USS Boston (1777)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De tweede USS Boston (1777) was een 24 kanonnen tellend fregat, te water gelaten op 3 juni 1776 door Stephen en Ralph Cross, Newburyport, Massachusetts, en het volgende jaar volledig afgewerkt en onder commando gebracht bij de United States Navy met kapitein H. McNeill als bevelhebber.

De USS Boston en USS Hancock in gevecht met de HMS Fox

Geschiedenis[bewerken]

Op 21 mei 1777 zeilde de USS Boston in gezelschap van de USS Hancock voor een kruisvaart in de Noordelijke Atlantische Oceaan. De twee fregatten kaapten drie premieschepen waaronder het 28 kanonnen tellende Britse fregat HMS Fox op 7 juni. Deze premie- of prijzenschepen werden aan de staat verkocht als buitgemaakte schepen. De reder of kapitein, en eveneens de bemanning, deelden mee met de aanmoedigingspremie. Dit was ook een soortgelijk premiegeld bovenop hun scheepsloon. Voor de bemanning was het wel de moeite waard een vijandelijk schip te kapen.

De USS Boston, USS Hancock en de gekaapte HMS Fox, die nog met hen meevoer, voor hij naar Amerika gestuurd werd als premieschip, werden echter opgespoord, verkend en aangevallen door de Britse fregatten HMS Flora, HMS Rainbow en de HMS Victor op 7 en 8 juli. Vermoedelijk hadden de Engelsen begrepen dat hun schip gekaapt moet zijn geweest en trachtten het op te sporen, wat hun gelukt was na een maand zoeken. Wat de Engelsen ook gelukt was, dat ze op hun beurt de Amerikaanse fregatten aanvielen en de USS Hancock overvielen en innamen, alsook dat ze hun gekaapte schip HMS Fox terugveroverden. Maar de USS Boston wist, weliswaar beschadigd, te ontsnappen naar de monding van de Sheepscotrivier, aan de kust van Maine.

Van 15 februari tot 31 maart 1778 bracht de USS Boston John Adams naar Frankrijk. Hij veroverde onderweg een premieschip. Daarna kruiste het de Europese wateren en veroverde achtereenvolgens vier prijzenschepen, voordat het terugkeerde naar Portsmouth, New Hampshire op 15 oktober. In 1779 maakte het twee overtochten tussen 29 juli tot 6 september en van 23 november tot 23 december, in de Noord-Atlantische Oceaan, en veroverde als laatste zijn negende premieschip. Daarna voer de USS Boston mee met het eskader, die het daarna terug liet vertrekken vanuit de vloot, voor het meehelpen in de verdediging van Charleston, South Carolina in zijn strijd tegen de Engelsen. Maar daar sloeg het noodlot toe. De USS Boston werd daar aangevallen en veroverd door de Britten, toen de stad Charleston zich over gaf op 12 mei 1780.

USS Boston (1777)[bewerken]

  • Type: Fregat (zeilschip) - United States Navy
  • Gebouwd: Stephen & Ralph Cross, Newburyport, Massachusetts
  • Te water gelaten: 3 juni 1776
  • In dienst gesteld: 1777
  • Feit: Veroverd door de Britse Navy op 12 mei 1780

Algemene kenmerken[bewerken]

  • Waterverplaatsing: 514 ton
  • Lengte: 114 voet - 35 m
  • Breedte: 32 voet - 9,80 m
  • Diepgang: 10 voet - 3,10 m
  • Voortstuwing: Gezeild (drie masten en boegspriet)
  • Snelheid: 8,50 knopen (16 km/h)
  • Bemanning: 200 officieren en matrozen

Bewapening[bewerken]

  • 5 x 12-pounder kanonnen (kanonskogels van 5 kg)
  • 19 x 9-pounder kanonnen (kanonskogels van 4 kg)
  • 2 x 6-pounder kanonnen (kanonskogels van 2,70 kg)
  • 4 x 4-pounder kanonnen (kanonskogels van 1,80 kg)

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • Dit artikel bevat tekst van Dictionary of American Naval Fighting Ships dat zich in het publiek domein bevindt.

Externe links[bewerken]