USS Scamp (SS-277)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De USS Scamp (SS-277) was een Gato-klasse onderzeeër van de Amerikaanse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze was het eerste schip van de US Navy die genoemd werd naar "Scamp" (deugniet, rakker), een aanhanger van de Serranidae-familie. De onderzeeboot was vooral actief in de Stille Oceaan (Pacific).

USS Scamp (SS-277)

Geschiedenis[bewerken]

Haar kiel werd gelegd op 6 maart 1942 op de Portmouth Navy Yard in Kittery, Maine. Ze werd te water gelaten op 20 juli 1942 en gedoopt door Miss Katherine Eugenia McKee, en in dienst gesteld op 18 september 1942 met commandant kapitein-ter-zee Walter G. Ebert als eerste bevelhebber. Op 3 maart 1944 kwam commandant John C. Hollingsworth als laatste bevelhebber aan boord...

Op 19 januari 1943, na oefeningen buiten New London, Connecticut, zette de USS Scamp koers naar Pearl Harbor, via het Panamakanaal. Ze kwam aan in Hawaï op 13 februari 1943 en begon aan haar eindoefeningen in het lokale operatiegebied. Er werd uitvoerig getest, geoefend en proefgedoken, vooraleer ze daadwerkelijk op oorlogspatrouille vertrok op 1 maart 1943. Ze meerde aan in Midway op 5 maart en ontscheepte daar haar eerste passagier, schout-bij-nacht Charles A. Lockwood Jr., Commander Submarine Force, Pacific Fleet. Daar bunkerde de USS Scamp bij en vertrok daarna naar Honshu in Japan.

Eerste patrouille[bewerken]

Haar eerste twee aanvallen op de vijand waren gedoemd tot mislukken door het falen van niet-werkende ontstekingsmechanisme op haar torpedo's. Na de inactieve magnetische kenmerken aan haar gelanceerde torpedo's, scoorde de onderzeeër toch eindelijk twee treffers, één op een ongeïndentificiëerd doel, in de nacht van 20 maart en een ander beschadigde de "Manju Maru" in de vroege morgen. De onderzeeboot keerde terug naar Midway op 26 maart en keerde daarna terug naar Pearl Harbor op 7 april.

Tweede patrouille[bewerken]

De USS Scamp koos weer zee op 19 april, richting het zuidwesten van de Stille Oceaan. Ze nam brandstof in op het Johnstonatol en voer tussen de Marshalleilanden en de Gilberteilanden tot het verkennen van het Ocean Island en Nauru eiland. Deze missie volbracht ze volledig op 27 en 28 april zette ze koers naar de Bismarck-archipel. Ze kreeg daar contact met drie vijandelijke schepen, waarvan één een hospitaalschip bleek te zijn, en hield daarom nog voorlopig haar torpedo's binnenboord.

Hoe dan ook, in de namiddag van 28 mei, boorde ze met succes drie torpedo's in het omgebouwde watervliegtuigvrachtschip "Kamikawa Maru". De USS Scamp ontweek de Japanse escorteschepen en kwam tot periscoopdiepte voor het waarnemen van haar behaalde resultaten. Het Japanse vrachtschip was weggezakt met haar achtersteven en zag de bemanning in de sloepen stappen. Even na middernacht beëindigde de USS Scamp, de bedroevende strijd van de vijandelijke tegenstander met twee, nu wel goed doelgerichte torpedo's. De "Kamikawa Maru" ontplofte door de inslagen en zonk nu sneller weg naar de zeediepte. De Amerikaanse onderzeeboot beëindigde tevens haar tweede oorlogspatrouille en stevende naar Brisbane, Australië, op 4 juni 1943.

