Tyne Cot Cemetery

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beeld van Tyne Cot Cemetery
Cross of Sacrifice
Monument
Tyne Cot vanuit de lucht

Beschrijving[bewerken]

Tyne Cot Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog gelegen in het Belgische dorp Passendale. De begraafplaats ligt 2,1 km ten zuidwesten van het dorpscentrum en 1,7 km ten noorden van Zonnebeke. Op Tyne Cot liggen meer gesneuvelden begraven dan op alle andere Britse militaire begraafplaatsen op het Europese vasteland.

Het terrein heeft een oppervlakte van 34.941 m² en de Commonwealth War Graves Commission zorgt voor het onderhoud. De begraafplaats is ontworpen door Sir Herbert Baker in samenwerking met John Truelove. Een muur van zwart vuurstenen keien, afgedekt met witte natuursteen, omgeeft hem. Het toegangsgebouw is eveneens uit zwarte vuursteen opgebouwd. Achteraan bevindt zich het halfcirkelvormige Tyne Cot Memorial met de namen van 33.783 vermiste Britse soldaten en, in een afzonderlijke apsis, nog eens 1176 vermiste Nieuw-Zeelanders.

Aan elk uiteinde van de Memorialmuur staat een paviljoen. Centraal op het terrein bevindt zich het Cross of Sacrifice, gebouwd bovenop een bunker die vóór de verovering als Duitse commandopost dienst deed. De Stone of Remembrance staat achteraan, tussen het Memorial to the missing en het Cross of Sacrifice. Twee bunkers bevinden zich aan de voorzijde van de begraafplaats, twee andere bevinden zich achteraan, onder de paviljoenen langs weerszijden van de Memorialmuur.

In het toegangsgebouw bevindt zich het kastje waarin het register met de namen en de locatie van de graven. Er is ook een Visitors book waarin men een boodschap kan schrijven. Aan de buitenzijde van de ingang hangen 3 gedenkplaten in Nederlands, Frans en Engels. Ze vermelden deze tekst: "Deze grond werd voor eeuwig door de Belgische bevolking aan de geallieerde troepen geschonken, uit dankbaarheid voor hun inzet". Deze begraafplaats is een Open Cemetery, d.w.z. dat er nog stoffelijke resten uit de omringende slagvelden kunnen bijgezet worden. In oktober 2002 werd nog een laatste dode begraven.

Er liggen 11.957 doden begraven, waarvan 8369 niet meer geïdentificeerd konden worden.

Geschiedenis[bewerken]

Het dorp Passendale was sedert oktober 1914 in Duitse handen. Tijdens de Derde Slag om Ieper, die op 31 juli 1917 begon en op 10 november 1917 eindigde, wilden de geallieerden het dorp heroveren. Na meer dan drie maanden strijd heroverde de 5th Canadian Infantry Brigade Passendale. Na het Duitse Lenteoffensief, in het voorjaar van 1918, kwam het dorp opnieuw in Duitse handen. Dit bleef zo tot het Belgische 4de Regiment Carabiniers en Grenadiers het dorp op 29 september 1918 definitief heroverden tijdens het geallieerde Eindoffensief.

De naam Tyne Cot(tage) werd door de 50th Northumbrian Division aan een schuurtje gegeven dat te midden van een vijftal Duitse betonnen bunkers stond, langs de weg van Broodseinde naar Passendale. Hiermee verwezen ze naar de huisjes (cottages) langs de Tyne, een rivier in Noord Engeland die door Northumberland loopt. De grootste bunker werd na de verovering op 4 oktober 1917 door de 3rd Australian Division ingericht als Advanced Dressing Station (medische verbandpost). Tot eind maart 1918 werden hier ook de gesneuvelden begraven. Dit was de start van deze begraafplaats.

Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid met doden uit de slagvelden rond Langemark en Passendale en door de ontruiming en overbrenging van kleinere begraafplaatsen. Deze waren de: Iberian South Cemetery en Iberian Trench Cemetery in Sint-Juliaan, Kink Corner Cemetery en Levi Cottage Cemetery in Zonnebeke, Oostnieuwkerke German Cemetery in Oostnieuwkerke, Praet-Bosch German Cemetery in Vladslo, Staden German Cemetery in Staden, Waterloo Farm Cemetery in Passendale en Zonnebeke British Cemetery No.2 in Zonnebeke.

Nu liggen er 8963 Britten (waaronder 6627 die niet geïdentificeerd konden worden), 1369 Australiërs (waaronder 791 ongeïdentificeerd), 1011 Canadezen (560 ongeïdentificeerd), 520 Nieuw-Zeelanders (322 ongeïdentificeerd), 90 Zuid-Afrikanen (66 ongeïdentificeerd) en 1 geïdentificeerde en 3 niet geïdentificeerde Duitsers. Onder de geallieerde slachtoffers zijn er ook één Zwitser, drie Japanners en 16 Amerikanen. Voor 38 Britten, 27 Canadezen, 15 Australiërs en 1 Nieuw-Zeelander werden Special Memorials[1] opgericht omdat men hun graven niet meer kon lokaliseren en waarvan men aanneemt dat ze zich onder de ongemarkeerde graven bevinden. Zestien Britten en één Nieuw-Zeelander worden eveneens herdacht met Special Memorials[2] omdat ze oorspronkelijk op andere begraafplaatsen waren begraven maar hun graven door oorlogsgeweld vernield werden.

Graven[bewerken]

  • Kapitein Clarence Smith Jeffries van het 34th Battalion Australian Infantry, sneuvelde op 12 oktober 1917 tijdens een succesvolle aanval waarbij hij twee machinegeweren uitschakelde en 30 Duitsers als krijgsgevangenen afvoerde. Hij ontving hiervoor het Victoria Cross. Hij was 23 jaar oud.
  • Sergeant Lewis McGee van het 40th Battalion Australian Infantry kreeg het Victoria Cross voor zijn koelbloedig en moedig leiden van zijn peloton bij het veroveren van een vijandelijke bunker en het eigenhandig uitschakelen van de bemanning. Hij sneuvelde op 12 oktober 1917 tijdens een latere actie. Hij was 29 jaar oud.
  • Soldaat James Peter Robertson van het 27th (Manitoba) Battalion Canadian Infantry. Op 6 november 1917 wou hij na een eerder geslaagde actie, waarbij hij met zijn peloton een vijandelijke machinegeweerpost veroverd had, twee zwaar gewonde makkers onder hevig vijandelijk vuur in veiligheid brengen. Hij sneuvelde bij het terugbrengen van de tweede man. Hij was 35 jaar. Hiervoor werd hem het Victoria Cross toegekend.
  • Korporaal Richard Verhaeghe van het 5nd Bn, Canadian Mounted Rifles. Was een Belgische immigrant met Canadese nationaliteit. Hij was houder van de Military Medal (MM). Hij sneuvelde op 30 oktober 1917.
  • Brigadegeneraal James Foster Riddell. Hij maakte deel uit van de Generale Staf en is de hoogste in rang op deze begraafplaats. Hij stierf op 26 april 1915 in de leeftijd van 52 jaar.
  • Soldaat John Nicholas Crowley van het 34th Bn, Australian Infantry. Hij stierf op 12 oktober 1917 en is met zijn 52 jaar de oudste gesneuvelde soldaat op deze begraafplaats.

Op het "Memorial to the missing" staan nog 3 dragers van het Victoria Cross vermeld:

  • Luitenant Kolonel Philip Eric Bent DSO, van het Leicestershire Regiment 9th Bn sneuvelde op 1 oktober 1917. Hij werd 26 jaar.
  • Korporaal William Clamp van het 6th Bn. Yorkshire Regiment sneuvelde op 9 oktober 1917. Hij werd 26 jaar.
  • Korporaal Ernest Seaman van het 2nd Bn. Royal Inniskilling Fusiliers sneuvelde op 29 september 1918. Hij werd 25 jaar.

In 2002 werd de begraafplaats als monument beschermd.[3]

Overige informatie[bewerken]

  • Tyne Cot ontvangt jaarlijks ongeveer 200.000 bezoekers. Om dit in goede banen te leiden werd in 2006 achter de begraafplaats een bezoekerscentrum en parkeerplaats ingericht. Op deze manier wordt men langs de achterkant van de begraafplaats via de buitenzijde rondgeleid tot aan de ingang aan de voorkant.
  • In 1922 bezocht Koning George V de begraafplaats en stelde voor om het Cross of Sacrifice boven op de grootste betonnen bunker te plaatsen.

Externe links[bewerken]

(video)
Virtuele rondreis: Virtuele rondreis over de begraafplaats.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Deze grafstenen dragen als bijkomende tekst: Known to be buried in this cemetery
  2. Op deze grafstenen staat de oorspronkelijke begraafplaats van de slachtoffers vermeld.
  3. Tyne Cot Cemetery - Fiche Onroerend Erfgoed