U5 (Berlijn)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

U5


Alexanderplatz
25 railtransportation.svg S-Bahn-Logo.svg
Schillingstraße
Strausberger Platz
Weberwiese
Frankfurter Tor
Samariterstraße
S-Bahn-Logo.svg Frankfurter Allee
Magdalenenstraße
25 railtransportation.svg S-Bahn-Logo.svg Lichtenberg
Friedrichsfelde
Tierpark
Biesdorf-Süd
Elsterwerdaer Platz
S-Bahn-Logo.svg Wuhletal
Kaulsdorf-Nord
Neue Grottkauer Straße
Cottbusser Platz
Hellersdorf
Louis-Lewin-Straße
Hönow

De U5 is een lijn van de metro van Berlijn. De metrolijn verbindt de Alexanderplatz in het oosten van het stadscentrum met de wijken Friedrichshain, Lichtenberg, Friedrichsfelde, Biesdorf en Hellersdorf (→ kaart). De U5 telt 20 stations en heeft een lengte van 18,4 km; de reistijd over de gehele lijn bedraagt ruim 33 minuten. Het eerste deel van de grootprofiellijn opende op 21 december 1930. Tijdens de deling van de stad lag de lijn als enige van het net geheel op Oost-Berlijns grondgebied.

Geschiedenis[bewerken]

Een metro onder de Frankfurter Allee[bewerken]

Plannen voor een metrolijn onder de Frankfurter Allee bestonden al vroeg in de geschiedenis van de Berlijnse metro. De Hochbahngesellschaft, die verantwoordelijk was voor de bouw van de eerste (kleinprofiel)metrolijnen in Berlijn, breidde het in 1913 geopende station Klosterstraße (U2) zelfs uit ten behoeve van een toekomstige lijn onder de boulevard. Al vanaf 1908 spande de Hochbahngesellschaft zich in voor het verkrijgen van een concessie voor het traject en in 1914 werd die ook verkregen. De Eerste Wereldoorlog zorgde echter voor uitstel van de bouw. Na de oorlog waren de inzichten betreffende de metroaanleg veranderd en wilde men alle nieuwe lijnen in groot profiel uitvoeren. Daarnaast achtte men het ongewenst het reeds wijdvertakte stamtracé (nu onderdeel van U1 en U2) met nog een aftakking uit te breiden.

Bij de aanleg van de GN-Bahn (nu U8) werden in het station Alexanderplatz reeds twee perrons voor de geplande lijn onder de Frankfurter Allee gebouwd. De concessie voor de lijn was nog altijd in handen van de Hochbahngesellschaft, ook na de aanpassing van de plannen in 1927. In 1926 was het beheer over het metronet echter verkregen door het Berlijnse stadsbestuur, dat bij zijn plannen bleef de lijn in groot profiel te bouwen. De Hochbahngesellschaft nam wel de aanleg van de metrolijn op zich en bouwde zo voor het eerst in haar geschiedenis een grootprofiellijn. In mei 1927 werden de werkzaamheden gestart tussen Alexanderplatz en Friedrichsfelde.

De bouw van de lijn bleek zeer eenvoudig en vorderde gestaag. De stations werden ondiep aangelegd, maar wel van mezzanines voorzien. Het voorlopige eindstation Friedrichsfelde was vanuit het oogpunt van reizigersaantallen niet nodig, maar een eindpunt moest er toch zijn; bovendien kon men hier een werkplaats aanleggen, de eerste in het oosten van de stad. Op 21 december 1930 werd de lijn, die de aanduiding E had gekregen, in gebruik genomen; het traject mat zeven kilometer en telde tien stations:

Station Magdalenenstraße, voor de renovatie in 2003

Al deze stations werden ontworpen door Alfred Grenander, de huisarchitect van de Hochbahngesellschaft. Grenander creëerde een standaardontwerp, waarvan per station slechts op enkele details werd afgeweken. De stations onderscheidden zich echter van elkaar door hun "kenkleur" of "herkenningskleur", die zowel in de wandbetegeling als op de stalen steunpilaren toegepast werd. Daarnaast is er variatie in de hoogte van de perronhal.

Verlenging naar het Tierpark[bewerken]

Station Tierpark, het enige ondergrondse metrostation dat in de DDR-tijd werd gebouwd

Plannen voor verlenging van lijn E ontstonden al kort na de opening. Allereerst wilde men de lijn verlengen naar Karlshorst, een villawijk waar zich na de Tweede Wereldoorlog het Sovjet-Russische militaire bestuur had gevestigd. Vanwege de grote vraag naar nieuwe woningen kreeg de woningbouw echter prioriteit over metroprojecten. Een van de eerste stadsuitbreidingsgebieden werd de omgeving van het Tierpark, waar 9000 woningen aan 25.000 mensen onderdak moesten gaan bieden. Ter ontsluiting van de nieuwe woonwijk werd besloten metrolijn E met één station te verlengen. Het nieuwe station Tierpark diende naast de inwoners van het gebied ook de 2,5 miljoen mensen die het park jaarlijks bezochten, wat het project extra lonend maakte.

