Tu quoque
Tu quoque is een begrip uit het Latijn en betekent ‘jij ook’. Het wordt ook wel een jij-bak genoemd.
Een jij-bak is een drogreden en is een spottende of beschuldigende opmerking die wordt gemaakt als antwoord op een andere opmerking. Het tu quoque argument is een vorm van een ad hominem-redenering.
Inhoud |
[bewerken] Oorsprong
De oorsprong van het begrip wordt vaak gelegd in de uitspraak van Julius Caesar, die toen deze zag dat ook zijn protegé Brutus een dolk greep om met andere samenzweerders hem te doden op 15 maart 44 v.Chr., mogelijk de woorden tu quoque, mi fili (“jij ook, mijn zoon?”) of (et) tu quoque, Brute fili mi! (“Brutus, mijn zoon, jij ook!”; ook als et tu, Brute?; “jij ook, Brutus?” of “En jij, Brutus?”) zou hebben uitgesproken. Hoewel onduidelijk is wat en hoe Caesar precies heeft gezegd op dat moment, wordt de zinsfrase ‘tu quoque’ in zijn oorspronkelijke vorm nog altijd gebruikt om gebrek aan dankbaarheid voor verkregen gunsten uit te drukken.
[bewerken] Argumentatieschema
Het argumentatieschema is als volgt:
Persoon A doet uitspraak X. Persoon B stelt dat de handelingen of uitspraken van A niet consistent zijn met de waarheid van uitspraak X. Daarom is X niet waar.
Het is een verwijt van schijnheiligheid.
[bewerken] Voorbeelden
- “Ja, maar jij…”
- “Dat moet jij nodig zeggen!”
- “Roken is slecht voor de gezondheid. Maar jij hebt vroeger zelf gerookt!”
- “Beleid A is beter dan beleid B. Maar vorige week was je nog voor beleid B!”
- “Je bent zélf achterlijk!”
- “Niet ík verpest hier de sfeer met ongefundeerde beschuldigingen, dat doe jíj!”
- “Ik móést het project wel stopzetten, want hij was bezig alles naar zijn hand te zetten.”
- “Ik heb het artikel niet eenzijdig gemaakt. Ik heb het juist aangepast, omdat jíj het vanuit een niet-neutraal standpunt had geschreven.”
- “Wíj waren niet star, de werkgévers waren star, en dáárom zijn de CAO-onderhandelingen mislukt.”
- Op de opmerking “Ik ga niet voor de eerste de beste loser opzij!”, kan als jij-bak geantwoord worden: “Ik wel.”
Tu quoque is een drogreden waarmee een inhoudelijke bespreking van het oorspronkelijke argument wordt ontweken. In het voorbeeld “roken is slecht voor de gezondheid” doet het feit dat de spreker zelf gerookt heeft, of zelfs nog steeds rookt, niets af aan het argument.
[bewerken] Politiek
Een jij-bak wordt vaak in het politieke debat aangetroffen.
Het argument wordt wel gebruikt door mensen die van oorlogsmisdaden zijn beschuldigd. Die wijzen er dan op dat het land waar ze terechtstaan zich in het verleden evenzeer aan oorlogsmisdaden heeft schuldig gemaakt en dus niet het recht heeft om hen te vervolgen. Een klassiek voorbeeld is het “En jullie lynchen negers!”, wat Sovjetpolitici vaak als verweer gaven wanneer de Sovjet-Unie door de Amerikanen beschuldigd werd van mensenrechtenschendingen[bron?].
Maar ook dichter bij huis wordt in de politiek gejijbakt: Bij de regeringsverklaring van Kabinet-Rutte vroeg Femke Halsema aan VVD-fractievoorzitter Stef Blok of hij zich ook zorgen maakte over de gezamenlijke schuld van 600 miljard die Nederland door de hypotheekrenteaftrek heeft opgebouwd. Blok antwoordde: ‘Als u uw zin had gekregen, was de huizenmarkt ingestort.’ Waarop Halsema riposteerde: ‘Wordt dit de nieuwe strategie van de VVD? Jij-bakken?’[1].
[bewerken] Externe links
| Bronnen, noten en/of referenties |