Uitkeringsfraude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Uitkeringsfraude houdt in dat iemand door eigen toedoen of nalatigheid een uitkering (in het bijzonder een uitkering in het kader van sociale zekerheid) krijgt waar hij geen recht op heeft, of een hogere uitkering dan waar hij recht op heeft. Het te veel ontvangen bedrag (de onverschuldigde betaling) wordt in dat geval ook benadelingsbedrag genoemd.

Terminologie[bewerken]

De Nederlandse Raad van State heeft de regering geadviseerd het woord fraude alleen te gebruiken in de betekenis van bedrog. De regering houdt voor sociale zekerheid echter vast aan de ruimere definitie: een verwijtbare overtreding van de inlichtingenplicht die resulteert in onverschuldigde betaling van de uitkering. Dit betreft het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van, voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en hoogte van de uitkering relevante gegevens, met als gevolg dat een uitkering geheel of ten dele ten onrechte wordt verstrekt. De regering gebruikt het woord fraude om aan te geven hoe ernstig zij het vergrijp vindt en om de strenge aanpak ervan te rechtvaardigen.[1]

Soorten fraude in Nederland[bewerken]

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidt vier soorten uitkeringsfraude. Sommige vormen van fraude kunnen bij alle uitkeringen (onder meer bijstand, WW, WAO, WIA, Anw, AKW en AOW) voorkomen, andere slechts bij bepaalde uitkeringen. De vormen van fraude zijn:

  • Identiteitsfraude: Iemand doet zich met behulp van een vals identiteitsbewijs als iemand anders voor. Dit kan uiteraard bij alle uitkeringen voorkomen.
  • Inkomstenfraude: Iemand geeft inkomsten niet op. Dit geldt voor alle uitkeringen. Bij de AOW is alleen sprake van inkomensfraude als het eigen inkomen van een jongere partner van een AOW-trekker niet wordt opgegeven, bij de AKW betreft het de eigen inkomsten van kinderen.
  • Vermogensfraude: Iemand geeft (een deel van) zijn vermogen niet op. Alleen het recht op bijstand is afhankelijk van het vermogen.
  • Leefvormfraude: Bij bijstand, Anw en AOW is hiervan sprake als iemand een gezamenlijke huishouding met een partner voert zonder dat te melden. De AKW kan geclaimd worden voor kinderen die iemand niet onderhoudt of die zelfs niet eens bestaan.

Als uitkeringsfraude wordt ook beschouwd het verwijtbaar niet doorgeven van wijzigingen van omstandigheden waardoor men recht heeft op een lagere uitkering of waardoor men geen recht meer heeft op de uitkering, bijvoorbeeld (meer) gaan werken, gaan samenwonen, het (meer) gaan werken van de partner, of een erfenis ontvangen.

Naast deze vormen van fraude zijn er minder voorkomende overtredingen van de regels zoals het volgen van een universitaire studie met een bijstandsuitkering.

Een ander onderscheid is tussen witte en zwarte fraude: fraude die resp. wel of niet te achterhalen is door gegevensuitwisseling of het koppelen van bestanden van o.a. gemeenten, UWV, Belastingdienst, DUO en Kadaster.

Ook wordt wel de term calculerende fraudeur gebruikt als deelcategorie.

Controle en straffen[bewerken]

Uitkeringsfraudes worden opgespoord door de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. Met name bij het opsporen van leefvormfraude zijn inbreuken op de privacy niet te vermijden. Men controleert of de bijstandsgerechtigde met anderen een gemeenschappelijk huishouden voert en dus een economische eenheid vormt . Vroeger werden deze controle's in de volksmond tandenborstelcontroles genoemd. Het feit dat meerdere mensen in een huishouden hun tandenborstel na gebruik in hetzelfde glas zetten zou, volgens de met uitkeringsfraude belaste opsporingsdienst, een aanwijzing voor het voeren van een gemeenschappelijk huishouden kunnen zijn.

Door de Wet huisbezoeken in de sociale zekerheid is sinds 2013 huisbezoek in meer gevallen mogelijk.

Op overtreding van verplichtingen in socialezekerheidswetten, waaronder fraude, moet het UWV, respectievelijk de SVB een maatregel of een bestuurlijke boete opleggen. Het benadelingsbedrag wordt als onverschuldigde betaling teruggevorderd of verrekend met latere betalingen.

Daarnaast is strafrechtelijke vervolging mogelijk. In 2009 is met het Openbaar Ministerie afgesproken de zogenaamde aangiftegrens te stellen op € 10.000 voor zwarte fraude en € 35.000 voor witte fraude. Bij recidive binnen vijf jaar volgt eerder strafrechtelijk onderzoek, namelijk bij een benadelingsbedrag van de eerste en tweede overtreding samen van € 10.000.

Aanhangig is het Voorstel van wet tot wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enige andere wetten in verband met fraudeaanpak door gegevensuitwisselingen en het effectief gebruik van binnen de overheid bekend zijnde gegevens, dat een Systeem risico indicatie (SyRI) invoert.

Zo worden bijvoorbeeld adressen waarop uitkeringen zijn geregistreerd, vergeleken met de waterverbruikgegevens op die adressen. De aanname is dat bij een zeer laag waterverbruik op een adres (minder dan 5 m3 per jaar) sprake is van een feitelijk niet-bewoond adres en daardoor mogelijk van verzwegen samenwoning elders, met uitkeringsfraude en huurtoeslagfraude als gevolg. Aangezien een volwassen persoon gemiddeld 45 m3 water per jaar verbruikt is het aannemelijk dat er bij een zeer hoog verbruik (meer dan 70 m3) meerdere personen op het adres wonen.[2]

Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving[bewerken]

Op 1 januari 2013 is in werking getreden de Wet van 4 oktober 2012 tot wijziging van de wetgeving op het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misbruik en fraude (Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving). De aanscherping werd door de verantwoordelijke minister verdedigd met de stelling dat "Werkende burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat alleen die mensen die er recht op hebben een uitkering of kinderopvangtoeslag ontvangen"[3]

Veel voorkomende vormen van fraude zijn het niet melden van betaald werk naast de uitkering, van verandering in de leefsituatie of van vermogen of bezittingen.

Hoofdlijnen van de wet:

  • Uitkeringsontvangers die frauderen moeten vanaf 1 januari 2013 altijd het benadelingsbedrag terugbetalen (ook gemeenten zijn tot terugvordering weer verplicht) en krijgen daarnaast een boete van 100 procent van het benadelingsbedrag.
  • Bij een herhaling is de boete 150 procent van het benadelingsbedrag, en geldt er ten aanzien van een eventueel nog doorlopende of nieuwe uitkering geen beslagvrije voet.

Op grond van artikel 15 van de WWB bestaat alleen recht op bijstand voor zover geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die passend en toereikend is. In de situatie dat er formeel recht bestaat op een uitkering op grond van een werknemersverzekering of volksverzekering, maar deze uitkering niet tot uitbetaling komt doordat een bestuurlijke boete hiermee volledig wordt verrekend, is er geen sprake van een voorliggende voorziening meer, en is er dus mogelijk recht op bijstand. Voor de WWB zelf geldt geen beslagvrije voet gedurende drie maanden.

Wanneer de inlichtingenverplichting is overtreden maar als gevolg hiervan geen benadelingsbedrag is ontstaan, bedraagt de bestuurlijke boete € 150. Wel kan het uitkeringsorgaan bij een overtreding zonder benadelingsbedrag afzien van een bestuurlijke boete en volstaan met een waarschuwing. Deze punten worden geregeld in een wijziging van het Boetebesluit socialezekerheidswetten.

Voorlichting[bewerken]

De campagne ‘voorkom problemen. weet hoe het zit.nl’ is een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie voert deze campagne samen met de Sociale Verzekerings Bank (SVB), UWV, de Belastingdienst en gemeenten. Met deze campagne wil het ministerie mensen bewust maken van de plichten op het gebied van sociale voorzieningen, arbeidsvoorwaarden, belastingen en veilig en gezond werken. De campagne is gericht op uitkeringsgerechtigden, werknemers, werkgevers en pensioengerechtigden (AOW’ers).[4]

Trivia[bewerken]

Godfried Bomans schrijft in een van zijn verhalen over zijn vader, de politicus Jan Bomans, dat deze een kast liet timmeren door een werkloze die door de achterdeur binnengelaten moest worden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen