Tyrosine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
L-Tyrosine
Structuurformule en molecuulmodel
Structuurformule van L-tyrosine
Structuurformule van L-tyrosine
Molecuulmodel van L-tyrosine
Molecuulmodel van L-tyrosine
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C9H11NO3
IUPAC-naam Tyrosine
Andere namen * 2-amino-3-(4-hydroxyfenyl)-propaanzuur[1]
  • α-amino-para-hydroxyhydrokaneelzuur[1]
  • 2-amino-3-(p-hydroxyfenyl)-propionzuur[1]
  • 3-(p-hydroxyfenyl)alanine[1]
  • α-amino-4-hydroxybenzeenpropaanzuur[1]
  • 4-hydroxyfenylalanine[1]
Molmassa 181,19 g/mol
SMILES
Oc1ccc(CC(N)C(=O)O)cc1
InChI
1S/C9H11NO3/c10-8(9(12)13)5-6-1-3-7(11)4-2-6/h1-4,8,11H,5,10H2,(H,12,13)/t8-/m0/s1[1]
CAS-nummer 60-18-4
EG-nummer 200-460-4
PubChem 6057
Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen
Schadelijk
Waarschuwing
H-zinnen H315 - H319 - H335
EUH-zinnen geen
P-zinnen P261 - P305+P351+P338
Omgang Kamertemperatuur, droog en gesloten
LD50 (ratten) > 5110 mg/kg
LD50 (muizen) 1450 mg/kg
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur wit
Dichtheid 1,456 g/cm³
Smeltpunt (ontleedt) 342–344 °C
Oplosbaarheid in water (bij 20°C) 0,38 g/L
Goed oplosbaar in zure en alkalische oplossingen
Slecht oplosbaar in water
Onoplosbaar in di-ethylether, aceton
Evenwichtsconstante(n) pI = 5,66
pKCOOH = 2,2
pKNH2 = 9,1
pKPh-OH = 10,9
Nutritionele eigenschappen
Essentieel? meestal geclassificeerd als niet-essentieel aminozuur, in bepaalde gevallen toch essentieel
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Tyrosine (afgekort als Tyr (3-Code) of Y (1-Code)) is een (vergeleken met andere aminozuren) relatief groot aminozuur met een aromatische zijketen. Als een van de twintig natuurlijk voorkomende α-aminozuren die voor eiwitsynthese worden gebruikt, maakt tyrosine deel uit van vrijwel elk eiwitmolecuul in alle levensvormen. Tyrosine wordt meestal geclassificeerd als een voor mens en dier niet-essentieel aminozuur omdat het lichaam (onder normale omstandigheden) voldoende tyrosine kan vormen uit het essentiële aminozuur fenylalanine.

Tyrosine is uitgangsstof voor de aanmaak van een aantal belangrijke hormonen en neurotransmitters, met name die uit de categorie schildklierhormonen (T3 en T4) en catecholaminen (dopamine, adrenaline en noradrenaline). Ook is het hoofdgrondstof van het organische pigment melanine, dat verantwoordelijk is voor haarkleur en huidskleur. Tyrosine speelt eveneens een belangrijke rol bij communicatieprocessen in de cel (signaaltransductie), bijvoorbeeld bij het veroorzaken van veranderingen in de cel als gevolg van koppeling van een hormoon aan een membraanreceptor, dan wel het reguleren van enzymatische activiteit.

Tyrosine bestaat in twee vormen, de enantiomere L- en D-vormen, waarvan alleen de L-vorm natuurlijk is. Vanwege de aanwezigheid van een fenolische hydroxylgroep, is het een polair aminozuur. Tyrosine is ook een elektrisch neutraal aminozuur. Het wordt tyrosyl genoemd wanneer ernaar verwezen wordt als functionele groep of zijketen.

Een tekort aan tyrosine (en zijn precursor fenylalanine) veroorzaakt een tekort aan dopamine en noradrenaline, wat gepaard gaat met onder meer depressie en apathie. De werking van tyrosinesuppletie is onderzocht bij onder meer de volgende aandoeningen: depressie, stress, ontwenningsverschijnselen na het stoppen met cocaïne, bij de ziekte van Parkinson, fenylketonurie en narcolepsie, de effectiviteit ervan werd daarbij lang niet altijd aangetoond. Tyrosine wordt als voedingssupplement verkocht en wordt gereguleerd via de Warenwet.

Bronnen[bewerken]

Het woord tyrosine komt van het Griekse woord tyros (τυρός), dat kaas betekent. In 1846 werd tyrosine voor het eerst geïsoleerd door Justus von Liebig uit caseïne, waarin het in relatief grote hoeveelheden in voorkomt. Kaas (vooral Hüttenkäse en ricotta), kwark en melk zijn goede bronnen van tyrosine. De kleine witte vlekken die soms op kaas zichtbaar zijn, zijn tyrosinekristallen. Deze getuigen van proteolyse die plaatsvond tijdens het rijpen van de kaas. Tyrosine is slecht oplosbaar in water en hoopt zich op in kleine kristallen.

Andere voedingsbronnen van tyrosine zijn eiwitrijke producten, zoals eieren, rund- en varkensvlees, gevogelte, vis, schaal- en schelpdieren. Ook in eiwitrijk plantaardig voedsel zoals tarwekiemen, havervlokken, amandelen, pecannoten, pompoenpitten, sesamzaad, limabonen, avocados, kikkererwten, linzen, sojabonen, zonnebloempitten komt tyrosine veel voor.

De volgende voorbeelden geven een overzicht van het tyrosinegehalte in verschillende levensmiddelen. Naast de hoeveelheid tyrosine per 100 gram levensmiddel is het procentuele aandeel van tyrosine in het voedingseiwit aangegeven:[2]

Levensmiddel Totaal proteïne Tyrosine Aandeel
Varkensvlees, rauw 20,95 g 0 797 mg 3,8 %
Kippenborstfilet, rauw 21,23 g 0 765 mg 3,6 %
Zalm, rauw 20,42 g 0 759 mg 3,7 %
Kippenei 12,56 g 0 499 mg 4,0 %
Koemelk, 3,7 % vet 0 3,28 g 0 158 mg 4,8 %
Pompoenpitten 30,23 g 1093 mg 3,6 %
Walnoten 15,23 g 0 406 mg 2,7 %
Tarwemeel 10,33 g 0 312 mg 3,0 %
Maismeel 0 6,93 g 0 282 mg 4,1 %
Rijst, ongepeld 0 7,94 g 0 298 mg 3,8 %
Sojabonen, gedroogd 36,49 g 1539 mg 4,2 %
Erwten, gedroogd 24,55 g 0 711 mg 2,9 %

Al deze voedingsmiddelen bevatten vrijwel uitsluitend L-tyrosine dat als eiwitbestanddeel gebonden is, en vrijwel geen vrij L-tyrosine. Gemiddeld bestaat voedingseiwit voor 4% uit tyrosine en voor 4,5 tot 5% uit fenylalanine.

Afhankelijk van het aanbod tyrosine in de voeding, vindt aanvulling plaats vanuit het aminozuur fenylalanine. Dit is een essentieel aminozuur, en moet dus via de voeding worden verkregen. Naar schatting 67 tot 90% van de fenylalanine in de voeding wordt in tyrosine omgezet. Bij onvoldoende aanvoer van fenylalanine wordt tyrosine essentieel.

De gezamenlijke dagelijkse behoefte aan tyrosine en fenylalanine is weergegeven in onderstaande tabel. Een gemiddelde voeding levert per dag ongeveer 3,5 gram fenylalanine en 3 gram tyrosine. Dit voorziet meestal ruimschoots in de behoefte.

Schatting van de dagelijkse aminozuurbehoefte[3]
Aminozuurbehoefte in mg per kg lichaamsgewicht Zuigelingen 3 à 4 maanden Peuters circa 2 jaar Kinderen circa 10 à 12 jaar Volwassenen
Fenylalanine plus tyrosine 125 69 22 14

Het kunstmatig opwekken van een tekort aan tyrosine (en dus gelijktijdig ook van fenylalanine) bij mensen of proefdieren leidt tot verminderde activiteit van catecholamines in de hersenen. Dit gaat onder meer gepaard met een verminderde stresstolerantie, verminderde geheugenfunctie en verminderde stemming.[4][5][6]

Biochemie en synthese[bewerken]

(S)-tyrosine (links) en (R)-tyrosine (rechts) als zwitterion in neutrale pH. Alleen (S)-tyrosine is fysiologische actief. Deze vorm wordt vaker L-tyrosine genoemd.

