Uitleveringsverdrag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een uitleveringsverdrag is een verdrag tussen twee of meer staten, waarin uitlevering wordt beschreven van een vreemdeling door het land op wiens grondgebied hij zich bevindt aan het land waar hij een misdrijf gepleegd heeft of waar hij veroordeeld is. In het verdrag wordt onder andere geregeld voor welke misdrijven een vreemdeling uitgeleverd kan worden, en onder welke condities.

Afwezigheid verdrag[bewerken]

Wanneer er geen uitleveringsverdrag is, is uitlevering over het algemeen niet mogelijk, of tenminste uiterst gecompliceerd, omdat in het internationaal recht uitlevering niet verplicht is als er geen uitleveringsverdrag is. Het komt echter wel voor dat in dat geval asiel geweigerd wordt, en als bewijs van hoffelijkheid een persoon toch wordt uitgeleverd. Ook zijn er uitleveringsverdragen waarin geen verplichting tot uitlevering is opgenomen.

Gebruikelijke beperkingen[bewerken]

Gebruikelijk is dat men niet uitgeleverd kan worden voor een feit dat in het land waar men zich bevindt geen misdrijf is. Ook het niet genoemd zijn van het feit waarvoor uitlevering verzocht wordt in het uitleveringsverdrag, is voldoende grond een vreemdeling niet uit te leveren. Dit was o.a. voor wat betreft een deel van de vergrijpen het geval bij Willem Holleeder en Cor van Hout toen zij zich in Frankrijk bevonden, en Nederland om hun uitlevering vroeg. Ook kan er bepaald worden dat de maximale straf die de uitgeleverde kan krijgen niet hoger mag zijn dan de straf die de verdachte in het land dat hem uitlevert zou kunnen krijgen. Ook is het gebruikelijk dat niet wordt uitgeleverd door een land waar geen doodstraf wordt opgelegd aan een land dat dit wel doet, wanneer de verdachte voor het misdrijf in dat land de doodstraf zou kunnen krijgen. Hierbij mag er echter in het geval van Nederland een zeer belangrijke uitzondering genoemd worden, de Verenigde Staten: Nederland heeft met de Verenigde Staten immers een bilateraal verdrag waarin staat dat verdachten - ook als hen de doodstraf te wachten staat - gewoon volgens de geldende procedures uitgeleverd worden. Ook komt het vaak voor dat een land geen eigen staatsburgers uitlevert, zoals Duitsland.