De aanleg van het eerste metroproject in de DDR begon in 1969. Het tracé loopt ten noordoosten van de werkplaats tot aan de straat Am Tierpark, waar het nieuwe station verrees. Het ontwerp ervan werd in overeenstemming gebracht met de oudere stations op de lijn. Het 1,2 kilometer lange traject werd geopend op 25 juni 1973. Dat er vier jaar nodig was voor de bouw van een dergelijk korte tunnel kan verklaard worden door de zwakke economie van de DDR en het gebrek aan betonelementen, onder andere veroorzaakt door een brand in de opstelplaats bij de Alexanderplatz.

Een metrolijn naar Hellersdorf[bewerken]

S-Bahn en metro stoppen in station Wuhletal aan hetzelfde perron.
Eindpunt Hönow
Trein van het type H onderweg tussen Biesdorf-Süd en Elsterwerdaer Platz

Aan het eind van de jaren 1970 begon de planning voor een nieuw woongebied rond het (sinds de vorming van Groot-Berlijn in 1920 tot de stad behorende) dorp Hellersdorf. Vanwege de omvang van het nieuwbouwgebied was een snelle verbinding met het Oost-Berlijnse centrum nodig. Er werden meerdere varianten voor een dergelijke verbinding bestudeerd, waaronder een S-Bahnlijn. De eerder gebouwde nieuwbouwgebieden Marzahn en Hohenschönhausen hadden een S-Bahnverbinding gekregen, maar de Stadtbahn was inmiddels te druk bezet om nog een aftakking te kunnen verwerken. Een sneltramlijn bleek daarnaast niet voldoende capaciteit te hebben, waardoor een verlenging van lijn E als enige optie overbleef. Na de bestudering van een aantal tracévarianten werd er uiteindelijk voor gekozen de lijn bovengronds te laten verlopen over de niet meer gebruikte VnK-spoorlijn (Verbindung nach Kaulsdorf). De lijn zou daarbij ook de door de S-Bahn gebruikte Ostbahn kruisen.

Het project werd in 1983-84 uitgewerkt en de bouw van het 10,10 kilometer lange en 9 stations tellende tracé begon op 1 maart 1985. De lijn werd in twee fases geopend in 1988 en 1989. Na station Tierpark maakt de tunnel een scherpe bocht naar het oosten om meteen op de VnK-lijn aan te sluiten. De lijn kruist vervolgens de Buitenring en bereikt het station Biesdorf-Süd, waar drie sporen werden aangelegd om er korttrajecttreinen te laten eindigen. Het daarop volgende station Elsterwerdaer Platz was het voorlopige eindpunt van de op 1 juli 1988 geopende eerste fase van de verlenging.

Na Elsterwerdaer Platz loopt het tracé in noordoostelijke richting tot het S-Bahnstation Wuhletal. De metrosporen werden hier tussen de reeds bestaande S-Bahnsporen gelegd, waardoor er in gelijke richting cross-platform kan worden overgestapt. Bij dit overstapstation werd ten behoeve van het aanleveren van nieuw metromaterieel tevens een verbindingsspoor met de hoofdlijn van de DR aangelegd. Na een korte tunnel onder de Gülzower Straße komt de lijn weer bovengronds om via de stations Albert-Norden-Straße (tegenwoordig Kaulsdorf-Nord), Heinz-Hoffman-Straße (tegenwoordig Neue Grottkauer Straße), Cottbuser Platz, Hellersdorf en Paul-Verner-Straße (nu Louis-Lewin-Straße) het eindpunt Hönow te bereiken. De twee laatstgenoemde stations lagen tot een grenscorrectie in 1990 buiten het grondgebied van Berlijn. Op 1 juli 1989, een jaar na de opening van de eerste verlengingsfase, kwam het tracé Elsterwerdaer Platz - Hönow in gebruik. Het was de eerste en enige grote metroverlenging in de DDR.

Alle stations van de oostelijke verlenging van lijn E werden ontworpen door het Entwurfs- und Vermessungsbetrieb der Deutschen Reichsbahn ("Ontwerp- en Kadasterdienst van de DR"). Voor het eerst in de geschiedenis van de Berlijnse metro werden de stations met hellingbanen uitgerust, zodat ook rolstoelgebruikers en mensen met kinderwagens de perrons konden bereiken.