Tyrosine is een reukloze vaste stof die kristallen vormt en die over het algemeen een witachtig uiterlijk heeft. Het is gecodeerd door de codons UAC en UAU in messenger RNA.

De algemene formule van tyrosine is R-CH(NH2)-COOH waarbij R=-CH2-p-Ph-OH. De R staat voor Residu-groep, een functionele groep zoals vrijwel elk aminozuur die heeft, die in dit geval een fenolgroep is.

Tyrosine vertoont, net als de meeste andere aminozuren (behalve glycine), optische isomerie waardoor twee configuraties van het tyrosinemolecule mogelijk zijn: D (Dextro) en L (Laevo). Alleen de L-vorm is fysiologisch actief. L-Tyrosine heeft een linksdraaiende invloed op gepolariseerd licht, wat wordt aangegeven met (-). Volgens de prioriteitsregels van Cahn, Ingold en Prelog (CIP-regels) is L-(−)-tyrosine ook (S)-(−)-tyrosine.

Absorptie en fluorescentie van tyrosine in water (blauw) en alkalisch milieu (rood).

Tyrosine absorbeert ultraviolet licht. De absorptie van licht energie-efficiëntie is gerelateerd aan de molaire extinctiecoëfficiënt. De meest gebruikelijke extinctie is met een golflengte van tussen de 260 en 300 nm. Bij een hoge pH (pKa = 10) beweegt de extinctie van tyrosine naar hogere golflengtes (naar rood).

Biosynthese in planten en microorganismen[bewerken]

Biosynthese van tyrosine in planten, vanuit shikiminezuur.

Planten en de meeste microorganismen synthetiseren L-tyrosine via prefenaat een tussenproduct van de shikiminezuurroute. Deze stofwisselingsroute is een belangrijke route voor de synthese van aminozuren, co-enzym Q10, tocoferolen, naftochinonen (inclusief de vitamines uit de K-groep), alkaloïden en heterocyclische natuurstoffen. Daarbij wordt uit koolhydraatprecursors shikimaat gevormd en via een reeks enzymatische reacties in chorismaat omgezet. Daarna katalyseert chorismaatmutase de omzetting van chorismaat in prefenaat op het vertakkingspunt bij de biosynthese van aromatische aminozuren zoals tyrosine en fenylalanine. Prefenaat wordt oxidatief gedecarboxyleerd met retentie van de hydroxylgroep om p-hydroxyfenylpyruvaat te vormen, wat vervolgens wordt getransamineerd met behulp van glutamaat als stikstofbron om uiteindelijk tyrosine en α-ketoglutaraat te vormen.

Biosynthese in dieren en in de mens[bewerken]

Biosynthese van tyrosine in dieren en bij de mens, uit fenylalanine

Terwijl mensen en dieren de meeste andere niet-essentiële aminozuren kunnen synthetiseren uit glucose en ammonia, kan tyrosine uitsluitend gesynthetiseerd worden uit het essentiële aminozuur fenylalanine dat uit de voeding afkomstig is. Fenylalanine en tyrosine zijn sterk overeenkomende aminozuren, met als belangrijkste verschil dat tyrosine (ook wel parahydroxy-fenylalanine genoemd) een hydroxylgroep aan de aromatische ring bevat (op de para-positie). Daardoor is de zijketen (residu-groep) van tyrosine minder hydrofoob dan bij fenylalanine het geval is (dat geen hydroxylgroep aan de aromatische ring heeft).

Bij de aanmaak van tyrosine uit fenylalanine wordt een hydroxylgroep aan de fenylring van L-fenylalanine toegevoegd op de para-positie. De omzetting vindt plaats in de lever, nieren en hersenen en onder normale omstandigheden is de productie toereikend. Het enzym dat de reactie katalyseert is fenylalaninehydroxylase. Dit is een monooxygenase waarbij biopterine als cofactor optreedt. De reactie is onomkeerbaar; synthese van fenylalanine uit tyrosine is niet mogelijk.

In omstandigheden van oxidatieve stress kan vorming van tyrosine uit fenylalanine ook plaatsvinden door niet-enzymatische oxidatie als gevolg van hydroxylradicalen. Daarbij ontstaan de zeldzame isomeren meta-tyrosine en ortho-tyrosine.

Er zijn drie isomeren van tyrosine. Naast de gebruikelijke para-isomeer (para-tyr, p-tyr of 4-hydroxyfenylalanine) die bij enzymatische oxidatie ontstaat, zijn er twee andere isomeren bekend: meta-tyrosine (m-tyr of 3-hydroxyfenylalanine of L-m-tyrosine) en ortho-tyrosine (o-tyr of 2-hydroxyfenylalanine). M-tyr en o-tyr zijn afkomstig uit een niet-enzymatische hydroxylatie van fenylalanine door hydroxylradicalen in omstandigheden van oxidatieve stress.

Bij prematuur geboren kinderen en bij mensen met leverziekten verloopt deze (enzymatische) omzetting moeizaam.[3] Bij mensen met de stofwisselingsziekte fenylketonurie (PKU) is het enzym fenylalaninehydroxylase helemaal niet actief. In deze omstandigheden kan tyrosine een essentieel aminozuur worden.

Het feit dat tyrosine een voorloper is van catecholamines, melanine en thyroxine heeft invloed op de synthese. De tyrosine-productie wordt gereguleerd door de vraag naar deze moleculen. Vrij L-tyrosine wordt niet in grote hoeveelheden in het lichaam gevonden omdat het snel wordt omgezet.

Industriële synthese[bewerken]

Hydrolyse (in een zuur millieu) van keratinehoudende proteïnen geeft na neutralisatie een proteïnehydrolysaat, dat uit de 20 α-aminozuren bestaat die voor eiwitsynthese worden gebruikt. Daaruit kan op eenvoudige wijze een fractie worden gewonnen die rijk is aan L-cysteïne- en L-tyrosine, namelijk door afscheiding van de goed wateroplosbare aminozuren, aangezien L-cysteïne en L-tyrosine relatief slecht in water oplosbaar zijn. Tot op de dag van vandaag wordt de meeste tyrosine volgens deze eenvoudige scheidingsmethode commercieel gewonnen.
Een andere manier is via bacteriële fermentatie, waar het aminozuur uit het groeimedium kan worden opgezuiverd.

Acetyltryrosine[bewerken]

In zonnebrandcrèmes wordt regelmatig een derivaat van tyrosione (actetyltyrosine) verwerkt om het bruiningsproces te stimuleren. Pure tyrosine heeft bij toepassing op de huid geen grote biologische beschikbaarheid omdat het pas vanaf een pH van 11,4 oplosbaar is in water. Actetyltyrosine is een stabiele precursor van tyrosine die door additie van een acetylgroep aan de aminogroep van het aminozuur beter wateroplosbaar is gemaakt. Theoretisch zou daardoor ook de absorptie vanuit het maag-darmkanaal en het transport over de bloedhersenbarrière worden verbeterd, reden waarom het soms in voedingssupplementen wordt verwerkt. Niettemin moet eerst de acetylgroep worden verwijderd voordat de tyrosine biologisch beschikbaar is.

Opname, transport en afbraak[bewerken]

Absorptie[bewerken]

Tyrosine wordt in de dunne darm opgenomen via een actief transportmechanisme en vervolgens via de poortader getransporteerd naar de lever, waar het een rol speelt in diverse biochemische reacties, zoals de eiwitsynthese en oxidatieve katabolische reacties. Tyrosine dat in de lever niet wordt gebruikt, wordt via de bloedbaan naar diverse lichaamsweefsels getransporteerd.[7]

Transport over de bloedhersenbarrière[bewerken]

Tyrosine maakt voor het transport over de bloed-hersenbarrière gebruik van hetzelfde transportmechanisme als de andere grote neutrale aminozuren (fenylalanine, L-dopa, tryptofaan, methionine, leucine, isoleucine en valine), namelijk de "large neutral amino acid transporter" (LAT1), oftewel het glycoproteïne CD98. Er treedt dus competitie op om de beschikbare transportcapaciteit. Naarmate de concentratie tyrosine in plasma groter is ten opzichte van die van de andere grote neutrale aminozuren, zal er meer tyrosine de hersenen binnenkomen.

