Typografische eenheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Typografische eenheden zijn maateenheden die gebruikt worden binnen de grafische industrie, onder andere om de grootte van lettertypes en regelafstanden aan te geven. Doorgaans wordt hiervoor niet het metriek stelsel gebruikt, maar een twaalftallig stelsel. Europa en de Angelsaksische wereld gebruiken elk een eigen maatsysteem, beide gebaseerd op 'punten', maar van verschillende grootte.

Inhoud

[bewerken] Ontwikkeling

[bewerken] Europees systeem

De punt werd door Pierre Simon Fournier in 1737 ingevoerd. Deze Fournierpunt bedroeg 0,34882 mm. Hij baseerde zijn systeem op de Franse voet, die was onderverdeeld in 12 duimen. Deze twaalf duimen waren weer onderverdeeld in nog eens 12 strepen, welke elk onderverdeeld waren in 12 punten. Fournier gebruikte voor zijn typografische punten twee van zulk soort punten. Rond 1770 besloot een andere Franse lettergieter, Pierre François Didot, deze voet in te wisselen voor de gangbaardere Koningsvoet (Pied du Roi), die iets groter was, met als gevolg dat de punt ook iets dikker werd. Een Didotpunt bedraagt derhalve 0,376065 mm. Dit verschil lijkt klein, maar is aanzienlijk, want in 11 Didotpunten gaan 12 Fournierpunten. Wel zijn beide punten dus 1/72e duim, maar gebaseerd op een verschillende duim.

Vaste maten zoals twaalf Didotpunten ofwel 12dd (de verdubbeling duidt een meervoud aan), hebben eigen namen gekregen. De genoemde 12dd wordt ook wel cicero of augustijn genoemd. Deze groottes waren ook vóór de invoering van de Didotpunt in gebruik, maar hebben pas daarna een vaste waarde gekregen.

[bewerken] Angelsaksisch systeem

Buiten Europa, en inmiddels ook binnen Europa, is een ander systeem, weliswaar ook gebaseerd op punten, maar met andere maten, in gebruik. Er waren in Groot-Brittannië en de VS al vele pogingen ondernomen om tot een uniform eenhedenstelsel te komen, maar de echte standaard kwam pas in 1886 toen het American Point System (Amerikaanse puntstelsel) werd ingevoerd. Dit stelsel werd voorgesteld rond 1870 door Nelson C. Hawks van de Marder Luse & Company in Chicago. Hij gebruikte in feite dezelfde methode als Fournier en Didot, namelijk 1/72e inch voor een punt. En twaalf punten vormden een pica, de equivalent van de Europese cicero.

Praktische reden leidden er echter toch toe dat een iets afwijkende maat genomen werd. In het systeem van Hawsk vormden 12 punten een pica, en derhalve een pica 1/6e inch, maar uiteindelijk heeft men besloten om voor de pica de Johnson pica te nemen, deze maateenheid was destijds zeer gangbaar in de VS. Door nu deze pica te nemen voorkwam men dat er al te veel materiaal omgegoten aangepast moest worden. Wel leidde dit ertoe dat de pica nu geen 1/6e inch was, noch US Inch, noch Imperial Inch (die destijds verschilden). Voor deze pica geldt dat er 83 in 35 centimeter gaan. Dit geeft voor de pica een maat van 0,166 inch, ofwel 4,217 mm, en voor de punt een groote van 0,35146 mm. Deze punt, vaak afgekort tot pt is dus iets kleiner dan de Europese punt. Verwisseling geeft al snel zetwerk dat ongeveer 6% te groot of te klein uitvalt.

Deze puntmaat heeft in Europa ook enige ingang gevonden omdat de Linotype-machine deze gebruikte.

[bewerken] Digitale punten

Met de invoering van de Desktop Publishing op de computer is men in zekere zin weer teruggekeerd naar Fourniers oorspronkelijke concept, namelijk dat van 72 punten in een duim. Dit keer is de Engelse inch, van 2,54 cm als uitgangspunt genomen. PostScript, TrueType en veel andere software (Maar niet TeX en METAFONT) nemen deze punt, ook wel DTP-Point of Big-Point genoemd, als basiseenheid. Het is echter opletten, want vaak zijn er toch tussen computersystemen kleine verschillen.

[bewerken] Metriek stelsel

Sinds het Metrieke stelsel wettelijk verplicht is verworden, zijn zulke alternatieve maten niet meer wettelijk toegestaan, zoals men evenmin een 'pond' appelen mag verkopen. Maar net als een pond appelen zijn de maten nog wel gangbaar in het spraakgebruik. In 1973 is de Didotpunt per definitie vastgesteld op 0,375 millimeter (en niet 0,376!). In de praktijk gebruikt men nochtans nog vaak de 'echte' Didotpunt van 0,376 millimeter.

Voorts heeft men tijdens de Franse revolutie geprobeerd een punt van 0,4 mm in te voeren, maar dit heeft nooit navolging gevonden, op de drukkerijen van de overheid na.

Een echte standaardisatie aan de hand van het metrieke stelsel is nooit gelukt, alhoewel dit gezien de 'rare' verhoudingen als 35/83 centimeter wel wenselijk zou zijn. In Duitsland wordt wel een systeem gebruikt dat vastgelegd is in een DIN-standaard, met een puntgrootte gebaseerd op 0,25 mm, de Nederlandse werkgroep wilde destijds liever 0,1 mm als basiseenheid. Tot een compromis is het nooit gekomen. In Japan echter gebruikt men wel een metriek systeem, en heeft men daarin ook maten voor Europese talen gedefinieerd.

[bewerken] Puntgroottes met namen

Meestal wordt een grootte van zes punten (nonparel) als kleinste nog leesbare grootte gezien. De soorten tot en met mediaan (11 dd) worden wel boekletters of broodletters genoemd.

Sommige namen, zoals Sabon zijn soms ook bekend voor ander groottes.

Overzicht van puntgroottes
Grootte Naam
1 dd Achtste petit
1,5  dd Achtste cicero
2 dd Vierde petit
2,5 dd Microscoop of microscopie
3 dd Kwart cicero
4 dd Halve petit, robijn of diamant
5 dd Parel of parisienne
6 dd Nonpareil of nonparel
6,5 dd Insertio
7 dd Kolonel of Mignon
8 dd Petit
9 dd Borgis
10 dd Corpus of Garamond
11 dd Rheinländer of mediaan
12 dd Cicero of augustijn
14 dd Grote cicero (of augustijn) of mediaan
16 dd Tertia
18 dd 1,5 Cicero of paragon
20 dd Secunda of Text
24 dd Dubbele cicero of palestine
28 dd Dubbele mediaan
32 dd Dubbele tertia
36 dd Kanon
42 dd grobe Kanon
48 dd Konkordanz of kleine missaal
54 dd Missaal
60 dd Sabon
66 dd Grote sabon
72 dd 6 cicero
84 dd 7 cicero
96 dd 8 cicero

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

[bewerken] Externe link

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken