Tweede slag bij Charleston Harbor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede slag bij Charleston Harbor
Onderdeel van de Amerikaanse Burgeroorlog
Fort Sumter na de beschieting
Fort Sumter na de beschieting
Datum 17 augustus tot 7 september 1863
Locatie Morris Island, South Carolina & Fort Sumter, South Carolina
Resultaat onbeslist
Strijdende partijen
US Naval Jack 35 stars.svg
Verenigde Staten
CSA FLAG 28.11.1861-1.5.1863.svg
Geconfedereerde Staten
Commandanten
Quincy Adams Gillmore
John A. Dahlgren
P.G.T. Beauregard
Troepensterkte
X Corps Forts Wagner & Sumter garnizoenen
Verliezen
117 onbekend

De Tweede slag bij Charleston Harbor vond plaats tussen 17 augustus en 7 september 1863 nabij Charleston, South Carolina.

De slag[bewerken]

Na twee vruchteloze pogingen om Fort Wagner te veroveren, besloot de Noordelijke generaal-majoor Quincy Adams Gillmore om het fort te belegeren. De Noordelijken gebruiken hiervoor een aantal nieuwe wapens. De kanonniers zetten het Requa kanon in. Dit was een kanon met 25 lopen. De genie legde loopgraven aan in een zigzagpatroon. Om de belegerden te verblinden werden kogels afgeschoten die een fel licht produceerden. Dit verminderde de accuratesse van de Zuidelijke troepen om terug te schieten. De Zuidelijken hadden eveneens verschillende voordelen ten opzichte van de vijand. De vijandelijke loopgraven werden in zanderige bodem gegraven, wat de stabiliteit niet ten goede kwam. Ook werden de lichamen van Noordelijke soldaten aangetroffen.

Nadat de belegeringskanonnen in stelling gebracht werden, opende Gillmore op 17 augustus het vuur op Fort Sumter. Tegen 23 augustus was het metselwerk van het fort beschadigd. Beauregard verwijderde verschillende kanonnen. Gillmore stuurde hierop een boodschap naar het United States Department of War met de mededeling dat Fort Sumter nog maar een ruïne was.

Na het uitschakelen van Fort Sumter richtte Gillmore zijn aandacht op Fort Wagner. Ook daar werden de belegeringskanonnen in stelling gebracht. Door het bombardement werden de leefomstandigheden in Fort Wagner zeer moeilijk. De garnizoenscommandant deelde Beauregard mee dat er nog een 400 manschappen in staat waren om het fort te verdedigen. In de nacht van 6 september op 7 september werd Fort Wagner verlaten. Diezelfde dag nog werd het fort ingenomen door de Noordelijken.

Gevolgen[bewerken]

Fort Wagner had het 60 dagen uitgehouden. In die 60 dagen werd het fort voortduren gebombardeerd. De Noordelijken hadden een strategische plaats veroverd in de monding van Charleston Harbor en het sterkste fort tot puin geschoten. Charleston en Fort Sumter bleven echter in Zuidelijke handen tot William T. Sherman South Carolina binnentrok in 1865

Bron[bewerken]

National Park Service - Charleston Harbor