Niettemin kan, vanwege deze aminozuurcompetitie, het transport van tyrosine over de bloedhersenbarrière soms problematisch verlopen. Mogelijk verklaart dit ook de wisselende resultaten van tyrosinesuppletie in klinisch onderzoek op het gebied van hersenfuncties. Er zijn aanwijzingen dat combinatie van tyrosine met het essentiële vetzuur alfa-linoleenzuur het transport vergemakkelijkt.[8]

Ook L-dopa (dihydroxyfenylalanine) kan de bloedhersenbarrière passeren, maar de catecholaminen kunnen dat niet. Een natuurlijke bron van L-dopa zijn diverse peulvruchten, waaronder de tuinboon en de fluweelboon.

Tyrosine in plasma[bewerken]

Normaalwaarden van tyrosine in bloedplasma variëren tussen 35 en 102 μmol/L wanneer 's ochtends op een nuchtere maag gemeten, bij niet-nuchteren is dat tussen 61 en 99 μmol/ De plasmawaarden kunnen stijgen tot circa 200 μmol/L na toediening van hoge (150 mg/kg) doses tyrosine aan gezonde personen. De plasmapiek wordt na twee uur bereikt en blijft 6 tot 8 uur boven de uitgangswaarde.[9][10] Het circadiaan ritme van de plasmaconcentratie is dat deze gedurende de avond en vroege nacht daalt tot een dieptepunt rond 02:00 à 04:00 uur, de concentratie tyrosine in plasma is het hoogst kort na een maaltijd. Dit patroon wordt anders bij onvoldoende inname van fenylalanine en tyrosine.[10]

Afbraak[bewerken]

De afbraak (in het lichaam) van tyrosine in1 acetoazijnzuur en fumaraat. Het eindproduct kan worden gebruikt in de citroenzuurcyclus.

De eerste stap in de afbraakroute van tyrosine in dieren is de transaminering ervan door tyrosineaminotransferase. Het tussenproduct para-hydroxyfenylpyruvaat wordt omgezet door para-hydroxyfenylpyruvaatdioxygenase, een enzym dat de decarboxylering en latere verplaatsing katalyseert van de zijketen. Deze reactie vereist de aanwezigheid van moleculaire zuurstof en ascorbaat als co-enzym. Het product van deze eerste reeks van reacties is homogentisaat (zuurrest van homogentisinezuur). De aromatische ring van homogentisaat wordt vervolgens opengebroken door O2 onder vorming van 4-maleylacetylacetaat. Deze reactie wordt gekatalyseerd door het (ijzerhoudende) enzym homogentisaatdioxygenase. Het maleylacetaat isomeriseert tot fumarylacetoacetaat welke op zijn beurt splitst in fumaraat en acetoacetaat onder invloed van het enzym fumarylacetoacetaathydrolase. Fumaraat kan worden gebruikt voor de productie van energie in de citroenzuurcyclus of voor de gluconeogenese. Acetoacetaat kan worden gebruikt voor synthese van lipiden of voor de productie van energie in de vorm van acetyl-CoA. Hierdoor is tyrosine (evenals zijn precursor fenylalanine) gemengd ketogeen en glucogeen.

Nitrotyrosine is een stofwisselingsproduct van tyrosine dat in omstandigheden van nitrosatieve stress kan ontstaan.

In omstandigheden van nitrosatieve stress kan nitrotyrosine (3-nitro-L-tyrosine) ontstaan. Deze verbinding ontstaat door inwerking van het reactieve stikstofdeeltje peroxinitriet (nucleofiele aromatische substitutie) op het tyrosinemolecuul. Nitrotyrosine is in de laboratoriumdiagnostiek een biomarker voor nitrosatieve stress en wordt meestal gezien als een pathologisch fenomeen. Bij diverse aandoeningen, zoals maagkanker, arteriosclerose, longaandoeningen (o.a. astma), sepsis, vasculitis en andere ontstekingsziekten is de hoeveelheid nitrotyrosine in het serum verhoogd.

Bij de aangeboren stofwisselingsziekte hypertyrosinemie is het lichaam onvoldoende in staat is om tyrosine af te breken, waardoor het zich in hoge concentraties in het bloed ophoopt. Daaraan kunnen verschillende enzymdefecten ten grondslag liggen:

Een andere verstoring van de normale tyrosineafbraak is:

  • Alkaptonurie: Dit wordt veroorzaakt door een defect homogentisaatdioxygenase-enzym. Daardoor hoopt een giftig afbraakproduct van tyrosine, namelijk homogentisaat zich op in het bloed en wordt via de urine uitgescheiden. Homogentisaat in de urine wordt geoxideerd naar alkapton, wat een bruin-zwarte kleur heeft. In de eerste levensjaren is het enige merkbare gevolg van de ziekte een donkere kleur van de urine. Maar de pigmenten die worden gevormd bij de oxidatie van homogentisaat hopen zicht op in bot- en bindweefsel, waardoor op den duur ochronose kan optreden. Ook dit is een autosomaal recessieve ziekte. De normale prevalentie schommelt ongeveer tussen 1:100.000 en 1:250.000.

Functies[bewerken]

Precursor van catecholamines[bewerken]

De productie van catecholaminen uit tyrosine. De hydroxylatie van tyrosine genereert dopa (3,4-dihydrophenylalanine). Dopa decarboxylase zet vervolgens dopa om in dopamine. Dopamine β-hydroxylase zet dopamine vervolgens om in noradrenaline (norepinefrine in deze figuur). Het enzym fenylethanolamine-N-methyltransferase zet tenslotte noradrenaline om in adrenaline (epinefrine in deze figuur). In de substantia nigra en sommige andere delen van de hersenen, gaat de reactie alleen tot dopamine. In het bijniermerg wordt dopamine verder omgezet in noradrenaline en adrenaline.
Tyrosine, L-dopa en de daarvan afgeleide catecholamines.Duidelijk zijn de overeenkomsten in structuurformule te zien.

Tyrosine speelt (samen met zijn precursor fenylalanine) een belangrijke rol in het lichaam als precursor voor de catecholamine neurotransmitters/hormonen (dopamine, adrenaline en noradrenaline), welke een belangrijke regulerende functie op de psychische gesteldheid hebben. Tekorten aan catecholamines worden in verband gebracht met depressie en angsten.

Tyrosine wordt getransporteerd naar catecholamine neuronen in de hersenen en het perifere zenuwstelsel en naar de chromaffine cellen in het bijniermerg waar de catecholaminesynthese plaatsvindt.

Tyrosine wordt daar omgezet in L-dopa door het enzym tyrosinehydroxylase. Net als bij de hydroxylatie van fenylalanine naar tyrosine het geval is, is ook deze omzetting van biopterine afhankelijk. Tyrosinehydroxylase bindt matig met deze cofactor (waarvan de synthese weer afhankelijk is van magnesium, koper, zink, folaat en de vitamines B3, B6, B12). Mede daardoor is deze hydroxylatiereactie de snelheidsbepalende stap in de synthese van dopamine en andere catecholamine neurotransmitters/hormonen. Dopamine kan vervolgens worden omgezet in de catecholamines noradrenaline (norepinephrine) en adrenaline (epinephrine). Met andere woorden: als iemand over onvoldoende tyrosine beschikt, of als het enzym tyrosinehydroxylase onvoldoende actief is, kan er een tekort aan catecholamines ontstaan.

