U 132 (Kriegsmarine)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De U-132 was een onderzeeboot van de Duitse Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze VIIC-onderzeeër stond onder commando van kapitein-luitenant-ter-Zee Ernst Vogelsang. De U-132 zou zelf het slachtoffer van zijn slachtoffer worden.

Geschiedenis[bewerken]

Nadat de U-132 het munitieschip "Hatimura" had getorpedeerd, kwam de onderzeeër boven water om het vrachtschip verder af te maken, vermoedelijk met zijn dekkanon. Het was niet te geloven, dat de drukhuid van de onderzeeboot, zelf ten prooi ging vallen van zijn laatste slachtoffer. Op 4 november 1942 ontplofte het brandende en nog drijvende munitieschip "Hatimura", in een reusachtige explosie. De U-boot was waarschijnlijk te dicht in de omgeving van het munitieschip gekomen, vanwege de kleine afstand bevond de boot zich binnen de dodelijke radius van de explosie; hierbij werd de U-132 in stukken gereten door het ontploffende koopvaardijschip. De gehele 47-koppige bemanning ging tezamen met U-boot en slachtoffer ten onder.

Gevaarlijke vrachtschepen[bewerken]

Munitieschepen waren eigenlijk gevaarlijke vrachtschepen, zeker tijdens de oorlog, en vooral voor de bemanning. De kans zat er groot in, dat met één torpedering het gehele schip explodeerde en de gehele bemanning ineens omkwam. Meestal voeren deze munitieschepen binnen in het konvooi, omflankt door andere vrachtschepen die minder gevaarlijke goederen aan boord hadden. Deze werden dan ook bijna altijd het eerst getorpedeerd. Doch, gemiste doorschieters raakten dan toch vaak nog een ander schip, middenin het konvooi. Tankers voeren eveneens midden in het konvooi. Deze petroleumtankschepen waren evenals de munitieschepen, drijvende vulkanen. Als zo'n tanker getroffen werd, brandde ze volledig uit totdat ze middenin een brandende olievlek zonk. Menig bemanningslid trachtte het vege lijf te redden door in zee te springen, maar verbrandde meestal levend in deze uitgestrekte en uitgelopen olievuurzee. Reddingsoorlogschepen konden niet in de buurt komen van brandende olietankers, door de felle hitte en doordat ze zelf kwetsbaar waren met hun wapenmunitie aan boord.

Voorafgaand geregistreerd feit[bewerken]

(Laatste herziening door FDS/NHB in januari 1985). - Gezonken op 5 november 1942 in het noordelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan, ten zuidoosten van Cape Farewell in Groenland, in positie 58°08' N. en 33°13' W., door een Brits vliegtuig (Squadron 120). Deze aanval was gericht tegen de U-89. Deze had echter maar geringe schade opgelopen en kon ontsnappen onder water.

Externe links[bewerken]

  1. Hatimura