Derde patrouille[bewerken]

Vanaf Brisbane, bereidde ze zich voor, voor haar derde oorlogspatrouille op 22 juni. Ze patrouilleerde op haar verkenningslijn nabij de Salomonseilanden en het noorden van de Bismarck-archipel. De Navy onderzeeër passeerde het Shortland eiland op 14 juli en, op 27 juli, ontmoette ze een vijandelijk konvooi. Gedurende haar nadering, stormde een torpedobootjager over haar heen en dropte twee dieptebommen op verscheidene afstanden van haar maar brachten geen noemenswaardige hinder op. De USS Scamp bleef het konvooi benaderen en lanceerde een verspreidde torpedoaanval van zes torpedo's op een Japanse olietanker. Ze troffen doel, maar de Amerikanen moesten meteen dieper wegduiken om de snel naderende escorteschepen te ontlopen. Met jankende alarmsirenes stormden de Japanse torpedoboten naar de richting, vanwaar de torpedo's kwamen.

Wanneer ze opsteeg, iets meer dan een uur later, waren alle vijandelijke schepen uit het zicht verdwenen. De getroffen tanker zou blijkbaar gezonken zijn, want met nog ietwat drijvend vermogen, kon ze het konvooi toch niet bijhouden en zou ze achter blijven hinken. Maar er was geen rook of vuur te bekennen in de gehele wijde omtrek van de zee. De USS Scamp deed haar patrouille verder binnen de Bismarck eilandengroep. Ze patrouilleerde naar het zuidoosten van Straat Stefan, tussen Nieuw-Ierland en New Hanover (nu Lavongai).

De I-168[bewerken]

Om 17.54 u., nog op 27 juli, zag de USS Scamp een onderzeeër, die haar torpedo's lanceerde naar de Amerikaanse onderzeeboot. Commandant Walter G. Ebert liet de SS-277 snel wegduiken naar een diepte van 220 voet, zo'n 67 meter, en liet de Japanse torpedo's boven haar voorbij razen. De jankende schroeven van de dodelijke torpedo's passeerden gelukkig boven de USS Scamp, waarin de bemanning met volle spanning, het gebeuren volgden. In minder dan 10 minuten keerde de Navy-onderzeeër terug naar periscoopdiepte voor het observeren van haar tegenstander.

Om 18.12 u. lanceerde de Amerikaan vier torpedo's. De Japanse onderzeeboot kreeg de torpedo's in haar flank en ontplofte in een enorme explosie door de treffers. Op dat ogenblik dacht men dat de verliezer van dit zeeduel, de Japanse onderzeeër I-24 was. Later na onderzoek in Japanse archieven bleek, dat het niet de I-24 was, maar de I-168, die iets meer dan een jaar daarvoor, het Amerikaanse vliegdekschip USS Yorktown (CV-5) en de torpedojager USS Hammann (DD-412), tegelijkertijd had getroffen en tot zinken had gebracht, tijdens de Slag bij Midway. Op 8 augustus keerde de USS Scamp terug naar Brisbane.

Vierde patrouille[bewerken]

Na bijna een maand in de haven van Brisbane gelegen te hebben, vertrok de vlootonderzeeboot voor haar vierde oorlogsmissie. Ze kruiste weer nabij de Salomonseilanden en in de Bismarck Zee. Op 18 september viel ze drie konvooischepen aan en vernietigde één van hen. De anderen veranderden meteen hun koers en ontweken zodoende de torpedo's. De USS Scamp naderde dichter onder de getroffen vijand, en trachtte de escortejagers te ontwijken, maar ze kwam onder machinegeweervuur van het slachtoffer terecht. Ze ontsnapte aan de achtervolging van de Japanse torpedojagers, maar verloor daarna de onbeschadigde prooien, in een hevige tropische regenbui, uit het oog. De Amerikaanse onderzeeër keerde terug om het 8.614 ton metende passagiersvrachtschip "Kansai Maru" haar genadeslag te geven, wat ze succesvol deed in de late nacht.

Op de morgen van 21 september naderde de USS Scamp, een zwaar bewaakt konvooi en begon het op een afstand te volgen. Na donker, benaderde ze het konvooi voor haar dodelijke aanval en lanceerde drie torpedo's, waarbij ze daarna twee dubbele explosies hoorden. Haar snelle aanval werd gevolgd door een zware regenbui. Hoe dan ook, de USS Scamp besloop het konvooi als een jachthond, de hele dag van 22 september. Rond 03.00 u. van 23 september vuurde ze vier torpedo's naar het konvooi. Terwijl ze nog manoeuvreerde voor de konvooiaanval, voer ze langs het wrak van de "Kansai Maru" en kwam ze langs lege reddingsboten van het zinkende schip, wrakhout en ronddrijvende documenten. Deze documenten werden aan boord genomen en later werden ze aan de inlichtingsdienst van de Navy doorgespeeld. De USS Scamp maakte nog een keer aanstalten het konvooi aan te vallen, maar overvliegende Japanse vliegtuigen doken neer om haar te bombarderen en dwongen haar diep weg te duiken. Op 24 september kreeg ze bevel tot het afwerken van haar patrouillemissie en keerde terug naar de haven van Brisbane op 1 oktober.

Vijfde patrouille[bewerken]

De USS Scamp verliet weer de haven van Brisbane op 22 oktober en begon aan haar vijfde oorlogspatrouille met de missie, ter ondersteuning van de Treasury Island Invasion van 28 tot 30 oktober. Vandaar vertrok ze voor haar patrouillevaart tussen Kavieng en Truk. op 4 november lanceerde ze drie torpedo's op een passagiersvrachtschip. Eén ontplofte voortijdig, maar de anderen bereikten haar doel. Vanaf de tijdspanne van de explosie, was het duidelijk een succes geweest, want de USS Scamp was alvast aan een snelduik en een ontwijkmanoeuver begonnen, voor het ontwijken van vijandelijke dieptebommen.

Zes dagen later, bracht ze de 6.481 ton metende "Tokyo Maru" buiten strijd, nadat ze de escorteschepen had ontweken, vuurde ze nog drie torpedo's op de Japanner. Ongeveer rond 21.00 u. werd vastgesteld dat de vermeende verminkte en zieltogende vijand, vervolgens ervandoor gegaan was. Later werd bekend dat de "Tokyo Maru" toch nog gezonken was, voordat de dag aanbrak.

Op 12 november beschadigde ze de lichte kruiser "Agano" zo erg, dat het vijandelijk oorlogsschip moest terugkeren voor reparaties naar Truk. Daar was ze toen het Amerikaanse offensief begon van 16 en 17 februari 1944. Op 18 november liep de USS Scamp lichte averij op door een onbetekenende bomscherf van twee Japanse Aichi E13A watervliegtuig-bommenwerpers. Acht dagen nadien voer ze de haven van Brisbane terug binnen.

Zesde patrouille[bewerken]

Op 16 december 1943 verliet de onderzeeër Brisbane en kwam terug naar de Bismarck archipel voor haar zesde oorlogspatrouille. In de nacht van 5 januari 1944, miste ze een kleine olietanker en werd door het geluid van de vijandelijke sonars van twee Japanse torpedojagers gedwongen, een verdere aanvalspoging af te breken. Om 23.23 u. was ze gereed en klaar om naar de oppervlakte te begeven, terwijl de konvooiescorteschepen op hen op zoek waren, op ongeveer 8.000 yards (7.300 m) achterwaarts van hen.

Op 14 januari glipte ze door twee torpedojagersversperringen en lanceerde zes torpedo's op de "Nippon Maru". De 9.975 ton zware olietanker zonk brandend naar de diepte, terwijl de USS Scamp weer ontsnapte aan zijn belagers. Vervolgens deed ze een poging om terug te keren naar haar zuidelijke patrouillegebied en lette daarbij op voor de B-24 Liberator- vliegtuigen, die het noorden van Lyra Reef bewaakten. Op 8 februari voer ze naar Milne Bay, Nieuw-Guinea voor herstellingen.

Zevende patrouille[bewerken]

De USS Scamp begon haar zevende oorlogspatrouille, op zoek naar de scheepslijnen tussen Nieuw-Guinea, Palau en Mindanao in de Filipijnen. Ze verliet Milne Bay op 3 maart 1944, met aan boord commandant J. C. Hollingsworth. Na onregelmatige patrouillering legde ze aan in Langemak Bay, van 29 tot 31 maart, voor herstellingen aan haar TDC (torpedo-data-computer). Ingevolge haar vastberadenheid in haar missiepatrouille, vocht ze aan de oppervlakte, op 4 april, toen ze een Japanse trawler van 200 ton onder vuur nam, maar brak vroegtijdig haar actie af door het falen van haar dekkanon.