De belangrijkste bepalende factor voor de productie van dopamine en andere catecholamine neurotransmitters is de hoeveelheid vrij tyrosine in de hersenen. De synthese van catecholamines in de hersenen neemt toe naarmate de hoeveelheid vrij tyrosine in de hersenen stijgt.[11][12][13] De catecholaminesynthese wordt alleen gestimuleerd in neuronen die actief 'afvuren'. Bij cellen in rust die langzaam afvuren blijkt de aanvoer van extra tyrosine geen effect te hebben.[14] Alle factoren die de concentratie tyrosine in het bloed en het transport over de bloedhersenbarrière beïnvloeden, beïnvloeden de hoeveelheid vrij tyrosine in de hersenen, en daarmee de synthese van dopamine. Een sterk bepalende factor daarbij is de eiwitopname via het voedsel, wat mogelijk wijst op een mechanisme om de hersenen te informeren over hoe succesvol het organisme is bij het verkrijgen van eiwit.[14][15]

De mate van omzetting van tyrosine in dopamine wordt ook beïnvloed door lichamelijke activiteit. Naarmate de lichamelijke activiteit groter is, wordt er meer dopamine geproduceerd in de hersenen. Lichamelijke activiteit beïnvloedt de activiteit van tyrosinehydroxylase

Het antihypertensivum metirosine (merknaam: Demser) remt het enzym tyrosinehydroxylase en leidt zo tot sterk verminderde hoeveelheden dopamine, adrenaline en noradrenaline in het lichaam. Het geneesmiddel AMPT (alfa-methyl-para-tyrosine) kan dit enzym zelfs blokkeren, waardoor de productie van catecholamines volledig wordt lamgelegd.[16] Waarschijnlijk binden deze middelen aan de bindingsplaats voor tyrosine op dit enzym, zonder een biologische respons op te roepen (antagonist). Toediening van AMPT is (naast fenylalanine/tyrosine-restrictie) een manier waarop wetenschappers de effecten van acute depletie van catecholamines bestuderen, onder meer in onderzoek naar depressie.

Precursor van schildklierhormonen[bewerken]

Tyrosine is directe precurosor van schildklierhormonen door binding van jodide waarbij tri-joodthyronine (T3) en thyroxine (T4) wordt gevormd. Deze schildklierhormonen hebben een belangrijke regulerende werking op de gehele stofwisseling.

Signaaloverdracht[bewerken]

Tyrosine heeft vanwege zijn fenolgroep een aantal bijzondere eigenschappen. Om deze reden komt het voor in proteïnen die een rol spelen bij (biochemische) communicatieprocessen (signaaltransductie). Daar fungeren tyrosineresiduen als ontvangers van fosfaatgroepen, die door proteïnekinasen (zogenaamde receptor-tyrosinekinases (RTK)) overgedragen worden. In zijn gefosforyleerde toestand wordt dit fosfotyrosine genoemd. Fosforylering van de hydroxylgroep (van tyrosine) verandert de activiteit van het doelproteïne, bijvoorbeeld een receptor in de celmembraan. Na koppeling aan een dergelijke receptor kan bijvoorbeeld een hormoon in de bloedbaan op deze wijze een signaal aan de cel doorgeven, waardoor in de cel biochemische veranderingen optreden. Fosfotyrosine kan gedetecteerd worden door specifieke antilichamen.
Threonine en serine zijn twee andere aminozuren die de eveneens fosforylering kunnen ondergaan. Fosforylering van aminozuren wordt beschouwd als een van de belangrijkste stappen in de signaaltransductie en de regulering van enzymatische activiteit.

Tyrosineresiduen kunnen ook gemodificeerd worden door de overdracht van een sulfaatgroep. Sulfering van tyrosine wordt gekatalyseerd door het enzym tyrosylproteïne-sulfotransferase (TPST), welke aangetroffen wordt in het membraan van het Golgi-apparaat met het actieve deel gericht naar de ruimte binnen het Golgi-apparaat (lumen). Net als bij fosfotyrosine het geval is, kan sulfotyrosine gedetecteerd worden door specifieke antilichamen. Sulfering van tyrosine op gastrine en cholecystokinine versterkt aanzienlijk de werking van beide hormonen.

Precursor van melanine[bewerken]

Type 1 albinisme wordt veroorzaakt door een genetisch defect in een enzym dat tyrosine in pigment (melanine) omzet.

Bij dieren (waaronder de mens) is tyrosine is ook de belangrijkste grondstof voor de productie van melanine. Verschillende vormen van melanine (met name eumelanine en feomelanine) zijn verantwoordelijk voor de kleur van huid en haar en beschermen de huid tegen ultraviolette straling. Eumelanine en feomelanine zijn complexverbindingen van melanine met andere stoffen; eumelanine bevat meer tyrosine dan feomelanine. Eumelanine heeft een donkerbruine tot zwarte kleur, feomelanine is meer geel-roodachtig.

De omzetting van tyrosine naar melanine verloopt als volgt: onder invloed van UV-straling uit zonlicht wordt de receptor van het melanocyt-stimulerend hormoon (MSH-MC1R) geactiveerd en neemt de concentratie cAMP toe. Dit leidt tot de expressie van het gen voor tyrosinehydroxylase, waardoor tyrosine kan worden omgezet in L-dopa. Deze wordt vervolgens geoxideerd tot dopachinon, wat vervolgens wordt omgezet in eumelanine en feomelanine. In deze aaneenschakeling van complexe reacties is tyrosine het snelheidsbeperkende reagens.[17]

Bij zwartharige katten kan onvoldoende aanvoer van tyrosine de vacht doen verkleuren van zwart naar roodbruin. De hoeveelheid tyrosine die nodig is voor behoud van een zwarte haarkleur is veel groter (tenminste het dubbele) dan de hoeveelheid tyrosine die nodig is voor optimale groei.[18]

Albinisme (type 1) gaat gepaard met afwezigheid of dysfunctie van het tyrosinase-enzym, een koperhoudend enzym dat betrokken is bij de productie van melanine.

Precursor van alkaloïden[bewerken]

Een belangrijke categorie alkaloïden (strikt genomen: protoalkaloïden) is van tyrosine (en zijn voorloperstof fenylalanine) afgeleid: de fenylethylamine-alkaloïden. Tot deze groep behoren de catecholaminen (dopamine, adrenaline, noradrenaline), maar ook diverse andere alkaloïden hebben tyrosine (of fenylalanine) als uitgangsstof: bijvoorbeeld mescaline, efedrine, colchicine, morfine, apomorfine, codeïne, papaverine, tubocurarine, berberine, noscapine, capsaïcine, emetine.

De syntheseroute begint met decarboxylering: door decarboxylering van tyrosine ontstaat tyramine. Dit gebeurt onder invloed van het enzym tyrosinedecarboxylase (met pyridoxal-5-fosfaat als cofactor). Bij decarboxylering van fenylalanine ontstaat het sterk met tyramine verwante fenylethylamine. De klasse verbindingen die door decarboxylatie van een aminozuur ontstaat wordt microamines genoemd. Op analoge wijze ontstaat tryptamine door decarboxylering van het aminozuur tryptofaan, wat uitgangsstof is voor de synthese van de stofklasse van de tryptamineverbindingen.

De omzetting van tyrosine naar tyramine.

Tyramine heeft een stimulerende werking op het sympathisch zenustelsel (sympathicomimeticum) en kan aanleiding geven tot plotselinge bloeddrukstijging en hoofdpijn (het zogenaamde "kaassyndroom"). Deze route is vooral relevant in voedingsmiddelen; tyramine ontstaat bij de microbiële afbraak van tyrosine zoals dat plaatsvindt bij fermentatie en bederf. In vivo wordt tyramine snel afgebroken door monoamine-oxidase (MAO), zodat het normaal gesproken geen effect heeft. Echter bij personen die MAO-remmers (een categorie antidepressiva) gebruiken, in het bijzonder MAO-A-remmers, kunnen de tyraminespiegels snel stijgen.[19][20]

Overige eigenschappen en functies[bewerken]

Tyrosine is hoofdgrondstof van betalaïnepigmenten, die verantwoordelijk zijn voor onder meer de rode kleur van bieten

Gebruik[bewerken]

Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Stress[bewerken]

Een groot deel van het onderzoek naar de effecten van tyrosine op stress is uitgevoerd bij soldaten aangezien gezocht werd naar middelen die hen zouden helpen om beter te presteren in stressvolle omstandigheden.

Chronische stress gaat gepaard met een sneller verbruik van catecholamines in de hersenen en zenuwen. Deze neurotransmitters worden in granules in de zenuwuiteinden opgeslagen totdat geactiveerde neuronen de voorraad verbruiken voor de prikkeloverdracht. Aan de andere kant stimuleert stress ook de aanmaak van catecholamines via een sterkere binding van tetrahydrobiopterine aan tyrosinehydroxylase. Deze hydroxylatiereactie is de snelheidsbepalende stap in de synthese van dopamine. Daardoor neemt de aanmaak van catecholamines toe waardoor bij grote of chronische stress de beschikbaarheid van tyrosine een beperkende factor kan worden voor optimaal mentaal functioneren. Lichamelijke en geestelijke stress blijken vaak gepaard te gaan met verminderde geheugenfunctie en verminderde cognitieve en lichamelijke prestaties. Een reden daarvoor kan depletie van catecholamines zijn, aangezien deze belangrijk zijn voor cognitieve en motorische vaardigheden.

In dit kader is onderzocht of suppletie van tyrosine de negatieve gevolgen van stress op de mentale prestaties kan tegengaan. Uit verschillende studies blijkt dat toediening van tyrosine sommige effecten van stress tegengaat, waaronder hypertensie. Sommige studies zijn uitgevoerd bij militairen, aangezien gezocht werd naar middelen die hen zouden helpen om beter te presteren in stressvolle omstandigheden. Na toediening van tyrosine bleken jonge soldaten minder negatieve gevolgen (hoofdpijn, koudeperceptie, stress, moeheid, spierpijn, slaperigheid) te ondervinden als gevolg van een 4,5 uur lange blootstelling aan kou en ijle lucht dan diegenen die een placebo hadden gekregen. Zij scoorden beter op diverse parameters die incicatief zijn voor stemming, mentale toestand en cognitief functioneren.[23] Soortgelijke effecten zijn gevonden na blootstelling aan cardiovasculaire stress[24] lawaai[25] slaapdeprivatie,[26] koude,[27][28] multitasking,[29] evenals excessieve lichamelijke inspanning tijdens een zware militaire trainingsmissie.[30] Tyrosine leidt niet tot prestatieverbetering op deze terreinen, maar vermindert prestatieverlies als gevolg van stress.

Depressie[bewerken]

Wisselingen in de concentratie van catecholamine neurotransmitters in de hersenen blijken verband te houden met diverse psychische aandoeningen, waaronder geheugenstoornissen en depressie.

De synthese van de meeste neurotransmitters wordt gereguleerd in de hersenen. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd duidelijk dat door orale toediening van bepaalde aminozuren de aanmaak van catecholamine neurotransmitters in de hersenen kan worden gestimuleerd. Aan het einde van de jaren 70 onderzochten verschillende onderzoekers daarom de inzet van deze neurotransmitterprecursors bij depressie, waarbij er aanmerkelijk meer onderzoek is uitgevoerd naar de rol van serotonineprecursors (L-tryptofaan and 5-hydroxytryptofaan) dan naar de rol van precursors van dopamine en noradrenaline (tyrosine en fenylalanine).

Volgens de catecholaminehypothese is een tekort aan dan wel dysfunctie van dopamine en noradrenaline een belangrijke oorzaak van depressie. Tyrosine, als uitgangsstof voor deze neurotransmitters zou mogelijk depressie kunnen tegengaan. Onderzoek dat is uitgevoerd om deze hypothese te testen was echter kleinschalig en leverde wisselende resultaten op.[31][32][33][34] Het uitputten van de tyrosinevoorraden bij gezonde vrijwilligers blijkt symptomen te kunnen opwekken die lijken op die van depressie.[35] Echter bij een groep voor depressie gevoelige vrouwen bleek dezelfde techniek geen invloed te hebben op de stemming, hoewel er wel een vermindering optrad van de geheugenfunctie.[6] Mogelijk is tyrosine alleen effectief bij de subgroep van depressies die gepaard gaan met een tekort aan dopamine/noradrenaline en ineffectief bij andere vormen van depressie. Wanneer de catcholamineniveaus normaal zijn, heeft suppletie met tyrosine geen effect op stemming of cognitieve prestaties.

Bij depressie en andere stemmingsstoornissen die gepaard gaan met premenstrueel syndroom (PMS) wordt tyrosine soms ook ingezet, mede vanwege de observatie dat de hoeveelheid vrij tyrosine significant daalt in de premenstruele periode.[36]

Ontwenningsverschijnselen[bewerken]

De werking van amfetamines berust op het verhogen van de vrijgifte van dopamine en noradrenaline in de synapsspleet, het tegengaan van de heropname in neuronen en het remmen van het enzym monoamino-oxidase (MAO) dat deze catecholamines afbreekt. Cocaïne werkt op eenzelfde wijze en doet dat nog iets effectiever omdat het rechtstreeks op het dopamine transporteiwit (DAT1) werkt. Aan de andere kant remmen zowel cocaïne als amfetamine de aanmaak van dopamine (en andere catecholamines) via remming van het enzym tyrosinehydroxylase. Depletie van tyrosine en/of dopamine beïnvloedt beloningsmechanismen[35][37] en is verband gebracht met destructief gedrag als gevolg van ontregelde biochemische beloningssystemen.[38]

Uitgaande van het idee dat chronisch gebruik van cocaïne uitputting veroorzaakt van de catecholamineniveaus in de hersenen, is onderzocht of tyrosinesuppletie zinvol is in de behandeling van cocaïneverslaving en ontwenningsverschijnselen na het stoppen met cocaïne. De resultaten zijn echter niet hoopgevend.[39][40] Ook is op kleine schaal en zonder veel succes geëxperimenteerd met tyrosine in de bestrijding van ontwennigsverschijnselen van cafeïne en nicotine.

Narcolepsie[bewerken]

Aangezien er waarschijnlijk verstoringen van het dopaminerge systeem ten grondslag liggen aan het ontstaan van narcolepsie, is geëxperimenteerd met tyrosinesuppletie met het idee dat hogere dopaminespiegels de symptomen zouden kunnen verminderen.[41] Na enkele hoopgevende berichten,[42] bleek het effect niet reproduceerbaar in gerandomiseerd onderzoek met controlegroep.[43]

Fenylketonurie[bewerken]

Een aantal klinisch relevante stofwisselingsroutes van tyrosine.
Een sterk verminderde activiteit van het leverenzym fenylalaninehydroxylase (PAH) dat tyrosine aanmaakt uit fenylalanine, leidt tot ophoping van fenylalanine in het bloed en op den duur tot fenylketonurie, wat gepaard gaat met geestelijke achterstand.
Een onvermogen om tyrosine in melanine om te zetten veroorzaakt albinisme. Een onvermogen om tyrosine in schildklierhormonen om te zetten leidt tot hypothyreoïdie en op den duur tot cretinisme. Alkaptonurie gaat gepaard met een onvermogen om homogentisinezuur (een afbraakproduct van tyrosine) af te breken, waardoor deze stof zich ophoopt tot giftige concentraties.

Mensen met fenylketonurie (PKU) kunnen geen tyrosine aanmaken uit fenylalanine, vanwege een sterk verminderde activiteit van het leverenzym fenylalaninehydroxylase (PAH). Voor deze mensen is tyrosine een essentieel aminozuur. Wanneer zij fenylalanine via de voeding binnenkrijgen, hoopt zich dat op tot toxische niveaus. De dan uit fenylalanine ontstane stofwisselingsproducten kunnen dan leiden tot ernstige geestelijke achterstand. Dat kan worden voorkomen indien in de eerste levensmaand wordt gestart met een fenylalaninebeperkte voeding die wel voldoende tyrosine bevat. Soms wordt extra tyrosine gegeven, maar het is dan goed de tyrosineniveaus in het bloed te monitoren (normaalwaarde: circa 45 µmol/L), omdat deze gedurende de dag kunnen fluctueren.[10] Tot nu toe is niet gebleken dat het neurofysiologisch functioneren van PKU-patiënten significant kan worden verbeterd door tyrosinesuppletie.[44][45]

Ziekte van Parkinson[bewerken]

De ziekte van Parkinson gaat gepaard met lage dopaminespiegels in de hersenen door een vermindering van dopamineproducerende neuronen in de substantia nigra. Ook is er weinig tyrosinehydroxylase aanwezig, het enzym dat tyrosine in L-dopa omzet.[46] De gebruikelijke behandeling van de ziekte van Parkinson is orale toediening van L-dopa, het tussenproduct van de omzetting van tyrosine in dopamine. L-dopa toediening put de tyrosinevoorraden uit.[46]
De inzet van tyrosine, precursor van L-dopa, bij Parkinsonpatiënten is niet goed onderzocht. Kleinschalig onderzoek uit de jaren 80 van de vorige eeuw en enkele case-studies lijken er op te wijzen dat ook tyrosinesuppletie de dopamineproductie in de hersenen van patiënten van Parkinsonpatiënten kan verhogen,[46][47][48] wat gezien de syntheseroute van dopamine ook te verwachten is. Harde conclusies kunnen pas getrokken worden na beter opgezet onderzoek.

ADHD[bewerken]

Er zijn aanwijzingen dat ADHD samenhangt met een verstoring van het dopaminerge en noradrenerge systeem in de hersenen, waardoor daar een dysbalans ontstaat tussen noradrenaline en adrenaline. De meeste ADHD-medicatie vergroot de beschikbaarheid van dopamine buiten de neuronale cellen in de hersenen, met het doel het evenwicht weer te herstellen. Tyrosine, als precursor van deze neurotransmitters, is daarom in de wetenschappelijke belangstelling gekomen als potentiële behandelmethode. UIt sommige studies blijkt dat kinderen met ADHD relatief lage spiegels van tyrosine en fenethylamine hebben.

In twee studies waarin tyrosine werd gesuppleerd bij ADHD-patiënten (30 tot 150 mg per kg lichaamsgewicht) bleek een initeel gunstig effect. Na 6 à 10 weken keerden de symptomen weer terug.[49][50]

In een studie uit 2011 bleek 77 procent van de kinderen met de diagnose ADHD significant te verbeteren op een behandeling met tyrosine en tryptofaan aangevuld met een aantal cofactoren en adjuvants.[49] De onderzoekers bepleiten een beter opgezet prospectief gecontroleerd onderzoek om deze behandelmethode verder te onderzoeken.

Vitiligo[bewerken]

Bij de pigmentatieziekte vitiligo is de productie van melanine verstoord. Er zijn hoopgevende resultaten geboekt bij de behandeling ervan vitiligo met hoge doseringen van de B-vitaminen (foliumzuur en vitamine B12) die betrokken zijn bij de omzeting van tyrosine naar melanine, in combinatie met blootstelling aan zonlicht (UVB)

Vitiligo is een verworven depigmentatie van de huid, waarbij bepaalde organellen (melanosomen) in huidcellen onvoldoende in staat zijn om het aminozuur tyrosine om te zetten in het huidpigment melanine. Vanwege de diverse functies van tyrosine in het lichaam, treden tekorten relatief gemakkelijk op. Tyrosine kan aldus gemakkelijk tekort schieten in de melaninevorming. Vitiligopatiënten hebben vaak simultaan een slechte werking van de schildklier en bijnieren.
Een therapie met de tyrosinevoorloperstof fenylalanine in combinatie met behandeling met UV-licht lijkt hoopgevend,[51][52] evenals behandeling met hoge doseringen van de B-vitamines[53] die betrokken zijn bij de omzetting van tyrosine naar melanine, maar verder onderzoek is noodzakelijk.

Overig gebruik[bewerken]

  • Hoewel er geen gecontroleerde studies zijn uitgevoerd naar deze mogelijke relatie, wordt tyrosine soms gebruikt in de veronderstelling dat het libidoverhogend zou werken. Tyrosine verhoogt de dopamineproductie, een belangrijke factor bij libido.
  • Tyrosine zou voor een bruinere huid zorgen, de melanogenese stimuleren en de verspreiding van de melanocyten vergroten. In bruiningsproducten wordt met dit doel actetyltyrosine gebruikt vanwege de betere wateroplosbaarheid. Deze toepassing is gebaseerd op het feit dat tyrosine voorloper van melanine is, maar is verder onvoldoende onderbouwd met gecontroleerde studies.

Dosering[bewerken]

In wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van tyrosine is een veelgebruikte dagdosering 100 tot 150 mg per kilogram lichaamsgewicht. Voor een volwassene van 70 kg komt dat neer op circa 7 tot 10 gram tyrosine per dag extra boven de inname via eiwitten. Dergelijk hoge innames dienen echter alleen onder supervisie van een medicus plaats te vinden.
In voedingssupplementen is veelal veel minder aanwezig.

Om competitie met andere neutrale aminozuren in de voeding te vermijden, wordt tyrosine vaak gescheiden van de maaltijd ingenomen (vaak wordt een tijdstip tenminste een half uur voor de maaltijd geadviseerd). Niettemin lijkt er weinig invloed te zijn van voedselinname op de beschikbaarheid van tyrosine.[15]

Magnesium, koper, zink, folaat en de vitamines B3, B6, B12 zijn cofacoren bij de omzetting van tyrosine in catecholamines. Om tekorten van deze nutriënten uit te sluiten wordt tyrosine soms met een multivitaminepreparaat gecombineerd.

Veiligheid[bewerken]

Er worden weinig bijwerkingen gerapporteerd van het gebruik van tyrosine. Wanneer bijwerkingen gerapporteerd worden, gaat het meestal om misselijkheid, milde diarree, hoofdpijn, vermoeidheid of slapeloosheid bij mensen die hoge doses tyrosine nemen (dagelijks meer dan 150 mg per kg lichaamsgewicht). Slapeloosheid kan worden voorkomen door tyrosine niet (meer) in de avond in te nemen.

Tyrosine wordt in het algemeen beschouwd als veilig en in de Verenigde Staten heeft de Food and Drug Administration het daarom de GRAS-status ('Generally Recognized As Safe') toegekend.

Bij de volgende aandoeningen kan tyrosine onwenselijke effecten geven. Daarom is goede medische supervisie noodzakelijk wanneer tyrosine in onderstaande situaties wordt gebruikt:

  • Psychose en manie: Bij klachten die in verband worden gebracht met een hoog dopaminegehalte, zoals psychose en manie, kan tyrosinesuppletie de klachten verergeren. Depletie van tyrosine heeft een dempend effect op manie.[54]
  • Antidepressiva: Vanwege het effect van tyrosine op (catecholamine) neurotransmitters kan het effect van antidepressiva worden versterkt, met name wanneer deze de heropname remmen van noradrenaline.
  • Hypertensie: Bij een al aanwezige hypertensie moet men alert zijn op bloeddrukverhoging door tyrosine bij daarvoor gevoelige personen, zoals bij het gebruik van MAO-remmers.
  • Schidklierhormoonmedicatie: Bij gebruik van schidklierhormoonmedicatie moet men beducht zijn op een stijging van de thyroxineproductie wanneer ook tyrosine wordt gesuppleerd.
  • Levodopa: Levodopa (L-dopa) concurreert met tyrosine voor opname in de dunne darm.[55] Levodopa kan zelfs de opname van tyrosine volledig blokkeren door remming van het transportsysteem,[56] daarom moet er minimaal twee uur verstreken zijn tussen de innamemomenten van beide middelen.
  • Morfine: Hoge doseringen tyrosine konden bij muizen het pijnstillend effect van morfine versterken,[57] mogelijk vindt dit ook plaats bij mensen.

Tyrosine is gecontraïndiceerd bij:

  • Hypertyrosinemie
  • Alkaptonurie
  • Patiënten met een reeds bestaand melanoom.
  • Hyperthyreoïdie en ziekte van Graves, als precursor van thyroxine kan tyrosine mogelijk deze aandoeningen verergeren.[10]
  • MAO-remmers: Bij gebruik van MAO-remmers bestaat het gevaar dat een behoorlijk deel van de tyrosine wordt omgezet in tyramine, wat kan resulteren in verhoogde bloeddruk en hoofdpijn. Hoewel MAO-remmers nog voorgeschreven worden, zijn ze grotendeels vervangen door SSRI's, die voor zover bekend geen interacties hebben met tyrosine.

Tyrosine en zwangerschap[bewerken]

Zwangere vrouwen met fenylketonurie wordt meestal aangeraden circa 4 gram tyrosine per dag extra in te nemen ter voorkoming van tyrosinedeficiëntie bij de foetus. Een dosis van 1,3 gram is al voldoende om bij de zwangere de serumwaarde voor tyrosine boven het aanbevolen minimum van 45 µmol/L te laten stijgen.[58] Mensen met fenylketonurie kunnen fenylalanine niet of onvoldoende in tyrosine omzetten. Zelfs een lichte fenylketonurie bij een zwangere vrouw kan al aanleiding zijn voor verminderde intellectuele vermogens bij het nageslacht.

Doordat het verband verder nauwelijks is onderzocht, is er geen betrouwbare algemene uitspraak te doen over de veiligheid van tyrosine tijdens de zwangerschap.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g (en) Chemical Entities of Biological Interest (ChEBI) - L-Tyrosine (CHEBI:17895)
  2. USDA's National Nutrient Database for Standard Reference, 23e uitgave
  3. a b (en) National Research Council Food and Nutrition Board - Recommended Dietary Allowances: 10th Edition, The National Academies Press Washington, ISBN 0-309-53606-5, 302 pages (1989).
  4. (en) Leyton M, Young SN, Pihl RO et al. Effects on mood of acute phenylalanine/tyrosine depletion in healthy women. Neuropsychopharmacology. 2000;22(1):52–63. PMID 10633491
  5. (en) Harmer CJ et al.Tyrosine depletion attenuates dopamine function in healthy volunteers. Psychopharmacology (Berl). 154(1) (2001): 105-11. PMID 11291999.
  6. a b (en) McTavish SF et al. Lack of effect of tyrosine depletion on mood in recovered depressed women. Neuropsychopharmacology 30(4) (2005): 786-91. PMID 15702140. gratis volledige artikel
  7. (en) Hendler SS, Rorvik D (eds). PDR for Nutritional Supplements. Montvale, NJ: Medical Economics Co., 2001
  8. (en) Yehuda S. Possible anti-Parkinson properties of N-alpha-linolenoyl tyrosine: A new molecule. Pharmacol Biochem Behav 72(1-2) (2002): 7-11. PMID 11900763.
  9. (en) Glaeser BS, Melamed E, Growdon JH, Wurtman RJ. Elevation of plasma tyrosine after a single oral dose of L-tyrosine. Life Sci. 1979 Jul.16;25(3):265–71. PMID 481129. gratis volledige artikel In dit onderzoek krgen 12 proefpersonen (leeftijd 18-21) ofwel 100 of 150 mg/kg tyrosine op nuchtere maag en bleven daarna nog acht uur nuchter. Bij degenen die 100 mg/kg kregen stegen de plasmaspiegels van 69 nmol/mL tot 154 nmol/mL. Bij degenen die 150 mg/kg kregen was het maximum (gemiddeld) 203 nmol/mL. Het maximum trad twee uur na inname op en bleef 6 tot 8 uur boven het uitgangsniveau.
  10. a b c d (en) van Spronsen FJ, van Rijn M, Bekhof J, et al. Phenylketonuria: tyrosine supplementation in phenylalanine-restricted diets. Am J Clin Nutr 2001;73:153-157. PMID 11157309. gratis volledige artikel.
  11. (en) Agharanya JC, Alonso R, Wurtman RJ. Changes in catecholamine excretion after short-term tyrosine ingestion in normally fed human subjects. Am J Clin Nutr 1981 Jan;34(1):82-7. PMID 7192489. gratis volledige artikel.
  12. (en) Gibson CJ, Wurtman RJ. Physiological control of brain catechol synthesis by brain tyrosine concentration. Biochem Pharmacol 1977;26:1137- 1142. PMID 19023. gratis volledige artikel.
  13. (en) Wurtman RJ, Larin F, Mostafapour S, Fernstrom JD. Brain catechol synthesis: control by brain tyrosine concentration. Science 1974;185:183-184. PMID 4276197.
  14. a b (en) Fernstrom JD, Fernstrom MH. Tyrosine, phenylalanine, and catecholamine synthesis and function in the brain. J. Nutr. 2007Jun.;137(6 Suppl 1):1539S–1547S–discussion1548S. PMID 17513421
  15. a b (en) Melamed E, Glaeser B, Growdon JH et al. Plasma tyrosine in normal humans: effects of oral tyrosine and protein-containing meals. J Neural Transm 1980, 47:299-306. PMID 7190187
  16. (en) Booij L, Van der Does AJW, Riedel WJ. Monoamine depletion in psychiatric and healthy populations: review. Molecular Psychiatry. 2003 Nov.;8(12):951–73. PMID 14647394.
  17. (nl) Veer WLC. De chemie en de beteekenis der melanines. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 1941 Jan.4;85:61–72.
  18. (en) Morris JG, Yu S, Rogers QR. Red hair in black cats is reversed by addition of tyrosine to the diet. J. Nutr [Internet]. 2002 Jun.;132(6 Suppl 2):1646S–8S. PMID 12042480 . gratis volledige artikel. In dit experiment ontwikkelden zwartharige katten een roodbruine vacht wanneer ze een voeding op basis van gelatine kregen welke 1,5 x de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden levert van alle aminozuren. Tyrosinerijke voeding (rijk aan caseine en lactalbumine) voorkwam deze kleurverandering. Wanneer extra tyrosine werd toegevoegd aan de voeding die anders verkleuring zou veroorzaken, bleef de vacht ook zwart.
  19. (en) David JC, Dairman W, Udenfriend S. Decarboxylation to tyramine: a major route of tyrosine metabolism in mammals. Proc Natl Acad Sci USA. 1974 May;71(5):1771–5. PMID 4525291. gratis volledige artikel.
  20. (en) Fellman JHJ, Roth ESE, Fujita TST. Decarboxylation to tyramine is not a major route of tyrosine metabolism in mammals. Archives of Biochemistry and Biophysics. 1976May31;174(2):562–7. PMID 1230008
  21. (en) Gulcin I. Comparison of in vitro antioxidant and antiradical activities of L-tyrosine and L-Dopa. Amino Acids 2007;32:431-438. PMID 16932840
  22. (en) Baykova VN, Durnov LA, Chernova NV, et al. Tyrosine metabolism, antioxidant status and some parameters of free-radical lipid peroxidation in children suffering from melanoma and pigmented nevi. Exp Oncol 2000;22:142-147. PMID 11553646. gratis volledige artikel.
  23. (en) Banderet LE, Lieberman HR. Treatment with tyrosine, a neurotransmitter precursor, reduces environmental stress in humans. Brain Res Bull 22(4) (1989): 759-62. PMID 2736402 gratis volledige artikel. In dit onderzoek kregen 23 mannelijke militairen (18-20 jaar oud) 50 mg/kg tyrosine of een placebo en werden vervolgens gedurende 4,5 uur aan omgevingsstressoren blootgesteld: gesimuleerde hoogte van 4200 of 4700 meter (en 15°C) of een gesimuleerde hoogte van 550 meter (en 22°C). Veertig minuten na het begin van de blootstelling werd een tweede dosis van 50 mg/kg tyrosine of placebo toegediend. Aan het einde van de test bleek dat degenen die tyrosine hadden gekregen minder hoofdpijn, moeiheid, stress, spierpijn en slaperigheid ervoeren dan degenen die een placebo hadden gekregen. Ze scoorden beter op indicatoren van mentale toestand (o.a. opgewektheid, mentale helderheid, spanning) en scoorden ook beter op cognitieve tests (wiskunde, navigatie met kompas, patroonherkenning).
  24. (en) Dollins AB, Krock LP, Storm WF, et al. L-tyrosine ameliorates some effects of lower body negative pressure stress. Physiol Behav 1995;57:223-230. PMID 7716196 gratis volledige artikel.
  25. (en) Deijen JB, Orlebeke JF. Effect of tyrosine on cognitive function and blood pressure under stress. Brain Res Bull 1994;33:319-323. PMID 8293316 gratis volledige artikel.
  26. (en) Neri DF, Wiegmann D, Stanny RR, et al. The effects of tyrosine on cognitive performance during extended wakefulness. Aviat Space Environ Med 1995;66:313-319. PMID 7794222.
  27. (en) Shurtleff D, Thomas JR, Schrot J, et al. Tyrosine reverses a cold-induced working memory deficit in humans. Pharmacol Biochem Behav 47(4) (1994): 935-41. PMID 8029265 gratis volledige artikel.
  28. (en) Mahoney CR, Castellani J, Kramer FM, et al. Tyrosine supplementation mitigates memory decrements during cold exposure. Physiol Behav. 2007 Nov 23;92(4):575-82. Epub 2007 May 22. PMID 17585971 gratis volledige artikel.
  29. (en) Thomas JR et al. Tyrosine improves working memory in a multitasking environment. Pharmacol Biochem Behav 64(3) (1999): 495-500. PMID 10548261.
