Unie van Utrecht (1579)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

De Unies van Utrecht en Atrecht

De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten, waarin werd overeengekomen dat men zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen en waarin daarnaast een aantal staatkundige zaken werden geregeld op het gebied van bijvoorbeeld defensie, belastingen en godsdienst, zodat het ook wel kan worden gezien als een eerste versie van een latere grondwet. Omdat de unie een aanvulling vormde op de zogeheten 'Generale Unie' van 1576 (de Pacificatie van Gent), wordt ook wel gesproken van de Nadere Unie.

De oorspronkelijke gewesten die de overeenkomst ondertekenden waren Gelre en Zutphen, Holland, Zeeland, Utrecht en de Groningse Ommelanden. Later sloten ook Gent, Nijmegen, Arnhem, Friesland, Venlo, Amersfoort, Ieper, Antwerpen, Breda, Brugge en het Brugse Vrije, Lier en Drenthe zich aan. De Brabantse steden 's-Hertogenbosch en Leuven sloten zich niet aan bij de Unie van Utrecht, omdat die in Spaanse handen waren.

Inhoud

[bewerken] Voorgeschiedenis

[bewerken] Eerdere verbonden

Aan de ondertekening van de Unie van Utrecht ging een hele reeks unies, edicten en verbonden vooraf. Bij de Unie van Dordrecht werd, op 4 juli 1575, Willem van Oranje aangesteld als Stadhouder van Holland en besloten Holland en Zeeland tot samenwerking. Deze gebieden waren - op o.a. Amsterdam en Middelburg na - in de jaren 1572-1576 grotendeels vrij van Spaanse troepen, zodat calvinisten vrij spel hadden en de overhand kregen. De Spaanse Furie in Antwerpen begin november zorgde voor zoveel beroering in de Nederlanden dat de Staten van Holland, de Staten van Zeeland en de andere gewesten, die overwegend katholiek waren, zich op 8 november 1576 met de Pacificatie van Gent met elkaar konden verzoenen in hun afkeer van de Spaanse aanwezigheid. Men verklaarde bij de Pacificatie te zullen samenwerken en gehoorzamen aan koning Filips II. Dat verbond vertoonde echter enkele zwakke plekken; Filips II was geen partij geweest bij de Gentse vrede en wat belangrijker was, er was geen regeling getroffen voor het geloofsvraagstuk. Terugkerende calvinistische ballingen die ooit voor Alva waren weggevlucht, veroorzaakten in de dan kerk- en koningsgetrouwe gewesten buiten Holland en Zeeland na 1576 soms ernstige godsdienstonlusten. Vooral in Gent laaide de strijd hoog op. Op 28 oktober 1577 voltrok zich aldaar een calvinistische staatsgreep, die het begin van de Gentse Republiek inluidde.

De afspraken van de Pacificatie van Gent werden bevestigd bij de eerste Unie van Brussel op 6 januari 1577, waarmee de gewesten de nieuwe landvoogd Don Juan van Oostenrijk wilden dwingen om de Pacificatie te erkennen; de Spaanse soldaten dienden het land te verlaten en zelf zouden de gewesten zorg dragen voor de handhaving van het katholicisme, zeer tegen de zin van de calvinisten. De landvoogd stemde uiteindelijk in door de ondertekening van het Eeuwig Edict op 12 februari, waarna de Spaanse troepen zich begonnen terug te trekken, voor een belangrijk deel naar Luxemburg dat steeds koningsgezind was gebleven. Dezelfde maand drong Willem van Oranje er bij Gelre reeds op aan om "een goede, vaste alliantie ende verbontnisse int particulier te maacken met die van Hollant en Zeelant, etlycke andere provinciën met sommighe van de voornaamste heeren ende edelluyden." De prins wilde niet zozeer de Pacificatie verbreken als wel een tweede verdedigingslinie opwerpen in een 'nadere unie'. Het concept van de Unie van Utrecht lag al in dit voorstel aan Gelre besloten. Maar het overwegend katholieke Gelre zag hier weinig in; het wilde voor een mogelijke verzoening met de koning niet afhankelijk zijn van het onbuigzame calvinistische Holland.

[bewerken] Toenemende noodzaak

De Spaanse landvoogd zou zich niet lang houden aan de afspraken van het Eeuwig Edict. Op 24 juni nam hij de Citadel van Namen in bij verrassing en de Spaanse soldaten begonnen met een opmars vanuit Luxemburg. De Unie van Brussel bleek te zwak om gezamenlijk dit gevaar te keren; een inderhaast gevormd staats leger werd in de Slag bij Gembloers op 31 januari 1578 vernietigend verslagen. Voor de opstandige gewesten werd het gevaar steeds dreigender en delen van Namen, Henegouwen en Brabant waren reeds in Spaanse handen gevallen.

Om invloed te kunnen uitoefenen werd Jan van Nassau, de oudste broer van Willem van Oranje, door diens inmenging op 22 mei 1578 benoemd tot stadhouder van Gelre. Jan van Nassau zette zich in om zijn broers idee van een Nadere Unie te verwezenlijken; voor hem gold daarbij ook dat hij de protestantse adel in het Duitse Rijk, die uitgesloten was van ambten in geestelijke vorstendommen, hielp om aansluiting en steun te zoeken bij een verbond van calvinistische gewesten in de Nederlanden. In dit streven kon hij zijn in meerderheid katholieke onderdanen echter niet meekrijgen. Om de zaak te forceren had Jan van Nassau, buiten het Hof van Gelre dat daartoe bevoegd was om, op 3 september 1578 een landdag in Arnhem uitgeschreven, waarvoor hij ook Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, en Overijssel uitnodigde, die allemaal, weliswaar met enig voorbehoud, voorstanders waren van een unie.

[bewerken] Landdag te Arnhem

Begin september kwamen afvaardigingen der gewesten bijeen te Arnhem; George van Lalaing, de Graaf van Rennenberg, stadhouder van Friesland, Groningen en de Ommelanden, Drenthe en Overijssel, had geen enkele volmacht voor unieberaad bij zich en wilde enkel militaire hulp krijgen. Dat was ook voor Gelre, dat niet in staat was zelf een goed leger op te been te brengen, een gevoelige zaak. Niettemin waren de gevolmachtigden van de Gelderse steden Venlo, Zutphen en Arnhem het eens; ten huize van de Arnhemse burgemeester Gerrit de Greve bepaalde dit gezelschap op 3 september zijn standpunt: "geene vernieuwering op 't punt van religie." Duidelijk verzette men zich tegen Jan van Nassau op zijn weg naar hervormde uitgeslotenheid. Op 5 september kwam deze met zijn troepen aan in de stad, en zei dan men geduld moest hebben. De ochtend twee dagen later pleegde hij een machtsgreep in zijn gewest door de leden van het Hof van Gelre, dat een 'broeinest van heimelijk Spaansgezinden' zou zijn, te vervangen door Gelderse ingezetenen die zijn vertrouwen genoten; de kanselarij en het huis van de griffier bleken gesloten en verzegeld te zijn. Er woedde een kleine beeldenstorm in het Minderbroederklooster, waarover Jan van Nassau loog: "id dede hem hertelyc leet, had ook daarvan niet geweten." Deze wijziging van verhoudingen en aandringen van de Hollandse afgevaardigden was echter niet voldoende om de Landdag te overtuigen; een meerderheid bleef tegen een krijgsverbond. Jan van Nassau verliet woedend de vergadering en reisde naar Duitsland om de protestantse edelen verslag te doen. De gewesten Holland en Zeeland beslisten het beraad in hun voordeel door Gelre tegen wil en dank op te nemen in het verbond, omdat het van te groot strategisch belang was om afzijdig te blijven.

[bewerken] Stroomversnelling

Terwijl men verder de zaken voor het opzetten van het verbond regelde, werd door samenwerking tussen staatse troepen uit vrijwel alle gewesten die de landdag hadden bijgewoond de stad Deventer veroverd na een beleg van drieënhalve maand, een opsteker voor de Nadere Unie in wording. Echter overleed de landvoogd Don Juan op 1 oktober, zodat zijn onderaanvoerder, Alexander Farnese, de prins van Parma die later zo'n geduchte vijand voor de Opstand zou blijken, de leiding over de Spaanse soldaten overnam. Rond deze tijd naderden de koninklijke legers ook de gewesten Henegouwen, Artesië en Rijsels-Vlaanderen, waar men vreesde opnieuw een zware strijd te moeten ondergaan zonder hoop op zege, terwijl meegaan met de door calvinisten gedomineerde Nadere Unie (die tevens enkel Nederlandstalige gewesten bevatte) evenmin aantrekkelijk was. De gewesten kozen op 6 januari 1579 eieren voor hun geld en sloten de Unie van Atrecht, waarin zij zich overgaven aan de hertog van Parma, op voorwaarde dat de vreemde troepen het land zouden verlaten en de adellijke voorrechten hersteld werden; in ruil daarvoor erkenden zij Filips II weer als vorst en herstelden het katholicisme als enige toegestane godsdienst. Hiermee verbraken ze ook de Unie van Brussel. Waalse geuzen protesteerden hiertegen en hesen de Prinsenvlag in Atrecht, maar dat mocht niet baten. Sommigen moesten hun streek ontvluchten en zouden later Waalse kerken in de Noordelijke Nederlanden stichten waar zij hun geloof nog wel konden belijden. De landvoogd begon zijn 'project van reconciliatie' (verzoening) met de Atrechtse Unie en nam tenslotte het bestuur van de getrouwe gewesten weer over (afgerond bij het traktaat van Atrecht op 17 mei 1579[1]). Dit alles joeg de overgebleven opstandige gewesten schrik aan en dreef hen snel nader tot elkaar; vijftien dagen na de Unie van Atrecht sloten zij de Unie van Utrecht (23 januari 1579).

[bewerken] Verdrag

De laatste pagina van de Unie van Utrecht bevat op de eerste 6 regels de handtekeningen van J. van Poelgeest, Reinier van Cant, Willem Roessens, Nicolaas Blanx, Pieter de Rijcke and Caspar van Vosberge.
De kapittelzaal van de Utrechtse Dom, thans aula van de Universiteit Utrecht, waar de ondertekening van het verdrag plaatsvond.

De ondertekening van de Unie van Utrecht vond plaats op 23 januari in de kapittelzaal van de Dom van Utrecht, thans de aula van de Universiteit Utrecht. Het uiteindelijke stuk was een aanpassing van het ontwerp van Floris Thin. Jan van Nassau ondertekende als eerste, gevolgd door vier Gelderse edelen voor elk van de Gelderse kwartieren (waaronder Zutphen), maar zij hadden daartoe volstrekt geen volmacht (Zutphen protesteerde "dat sy daar mede inne stonden hoewel sy daar noyt inne en hadden geconsenteert" (=toegestemd).; tenslotte zetten de afgevaardigden van Holland, Zeeland, Utrecht en de Ommelanden hun handtekening onder het verdrag.

Bij de Unie van Utrecht werd onder andere het volgende vastgelegd:

  • Naar buiten toe zouden de aangesloten gewesten opereren alsof ze één gewest waren: in het binnenland hield ieder gewest zijn eigen privileges;
  • Er kwam een gemeenschappelijk leger. Ook de dienstplicht werd geregeld;
  • De gewesten zouden elkaar bijstaan in de strijd;
  • De kosten voor de verdediging van de grenssteden zouden voor de helft door alle gewesten gezamenlijk worden gedragen, hiervoor werd een speciale belasting in het leven geroepen;
  • Steden waren verplicht garnizoenen te herbergen. De kosten hiervan werden door de gezamenlijke gewesten gedragen;
  • Er werd in Holland en Zeeland persoonlijke vrijheid van godsdienst ingesteld. De overige steden en gewesten kregen de vrijheid om een eigen beleid op het gebied van godsdienst te voeren. In een op 1 februari 1579 aangenomen nadere ‘Verclaringhe’ werd aangegeven dat goedwillende steden en gewesten die katholiek wensten te blijven, niet van deelname aan de Unie waren uitgesloten.[2]

Verder bevatte de overeenkomst bepalingen over welke besluiten unaniem en welke bij meerderheid genomen moesten worden, de positie van de stadhouder en hoe met potentiële meningsverschillen omgegaan moest worden.

Op aandringen van Holland en Zeeland werd het geloofsartikel zodanig gewijzigd dat er ieder gewest slechts ruimte was voor uitsluitend katholicisme óf uitsluitend calvinisme; deze bepaling zou binnen enkele jaren leiden tot het uitgesproken calvinistische karakter van de aangesloten gewesten; het werd moeilijk om openlijk katholiek te zijn zonder Spaansgezind te lijken, hoewel Willem van Oranje ijverde voor verdraagzaamheid.

[bewerken] Latere ontwikkelingen

Al spoedig nadat het verbond gesloten is, meldden andere steden en gebieden zich aan te willen sluiten bij de Nadere Unie. Gent is de eerste op 4 februari, op 23 maart volgen enige Friese steden en grietenijen, Venlo treedt toe op 11 april, 10 juli Ieper, 29 juli Antwerpen, 13 september Breda.[3] De eerst nog weifelende Gelderse kwartieren Nijmegen en Zutphen erkenden de Unie uiteindelijk ook (5 maart 1579[4] respectievelijk januari 1580[5]). Verder zouden nog Brugge en het Brugse Vrije (november 1579)[6], Lier (16 februari 1580[7]) en Drenthe (11 april 1580[8]) toetreden. Het weigerachtige Amersfoort werd op 10 maart 1579 bezet door soldaten onder leiding van Jan van Nassau, onder wier druk de stad eveneens het Unieverdrag ondertekende[9].

Op 3 maart 1580 pleegde de stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel, George van Lalaing, graaf van Rennenberg, het zogenaamde Verraad van Rennenberg, door de kant van koning Filips II te kiezen. Hierdoor liep de frontlijn van Calais tot de Eems. De leiders van de Unie, Willem van Oranje voorop, stuurden onmiddellijk troepen om de stad terug in de Unie te leiden. Oranje liet de Overijsselse steden bezetten en onder zijn druk besloot de Landdag te Kampen op 6 maart dat Overijssel toetrad tot de Unie van Utrecht[10][11]. Er werd jarenlang hevig gevochten om het noordoosten van de Nederlanden, waar de strijd in de jaren 1589-1594 bekendstaat als de Groninger Schansenkrijg. Tussen 1580 en 1589 heroverde de Spaanse generaal Alexander Farnese, hertog van Parma, alle Vlaamse en Brabantse steden (m.u.v. Oostende, dat volhield tot 1604, en Bergen op Zoom) en trok snel op in Gelre.

Na het ontstaan van de Unie volgde een snelle ontwikkeling die in Holland en Zeeland de beloofde godsdienstvrijheid voor katholieken feitelijk afschafte (hoewel niet juridisch); daarnaast namen in Utrecht en andere delen van de Unie Calvinisten talrijke kerken over. De voorrechten van katholieke edelmannen werden niet altijd eerbiedigd.

De volgende stap op weg naar de onafhankelijkheid van de Nederlanden was de Acte oftewel het Plakkaat van Verlatinge, in 1581, waarmee een officiële onafhankelijkheidsverklaring openbaar werd gemaakt, evenwel zonder de Republiek in te stellen. Er werd vergeefs gezocht naar een geschikte buitenlandse vorst die de soevereiniteit van de opstandige gewesten op zich wilde nemen. Nadat Frans van Anjou een poging tot staatsgreep had gedaan en werd verdreven, gingen er stemmen op om Willem van Oranje als vorst aan te stellen. Nadat Oranje in 1584 was vermoord, probeerde men nog enige tijd de graaf van Leicester, maar ook deze werd ongeschikt bevonden en verbeurde het vertrouwen van de Unie door Deventer in Spaanse handen te spelen. In 1588 werd door de nog overgebleven gebieden van de Unie de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden formeel opgericht. Deze Republiek zou vanaf 1590 de Noordelijke Nederlanden goeddeels veroveren. Bij het Tractaat van Reductie op 23 juli 1594 traden Groningen en de Ommelanden, nu Stad en Lande genoemd, opnieuw toe tot de Unie van Utrecht; op 17 februari 1595 sloot het nieuwe gewest zich ook aan bij de Republiek[12].

[bewerken] Latere beschouwing

Door velen wordt de Unie van Utrecht gezien als het begin van Nederland als één staat. Dit klopt niet helemaal. Er kan wel gezegd worden dat de Unie van Utrecht de grondslag legde voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die enkele jaren later gevormd zou worden, maar deze zeven staatjes-in-een-staat werden pas een eenheidsstaat in de tijd van de Bataafse Republiek twee eeuwen later.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Bronnen

  • Hans Kosterman e.a. (1999) Het aanzien van een millennium: De Unie van Utrecht (blz. 61-63). Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht. ISBN 9027468443

Verwijzingen

  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. Atrecht, Unie van. Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  2. Encarta - Encyclopedie (1993-2002) Utrecht, Unie van [geschiedenis]. Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  3. Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 5: De Tachtigjarige Oorlog 1567-1609. (1952) 139.
  4. Rob Camps e.a., Het Grote Geschiedenisboek van Nijmegen (Zwolle 2010) 86.
  5. Wil van de Pas, 'Tussen centraal en lokaal gezag': bestuurlijke organisatie en financieel beheer in Gelre en Holland tijdens de Habsburgse periode (2004) 142.
  6. Algemene Geschiedenis der Nederlanden VI (1979) 241.
  7. Anton Bergmann, Geschiedenis der stad Lier (1873) 225.
  8. WFJ Nuyens, Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw: Geschiedenis van den opstand in de Nederlanden; van de Gentsche bevrediging tot aan den dood van Willem van Oranje; (Kalvinistische overheersching en katholieke reactie), 1576-1584 (Amsterdam 1867) 552.
  9. Algemene Geschiedenis der Nederlanden VI (1979) 246.
  10. Encarta - Encyclopedie (1993-2002) Overijssel. 2.4: Protestantisering. Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  11. Vlg. '9 maart' in: Nuyens, Geschiedenis der Nederlandsche beroerten, 552
  12. Jan van den Broek Groningen, een stad apart: over het verleden van een eigenzinnige stad (1000-1600) (2007) 349. Uitgeverij Van Gorcum. ISBN 9023243234
Wikisource NL Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Unie van Utrecht op de Nederlandstalige Wikisource.
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname of download de opname direct (meer info over gesproken Wikipedia)
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen