Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog
La Domenica del Corriere viert de Italiaanse overwinning in Ethiopië
La Domenica del Corriere viert de Italiaanse overwinning in Ethiopië
Datum oktober 1935-mei 1936
Locatie Ethiopië
Resultaat Italiaanse bezetting en poging tot kolonisatie van Ethiopië
Strijdende partijen
Italië Ethiopië
Commandanten
Benito Mussolini,
Pietro Badoglio,
Rodolfo Graziani,
Emilio de Bono,
Vincenzo LaCorte di Leuca I
Haile Selassie,
Ras Imru
Troepensterkte
300,000 man 100.000 tot 250.000 man, slecht bewapend en uitgerust
Verliezen
ca. 9.500 doden, ca. 44.000 gewonden ten minste 16.000 gedode militairen, onbekend aantal gedode burgers (wellicht 275.000)

De Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog was de strijd om Ethiopië tussen het fascistische Italiaanse Koninkrijk en het Ethiopische Keizerrijk. De oorlog duurde zeven maanden en leidde tot de Italiaanse bezetting van Ethiopië. De inval werd door de Volkenbond als agressie van Italië bestempeld maar de sancties waren niet effectief. Tezamen met de Japanse inval in China toonde deze oorlog de machteloosheid van de Volkenbond aan. Vanaf dat moment werd de bond, die door veel landen sowieso al werd gezien als het verlengstuk van Groot-Brittannië en Frankrijk, niet meer serieus genomen. Voor Nazi-Duitsland vormde dit de lakmoesproef met het oog op de geplande eigen agressie tegen Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije en de herbezetting van het Rijnland. Wellicht zou Duitsland deze acties niet hebben aangedurfd als de Volkenbond krachtig en effectief tegen Italië was opgetreden.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Italië leek zich onder Mussolini tot een grote mogendheid te ontwikkelen. Het bezat een permanente raadszetel in de Volkenbond, het fascisme werd als voorbeeld beschouwd door velen, binnenlands heersten orde en gezag. Italië bezat dus internationaal een belangrijke stem in het kapittel. In 1934 nog had Mussolini Oostenrijk beschermd tegen Duitse agressie, en daarmee een diplomatieke overwinning behaald. Het leek onwaarschijnlijk dat Italië uitgerekend Ethiopië zou willen aanvallen; in 1923 had Italië nog geijverd voor de toelating van Ethiopië tot de Volkenbond. In 1928 was de verhouding bekrachtigd door een vriendschapsverdrag.

Mussolini leek hier aanvankelijk tevreden mee, maar het Italiaanse koloniale rijk stelde in zijn ogen toch te weinig voor vergeleken met dat van Groot-Brittannië en Frankrijk. Zelfs landen als Nederland en België hadden grotere koloniale rijken. Ethiopië was het makkelijkst te bezetten en bovendien vrijwel het enige onafhankelijke land dat nog over was in Afrika. Bovendien had Italië in de Eerste Italiaans-Ethiopische Oorlog in 1896 een nederlaag geleden bij Adwa, aan de Eritrees-Ethiopische grens, en die wilde Mussolini wreken.

In december 1934 kwam zijn kans toen Ethiopische troepen slaags raakten met Somalische troepen onder Italiaanse vlag, bij de Walwal-oase in de Ogaden-woestijn. De grens was niet duidelijk vastgelegd, en beide zijden meenden op eigen grondgebied te zijn. Het was maar een klein incident, dat beide landen makkelijk onderling of via de Volkenbond hadden kunnen oplossen. Bovendien vereiste het verdrag uit 1928 dat een dergelijke zaak ter arbitrage zou worden voorgelegd. In plaats daarvan verkoos Mussolini de zaak te laten escaleren door steeds zwaardere eisen te stellen. De plaatselijke gouverneur moest persoonlijk naar de Walwal-oase komen en de Italiaanse vlag groeten. Bovendien moest Ethiopië schadevergoeding betalen, liefst natuurlijk in natura in de vorm van gebiedsafstand.

Haile Selassie reageerde met het aanhangig maken van de kwestie bij de Volkenbond, maar hij trachtte ook Mussolini te paaien door hem een gebied bij de Walwal-oase aan te bieden. Maar Mussolini liet zijn troepen naar Eritrea verschepen en weigerde iedere toenadering. Ook nadat een commissie van de Volkenbond in het voordeel van Ethiopië uitspraak had gedaan betreffende Walwal, bleef Italië op basis van secundair ingebrachte klachten en eisen zich agressief opstellen.

In september 1935 leek het erop dat de Volkenbond krachtig zou optreden tegen Italiaanse agressie. De Britse minister van buitenlandse zaken Samuel Hoare hield een vlammend betoog in de Volkenbond, en een Britse vloot voer de Middellandse Zee in. Mussolini wist echter dat dit te maken had met een vlootoefening die sowieso al gepland was, en dat de vloot slecht uitgerust was. Hij was dan ook niet onder de indruk. Op 3 oktober 1935 vielen Italiaanse troepen Abessinië (het huidige Ethiopië) binnen vanuit Italiaans-Somaliland en Eritrea.

De eerste fase[bewerken]

De Italiaanse colonnes rukten op, en met hen ook de Eritreërs, die hun kans om zich op hun oude vijand Ethiopië te wreken met beide handen aannamen. Ook opstandige stammen binnen Ethiopië, zoals de Galla, sloten zich bij de aanvallers aan. Haile Selassie had grote gebieden aan zijn grenzen ontruimd om de Italianen niet te prikkelen en aanvankelijk ontmoetten de legers weinig weerstand.

De met speren bewapende Abessijnen konden niets uitrichten tegen de bommenwerpers en tanks van de Italianen. De logistiek en bevoorrading van de Ethiopische legers was in alle opzichten verouderd. Haile Selassie kondigde aan dat iedere getrouwde krijger zijn vrouw moest meenemen en iedere ongetrouwde krijger een willekeurige ongetrouwde vrouw mocht uitkiezen, zodat de vrouwen voor het eten konden zorgen. De soldaten waren ondervoed, militaire discipline was hen vreemd en ze werden gemakkelijk afgeleid. Na een geleverde strijd keerden zij vaak terug naar hun dorp. In man-tot-man gevechten en hinderlagen konden ze de Italianen verslaan, maar zelfs de soldaten die de beschikking hadden over vuurwapens wisten meestal niet hoe ze daarmee om konden gaan. Met name in het open veld waren de Italianen hierdoor superieur aan de Ethiopiërs. Bovendien beschikten de Italianen over iets dat Ethiopië niet had: een moderne luchtmacht. Na drie dagen oorlog hadden de Italianen Adwa veroverd door deze stad vanuit de lucht te bombarderen. Vittorio, de zoon van Mussolini en zelf oorlogsvlieger, vond het erg vermakelijk om Ethiopische soldaten vanuit de lucht te bombarderen of te beschieten. Vanuit de lucht zag hij de soldaten alle kanten opvluchten, wat volgens hem leek op "een bloem die plotseling opbloeit". Toch ging de opmars niet van een leien dakje. Het slechte wegennet werkte met name in het nadeel van de gemotoriseerde Italiaanse troepen. Bovendien bleven de Ethiopiërs weerstand bieden, soms maakten ze zelfs met blote handen de aandrijfkettingen van een tank onklaar. Begin december 1935 waren de Italianen 130 km opgerukt.

Internationale reactie[bewerken]

De Volkenbond reageerde met handelssancties maar Frankrijk bleef wegens economische redenen handel voeren met Italië. De sancties zouden, zelfs al waren ze uitgevoerd, bovendien niet erg effectief zijn geweest: ze omvatten onder andere ezels en aluminium (zaken die Italië zelf voldoende bezat), verder nikkel, tin en rubber, maar geen kolen, ijzer, staal en olie. De olie-exporterende leden van de Volkenbond wisten namelijk dat Italië hoe dan ook olie uit de Verenigde Staten kon kopen, en redeneerden dat een olie-embargo zich dus uiteindelijk tegen henzelf zou keren. Bovendien zou een te streng embargo wellicht leiden tot een escalatie van de oorlog naar het Europese vasteland. Om dezelfde reden durfden de Britten niet het Suezkanaal voor Italiaanse (troepen)schepen te sluiten, wat direct een einde aan het militaire avontuur zou hebben gemaakt. Niettemin vormden de sancties wel koren op de molen van Mussolini, die er zijn populariteit mee opkrikte. Hij riep zijn volk op tot het brengen van "offers" nu de Britten en Fransen Italië zijn plaats onder de zon misgunden. Italiaanse echtparen leverden spontaan hun gouden huwelijksringen in in ruil voor stalen om zo de oorlog te helpen financieren.

De Britse minister Hoare, die op 11 september 1935 nog zo'n vlammend betoog in de Volkenbond had gehouden, had inmiddels met zijn Franse collega Laval een vredesplan ontworpen, het Hoare-Lavalplan ontworpen dat grote delen van Ethiopië aan Italië zou toekennen. 150.000 vierkante kilometer Ethiopisch grondgebied zou volledig worden afgestaan en nog eens 400.000 vierkante kilometer zou praktisch onder Italiaanse controle komen. Ethiopië zou worden teruggebracht tot een rompstaat in de Ethiopische hooglanden. In ruil hiervoor zou Ethiopië een haven aan en een corridor naar de Rode Zee krijgen; waarschijnlijk zou het daarbij gaan om Zeila in Brits-Somaliland.

Dit plan zou later aangehaald worden als een schoolvoorbeeld van het wijken van het ideaal van internationale samenwerking voor eigenbelang. De Britten waren de oorlog zat, en de Fransen waren bang dat de hele episode Italië in de armen van Duitsland zou drijven.

Zowel Italië als Ethiopië verwierpen het plan: Italië vond de 150.000 km² nog te gering, en wenste bovendien een overheersende rol in de 'internationale commissie' die in het plan namens de Volkenbond de Ethiopische regering zou assisteren, adviseren en controleren. Ethiopië was van mening dat elke vorm van gebiedsafstand aan Italië een beloning voor agressie zou zijn. Het plan had geheim moeten blijven tot alle partijen en de Volkenbond het hadden geaccepteerd. Het lekte echter uit naar de pers, en de publieke opinie sloot zich aan bij de Ethiopische bezwaren. Een belangrijk punt van kritiek was hierbij de bepaling dat Ethiopië geen spoorlijn door zijn corridor naar de verkregen haven zou mogen aanleggen. De politieke rekening kregen Hoare en Laval direct gepresenteerd: ze werden gedwongen ontslag te nemen.

De tweede fase[bewerken]

In december 1935 en januari 1936 hadden de Italiaanse troepen zich beziggehouden met de aanleg van wegen en onbeduidende schermutselingen, maar half januari werd de opmars naar Addis Abeba hervat. Mussolini had inmiddels bevelhebber De Bono vervangen door Badoglio, omdat eerstgenoemde te veel zou treuzelen. De oorlog ging op dezelfde voet verder als in oktober en november. De Italianen gingen ook over tot het omkopen van provinciale leiders, de Ras. Ze klaagden bij de Volkenbond dat de Ethiopiërs gevangengenomen soldaten onthoofdden en het Rode Kruisembleem misbruikten. De Ethiopiërs beschuldigden de Italianen van het bombarderen van Rode Kruisposten en het gebruik van verboden wapens als dumdumkogels en mosterdgas. De beschuldigingen waren moeilijk na te trekken, maar vast is komen te staan dat de Italiaanse troepen inderdaad gebruik hebben gemaakt van mosterdgas. Op 2 mei 1936 verliet Haile Selassie zijn hoofdstad, en op 5 mei trok Pietro Badoglio aan het hoofd van een militaire kolonne Addis Abeba in. Ethiopiërs stonden langs de kant en brachten de fascistengroet. Twee dagen later annexeerde Italië Ethiopië. Koning Victor Emmanuel III zou vanaf dat moment zowel koning van Italië als keizer van Abessinië zijn. Niet ieder land zou deze keizerstitel echter erkennen.

Nasleep en gevolgen[bewerken]

Duitsland zag de machteloosheid van de Volkenbond en werd hierdoor aangemoedigd om in maart 1936 het Rijnland te herbewapenen. De bond, nog steeds in beslag genomen door de oorlog in Afrika, kwam niet verder dan een plechtige verklaring dat het verdrag van Locarno inderdaad geschonden was.

Op 30 juni 1936 verscheen Haile Selassie in een bijzondere zitting van de Volkenbond in Genève. Italiaanse journalisten maakten vanaf de publieke tribune de keizer belachelijk: ze floten hem uit en maakten oerwoudgeluiden. Na hun verwijdering sprak Selassie drie kwartier. Zijn toespraak was een vurige wens voor gerechtigheid, en de waarschuwing dat ieder van de lidstaten wel eens het volgende slachtoffer van agressie zou kunnen zijn. Het was vergeefs, na twee weken trok de bond alle sancties tegen Italië in. De Italiaanse bezetting van Ethiopië werd door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk niet officieel erkend, maar dat was dan wel de enige overblijvende maatregel. Desondanks was de verhouding tussen Italië en deze landen volledig verstoord, en werd het fascistische Italië daardoor tot een inniger samenwerking met het nationaalsocialistische Duitsland gedreven. Duitsland op zijn beurt zag de machteloosheid van de Volkenbond en de internationale gemeenschap, en werd daardoor aangemoedigd zijn territoriale wensen in daden om te zetten.

De bezetting (kolonisatie volgens de Italianen) van Ethiopië zou maar vijf jaar duren. In juni 1940 verklaarde Mussolini de oorlog aan de geallieerden en viel Frankrijk, Egypte en Brits-Somaliland binnen. Slechts de laatste operatie was tijdelijk succesvol, maar al vanaf maart 1941 werden Ethiopië en de rest van Italiaans Oost-Afrika door de Britten vanuit Soedan en Kenia veroverd, ondersteund door Ethiopische vrijscharen. In december van dat jaar zou Haile Selassie als eerste van de door de asmogendheden verdreven staatshoofden weer voet in zijn eigen hoofdstad zetten.