U 99 (Kriegsmarine)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De U-99 was een Duitse VII B-klasse onderzeeër van de Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze stond onder commando van luitenant-ter-Zee Otto Kretschmer. Zij verging echter tijdens het torpederen van het konvooi HX-112, nabij IJsland op 17 maart 1941.

Geschiedenis[bewerken]

De U-99 van luitenant-ter-Zee Otto Kretschmer nam deel aan de wolfsbende die op de nacht van 16 op 17 maart 1941, jacht maakte op het konvooi HX112, die in de buurt van IJsland vertoefde. Het aantal schepen dat, tien dagen eerder de gesneuvelde Günther Prien met zijn U-47, tot zinken had gebracht, bedroeg 28 met in totaal 160.000 ton. Dit werd slechts door twee anderen commandanten geëvenaard. Joachim Schepke met de U-100, die zelf sneuvelde op 17 maart 1941, en die op zijn naam 159.130 ton scheepsruimte tot zinken had gebracht. En op een eenzame hoogte, vér boven hen stond Otto Kretschmer met de U-99, met een persoonlijk record van niet minder dan 44 koopvaardijschepen en een torpedobootjager, in totaal 266.629 ton aan scheepsruimte.

Aan al deze records zou een einde komen, althans ook voor de U-99. Nadat de U-100 van luitenant-ter-Zee Schepke geramd werd door de HMS Vanoc, omstreeks 03.30 u, en waarbij de commandant en 38 man het leven lieten, werd de U-99 omstreeks 03.40 u 's morgens opgepikt door de ASDIC van de torpedobootjager HMS Walker. De jager had de Duitser gelokaliseerd en wierp een serie dieptebommen op hem af die toch doelmatig troffen. De HMS Walker dwong de U-99 gehavend en beschadigd naar de oppervlakte te komen. Commandant Otto Kretschmer en zijn bemanningsleden kregen de kans uit de onderzeeboot te klauteren en zich over te geven. Om nog verder te strijden met deze beschadigde U-boot betekende zelfmoord. Daarom spaarde Kretschmer wijselijk zijn bemanning. De Duitse marinemensen werden door de Britse torpedojager opgepikt en krijgsgevangen genomen. Spoedig daarna verdween de U-99 voorgoed in de golven.

Het verlies van drie van de beste en stoutmoedigste U-bootcommandanten was een zware slag voor het U-bootwapen en voor Dönitz persoonlijk een ernstige schok: hij was er altijd erg op gesteld geweest persoonlijk contact te onderhouden met zijn U-bootcommandanten.

Gebeurtenis U-99[bewerken]

12 juli 1940 - De Estlandse stomer Merisaar werd opgevorderd door de U-99 tot vertrekken en afreizen naar Bordeaux in Frankrijk (de haven was al onder Duitse controle). Haar kapitein voer volkomen bereid erheen, maar onderweg daarheen werd ze echter aangevallen en tot zinken gebracht, op 15 juli, door een Duitse bommenwerper, ten zuiden van Queenstown in Ierland (nu Cobh geheten).

3 november 1940 - Om 22.50 u werd één van de meest dramatische gevechten van de U-bootoorlog uitgevochten. De U-99 viel de gewapende cargo-kruisers HMS Laurentic en HMS Patroclus aan. Één van de beide gewapende vrachtschepen zonk binnen de zeven uren, nadat ze mede werd getorpedeerd door 10 torpedo's van de Duitse onderzeeër. Daarna werd de andere gewapende cargo-kruiser nog eens onder vuur genomen met het dekkanon van de U-99 deze keer, omdat het te lang duurde eer de torpedobuizen opnieuw gevuld waren. Zodoende zou het vrachtschip ontsnappen omdat de U-99 al zijn buizen had leeggeschoten. De beide vijanden bleven naar elkaar vuren totdat ze te ver verwijderd waren. De U-99 keerde zonder schade terug van het strijdtoneel. De andere cargo-kruiser HMS Patroclus verliet eveneens zwaar beschadigd het strijdperk en zonk uiteindelijk op 4 november.

Gewapende vrachtschepen[bewerken]

Menig vrachtschip had voor- en achteraan hun schip kanonnen staan. Deze stonden opgesteld op het voorschip of op de achtercampagnedek. Voor de bovenwater varende onderzeeërs en andere oppervlakteschepen, was het gevaarlijk deze cargo's dichter te benaderen dan 2.500 meter. Deze gewapende vrachtschepen voerden aan de buitenzijde van een konvooi en beschermde zodoende, mede met de torpedobootjagers en korvetten het konvooi. Zij schoten eveneens op een te dicht genaderde U-boot. Alleen waren deze vrachtschepen niet zo snel als hun snelle escortebeschermers, maar voerden bij een aanval toch sneller rond, dan de andere ongewapende vrachtschepen. Verraderlijk was ook bij een oppervlakte-aanval van een U-boot op een, zogezegde ongewapend cargoschip. Deze hadden hun snelvuurkanonnen opgesteld achter nepsloepen of valse verschansingen. Bij een U-bootaanval aan de oppervlakte, werden plots halve sloepen of verschansingen naar omlaaggedraaid zodat het snelvuurkanon, de verraste Duitsers onder vuur konden nemen. Zulke vrachtschepen hadden de Duitsers eveneens. Zo werden geallieerde vrachtschepen gepraaid door Duitse, onschuldig lijkende vrachtschepen, die onder Britse vlag voerden, en onder vuur werden genomen of opgebracht. Dit was een moderne vorm van piraterij.

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • Mason, David. Tweede Wereldoorlog - Duikbootoorlog - Standaard Tweede Wereldoorlog in woord en beeld - Standaard uitgeverij - Antwerpen/Utrecht