maskers van papier-maché opzetten, die elk een van de doksjits tonen. Samen met de 'goede' shanaken (lama-bemiddelaars die zwarte magie kennen), die zonder masker (maar wel met verdere uitrusting) dansen, dansen zij in een soort cirkel een religieuze dans, waarbij ze handgebaren maken.

Bronnen, noten en/of referenties