Uithof (klooster)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een uithof is een grote kloosterboerderij / abdijhoeve van waaruit de vaak aanzienlijke landerijen die aan een kloosterorde toebehoorden, werden bewerkt en beheerd.

In eerste instantie deden monniken meestal zelf het werk op deze uithoven, later werden die taken vaak uitbesteed aan lekenbroeders. Soms werden de hoeves ook verpacht. Vooral kloosters van ordes als de cisterciënzers hadden vaak vele uithoven, bijvoorbeeld in Lamswaarde, Graauw en Othene in Zeeuws-Vlaanderen en Giersbergen in Noord-Brabant. De bedelorden daarentegen kenden geen uithoven.

Zie ook[bewerken]