USS Bonhomme Richard (1765)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
USS Bonhomme Richard (1765)

De eerste USS Bonhomme Richard (1765), voordien de "Duc de Duras", was een fregat in de Continental Navy. Ze was oorspronkelijk een Oost-Indianman, een Oost-Indiënvaarder, een koopvaardijschip, gebouwd in Frankrijk voor de Franse Oost-India Compagnie in 1765, voor vrachtvervoer tussen Frankrijk en de Oriënt. Ze werd ter beschikking gesteld aan Kapitein John Paul Jones, op 4 februari 1779 door koning Lodewijk XVI van Frankrijk, als resultaat van een lening, voor de Verenigde Staten, door de Franse scheepsmagnaat Jacques-Donatiën Le Ray.

Geschiedenis[bewerken]

John Paul Jones herdoopte haar als "Bon Homme Richard", doorgaans betuigend in eerder correcter Frans, als "Bonhomme Richard", als eerbetoon aan Benjamin Franklin, de Amerikaanse Gevolmachtigde in Parijs, wiens "Almanack", "Poor Richard's Almanack" werd gepubliceerd in Frankrijk onder de titel "Les Maximes du Bonhomme Richard".

Eerste Zeeslag[bewerken]

Op 19 juni 1779, zeilde de "USS Bonhomme Richard" vanuit Lorient, met gezelschap van de "Alliance", "Pallas", "Vengeance" en "Cerf", met troepentransporten en handelsschepen onder konvooi naar Bordeaux en voor een reistocht tegen de Britse schepen in de Golf van Biskaje. Noodgedwongen moesten ze echter terugkeren naar de haven voor herstellingen. Het eskader zeilde daarna weer uit op 14 augustus 1779. Noordwest aanhoudend, rondde ze de westkust van de Britse eilanden in de Noordzee en dan beneden de oostkust. Het eskader veroverde 16 handelsschepen als prijsschepen.

Zeeslag bij Flamborough Head[bewerken]

Op 23 september 1779 ontmoetten ze, tegen de avond, de Baltische vloot van 41 zeilschepen onder Britse konvooibegeleiding van de "HMS Serapis", met 44 kanonnen en de "Countess of Scarborough", met 22 kanonnen, nabij Flamborough Head voor de kust van Yorkshire. Kapitein John Paul Jones was klein van gestalte en onberispelijk gekleed in het uniform van de Amerikaanse Marine, bevond zich op het moment op het achtercampagnedek, en zag de naderende vloot. Het konvooi uit de Oostzee, voerde onder bewaking van twee Britse oorlogsschepen, bij Flamborough Head voor de kust van Yorkshire. De vloot schepen kon hij niet ontwijken en hij moest ze aanvallen, ook omdat ze waardevolle ladingen bij zich hadden. De schepen vervoerden rondhout, talk en andere scheepsbenodigdheden en waren van groot belang voor de Britten, nu de Amerikaanse Onafhankelijksoorlog, de bevoorrading vanuit Nieuw-Engeland verhinderde. Jones verlegde zijn koers in de richting van het konvooi en een schip met twee geschutsdekken. Deze zeilde hem eveneens tegemoet. Het was de "Serapis", een nieuw Brits fregat met 44 vuurmonden. John Paul Jones wist wat hem te wachten stond, want hij kende het fregat. Zijn vlaggenschip "Bonhomme Richard" was één aan de Amerikanen uitgeleende en omgebouwde Frans Oost-Indiëvaarders, maar was gedeeltelijk onderkomen, zelfs op sommige plaatsen verrot, en vele van de 40 kanonnen waren onbruikbaar. Zijn bemanning bestond uit een mengelmoes van Amerikanen, Fransen, Ieren, Engelsen, Scandinaviërs, Spanjaarden, Portugezen, Maleiers en één van de kanonniers was zelfs een Narragansettindiaan. Maar ze waren goed geoefend en John Paul Jones was er de man niet naar om een gevecht met dit "samenraapsel" van allerhande nationaliteiten, en tevens hopende dat ze betrouwbaar waren, een gevecht uit de weg te gaan.

Na 18.00 u benaderde de "USS Bonhomme Richard", met zwakke wind, de "HMS Serapis" en met deze bittere samenkomst ontketende ze hiermee de Zeeslag bij Flamborough Head, één van de grootste duels uit de geschiedenis van de zeeoorlog. Bij het eerste boordsalvo ontploften twee van "Bonhomme Richard"'s 18-pounders op het lager gelegen dek, waarbij de ernaast gereedstaande kanonniers gedood werden en het bovenliggende dek verwoest werd. Kanonkogels verpulverden de dekbalken en vaste dekstutten en sloegen lekken in de romp. Jones trok zich terug en probeerde de lekke wanden te dichten, waarna hij een gunstiger positie trachtte te vinden, om de vijand te beschieten of te enteren. John Paul Jones profiteerde van een laatste zuchtje avondbries en voer tot vlak voor de boeg van de "Serapis" langs, waardoor de boegspriet haakte in het touwwant van de bezaanmast van de "Bonhomme Richard". De zeilschepen draaiden naar elkaar toe, zodat de voor- en achtersteven tegen elkaar botsten, en enterhaken sloegen en haakten over de houten relingen en in het touwwant. De ra's van beide zeilschepen raakten elkaar en geraakten in elkaar verward. De strijd barstte nu goed los. De Britse kanonniers schoten het gehele hoofddek van de "Bonhomme Richard" weg, tot de kanonkogels ongehinderd door de versplinterde, en al verrotte scheepsromp vlogen. Maar vanuit het tuigage veegden Jones' zeelui en soldaten, het opperdek van de "Serapis" schoon en maaiden de roerganger neer. Musketten en pistolen van beide kanten, schoten op elkaar in. "Ik ben nog niet eens begonnen met vechten !" schreeuwde John Paul Jones, als de "Serapis" zijn overgave eiste. Jones liet zijn beschadigde schip vastklemmen aan het Britse fregat om zijn "Bonhomme Richard" drijvende te houden en richtte zijn pistool op een kanonnier die trachtte hun vlag te strijken.

