Tjeef
Met een tsjeef, ook tjeef geschreven, wordt in Vlaanderen doorgaans een katholiek, en bij uitbreiding een christendemocraat bedoeld. In West-Vlaanderen en het zuiden van Oost-Vlaanderen komen eveneens de varianten seef en dzeef voor. Het geheel van tsjeven wordt de tsjeverij genoemd. De term geldt als scheldwoord. Een synoniem is kaloot.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis en herkomst
Tsjeef is een woord dat niet in de standaardtaal is opgenomen, maar wel algemeen bekend is. Het woord was reeds in de 19de eeuw in gebruik; er zijn attestaties van tseef die zover teruggaan als 1837:
- wat zegt gy van tseef den neuze met zyn poete (Debrabandere 2005:349).
Etymologisch gaan tsjeef en alle varianten daarvan terug op de naam Jozef, die in bijbelse contexten veel voorkomt. De precieze identiteit van de oorspronkelijke Jozef aan wie de term ontleend werd, is enigszins omstreden.
[bewerken] Jozef van Nazareth
Jozef van Nazareth is wellicht de bekendste naamdrager. Het verband met de term tjeef zou er dan in kunnen bestaan, dat Jozef, als ietwat passieve figuur, lijdzaam onderging wat de hogere machten met hem voorhadden. Daar echter over de historische figuur Jozef van Nazareth in wezen weinig bekend is, valt de waarachtigheid van deze verklaring moeilijk te verifiëren.
[bewerken] Jozef II
Jozef was eveneens de naam van Keizer Jozef II van Oostenrijk. Zijn opvattingen over de verhouding tussen staat en godsdienst worden jozefisme genoemd. Dit hield in dat de keizer zich het recht toeëigende in de interne structuur van de Katholieke Kerk tussen te komen, kloosterorden af te schaffen en zelf de seminaries in te stellen die priesters mochten wijden. Het was, met andere woorden, in zekere zin een tak van het verlicht despotisme waarbij de scheiding der machten de facto werd uitgevlakt. Anderzijds beschouwde Jozef II godsdienst in wezen als een privé-aangelegenheid, en poogde hij de praktijk van de religie met de Verlichting te verzoenen. De veronderstelling dat aanhangers van het katholicisme in wezen tegen de scheiding der machten zijn, maakt deel uit van wat men onder tsjeverij verstaat; desalniettemin valt een rechtstreeks verband tussen het jozefisme en de term tjeef bezwaarlijk te traceren, vermits voornoemde opvatting slechts gedeeltelijk aan het jozefisme gerelateerd is.
[bewerken] Jos Chabert
Volgens Jean-Luc Dehaene is het moderne, pejoratieve gebruik van de term tjeef afgeleid van Jos Chabert, aan wie de verdienste zou toekomen het cliëntelisme salonfähig gemaakt te hebben:
- Jos Chabert excelleerde aldus in het veroveren en bestendigen van macht, in het beoefenen van het voluntaristisch clientelisme, dit alles tijdens het in acht nemen van strenge ethische principes. Deze drie eigenschappen definiëren vrijwel perfect wat we nu begrijpen onder tsjevendom en het mag geen verrassing wezen dat het begrip indertijd naar Jos Chabert werd genoemd en populair werd. (Jean-Luc Dehaene op http://jeanlucdehaene.blogspot.com/2007/10/onder-tsjeven.html, 25 oktober 2007)
Alleszins dateert de term tjeef op zijn minst uit de vroege 19de eeuw. Daarenboven ontstond het woord in Oost-Vlaanderen, terwijl Jos Chabert van Brabantse origine is; dientengevolge is deze verklaring zowel historisch als geografisch onmogelijk. Indien de hedendaagse betekenis van tjeef, zoals door Dehaene beschreven, daadwerkelijk met Jos Chabert samenhangt, is hier sprake van een volksetymologie: het reeds bekende begrip tjeef werd, door toedoen van een persoon die de naam Jos, afkomstig van Jozef, droeg, geherinterpreteerd. Hierdoor greep een betekenisextensie plaats.
