Uilen (vogels)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Uilachtigen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Uilen (vogels)
Ruigpootuil (Aegolius funereus)
Ruigpootuil (Aegolius funereus)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Klasse: Aves (vogels)
Orde
Strigiformes
Wagler, 1830
Wikimedia Commons Afbeeldingen Uilen (vogels)
Uilen (vogels) op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De orde uilen (Strigiformes) bevat de volgende twee families:

Zij hebben een rond, afgeplat gezicht met grote naar voren gerichte ogen die vast in de schedel staan. Om dus in diverse richtingen te kunnen kijken moet de uil steeds de kop draaien, wat uilen dan ook zeer goed kunnen. Ze hebben een haaksnavel en krachtige klauwen aan hun poten, die vaak dicht bevederd zijn. Uilen hebben grote ogen die helpen een prooi in het donker te ontdekken. Zij vliegen vaak geruisloos door de nacht op zoek naar prooidieren, zoals muizen. De uil slaapt overdag en jaagt 's nachts. Overdag wordt een slapende uil soms lastig gevallen door luid alarmerende kleinere vogels. Door hun nachtelijke leefwijze worden ze soms ook nachtroofvogels genoemd. Uilen nestelen in een holle boom, op de grond of in gebouwen. Omdat ze dichtbij slecht zien, kunnen ze zelf geen nest bouwen. Ze nemen dikwijls het nest van een andere vogel zoals een ekster, die ze verjagen of doden.

Inhoud

[bewerken] Levensverwachting

Uilen in het wild worden vaak niet ouder dan 3 jaar. Uilen in een dierentuin worden ouder. Dit komt doordat de uilen in de dierentuin een beschermd leven leiden en voor hun voedsel niet afhankelijk zijn van de jacht. In het wild worden uilen (vooral kerkuilen en steenuilen) vaak aangereden of vliegen tegen een hoogspanningskabel aan.

Muizen zitten net als uilen graag in een schuur met graan of hooi, maar omdat schuren voor hooi- en graanopslag nauwelijks meer bestaan, hebben muizen daar geen leefplek meer en nemen in aantal af. Omdat het voedsel van uilen voor 80% uit muizen bestaat, hebben uilen bij boerderijen ook minder voedsel en nemen dus ook in aantal af. Vooral kerkuilen hebben het daardoor soms erg moeilijk, omdat zij de meeste muizen eten van alle uilensoorten en afhankelijk zijn van oude schuren als plaats om in te nestelen. Hoewel tot in 1975 het gebruik van landbouwgif een belangrijke oorzaak was voor de achteruitgang van dagroofvogels zoals sperwer, speelde in Nederland deze factor een minder belangrijke rol bij de achteruitgang van uilensoorten. Andere landbouwpraktijken zoals schaalvergroting en daarmee gepaarde habitatvernietiging zoals het verdwijnen van kleine landschapselementen, hoogstamboomgaarden en oude houten schuren, hadden een groter negatief effect.[1]

[bewerken] Scherp gehoor

Uilen hebben een bijzonder goed gehoor. Ze zijn in staat om bij complete duisternis hun prooi te vinden. In een experiment wisten ze in 13 van de 17 gevallen een muis te vangen die in een compleet donkere kamer was losgelaten.

Bij een aantal geslachten van de uilen is er sprake van asymmetrie in de ooropeningen. De oren van uilen bestaan uit een ooropening, in sommige soorten bedekt met een oordeksel (operculum). De oren moeten niet verward worden met de oorpluimen die uilen zoals de ransuil hebben, oorpluimen worden door veren gevormd, en zitten ook niet op de plaats waar de ooropeningen zitten. De oorpluimen geven de status aan: een volwassen, sterke, gezonde uil met een groot territorium bezit grote oorpluimen. Jonge, zwakke, zieke of oude exemplaren bezitten kleinere oorpluimen.

De asymmetrie van de oren bij uilen bestaat eruit dat de ooropeningen links en rechts niet op dezelfde hoogte zitten. Ook de vorm van de ooropening (in de huid, maar ook in de schedel) en van het oordeksel kan links en rechts verschillen. De functie van deze asymmetrie is een betere bepaling van de richting waar geluiden vandaan komen voor de verticale component. Het mechanisme werkt vergelijkbaar met de horizontale plaatsbepaling: geluiden uit een bepaalde richting komen iets eerder aan bij het ene oor. Uilen kunnen een verschil tot 30 microseconden in aankomsttijd tussen beide oren waarnemen (een microseconde is een miljoenste seconde).

Om de informatie te verwerken is het deel van de hersenen wat met horen in verband staat bij uilen veel groter dan bij andere vogels. Uilen vormen een plattegrond van de omgeving op basis van geluidsinformatie, zoals mensen dat doen met visuele informatie. Uilen hebben een gebied in de middenhersenen met ongeveer 10.000 neuronen dat net zo georganiseerd als de visuele cortex. De activiteit van de neuronen in dat gebied is geassocieerd met geluid uit een specifieke richting.

Dieren met verticaal symmetrisch geplaatste oren zijn soms ook zeer goed in staat zijn om de bron van een geluid te bepalen, ook verticaal. Ze gebruiken dan echter een volstrekt ander mechanisme voor verticale plaatsbepaling.

[bewerken] Evolutie en systematiek

De oudst gevonden fossiele uilen zijn uit het Paleoceen (65 tot 56 miljoen jaar geleden, de periode na het massaal uitsterven als gevolg van de meteoriet van Chicxulub). Berruornis is bekend uit Europa en Ogygoptynx1 uit Noord-Amerika. Andere oude fossielen zijn enkele soorten uit de nu uitgestorven familie Protostrigidae, geslachten Protostrix en Eostrix.

Resultaten van genetisch onderzoek wijzen erop dat de uilen zich ongeveer 80 miljoen jaar geleden hebben afgesplitst van andere vogels. Ze hebben een gemeenschappelijke voorouder met de nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes). Uilen zijn dus niet verwant aan de roofvogels, dit zijn twee andere orden, de Accipitriformes en de Falconiformes. Soms worden uilen nachtroofvogels genoemd en de roofvogels bijgevolg dagroofvogels.

Het oudst gevonden fossiel van de kerkuilen (Tytonidae) dateert van 58 miljoen jaar geleden. De familie van kerkuilen lijkt eerder ontstaan te zijn dan de Strigidae, het oudst gevonden fossiel van deze familie dateert van 40 miljoen jaar geleden.

Op Cuba leefde tot 8-10 duizend jaar geleden een uil die bijna een meter groot was, Ornimegalonyx oteroi. Deze uil had lange poten, als een loopvogel, maar was waarschijnlijk nog wel in staat om te vliegen.

[bewerken] Evolutie van de asymmetrische oren

Uilen zijn de enige dieren waarbij asymmetrisch geplaatste oren zijn gevonden2. Omdat de asymmetrie bij verschillende geslachten zo verschilt, gaan onderzoekers ervan uit dat deze asymmetrie in de verschillende geslachten onafhankelijk van elkaar is geëvolueerd (zie ook convergente evolutie). Er zijn ook uilen waarbij de oren wel symmetrisch zijn geplaatst, en het blijkt dat deze uilen niet graag in complete duisternis vliegen. Uilen met asymmetrische oren hebben daar geen problemen mee.

Asymmetrische oren komen voor bij alle soorten van de geslachten Tyto en Asio en bij enkele soorten van onder meer de geslachten Bubo, Strix en Aegolius. Het is denkbaar dat bij de "symmetrische" uilen de asymmetrie verloren is gegaan. De asymmetrie bij de verschillende groepen is echter zodanig verschillend dat wordt aangenomen dat het in elke groep onafhankelijk is ontstaan. Het opmerkelijke is dat dat dan minstens vier en maximaal zeven maal in gebeurd.