Modernisering[bewerken]

Station Schillingstraße kreeg na de modernisering zijn roze kenkleur terug.
Bij de renovatie van station Magdalenenstraße bleven de wandschilderingen uit de DDR-tijd behouden.

Tussen 2003 en 2004 ondergingen de stations op het oudste deel van de U5 (Alexanderplatz - Friedrichsfelde) een grondige sanering. Zo werd de verlichting verbeterd, werden er nieuwe vloeren gelegd en kregen de stations nieuw meubilair. De oude wandbetegeling moest wijken voor een vandalismebestendige bekleding van geëmailleerde metaalplaten. In de stations Lichtenberg en Frankfurter Allee werden bovendien liften ingebouwd. Het principe van de kenkleuren werd gehandhaafd, zij het dat er enigszins van het oorspronkelijke kleurenschema werd afgeweken. De kenkleur komt net als voorheen terug op de wanden (in twee tinten) en de pilaren; in een donkerder gekleurde horizontale band is steeds de stationsnaam aangebracht.

Station Samariterstraße, dat zich nog grotendeels in de staat van 1930 bevond, behield als beschermd monument zijn oorspronkelijke ontwerp. De sanering beperkte zich hier tot noodzakelijke onderhoudsmaatregelingen en schilderwerk. Ook het eindpunt Alexanderplatz, eveneens opgenomen op de monumentenlijst, werd niet wezenlijk veranderd.

Dienstuitvoering[bewerken]

Naast treinen die het gehele lijntraject berijden zijn er op werkdagen 's ochtends en 's middags extra treinen tussen Alexanderplatz en Biesdorf-Süd of Kaulsdorf-Nord. Sinds 2003 rijdt er in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag van 0:30 tot 4:30 elke 15 minuten een trein tussen Alexanderplatz en Hönow. In de overige nachten rijdt tussen de Hackescher Markt en Hellersdorf de vervangende metronachtbus N5.

Traject Treinopvolging
Spits Overdag (ma-za) Avonden en zondag
Alexanderplatz ↔ Hönow 5 minuten 10 minuten 10-20 minuten
Alexanderplatz ↔ Kaulsdorf-Nord 5 minuten 5 minuten 10-20 minuten

Rollend materieel[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog confisqueerde de Sovjet-Unie vrijwel de gehele vloot C-materieel, dat vervolgens werd ingezet in de metro van Moskou. Aangezien lijn E voornamelijk met treinen van het type C werd geëxploiteerd, ontstond hierdoor een groot materieeltekort. In Berlijn nam men voorlopig zijn toevlucht tot het inzetten van kleinprofieltreinen (type AI), die om het breedteverschil te compenseren met treeplanken uitgerust werden. Dergelijke zogenaamde Blumenbretter-treinen ("bloemenplanken") hadden in de jaren 1920 al dienstgedaan op de eerste grootprofiellijn C (nu U6), omdat het nieuwe grootprofielmaterieel bij opening van deze lijn nog niet gereed was. Gedurende de gehele DDR-periode zou er een materieelprobleem op lijn E blijven bestaan. Men zette onder andere oude, omgebouwde S-Bahnstellen (serie E) in en in de tachtiger jaren werden enkele afgedankte West-Berlijnse D-treinen overgenomen. In 1994 verdwenen de laatste S-Bahntreinen van het metronet. Tegenwoordig rijden er vooral treinen van het nieuwste type H op de lijn.

Toekomst[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel U55 voor uitgebreide informatie over de westelijke verlenging.

Op termijn is een verlenging van de U5 tot Berlin Hauptbahnhof gepland. De bouw van het eerste deel van deze westelijke verlenging, van het Hauptbahnhof tot aan Unter den Linden, begon aan het eind van de jaren 1990, maar werd in 2001 vanwege financiële problemen stilgelegd. In 2003 werd besloten het verst gevorderde deel van het nieuwe traject, tussen Hauptbahnhof en Brandenburger Tor, voorlopig als zelfstandige pendellijn af te bouwen. Op 8 augustus 2009 kwam dit lijntje in gebruik. Omdat dit tracé (nog) niet met de rest van de U5 verbonden is, draagt deze lijn voorlopig het nummer U55. De bouw van het ontbrekende verbinding Brandenburger Tor - Alexanderplatz is begonnen in 2012, en men hoopt in 2019 klaar te zijn.

Kaart[bewerken]

Tracé van de U5

Literatuur[bewerken]

  • Peter Bock (uitg.): U5 Zwischen Alex und Hönow. Geschichte(n) aus dem Untergrund. GVE e. V., Berlin 2003. ISBN 3892180792

Bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina U5 (Berlin).