Tweelingtransfusiesyndroom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Tweelingtransfusiesyndroom
Coderingen
ICD-10 O43.0, P02.3, P50.3
ICD-9 762.3, 772.0
DiseasesDB 32064
MeSH D005330
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
TTTS babypic.jpeg
Tweelingtransfusiesyndroom

Het tweelingtransfusiesyndroom (TTS), ook wel het twin-to-twin transfusion syndrome (TTTS) genoemd,[1] ontstaat bij eeneiige, monochorionotische tweelingen (dat wil zeggen tweelingen die het chorionvlies en de placenta met elkaar delen). Wanneer de twee kinderen samen doen met één placenta en één chorion (het buitenste eivlies), kan er een verbinding ontstaan (derde circulatie genoemd) tussen de slagaderen van het ene kind en de aderen van het andere. Hierdoor zal het ene kind (de transfuseur) te weinig bloed voor zichzelf hebben, met bloedarmoede, uitdroging en groeivertraging als gevolg. Het andere kind (de transfusé) krijgt te veel bloed, met als gevolg overvulling van de bloedvaten, oedeem en te veel vruchtwater. Bij ernstige vormen hiervan is de kindersterfte 60 tot 100%. In 7 Nederlandse centra waren er (1999) in 3 jaar 61 casussen, in 36 waarvan een interventie plaatsvond; 63 kinderen (van de 122) overleefden, 10 met langetermijnmorbiditeit.[2]

Incidentie[bewerken]

Het tweelingtransfusiesyndroom wordt gezien bij 5,5 tot 17,5% van alle zwangerschappen, waar er maar één chorion (en placenta) is. Dit zou betekenen dat het voorkomt bij ongeveer 3 kinderen per 2000 geboorten. Het lijkt echter veel minder vaak gezien te worden, mogelijk doordat de kinderen door andere oorzaken overlijden. In Nederland worden jaarlijks 50 tot 100 kinderen gezien.

Opsporing en verschijnselen[bewerken]

Het is belangrijk al voor de derde zwangerschapsmaand op te sporen of een tweeling één chorion en één placenta heeft en zo ja, of er sprake is van een derde circulatie, dus of er verbindingen zijn tussen hun bloedvaten. Afhankelijk van aantal, soort en richting van de verbindingen (anastomosen) kan de hoeveelheid bloed die beide kinderen hebben onevenredig verdeeld raken. De transfuseur heeft een verminderd bloedvolume, ontwikkelt zich te weinig en blijft achter in groei. Hij heeft ook een tekort aan vruchtwater. De ander heeft juist te veel bloed, wat het hart overbelast en tot hartfalen kan leiden, en heeft te veel vruchtwater. In de eerste helft (tot 26 weken van de zwangerschap, kan TTTS de dood van beide foetussen veroorzaken, of het kan leiden tot ernstige handicaps. Daarna overleven de kinderen meestal de bevalling en is er een grotere kans dat er geen handicaps zullen zijn.

Behandeling[bewerken]

Kijkoperatie waarbij de verbindingen tussen de bloedvaten met een laser worden dichtgebrand.

Vaak wordt vruchtwater weggenomen bij het kind dat er te veel van heeft. Dit is niet zonder risico's, omdat het, wanneer het vaak gebeurt, miskramen kan veroorzaken. Ook kan een opening in het tussenschot worden gemaakt, waardoor het vruchtwater eerlijker verdeeld wordt. De kans op problemen met de navelstrengen wordt daardoor wel weer groter. Soms wordt met behulp van een laser het verbindende bloedvat afgesloten. Dit is een behandeling die ervaring vereist en die daarom aan superspecialisten, die zich op dit terrein weer verder gespecialiseerd hebben, overgelaten wordt.

TTS in de kunst[bewerken]

De Wikkelkinderen (1617, schilder onbekend) lijkt TTS uit te beelden

Het schilderij De Wikkelkinderen, uit 1617, is waarschijnlijk een afbeelding van TTS.[3] We zien twee identieke kinderen, maar de een ziet bleek en de ander rood. De kinderen zijn beide overleden voor ze volwassen werden.

Externe links[bewerken]


  1. Andere namen zijn (foeto-)foetaal transfusiesyndroom, of transfuseur-transfusé-fenomeen.
  2. Ned. Tijdschr. Geneeskd. 1999;143:1022-7
  3. Berger H, de Waard F, Molenaar Y (2000). A case of twin-to-twin transfusion in 1617.. Lancet 356 (9232): 847–8 . PMID:11022944. DOI:10.1016/S0140-6736(00)02665-9.