De auteurs van "Ecology and conservation of Owls" concluderen dat de asymmetrie in vijf fylogenetische lijnen onafhankelijk van elkaar is ontstaan.

[bewerken] De ogen

Een uil heeft dankzij zijn grote ogen een uitstekend verzicht, ook 's nachts. Daarentegen kan hij dichtbij niet scherp zien.

Omdat de ogen van een uil erg groot zijn heeft de uil geen ruimte over in zijn schedel voor spieren die de ogen moeten laten bewegen. Een uil kan zijn ogen dus niet naar links en rechts draaien. Daarom zijn zijn ogen altijd recht naar voren gericht. Om andere kanten op te kijken gebruikt een uil de 14 wervels in zijn nek. Door die wervels kan hij zijn kop ronddraaien of ondersteboven keren. De uil kan zijn kop in totaal 270° draaien. Uilen hebben veel minder licht nodig om goed te kunnen zien, dat komt omdat ze een reflecterende laag achter hun netvlies hebben. Als er dan licht op het netvlies van de uil komt stuurt de reflecterende laag het licht terug, daardoor geven de ogen van een uil een beetje licht, en daardoor kan hij dan in de nacht veel beter zien.

[bewerken] Klauwen

Een uil heeft twee klauwen naar voor gericht en twee klauwen naar achter gericht, waar andere roofvogels drie klauwen naar voor en één klauw naar achter bezitten. Omdat de uil kortbij slecht ziet, localiseert hij zijn prooi van ver, vliegt aan en graait dan met beide poten tegelijk. Hij pikt met zijn snavel de ogen van de prooi uit. Hij doodt de prooi door met zijn klauwen krachtig te knijpen, tot hij geen hartslag meer hoort. Pas dan verscheurt hij de prooi met zijn bek. Om jongen te voederen snijdt hij met een speciale klauw kleine stukjes af.

[bewerken] Nestelen en broeden

Uilen besteden niet zoveel tijd aan het maken van hun nest, veel uilen leggen hun eieren in verlaten nesten van andere vogels. De eieren van uilen zijn rond, zodra het vrouwtje haar eerste eitje heeft gelegd, begint ze met broeden.

Tijdens het broeden legt ze andere eieren, het eerst gelegde ei komt als eerste uit en het laatst gelegde ei het laatste. Het verschil in grootte is dan ook goed te zien tussen de eerste en het laatste jong. De uiltjes zijn in het begin bedekt met een laagje dons. Als de uiltjes nog in het nest zitten gaan ze in de rui. Na een paar weken krijgt het uiltje echte veren. Ze kunnen dan alleen nog niet vliegen.

Het jong dat het meeste bedelt en het verst zijn bekje opendoet krijgt het meeste eten. Daarom gebeurt het wel eens dat het kleinste en zwakste jong omkomt van de honger. Het kan ook gebeuren dat er te weinig voedsel is en dat een van de jongen wordt opgegeten.

[bewerken] Braakballen

Een paar uur na het innemen van voedsel spuugt de uil een braakbal uit. Een braakbal zit vol met onverteerbare delen als beenderen, haar en pluimen. Deze braakbal is meestal rond tot ovaal van vorm. Wetenschappers pluizen de braakballen uit en proberen de botjes die ze in de braakbal vinden in elkaar te passen. Zo proberen ze het dieet van de uil te ontdekken.

[bewerken] Veren

Een kenmerk van deze nachtvogel is dat de met dons voorziene veren praktisch geen geluid maken tijdens het vliegen. Andere roofvogels maken wel geluid als ze hun veren bewegen. „Geen enkele andere vogel blijft tijdens het vliegen zo onopgemerkt”. (National Geographic)

Wetenswaardigheid: Bij de meeste vogels veroorzaakt de luchtstroom langs hun vleugels turbulentie, wat veel geruis kan opleveren. Maar bij de uil is dat niet het geval. De franjes op zijn buitenste slagpennen breken de geluidsgolven die ontstaan als er tijdens de neerwaartse beweging lucht langs de bovenkant van de vleugel stroomt. De donsveren elders op het lichaam van de uil absorberen het resterende geluid.

Een ander kenmerk is dat de meeste uilen een mengeling van bruine, zwarte, witte, en grijze veren hebben. Die kleuren bieden camouflage, en daarom kunnen de uilen zich gemakkelijk verbergen. In een bos zijn uilen die in een boom zitten bijna niet zichtbaar. Dat is heel erg handig, want vijanden en prooien zien hem dan ook bijna niet.

[bewerken] Bijgeloof, verhalen en symboliek

The Witch (met puntmuts, bezemsteel, zwarte kat en uil), 1884

Volgens het volksgeloof brengt het geroep van een uil ongeluk. Als hij 's nachts tegen het raam vliegt van een kamer waarin een ziek persoon ligt, dan duidt dit op een naderend sterfgeval.[2]

De uil staat zowel symbool voor domheid als voor wijsheid. Zo wordt met een uilskuiken een dom persoon aangeduid. Een uil is een nachtdier en kan dingen zien die anderen niet zien, hetgeen geduid wordt als wijsheid. Athena, de Griekse godin van de wijsheid wordt vergezeld door een uil.

In veel volksverhalen komen uilen voor, zie bijvoorbeeld De uil en Tijl Uilenspiegel. Een uil wordt in verband gebracht met heksen. De sneeuwuil werd door de verhalen van Harry Potter erg populair, zie Hedwig en Uilenvleugel.

De uil wordt ook gebruikt in spreekwoorden en zegswijzen. Zie Lijst van Nederlandse spreekwoorden met "uil" en Lijst van uitdrukkingen en gezegden met "uil".

[bewerken] Africhten

Africhten van een uil is veel moeilijker dan een valk of een buizerd.

[bewerken] Het skelet van een uil

Een uilenskelet is gemaakt om mee te lopen en te vliegen. Het skelet van een uil is erg licht, maar toch heel stevig gebouwd. Bij uilen is van het totale gewicht maar 7 tot 9% het gewicht van het skelet.

Bij uilen zijn de meeste botten aan elkaar gegroeid, dat maakt de uil sterk genoeg om zijn eigen gewicht te dragen. Sommige grote botten zijn hol en hebben botachtige versterking van binnen. Dat zorgt ervoor dat het skelet lichter wordt.

De nek van een uil heeft veertien wervels. Die wervels zorgen ervoor dat een uil zijn kop 270° kan laten draaien. Het grote platte borstbeen van de uil ondersteunt de grote vleugelspieren. Het borstbeen beschermt ook het hart, de longen en andere organen.

De vleugelbotten zijn best lang en het vleugeldeel dat daarbij hoort is erg breed, dat zorgt ervoor dat de vleugel laag belast is. Daardoor gaat het vliegen erg gemakkelijk, zelfs als de uil een prooi meedraagt gaat het vliegen gemakkelijk.

De voetbotten zijn kort en stevig, dat is waarschijnlijk om te helpen bij het doden van een prooi.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Noten:

  1. De juiste naam van dit fossiel is Ogygoptynx wetmorei In sommige publicaties wordt echter ook Ogygopteryx wetmorei gebruikt.
  2. Asymmetrische oren zijn ook gevonden bij de humboldt pinguïn. Zie Martin en Young, The eye of the humboldt penguin, Spheniscus humboldti: visual fields and schematic optics. Proc. R. Soc. Lond. B 233, 197-222 (1984).

Bronnen:

  1. Uilen van Europa (2004), Theodor Mebs en Wolfgang Scherzinger, Tirion, ISBN 978-90-5210-461-4

Referenties:

  1. Teixeira, R.M. 1979. Atlas van de Nederlandse broedvogels. NM/SOVON 's Graveland ISBN 90-70099-19-5
  2. Lorie, P. (1992). Volksgeloof. Rijswijk: Uitgeverij Elmar B.V. ISBN 90-389-0072-4
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen