Turkse den
| Turkse den | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Turkse den |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
De Turkse den (Pinus brutia) is een dennensoort uit het oostelijke Middellandse zeegebied. De boom groeit het meest in Turkije, maar ook op de Oost-Egeïsche eilanden van Griekenland, in Iran, Georgië , Azerbeidzjan, het noorden van Irak, West-Syrië, Libanon en Cyprus. De Turkse den wordt in Turkije veel voor het hout gekweekt.
Beschrijving [bewerken]
De Turkse den bereikt een hoogte van 20 tot 35 meter en een maximale stamdikte van 1 meter. De schors is oranje-rood, dik en diep gespleten aan de voet van de stam, en dun en schilferig in de kroon. De naalden groeien in paren en zijn 10-16 cm lang. De kegels zijn 6 tot 11 cm lang en gemiddeld 4,5 cm breed. De kegels rijpen in 24 maanden tijd van groen naar glanzend rood-bruin. Daarna gaan ze langzaam open en laten hun zaden vallen.
De Turkse den is nauw verwant aan de aleppoden, de Canarische den en de zeeden.
Odnersoorten [bewerken]
De Turkse den telt enkele ondersoorten:
- Pinus brutia subsp. brutia var. brutia
- Pinus brutia subsp. brutia var. pityusa
- Pinus brutia subsp. brutia var. stankewiczii
- Pinus brutia subsp. brutia var. pendulifolia
- Pinus brutia subsp. eldarica