Tweede amendement van de grondwet van de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het tweede amendement van de Grondwet van de Verenigde Staten is een onderdeel van de Bill of Rights, dat op 15 december 1791 werd toegevoegd aan de grondwet. Het artikel geeft individuen het recht op het bezitten en dragen van wapens. De moderne interpretatie die aan het artikel moet worden gegeven zorgt voor een uitgebreid en gepolariseerd debat binnen de Amerikaanse samenleving.

Tekst[bewerken]

Het tweede amendement, zoals aangenomen door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, luidt:

Aanhalingsteken openen

A well regulated Militia, being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed.

Aanhalingsteken sluiten

(Nederlands: „Aangezien een goed geregelde militie nodig is voor de veiligheid van een vrije staat, zal geen inbreuk worden gemaakt op het recht van het volk om wapens te bezitten en te dragen.“

Het origineel en de kopieën, verspreid aan de staten en vervolgens door hen geratificeerd, hadden een andere kapitalisatie en interpunctie:

Aanhalingsteken openen

A well regulated militia being necessary to the security of a free State, the right of the People to keep and bear arms shall not be infringed.

Aanhalingsteken sluiten

Beide versies worden gebruikt in officiële overheidspublicaties. Het originele, handgeschreven exemplaar van de Bill of Rights, goedgekeurd door het Huis en de Senaat, werd geschreven door de kopiist William Lambert en hangt in de Nationale Archieven. In District of Columbia v. Heller gebruikt het Hooggerechtshof de tekst van het Huis en de Senaat.

Het tweede amendement is het enige constitutionele amendement dat voorafgegaan wordt door een bijzin. Dergelijke constructies kwamen echter elders vaker voor.

Externe link[bewerken]