  30. (en) Deijen JB, Wientjes CJ, Vullinghs HF et al. Tyrosine improves cognitive performance and reduces blood pressure in cadets after one week of a combat training course. Brain Res Bull. 1999 Jan.15;48(2):203–9. PMID 10230711 gratis volledige artikel. Cadetten van de Koninklijke Militaire Academie presteerden tijdens een zware militaire training beter op geheugentaken en mentale prestaties wanneer zij een week lang vijfmaal daags 2 gram tyrosine hadden gekregen, dan wanneer zij een placebo hadden gekregen.
  31. (en) Gelenberg A, Wojcik JD, Gibson CJ, Wurtman RJ. Tyrosine for depression. J Psychiatr Res 1982- 1983;17:175-180. PMID 6764934 Dit is een kleinschalig, maar dubbelblind en placebo gecontroleerd onderzoek onder14 zwaar depressieve patiënten. Zes patiënten kregen vier weken lang dagelijks 100 mg/kg tyrosine en acht kregen een placebo. Van de zes patiënten die vier weken lang dagelijks 100 mg/kg tyrosine kregen haalden vier na afloop een score van 10 of minder (geen klinisch significante depressie) op de Hamilton Depression Scale, van de placebogroep rapporteerden drie van de acht patiënten een verbetering. De studie was te kleinschalig om er statistisch significante conclusies uit te kunnen trekken.
  32. (en) Gelenberg AJ, Wojcik JD, Growdon JH, et al. Tyrosine for the treatment of depression. Am J Psychiatry 1980;137:622-623. PMID 7369415 Dit is een beschrijving van een vrouw die geen farmaceutische antidepressiva kon nemen vanwege bijverschijnselen. Ze nam gedurende twee weken 100 mg/kg tyrosine, wat een significante daling van de symptomen bewerkstelligde. Inname van een placebo gedurende een week daarna deed de symptomen weer terugkeren. Op dubbelblinde wijze werd daarna het experiment herhaald en de vrouw verbeterde significant in de periode dat ze tyrosine kreeg.
  33. (en) Goldberg IK. L-tyrosine in depression. Lancet 1980;2:364-365. PMID 6105492
  34. (en) Gelenberg AJ, Wojcik JD, Falk WE, et al. Tyrosine for depression: a double-blind trial. J Affect Disord 1990;19:125–32. PMID 2142699 Dit is een groter opgezet prospectief, dubbelblind opgezet onderzoek onder 65 patiënten, waarbij 21 patiënten 100 mg tyrosine per kg lichaansgewicht kregen gedurende vier weken. 22 andere patiënten kregen 2,5 mg/kg imipramine en 22 anderen kregen een placebo. Er bleek geen significant antidepressief effect als gevolg van tyrosinesuppletie, wel was er behoorlijk wat uitval, waardoor de patiëntengroepen erg klein werden en eventuele verschillen niet meer aantoonbaar waren.
  35. a b (en) McLean A et al. The effects of tyrosine depletion in normal healthy volunteers: implications for unipolar depression. Psychopharmacology (Berl) 171(3) (2004): 286-97. PMID 12955284
  36. (en) Menkes DB, Coates DC, Fawcett JP. Acute tryptophan depletion aggravates premenstrual syndrome. J Affect Disord. 1994Sep.;32(1):37–44. PMID 7798465
  37. (en) Roiser JP et al. The subjective and cognitive effects of acute phenylalanine and tyrosine depletion in patients recovered from depression. Neuropsychopharmacology 30(4) (2005): 775-85. PMID 15688090
  38. (en) Blum K, Braverman ER, Holder JM et al. Reward deficiency syndrome: a biogenetic model for the diagnosis and treatment of impulsive, addictive, and compulsive behaviors. J Psychoactive Drugs. 2000 Nov.;32 Suppl:i–iv–1–112. PMID 11280926
  39. (en) Chadwick MJ, Gregory DL, Wendling G. A double-blind amino acids, L-tryptophan and L-tyrosine, and placebo study with cocaine-dependent subjects in an inpatient chemical dependency treatment center. Am J Drug Alcohol Abuse 16(3-4) (1990): 275-86. PMID 2288326.
  40. (en) Galloway GP et al. A historically controlled trial of tyrosine for cocaine dependence. J Psychoactive Drugs 28(3) (1996): 305-9. PMID 8895116.
  41. (en) Roufs JB. L-tyrosine in the treatment of narcolepsy. Med Hypotheses 33(4) (1990 ): 269-73. PMID 2090930.
  42. (en) Mouret J et al. Treatment of narcolepsy with L-tyrosine. Lancet 2(8626-8627) (1988b): 1458-9.. PMID 2904574. Hoewel in dit onderzoek alle acht narcolepsiepatiënten na zes maanden tyrosinesuppletie (100 mg/kg) compleet vrij waren van kataplexie en slaapaanvallen overdag. Dit onderzoek is echter bekritiseerd vanwege het open karakter ervan en het gebrek aan een controlegroep.
  43. (en) Elwes RD et al. Treatment of narcolepsy with L-tyrosine: double-blind placebo-controlled trial. Lancet 2(8671) (1989): 1067-9. PMID 2572797. gratis volledige artikel. In dit onderzoek kregen 10 patiënten 4 weken lang driemaal daags 3 gram tyrosine. Drie proefpersonen meldden een verbetering met tyrosine, maar het effect was klein en niet-significant.
  44. (en) Poustie VJ, Rutherford P. Tyrosine supplementation for phenylketonuria. Cochrane Database Syst Rev 2 (2000): CD001507. PMID 10796799
  45. (en) Kalsner LR et al. Tyrosine supplementation in phenylketonuria: diurnal blood tyrosine levels and presumptive brain influx of tyrosine and other large neutral amino acids. J Pediatr 139(3) (2001): 421-7. PMID 11562623.
  46. a b c (en) Hinz M, Stein A, Uncini T. Amino acid management of Parkinson's disease: a case study. Int J Gen Med. 2011;4:165–74. PMID 21475622 gratis volledige artikel
  47. (en) Growdon JH et al. Effects of oral L-tyrosine administration on CSF tyrosine and homovanillic acid levels in patients with Parkinson’s disease. Life Sci 30 (1982): 827–32. PMID 6175872 gratis volledige artikel
  48. (en) Lemoine P, Robelin N, Sebert P, Mouret J. La L-tyrosine: traitement au long cours de la maladie de Parkinson. C R Acad Sci III 1989;309:43-47. PMID 2502304
  49. a b (en) Wood DR, Reimherr FW, Wender PH. Amino acid precursors for the treatment of attention deficit disorder, residual type. Psychopharmacol Bull 1985;21:146-149. PMID 3885291.
  50. (en) Reimherr FW, Wender PH, Wood DR, Ward M. An open trial of L-tyrosine in the treatment of attention deficit disorder, residual type. Am J Psychiatry 1987;144:1071-1073. PMID 3300376. gratis volledige artikel.
  51. (en) Whitton ME, Ashcroft DM, Barrett CW, Gonzalez U. Interventions for vitiligo. Cochrane database of systematic reviews (Online). 2006;(1):CD003263. PMID 16437451.
  52. (en) Szczurko O, Boon HS. A systematic review of natural health product treatment for vitiligo. BMC Dermatol. 2008;8:2. PMID 18498646. gratis volledige artikel.
  53. (en) Don P, Iuga A, Dacko A, et al. (2006) "Treatment of vitiligo with broadband ultraviolet B and vitamins.". Int J Dermatol, jrg.45 (nr.1): pp. 63-65. PMID 16426381.
  54. (en) McTavish SF, McPherson MH, Harmer CJ et al. Antidopaminergic effects of dietary tyrosine depletion in healthy subjects and patients with manic illness. Br J Psychiatry. 2001;179:356–60. PMID 11581118. gratis volledige artikel
  55. (en) Riederer P. L-Dopa Competes with Tyrosine and Tryptophan for Human Brain Uptake. Ann Nutr Metab. 1980;24(6):417–23. PMID 7219901
  56. (en) Awad AG. Diet and drug interactions in the treatment of mental illness – a review. Can J Psychiatry. 1984;29:609-613. PMID 6150758
  57. (en) Hull KM, Tolland DE, Maher TJ. L-tyrosine potentiation of opioid-induced analgesia utilizing the hot-plate test. J Pharmacol Exp Ther. 1994;269(3):1190-1195. PMID 8014863
  58. (en) Rohr FJ, Lobbregt D, Levy HL. Tyrosine supplementation in the treatment of maternal phenylketonuria. Am J Clin Nutr. 1998 Mar.1;67(3):473–6. PMID 9497192. gratis volledige artikel.