Tweede Aanvullend Protocol bij de Conventies van Genève

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht

Het Tweede Aanvullend Protocol bij de Conventies van Genève inzake de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten was een amendement op de Geneefse Conventies van 1949. Het verdrag werd gesloten op 8 juni 1977 en ging in voege 7 december 1979.

Doel[bewerken]

Dit Tweede Protocol moest de humanitaire regels die golden voor internationale conflicten uitbreiden naar interne conflicten. Uit vrees dat het protocol de soevereiniteit zou aantasten en de ordehandhaving zou bemoeilijken werden slechts 28 van de 47 voorgestelde artikelen, waaronder wel de basisbeginselen, aanvaard door de conferentie.

Ratificatie[bewerken]

Op 14 januari 2007 was het Tweede Protocol geratificeerd door 163 landen. Onder hen zijn België (1986) en Nederland (1987). Niet onder hen zijn onder meer Israël en de Verenigde Staten.

Bepalingen[bewerken]

Toepassingsgebied[bewerken]

Artikel 1[bewerken]

  1. Het protocol is van toepassing wanneer:
    • Het Eerste Aanvullend Protocol bij de Conventies van Genève dit niet is.
    • Het een conflict op het grondgebied van één van de partijen betreft.
    • Het een conflict tussen de reguliere strijdkrachten en een georganiseerde gewapende groep betreft.
    • De gewapende groep continu gecoördineerde militaire acties kan uitvoeren en het Protocol kan toepassen.
  2. Het is niet van toepassing wanneer het gaat om sporadische onafhankelijke ongeregeldheden.

Artikel 2[bewerken]

  1. Bij de toepassing van het Protocol mag niet gediscrimineerd worden.
  2. Personen die in verband met het conflict worden vastgehouden zijn beschermd door de artikels #5 en #6.

Artikel 3[bewerken]

  1. Het Protocol kan niet:
    • De soevereiniteit van een staat schenden.
    • Het herstel van de orde, de nationale eenheid of de territoriale integriteit belemmeren.
  2. Enige inmenging in het conflict rechtvaardigen.

Menselijke behandeling[bewerken]

Artikel 4[bewerken]

  1. Eenieder die niet (meer) deelneemt aan het conflict moet gerespecteerd worden inzake persoon, eer, politieke overtuiging en religie. Het is verboden te bevelen dat niemand mag overleven.
  2. Het is verboden deze personen te vermoorden, martelen, wreed of misdadig te behandelen.
  3. Kinderen in het bijzonder moeten beschermd en opgevoed worden en zo veel mogelijk met het gezin herenigd worden.

Artikel 5[bewerken]

  1. Gevangenen moeten menselijk en niet slechter dan de plaatselijke burgerbevolking behandeld worden en waarborgen krijgen. Gewonden en zieken worden beschermd door artikel #7.
  2. Tenzij het om gezinnen gaat moeten mannen en vrouwen apart worden vastgehouden en bewakers van gelijk geslacht krijgen. Ze moeten beschermd worden, kunnen corresponderen en medische verzorging krijgen.
  3. Niet-gevangenen met beperkte bewegingsvrijheid moeten eveneens menselijk behandeld worden.
  4. Na vrijlating van gevangenen moet hun veiligheid gewaarborgd worden.

Artikel 6[bewerken]

  1. Artikel over het berechten en straffen van feiten in verband met het conflict.
  2. Een veroordeling kan slechts als de betrokkene door een onpartijdige rechtbank schuldig wordt bevonden aan een strafbaar feit.
  3. De betrokkene moet zijn rechten kennen.
  4. De doodstraf kan niet worden uitgesproken tegen kinderen jonger dan 18 jaar, zwangere vrouwen en moeders van jonge kinderen.
  5. Na het conflict moet zo veel mogelijk amnestie verleend worden.

Gewonden, zieken en schipbreukelingen[bewerken]

Artikel 7[bewerken]

  1. Gewonden, zieken en schipbreukelingen moeten altijd beschermd worden.
  2. Ze moeten menselijk behandeld worden en de nodige medische zorg krijgen.

Artikel 8[bewerken]

  1. Zij moeten na gevechtshandelingen gezocht en verzameld worden.

Artikel 9[bewerken]

  1. Medische- en geestelijk personeel moet beschermd en ondersteund worden.
  2. Medisch personeel mag niet gedwongen worden voorrang te verlenen om ander dan medische redenen.

Artikel 10[bewerken]

  1. Niemand mag gestraft worden voor het uitvoeren van medische activiteiten.
  2. Medisch personeel mag niet gedwongen worden haar taken verkeerd of niet uit te voeren.
  3. Informatie die medische personeel verkrijgt via haar activiteit moet naar internationaal recht gerespecteerd worden.
  4. Medisch personeel mag niet gestraft worden voor het niet verstrekken van dergelijke informatie.

Artikel 11[bewerken]

  1. Medische transporten moeten ontzien en beschermd worden.
  2. Deze bescherming geldt niet als dit transport gebruikt wordt voor vijandige acties en na waarschuwing.

Artikel 12[bewerken]

  1. Het embleem van het Rode Kruis moet op alle medische middelen afgebeeld worden en mag niet worden misbruikt.

De burgers[bewerken]

Artikel 13[bewerken]

  1. Burgers moeten beschermd worden tegen de militaire handelingen.
  2. Ze mogen niet aangevallen of bedreigd worden.
  3. Deze bescherming geldt niet als ze aan de gevechtshandelingen deelnemen.

Artikel 14[bewerken]

  1. Het is verboden voor burgers levensnoodzakelijke goederen te ontnemen.

Artikel 15[bewerken]

  1. Het is verboden bouwwerken aan te vallen als dit zware verliezen onder de bevolking zouden veroorzaken, bv. stuwdammen en kerncentrales.

Artikel 16[bewerken]

  1. Het is verboden cultuurgoederen van een volk aan te vallen of militair te gebruiken.

Artikel 17[bewerken]

  1. Het is verboden burgers om andere dan veiligheidsredenen gedwongen te verplaatsen. Indien toch nodig moeten ze redelijk onderhouden worden.
  2. Het is verboden hen te dwingen hun eigen grondgebied te verlaten.

Artikel 18[bewerken]

  1. Hulpverenigingen en burgers kunnen hun medische diensten aanbieden.
  2. Hulpacties moeten met instemming van de ondertekenende partij ondernomen worden als de burgerbevolking ernstig onder het conflict te lijden heeft.

Slotbepalingen[bewerken]

Artikel 19[bewerken]

  1. Het Protocol moet zo ruim mogelijk worden verspreid.

Artikel 20[bewerken]

  1. Het Protocol kan tot zes maanden na de slotakte getekend worden door de Partijen en blijft twaalf maanden open.

Artikel 21[bewerken]

  1. Het Protocol moet zo snel mogelijk bekrachtigd worden waarvan de akten moeten worden ingediend bij Zwitserland dat depositaris is.

Artikel 22[bewerken]

  1. Iedere Partij die niet heeft ondertekend kan toetreden, eveneens met akte bij de depositaris.

Artikel 23[bewerken]

  1. Het Protocol gaat in nadat twee akten van bekrachtiging of toetreding zijn ingediend.
  2. Hierna gaat het in zes maanden na de bekrachtiging of toetreding van een Partij.

Artikel 24[bewerken]

  1. Een voorstel tot wijziging moet worden ingediend bij de depositaris die na consultatie van alle partijen beslist of een conferentie omtrent moet worden gehouden.
  2. Bij een conferentie worden alle Partijen uitgenodigd.

Artikel 25[bewerken]

  1. Een opzegging gaat in zes maanden na de akte hiervan. Als de Partij zich op dat moment in een conflict bevindt blijft het Protocol in voege tot het einde hiervan. Gevangenen blijven beschermd tot hun vrijlating.
  2. De opzegging moet schriftelijk worden meegedeelt aan de depositaris die de Partijen op de hoogte brengt.

Artikel 26[bewerken]

  1. De depositaris brengt de andere Partijen op de hoogte van ingediende akten e.d.

Artikel 27[bewerken]

  1. Nadat het Protocol in voege treedt stuurt de depositaris het naar de Verenigde Naties ter registratie en publicatie.
  2. De depositaris brengt ook de V.N. op de hoogte van bekrachtigingen en toetredingen.

Artikel 28[bewerken]

  1. De originele tekst van het Protocol is gelijkwaardig in het Arabisch, Chinees, Engels, Frans, Russisch en Spaans.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]