Tschai, de waanzinnige planeet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tschai, de waanzinnige planeet (Origineel: Planet of Adventure) is een vierdelige boekenreeks van Jack Vance, die verhaalt van de avonturen van Adam Reith, de enige overlevende van een missie naar de planeet Tschai.

De verre planeet Tschai wordt bewoond door verschillende soorten intelligente wezens, waaronder de Chasch, de Wankh, de Dirdir en de Pnume. Elk van deze soorten heeft een menselijk "onderras" onder zich, dat sterke uiterlijke gelijkenissen met hen vertoont. Deze mensen fungeren over het algemeen als slaaf of dienaar, en al snel rijst het vermoeden dat zij uiteindelijk wel eens van de aarde afkomstig en door domesticatie gewijzigd zouden kunnen zijn. Elk van de vier boeken verhaalt van Reiths avonturen met een van de soorten, en de boeken zijn daarnaar vernoemd:

Een stad vol Chasch
De Chasch zijn een volk van levensgenieters maar dol op hun wrede grappen. De Chaschmensen maken ze wijs dat ze een larve-stadium van de Chash zelf zijn, tot Reith deze illusie vernietigt.
Onder de Wankh
De Wankh, amfibische wezens met een onverstaanbare taal worden door de Wankhmannen bedrogen, die zich als tolken tussen de Wankh en de Lokharen die het werk doen hebben gedrongen. Ook hier zorgt de komst van Reith voor verandering.
De Dirdir
Dirdir zijn fenomenale jagers en de Dirdirmensen, zoals Ankhe at Afram Anacho, kunnen hen slechts nastreven. Hiertoe dient men ingewikkelde chirurgische procedures te ondergaan waarbij men "geheimen" verwerft en wordt geacht bijna Dirdir te zijn. Mensen interesseren de Dirdir alleen als prooi. Misdaad en corruptie tieren dan ook welig in Sivishe.
De Pnume
Zij zijn, samen met de Phung, de inheemse bevolking van Tschai. Vanuit hun schuilholen houden ze het oppervlak in het oog en ontvoeren nu en dan individuen van verschillende soorten voor hun archief. De Pnumekerels worden met behulp van medicatie en strikte discipline rustig gehouden, zodat al hun driften worden onderdrukt.

In de boeken wordt de relatie tussen buitenaardse volkeren de mens beschreven waarbij de nadruk vooral ligt op de diversiteit en het aanpassingsvermogen van de mens aan vreemde omstandigheden, op machtverschillen en (on)afhankelijkheid. Een veelheid aan volkeren met sterk uiteenlopende, maar herkenbare, zeden en gewoonten passeert de revue en Vance neemt de tijd om de samenlevingen die daaruit voortvloeien te beschrijven.

Een deel van de oorspronkelijke Engelstalige titels was door de toenmalige uitgevers gewijzigd. De Integrale Editie van Vances werk gebruikt opnieuw de titels die oorspronkelijk door de auteur waren gebruikt. Vance veranderde daarnaast de naam Wankh in Wannek nadat hem verteld was dat to wank in het Brits-Engels aftrekken betekent.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een stad vol Chasch[bewerken]

Het ruimteschip Explorator IV, op een onderzoeksmissie naar de bron van een radiocommunicatiesignaal, treft op 212 lichtjaar van de aarde een bewoonde wereld. Terwijl een kleine verkenningsboot met twee onderzoekers, Paul Waunder en Adam Reith, zich losmaakt, wordt het moederschip getroffen door een projectiel, afkomstig van het planeetoppervlak. De boot tuimelt omlaag en hoewel beiden de noodlanding overleven, wordt Waunder vrijwel onmiddellijk door nomaden gedood.

Reith wordt door de nomaden meegenomen en herstelt van zijn verwondingen bij hun stam, die hij na de nodige verwikkelingen samen met de jonge hoofdman Traz weet te ontvluchten. In overleg met Ankhe at afram Anacho, een gevluchte, wereldwijze Dirdirman die ze onderweg ontmoeten, stelt Reith een plan op om zijn ruimteschip terug te krijgen, dat opgeslagen zou liggen in een stad van het oude hoogontwikkelde ras der Blauwe Chasch. Tevens redt hij een Ylin-Ylan, vrouw die op het punt stond geofferd te worden.

Hierna volgt een moeizame reis over de planeet Tschai, die door diverse wezens, waaronder de moerasmensen, Groene Chasch, steppenbewoners, ontsnapte proefproducten, de geheimzinnige inheemse Pnume en de eveneens inheemse, nog vreemdere Phung onveilig wordt gemaakt. Als terugkeer naar de aarde niet gemakkelijk blijkt, smeedt het drietal nieuwe plannen.

Via een karavaan reist hij naar de vervallen stad Pera, aan de grens van het gebied der Blauwe Chash. Daar raakt hij in conflict met de leider, Naga Goho, die Ylin-Ylan als vrouw opeist. Reith weet Naga Goho af te zetten, en probeert de Peranen wat organisatie en ontwikkeling bij te brengen. Die staan daar echter sceptisch tegenover: de Blauwe Chash zouden er wel eens argwaan door krijgen.

De dag erna probeert Adam zijn schip in de Chashsstad Dadiche te vinden. Hij vindt zijn schip inderdaad terug, maar het binnenwerk en de machinerie zijn spoorloos. Door omstandigheden moet Adam de stad halsoverkop verlaten.

De Chash traceren hem terug naar Pera en proberen hem gevangen te nemen. Wanneer de Chash in een hinderlaag lopen bereiden ze een strafexpeditie voor. Wederom worden de Chash verslagen doordat ze de vindingrijke Adam Reith onderschatten, en deze keer kost het hen hun stad Dadiche, die door de Peranen wordt ingenomen. Adam voorkomt een slachtpartij door Dadiche aan de Chashmannen te geven en de overlevende Chash te verbannen.

Onder de Wankh[bewerken]

Adam Reith wil echter geen burgemeester van Pera worden, want hij wil nog steeds terug naar huis. Bovendien wil hij Ylin-Ylan terugbrengen naar haar land, ook al is de liefdesrelatie tussen hen inmiddels beëindigd. Dit betekent dat hij het continent en een oceaan moet oversteken. Onderweg begeeft het luchtvlot het en moet de groep per schip verder. Wanneer Adam daar aanlegt met een andere vrouw ontsteekt Ylin-Ylan in jaloezie, en probeert iedereen te doden in een vlaag van waanzin die de Yao betitelen als 'aywaile'. Uiteindelijk pleegt ze zelfmoord en moet Adam Reith het droeve nieuws aan haar vader overbrengen.

Adam Reith legt in dit land eveneens contact met Lokharen, een volk uit het zuiden dat zich overal als gastarbeider verhuurt. Zij werken eveneens regelmatig voor de Wankh, één van de buitenaardse rassen die op Tschai resideren. Adam Reith hoopt met hen en hun kennis over de Wankh en hun ruimteschepen een ruimteschip te kunnen stelen van dit ras. De poging mislukt jammerlijk en het schip stort neer in een meer. De Wankh en Wankhmannen nemen de groep gevangen en sluiten hen op.

De Wankh zijn een groot soort amfibieën die door het maken van zeer ingewikkelde muzikale geluiden met elkaar communiceren, en zij menen dat zij heer en meester over de planeet zijn. De Wankhmannen, in theorie hun menselijke dienaren, zijn echter op basis van hun jarenlange oefening in het bespelen van speciale muziekinstrumenten de enigen op de planeet die ook maar enigszins met de Wankh kunnen communiceren. De Wankhmannen maken hiervan al tijdenlang misbruik door hun "meesters" om de tuin te leiden en trekken vanuit hun "onderdanige" positie feitelijk aan de touwtjes. Alvorens met zijn kompanen te ontkomen, weet Reith het bedrog aan de Wankh kenbaar te maken en laat hen en hun ondergeschikten in onderlinge strijd achter.

De Dirdir[bewerken]

Na zware tegenslagen smeden de reisgenoten Traz, Anacho en Adam Reith een nieuw plan om van de planeet Tschai te ontsnappen: het bouwen van een nieuw ruimteschip. Reith begrijpt van zijn reisgenoten dat een dergelijke onderneming de meeste kans maakt vanuit de omgeving van de stad Hei, een uitvalsbasis van het agressieve ras der Dirdir.

De Dirdir zijn van huis uit roofdieren en zijn dan ook dol op jagen. Ze jagen ook vooral op mensen, en in de stad Hei staat de Glazen Doos een gigantische overdekte biotoop van hun thuiswereld annex arena, waar men voor publiek op mensen jaagt. Wie gevangen wordt, wordt opgegeten.

Om aan financiële middelen te komen, wordt een gedurfd plan bedacht waarmee ze snel een groot kapitaal te vergaren, en waarbij ze een eveneens groot risico lopen om in een Dirdirmaag te belanden. Op Tschai worden namelijk sequijnen als geld gebruikt, stukken erts die alleen in een bepaald gebied voorkomen: de Carabas. Uiteraard komen veel mensen er sequijnen zoeken, maar de Carabas vormt ook het jachtgebied van de Dirdir. Adam Reith bedenkt nu het plan om de Dirdirjagers te overvallen, aangezien zij immers ook de opgegraven sequijnen van de sequijnzoekers buitmaken.

Nadat de groep op het nippertje aan de Dirdir is ontsnapt, reist men naar Sivishe, een mensenstad onder de rook van Hei. Daar komen ze in contact met een zekere Aila Woudiver, die aan de juiste onderdelen en technici kan komen. De bouw vordert maar niet en blijkt ook stukken duurder dan verwacht zodat Adam Reith zelfs terug moet naar de Carabas. Uiteindelijk verraadt Woudiver Anacho aan de Dirdir, doodt de technici, en vergrijpt zich aan hun kinderen. Hij wilde al vanaf het begin de groep niet helpen, en probeert door de afvallige Dirdirman Anacho te verraden bij de Dirdir in een goed blaadje te komen.

Adam Reith weet uiteindelijk Anacho uit de Glazen Doos te redden en Woudiver gevangen te nemen. Zo dwingt hij Woudiver de bouw van het ruimteschip te voltooien.

De Pnume[bewerken]

Woudiver blijkt echter niet voor een gat te vangen. Als het ruimteschip bijna af is, belandt belandt Adam Reith door diens toedoen in handen van de ondergronds levende Pnume, die onaangename plannen met hem hebben.

Reith weet echter te ontsnappen en steelt daarbij een kaart. Hij weet met hulp van deze kaart en één van de menselijke slaven van dit ras aan zijn lot te ontsnappen. Het blijkt dat de ondergronds levende Pnume zichzelf als een soort museumbewaarders en optekenaars van de geschiedenis van Tschai zien. De Pnumekerels zijn hun menselijke knechten, afstammend van oorlogsvluchtelingen die de Pnume in hun tunnels opnamen. De Pnume onderwerpen hen aan een zeer strak regime dat ieder aspect van hun leven reguleert, en bepalen zelfs via hormonen in hun eten wie zich mag voortplanten. Vrouwen zien er daardoor jong en onontwikkeld uit. De vrouw die hij ontvoert heeft niet eens een naam maar een soort code: Zap 210.

Adam en Zap 210 weten de oppervlakte te bereiken en weten na vele omzwervingen in terug te keren naar de werkplaats waar het ruimteschip zou moeten staan. Tijdens deze reis ontwikkelt Zap 210 vrouwelijke vormen en een gezonder uiterlijk omdat ze zonlicht krijgt en niet meer aan de hormoonbehandelingen van de Pnume blootstaat. Tevens moeten ze telkens de agenten en spionnen van de Pnume ontwijken.

Terug in Sivishe weten de Pnume Zap 210 alsnog te grijpen, en dwingen zo Adam Reith haar te volgen. Het blijkt dat ze hem wilden Vereeuwigen: zijn lichaam zou worden behandeld met een vloeistof waardoor het niet meer zou vergaan en altijd in dezelfde houding zou blijven staan. Zo zou hij, die al zoveel veranderingen op Tschai had bewerkstelligd, voor de Pnume als een museumstuk bewaard blijven. Want ook Adam maakt nu immers deel uit van de geschiedenis.

Adam haalt echter de kaart tevoorschijn en vertelt de Pnume dat er al meerdere kopieën van zijn gemaakt. Deze topgeheime kaart vermeldt het hele gangenstelsel van de Pnume, en iedere ingang. Wanneer de Pnume hem en Zap 210 ook maar een haar krenken, worden de kaarten overgedragen aan de Blauwe Chash en Dirdir, die hen als ongedierte beschouwen en graag zouden uitroeien. Bovendien moeten de Pnumekerels worden vrijgelaten.

Adam en Zap 210 worden teruggebracht naar de oppervlakte. Hij vindt zijn vrienden terug en Adam, Traz, Anacho en Zap 210 stappen in het ruimteschip en verlaten Tschai.

Uitgave[bewerken]

  • 1973, Amsterdam: J.M. Meulenhoff, Msf 67, 533pag., ISBN 90-290-0107-0, 1e druk, paperback

Bewerking[bewerken]

  • In 2007 kwam het eerste deel uit van een adaptatie in stripvorm in acht episodes, getekend door Li-An op scenario van Morvan. Inmiddels is de gehele serie in de oorspronkelijke Franse versie voltooid alsook de Nederlandse vertaling met in totaal acht delen. [1]
Bronnen, noten en/of referenties