[bewerken] Politieke evolutie
Reeds in de negentiende eeuw werden de aanhangers van de Katholieke Partij de tsjeven genoemd; hun ideologie verankerde het katholicisme in de politiek. De opvolgers van de Katholieke Partij, de latere CVP en huidige CD&V zijn in de volksmond eveneens algemeen als tsjeven bekend, ofschoon het confessionele element sterk is afgezwakt. De unitaire Belgische partij PSC/CVP splitste definitief in 1972: aan Waalse zijde veranderde de voormalige Parti Social Chrétien haar naam in 2002 in Centre Démocrate Humaniste, wat de focus naar een algemeen humanisme verschoof. De Vlaamse pendant CD&V behield de naam 'christendemocratisch', alhoewel ook hier een zekere verruiming is opgetreden. Met de term tsjeef doelt men desalniettemin steeds op de Vlaamse christendemocraten.
Dat ook mensen die niet in werkelijkheid Jozef heetten, Tsjeef werden genoemd, was een aanduiding dat dit hypokorisme de abstracte betekenis 'katholiek' had gekregen. Ook bijvoorbeeld Jezus werd zo vervormd tot Tsees of Tsjees; dit kon zowel 'brave vent' als 'schijnheilige' betekenen (Schuermans 1870:752). Het ironische gebruik van deze vormen uit de omgangstaal suggereert dat tsjeef in oorsprong een koosnaam is. Een gelijkaardig fenomeen vindt men in de uitdrukking: 'dat is een ware jezuïetenstreek', zijnde een valse list. Hierachter ligt de perceptie van jezuïeten — ongeacht hun daadwerkelijke daden of uitspraken — als bedenkers van drogredenen en manipulaties, die zodoende gewantrouwd dienen te worden.
[bewerken] Varianten
De vorm tsjeef kwam oorspronkelijk vooral rond Gent voor, en is afgeleid van de Franse uitspraak Joseph, met een stemhebbende alveolaire fricatief. Een ingeburgerde aanduiding voor iemand die Jozef heet is van oudsher Jefke, Zjefke of vroeger Sjeppe (Schuermans 1870:607). In Oost-Vlaanderen is het niet ongebruikelijk dat de stemhebbende alveolaire fricatief (zj), die in wezen niet eigen is aan het Nederlands, ontstemd wordt; zo wordt dzjef als tsjeef uitgesproken, en bij verdere verzwakking als seef.
De concurrerende term kaloot is in de late 18de eeuw de betekenis van clerus gaan aannemen; dit is afkomstig van het kalotje dat de geestelijkheid droeg. Het woord kaloot of kalotter is via het Franse calotte de Vlaamse streektaal binnengedrongen en is in het bijzonder in West-Vlaanderen gebruikelijk. Het kon eveneens collectief gebruikt worden voor de 'klerikale partij':
- Hie es van de kalot. (Teirlinck 1908:622)
Wat betekent dat hij ofwel een lid van katholieken is, dan wel een geestelijke.
[bewerken] Perceptie
De 'tsjeven' als begrip gelden in de moderne tijd als hypocriet; de term heeft bijzonder negatieve implicaties. Wanneer het woord in de media opduikt, betekent het gewoonlijk dat de persoon in kwestie typische kenmerken van tsjeverij vertoont. Met de krachtterm 'tsjeverij' wordt dan een opportunistisch gedrag bedoeld dat in verband gebracht wordt met voorstanders van de christendemocratische partij CD&V in Vlaanderen, alsook met diverse takken van de geestelijkheid.
Fervente tegenstanders in Vlaanderen van de christendemocratie of van religie in het algemeen uiten hun afkeer wel eens met het begrip tsjeverij, en dit behelst dan een ruim paradigma van opvattingen, denkbeelden en laakbaar gedrag.
Als tsjeverij worden zo bijvoorbeeld beschouwd:
- De rechtvaardiging van de eigen geborneerdheid, wat dan gezond boerenverstand zou heten, en dus geen verdere argumenten behoeft.
- Een consequent conservatisme, dat op arrogante wijze verdedigd wordt. De slogans 'normen en waarden', 'rechten en plichten' etc. roepen bij tegenstanders vaak de associatie tsjeverij op, welke dan, terecht of ten onrechte, aan katholieke partijen wordt toegeschreven.
- De veronderstelde onwil toe te geven dat het werkelijke doel van de tsjeven, zoals dat van alle ideologieën, de macht is. Tsjeven worden daarbij gezien als schijnheilige voorvechters van de ethiek, die alle principes begraven wanneer ze daarmee de macht in handen kunnen krijgen.
Men dient hierbij steeds op te merken dat, alle objectieve feitelijkheden omtrent christendemocratische groeperingen daargelaten, de perceptie van het begrip 'tsjeef' uitermate pejoratief blijft. Vermits het een scheldwoord is, geldt 'tsjeef' als een soort overkoepelend begrip voor alles wat verachtelijk en leugenachtig is. De werkelijke ideeën of beleidsdaden van de christendemocratie veranderen uiteraard niets aan de manier waarop diegenen die ertegen gekant zijn, de tsjeverij percipiëren. Wanneer een christendemocraat iets onwelvoeglijks doet, geldt zulks dan als weer een bewijs voor de verfoeilijkheid van 'die tsjeven'.
In de media kan men de term soms in opiniestukken aantreffen; doorgaans maakt men in zo'n geval duidelijk dat het geen standaardtaalbegrip is.
- Ik zou het respecteren wanneer Leterme zegt dat hij vanuit zijn levensbeschouwing vindt dat er van een uitbreiding van de euthanasiewetgeving geen sprake kan zijn. [...] Alleen vermijdt Leterme systematisch die confrontatie van meningen, ook in zijn 'goed bestuur'-gebedsmolentje [...]. In de goede oude tijd werd dat wel eens omschreven als 'tjeverij'. (Yves Desmet in De Morgen, 9 juni 2007)
'Goed bestuur' was een buitengewoon frequent gebruikte uitdrukking in de CD&V-campagnes van 2006 en 2007. In het voorbeeld hierboven is de implicatie dat 'goed bestuur' in wezen te vaag is om als richtlijn voor een beleid te kunnen fungeren. Volgens de commentator weigert Leterme categorisch dit 'goed bestuur' te concretiseren, wat de aanleiding vormt om zijn gedrag als 'tsjeverij' te bestempelen. Sinds de CD&V-campagne van 2010 is ook 'verantwoordelijkheid opnemen' een stokpaardje van de christendemocraten.
[bewerken] Samenvatting
Het begrip 'tsjeef' is dusdoende een ingeburgerde substandaard-term, die, hoewel niet beschouwd als Standaardnederlands, een lange traditie heeft en waarbij iedereen zich, althans in Vlaanderen, iets kan voorstellen. Het vormt een pejoratieve aanduiding voor een strekking in de verzuilde realiteit van de Belgische politiek (cf. 'sos', voor een socialist).
Bronnen, noten en/of referenties:
- Frans Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek. De herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden. Amsterdam: L. J. Veen.
- Jean-Luc Dehaene (2007), 'Onder tsjeven', op: http://jeanlucdehaene.blogspot.com/2007/10/onder-tsjeven.html, geraadpleegd 13 januari 2008.
- Yves Desmet (2007), 'Waarom ik niet op Yves Leterme stem', in: De Morgen, zaterdag 9 juni 2007, p. 19.
- Grand Larousse encyclopédie en dix volumes (1962). Parijs: Librairie Larousse. [deel 6]
- L. W. Schuermans (1870), Algemeen Vlaamsch Idioticon, uitgegeven, op last van het Taal- en letterlievend genootschap Met tijd en vlijt. Torhout: Flandria Nostra. [tweedelige heruitgave in facsimile, 1984]
- Isidoor Teirlinck (1908), Zuid-Oostvlaandersch Idioticon. Gent: Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. [tweedelige heruitgave in facsimile, 1986]