Drie dagen later, ten zuiden van de Davao Golf, ontmoette de onderzeeboot zes Japanse kruisers, geëscorteerd door torpedojagers en vliegtuigen. Ze dook onder en de torpedojagers passeerden boven haar, zonder dat ze notie hadden van haar aanwezigheid onder hun, ondanks ze 'maar' 30 meter dieper onder het zeeoppervlak lag. Daarna keerde ze, na hun doorvoer, terug naar de oppervlakte op periscoopdiepte, om 14.05 u., maar, ze werd gedwongen tot weer onderduiken voor vijandelijke vliegtuigen. Iets later trachtte ze weer naar de oppervlakte te komen, maar werd echter aangevallen door duikbommenwerpers. Vermoedelijk hadden luchtbellen door het trimblazen, haar positie verraden en kon men, nog vlak onder water, door het heldere zeewater, haar scheepsvorm opmerken. In ieder geval moest ze een crachduik doen om te proberen, te ontsnappen aan de aanvallende vliegtuigen.

Van één van hen, kwam een dieptebom, zeer dicht nabij de drukhuid van de onderzeeër, tot ontploffing. Alle hens werd bijna onderuit geslagen door de hevige explosie, waardoor alle energie uitviel. De onderzeeboot zakte dieper weg. De USS Scamp begon in allerijl een wederopstarting van de elektromotoren. Op een diepte van 300 voet (91 meter), begonnen ze verwoed haar machines op te starten. De duikofficier meldde dat de hydrauliek-controle uitgevallen was en tijdens de aanval op "off" stond, en dat de hydraulica weer zo snel mogelijk aan de praat moest gebracht worden. Alle hoofdventielen werden dichtgedraaid en compartimenten werden gesloten, toen er vuur uitbrak, overeenstemmend door de manoeuvres, die de achtertorpedokamers met een dikke giftige rook vulde.

Gelukkig klom de USS Scamp terug naar 52 voet (16 m), met de beslissing, dat ze naar de oppervlakte moest om de onderzeeër te luchten van de giftige rook. Ze steeg naar 15 meter tot onder het zeeoppervlak. Met een slakkengang kwam ze niet hoger dan het dekkanon iets boven water, alsof ze niet kon worden gehouden onder de 50 voet (15 m). De USS Scamp probeerde nog altijd de motoren te starten. Maar na de derde maal het geprobeerd te hebben, sloegen ze uiteindelijk toch aan en kwam de energie terug. Weldra maakte de onderzeeër 2/3 snelheid op beide schroeven en bleef ze daarna gelijkmatig doorvaren tot op een diepte van 46 meter. De achterste torpedokamers werden zorgvuldig gelucht van de giftdampen. Niet alleen dat, maar ook verloor ze stookolie en liet ze een luchtbellenspoor na door het gevolg van de hevige snelle duik en tegelijkertijd, de enorme mokerdrukslag van de exploderende dieptebom. Een olietank was beschadigd, eveneens als de luchttrimtanks. De USS Scamp stevende naar de Admiraals eilanden.

Om 21.03 u. kwam ze boven water, met een 17° rolslagzij, maakte ze zich klaar voor Seeadler Harbor, Manus, waar ze aankwamen op 16 april 1944 voor zeer dringende herstellingen.

Achtste patrouille[bewerken]

Op Manus onderging de USS Scamp dringende herstellingen en verplaatste zich daarna naar Milne Bay op 22 april. Daarna vertrok ze naar Pearl Harbor voor een algemene onderhouds- en herstellingsbeurt op de scheepswerf. Na de grote reparaties en aanpassingen aan de onderzeeër, vertrok de USS Scamp, terug geheel hersteld, op haar achtste patrouille op 16 oktober. Ze sloeg stookolie in te Midway op 20 oktober. Daarna zette ze koers naar de Bonin-eilanden.

Laatste patrouille[bewerken]

Op 9 november kwam een bevestigend bericht binnen met orders, voor het veranderen van haar patrouillegebied. Ze rapporteerde haar positie door tot ong. 150 mijl (280 km), ten noorden van de Bonin-eilanden, met alle 24 torpedo's nog aan boord en 77.000 gallons (290.000 liter) stookolie voorradig. Op 14 november kreeg ze orders tot het bewaken en verkennen van een vooruitgeschoven post bij Tokyo Bay, ter ondersteuning van een B-29 Superfortress-bommenwerpersaanval. Maar daar faalde ze blijkbaar in haar bevestigde berichtorde. Wat er nadien is gebeurd, wist toen niemand. De USS Scamp (SS-277) kwam niet van haar missie terug...

Tot slot[bewerken]

De USS Scamp (SS-277) werd nooit meer teruggezien. Volgens beschikbare archieven na de oorlog, bleek dat de USS Scamp werd gesignaleerd door Japanse vliegtuigen en maakten ze melding van dieptebommen, door een kustverdedigend oorlogsschip, ten zuiden van Tokyo Bay op 11 november 1944. Alle 83 bemanningsleden kwamen hierbij om...

Later kwam er een melding dat de USS Scamp vermoedelijk tot zinken is gebracht door dieptebommen van de Japanse korvet "Kaibokan CD-4" en carrier-vliegtuigen, op 125 nautische mijlen ten Z.Z.O. van Yokohama, Honshu, Japan op positie 33°38 N. en 141°00 O.

De USS Scamp (SS-277) werd geschrapt van de Naval Vessel Register op 28 april 1945.

De USS Scamp (SS-277) kreeg postuum 7 Battle Stars voor haar inzet in de Tweede Wereldoorlog.

Zie alsook[bewerken]

USS Scamp (SS-277)[bewerken]

  • Klasse: Gato-klasse
  • Type: Onderzeeër US Navy
  • Bouwwerf: Portsmouth Naval Shipyard, Kittery, Maine.
  • Gebouwd: 6 maart 1942
  • Te water gelaten: 20 juli 1942
  • In dienst gesteld: 18 september 1942
  • Verloren: Vermoedelijk tot zinken gebracht door Japanse oorlogsschepen en vliegtuigen, ten zuiden van Tokyo Bay, op 11 november 1944

Technische gegevens[bewerken]

  • Gato-klasse diesel-elektromotoren-onderzeeër
  • Lengte: 95 m
  • Breedte: 8,30 m
  • Diepgang: 5,20 m
  • Waterverplaatsing: 1.525 ton (1.549 ton geladen) oppervlakte
  • Waterverplaatsing: 2.424 ton (2.460 ton geladen) onder water
  • Machines diesels: 4 x Fairbanks-Morse Model 38D8-1/8 9 cilinders tegenovergestelde zuigers-diesel motoren aangedreven met elektrische generatoren.
  • Machines elektrisch: 2 x 126 cellen Sargo-batterijen - 4 x hogesnelheid General Electric elektrische motoren met reductiekoppelingen - twee schroeven - één verticaal roer - vier horizontale duikroeren (2 voor- en 2 achteraan/SB en BB)
  • Snelheid boven water: 20,25 knopen (37 km/u)
  • Snelheid onder water: 8,75 knopen (16 km/u)
  • Vermogen boven water: 5.400 pk (4.0 MW)
  • Vermogen onder water: 2.740 pk (2.0 MW)
  • Olietanks: 77.000 gallons (290.000 liter)
  • Reikwijdte: 11.000 nautische mijlen (20.000 km) boven water aan 10 knopen (19 km/u)
  • Uithoudingsvermogen: 48 uren aan 2 knopen (4 km/u) boven water - 75 dagen op patrouille
  • Testdiepte: 300 voet (90 meter) veiligheidsmarge
  • Bemanning: 80 tot 81 manschappen - 10 officieren en 70 tot 71 matrozen

Bewapening[bewerken]

  • 10 x 21-inch (533-mm) torpedobuizen (6 voor- en 4 achteraan)
  • 24 x torpedo's
  • 1 x 5-inch (127-mm)/25 kaliber dekkanon
  • 4 x machinegeweren
Bronnen, noten en/of referenties