Een menigte verzamelde zich op de kust nabij Flamborough Head en luisterden naar de dreunende kanonnen en keken naar de lichtflitsen tegen de nachtelijke hemel. Plotseling ontstond er een muur van vlammen, die de masten en stukgeschoten zeilen verlichtte. Een matroos van de "Bonhomme Richard", die over de verwarde ra's was geklommen, had een handgranaat door een open dekluik van het vijandelijk schip laten vallen. Deze granaat kwam terecht op een stapel kruithoorns. Jones had ondertussen zijn laatste kanons - kleine 9-pounders - gebruikt om de Britse hoofdmast om te schieten. Deze scheepsmast nam in zijn val de bezaanmast mee. Met een geraas van krakend en versplinterd hout en neervallende touwen, katrollen, stukken zeilen en ra's, verpletterden en bedolven menige manschappen. Het verlies van de hoofdmasten was genoeg voor kapitein Pearson van de "Serapis". Hij rapporteerde later:"Ik vond het zinloos en in feite onmogelijk om in de situatie waarin wij ons bevonden, nog langer weerstand te bieden, zonder de geringste kans op succes. Daarom staakte ik de strijd !" De Britse vlag werd gestreken als overgave. Jones en zijn bemanning gingen aan boord van de "Serapis", en kapten de meertouwen los van hun eigen wrak "Bonhomme Richard", en zagen hun zwaar beschadigde schip wegdrijven. De overwinning kostte hen een schip en de kans op vernietiging van het Oostzeekonvooi, maar bezorgde Amerika zijn eerste zeeheld. Jones hoorde later dat zijn verslagen vijand, kapitein Pearson werd geridderd. "De volgende keer...", schimpte hij, "...zal ik een lord van hem maken !"

Balans[bewerken]

Als gevolg van de vier uren durende zeestrijd, kostte het levens van vrijwel de helft van de Amerikaanse en Engelse bemanningen. De Britse kapitein gaf zich over rond ongeveer 22.30 u. De "Bonhomme Richard" verbrijzeld onder vuur en kanonkogels, lekte zeer erg en alle overlevenden verlieten het zinkende wrak dat om 23.00 u zonk op 25 september 1779. John Paul Jones zeilde weg met het gekaapte fregat "HMS Serapis" naar de Verenigde Provincies voor herstellingen.

John Paul Jones[bewerken]

Kapitein John Paul Jones had zich al een reputatie verworven voor hij de "Serapis" ontmoette. Met zijn schip de "Ranger" had hij het Engelse Whitehaven overvallen, was geland in Schotland en had daar het zilveren servies uit het landhuis van Lord Selkirk gerooft (hij zou het later ieder stuk ervan teruggeven), had koopvaardijschepen gekaapt en de Britse kust in staat van alarm gebracht. De premies van oorlogsverzekeringen stegen en er werd een burgerwacht opgericht in Liverpool. "Hun blufferige marine kan niet eens de eigen kust beschermen!" zei John Paul Jones. Indien hij de beschikking over een oorlogsvloot had gehad, dan zou hij in zijn eentje een einde aan de oorlog hebben kunnen maken...

USS Bonhomme Richard (1765)[bewerken]

  • Type: Fregat - Amerikaanse Marine
  • Bouwer: Randall & Brent Shipyards
  • Te water gelaten: 1765
  • Als aanwinst: 4 februari 1779
  • In dienst: 4 februari 1779
  • Uit dienst: 25 september 1779
  • Feit: Gezonken in de zeeslag van Flamborough Head

Algemene kenmerken[bewerken]

  • Verschillende tonnages: 998 ton als Oost-Indiërvaarder - (1014 ton) als fregat
  • Lengte: 46,30 m
  • Breedte: 12 m
  • Diepgang: 5,80 m
  • Voortstuwing: Zeilen - 1 roer
  • Bemanning: 375 officieren en manschappen

Bewapening[bewerken]

  • 28 x 12-pounders (met gladde loop) - (14 kanonnen aan stuurboord en 14 aan bakboord)
  • 6 x 18-pounders (met gladde loop) - (3 kanonnen aan stuurboord en 3 aan bakboord)
  • 8 x 9-pounders (met gladde loop) - (4 kanonnen aan stuurboord en 4 aan bakboord)

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • This article includes text from the public domain Dictionary of American Naval Fighting Ships.
  • Capt. Alan Villiers en andere zee-avonturiers: "Het Avontuur van de Zee" National Geographic Society De Haan.

Externe links[bewerken]

  1. USS Bonhomme Richard (1765) Geschiedenis
  2. USS Bonhomme Richard (1765) Scheepsmodel
  3. USS Bonhomme Richard (1765) Geschiedenis
  4. USS Bonhomme Richard (1765) Scheepsmodel