Turfschip van Breda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Turfschip van Breda
List van Breda
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Een prent van Jan Luyken waarop het lossen van het schip aan de noordzijde van het kasteel te zien is.
Een prent van Jan Luyken waarop het lossen van het schip aan de noordzijde van het kasteel te zien is.
Datum 4 maart 1590
Locatie Breda, Nederland
Strijdende partijen
Prinsenvlag.svg Geuzen Flag of Cross of Burgundy.svg Spanjaarden
Commandanten
Charles de Heraugiere Paolo Lanzavecchia
Troepensterkte
70 verstopt in het turfschip
ca.10.000 manschappen buiten de poort
600
Verliezen
niemand 40
De inname van Breda in vier scènes

De list met het Turfschip van Breda is één van de bekendste voorvallen uit de Tachtigjarige Oorlog. Het leidde tot de inname van Breda op 4 maart 1590 en was niet alleen een militaire, maar vooral ook morele overwinning voor de troepen van prins Maurits.

In 1568 waren de Nederlanden in opstand gekomen tegen het schrikbewind van de hertog van Alva. Dit leidde in 1581 tot de formele onafhankelijkheidsverklaring (zie Plakkaat van Verlatinghe) en in 1587 tot de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Als reactie begonnen de Spanjaarden met een offensief. Onder meer Breda werd vrijwel direct ingenomen (zie Furie van Houtepen). Na de moord op Willem van Oranje in 1584 leek het een kwestie van tijd voordat de opstand onderdrukt zou zijn. De 18-jarige prins Maurits nam het commando over de troepen over, maar het leger van de prins was militair te zwak om de stad Breda te heroveren. De Spanjaarden hadden echter na de vernietiging van de Spaanse Armada een dusdanige tegenslag opgelopen dat zich voor Maurits nieuwe mogelijkheden openden.

De list[bewerken]

In februari 1590 werd prins Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen uit Leur. Hij had een plan om de stad in te nemen: als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit naar het idee van het Paard van Troje.

Prins Maurits zag wel wat in het idee en liet Johan van Oldenbarnevelt de details rondom de uitvoering regelen. Van Oldenbarnevelt benoemde Charles de Héraugière tot bevelhebber.

Op 25 februari 1590 stond De Héraugière samen met 75 man klaar om ingescheept te worden. Adriaen van Bergen had zich echter verslapen en kwam veel te laat opdagen. Besloten werd de volgende dag een nieuwe poging te wagen. Ditmaal zag Adriaen van Bergen de operatie niet meer zitten en trok zich terug. Twee neven waren echter bereid om de taak over te nemen en de manschappen scheepten zich in.

Aanvankelijk verliep de operatie met enkele forse tegenslagen. Door het barre weer duurde het ruim twee dagen voordat Breda bereikt werd. Al die tijd zaten de soldaten in de kou te wachten. Pas op 3 maart 's avonds laat werden de grachten van Breda binnengevaren. Het schip werd door Adriaen van Bergen naar de waterpoort van het Kasteel geloodst. Eenmaal binnen Breda dreigde een ramp: bij een botsing raakte het schip lek en slechts door hard te pompen werd voorkomen dat het schip zonk.

Rond middernacht kwamen de soldaten tevoorschijn uit het ruim. De bezetters van het kasteel werden compleet overrompeld. Hoewel ze zes keer zo veel mannen hadden, vluchtten de bezetters weg of werden ze gevangengenomen. Andere lezingen van het verhaal zeggen dat het kasteel van Breda op dat moment een minimale bezetting had, doordat de Spanjaarden in de stad carnaval vierden. Op 4 maart trok prins Maurits Breda binnen, waarna de bezetters zich definitief overgaven. De Spanjaarden probeerden direct de stad weer te heroveren, maar door kordaat ingrijpen van Van Oldenbarnevelt, die de stad direct liet bevoorraden, werd dat voorkomen.

De inname van Breda vestigde definitief Maurits' reputatie als krijgsheer. De Staten-Generaal besloten meer geld voor het leger ter beschikking te stellen, waardoor er in de volgende jaren meer successen zouden volgen.

Door G. van Bijlaar in 1590 gegoten zilveren penning op het succes van het turfschip, uitgevoerd met aangesoldeerde stekelvarkenrand en draagoog, waardoor de penning dus met vertoon gedragen kon worden. De penning heeft als ingegraveerde initialen N en I.

Vernoemd[bewerken]

Aan het Chasséveld in Breda Centrum lag vroeger een zalencentrum dat het Turfschip heette. Thans is er, na de sloop van dit zalencentrum, een complex van appartementen, kantoren, en een bioscoop gebouwd, dat ook de naam Turfschip heeft. In de gemeente Etten-Leur, de geboorteplaats van Adriaan van Bergen, is een activiteitencentrum met de naam Turfschip. In Breda is een straat vernoemd naar Adriaan van Bergen, vlakbij de locatie waar het turfschip de stad binnenvoer.

Tentoonstelling[bewerken]

In het Breda's Museum was van 17 maart tot 24 juni 1990 de tentoonstelling Het Turfschip van Breda 1590 - 1990 te zien ter gelegenheid van de 400-jarige herdenking van de inname van de stad met het turfschip.

Zie ook[bewerken]


Beluister

(info)