Compressor (gas)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Turbocompressor)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een compressor is een apparaat dat een gas, vaak lucht, kan samenpersen en onder hoge druk beschikbaar stellen. Bij een losse compressor is het samengeperste gas het uiteindelijke doel, maar een compressor kan ook worden gebruikt in het gesloten circuit van een koelapparaat zoals een koelkast, vriezer of airconditioning. Bij gasturbines en straalmotoren maakt de compressor zelfs integraal deel uit van de motor.

Inhoud

[bewerk] Procescompressor

In de industrie en aardgaswinning worden proces compressoren gebruikt die vaak enkele megawatts aan elektrisch vermogen opnemen, of die door een gasturbine worden aangedreven. Bij de productie van ldPE wordt de grondstof etheen in meerdere compressietrappen op een druk van maximaal 2850 bar gebracht, afhankelijk van de gewenste soort PE. Bij aardgaswinning kunnen compressoren miljoenen m³ per dag samenpersen tot 80 bar. Toepassingen zijn te vinden in chemie en luchtscheiding voor het verkrijgen van edele gassen.

[bewerk] Turbocompressor

Opengewerkte turbocompressor van een vrachtauto. Het zwartgeblakerde rechter schoepenwiel is het turbinewiel, dat door uitlaatgassen wordt aangedreven. Het linker wiel, het pompwiel, pompt de inlaatlucht naar het inlaatspruitstuk
Opengewerkte turbocompressor van een vrachtauto. Het zwartgeblakerde rechter schoepenwiel is het turbinewiel, dat door uitlaatgassen wordt aangedreven. Het linker wiel, het pompwiel, pompt de inlaatlucht naar het inlaatspruitstuk
  Zie ook Turbolader 

Bij verbrandingsmotoren worden compressoren gebruikt om de hoeveelheid lucht in het brandstofmengsel in de cilinders te vergroten en daarmee ook het vermogen. Deze compressoren worden aangedreven door de krukas of door een kleine turbine die de energie in de uitlaatgassen gebruikt.

De uitlaatgasturbo bestaat uit twee stromingsmachines: een turbinewiel en een compressorwiel, die op een gemeenschappelijke as zijn gemonteerd. De turbine benut de in de uitlaatgassen aanwezig energie voor de aandrijving van de compressor die verse lucht aanzuigt en gecomprimeerde lucht in de cilinder (verbrandingskamer) perst. De turbo is stromingstechnisch met de motor verbonden. Zijn toerental hangt niet af van het motortoerental maar van het debiet uitlaatgassen. Een turbo werkt niet goed in de lage toerentallen. Het belangrijkste nadeel van een turbo wordt het "turbogat" genoemd. De turbo heeft enige tijd nodig om op toeren te komen, dit is duidelijk merkbaar bij het 'optrekken' van een auto. Eenmaal over het keerpunt heen zal een auto met turbo veel sneller accelereren dan een auto met supercharger. Daarom worden in moderne auto's hedendaags 2 turbo's in parallel geplaatst. Eén voor de lage toerentallen en één voor de hoge toerentallen.

  Zie ook Roots compressor 

Een supercharger of roots compressor is vergelijkbaar maar werkt beter bij lagere toerentallen omdat deze via aandrijfriemen wordt aangedreven door de krukas en dus de motor zelf. De turbocompressor wordt als economischer beschouwd en wordt daarom ook veel vaker gebruikt dan de supercharger.

De komende jaren zal het gebruik van turbocompressors gaan toenemen, zeker bij dieselmotoren in de autoindustrie. De grootste turbocompressor producenten zijn: Garrett, KKK, Schwitzer, Holset, Mitsubishi en IHI.

[bewerk] Luchtcompressor

Een luchtcompressor zuigt omgevingslucht aan om deze vervolgens te comprimeren. Deze gecomprimeerde lucht wordt perslucht genoemd. Het geheel bestaat, naast een compressor, vaak over een buffervat om een groot verbruik in korte tijd te kunnen opvangen bij een relatief constant blijvende druk en apparatuur om de kwaliteit van de perslucht te beïnvloeden zoals persluchtdrogers en persluchtfilters. Luchtcompressoren bestaan in vele varianten.

[bewerk] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen