Universiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Katholieke Universiteit Leuven werd opgericht in 1425 en is de oudste universiteit van de Lage Landen
De Universiteit Leiden werd opgericht in 1575 en is de oudste universiteit van Nederland

Een universiteit is een instelling voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en die academische opleidingen verzorgt en academische graden verleent.

Nederlandse en Vlaamse Universiteiten bieden tegenwoordig onder meer bachelor- en master-opleidingen, en geven onderdak aan onderzoeksscholen en onderzoekinstituten.

Algemeen[bewerken]

Het woord universiteit is afgeleid van het Latijnse universitas magistrorum et scholarium, wat ongeveer "gemeenschap van onderwijzers en academici" betekent. De universiteiten, zoals we die vandaag de dag kennen, hebben hun oorsprong in de Middeleeuwen en waren de onafhankelijke opvolger van de kathedraalscholen. De universiteit van Bologna was de eerste Europese universiteit en werd opgericht in 1088 in de Italiaanse stad Bologna. De universiteiten kunnen worden gezien als een van de factoren waarom de Middeleeuwen in Europa succesvol verliepen ondanks alle aanvallen van buitenaf. Was Noord en West Europa aan het begin van de Middeleeuwen een achtergebleven gebied, aan het einde van de Middeleeuwen was ze klaar voor werelddominantie.

Geschiedenis[bewerken]

Europa[bewerken]

Atheense school, Rafaël (1509)

Al in de Klassieke oudheid waren er na het elementaire onderwijs in rekenen en schrijven hogere opleidingen die je kon volgen als je er voor wilde betalen. Dat was overigens alleen weggelegd voor kinderen of gunstelingen van aristocraten en rijke kooplieden. Meestal ging men in de leer bij een filosoof, redenaar of grammaticus die er voor hun levensonderhoud een privé-klasje op na hielden.

In de tijd van het Hellenisme ontstonden er instituten die met een moderne universiteit te vergelijken zijn. Bekend waren de filosofenscholen van Athene en het Mouseion van Alexandrië met de beroemde bibliotheek. In de tijd van het Romeinse Rijk waren er ook soortgelijke instituten in andere streken zoals in Noord-Afrika Carthago, in Italië Rome en Massilia in de Provence. Het Romeinse Rijk werd in de vierde eeuw gesplitst in een oost- en westdeel en na de val van het West-Romeinse Rijk was seculier hoger onderwijs in West-Europa grotendeels verdwenen en alleen voorbehouden aan de geestelijkheid. Ook in het overblijvende Oost-Romeinse Rijk verdween grotendeels de interesse in niet-godsdienstige studie. Wel was daar de zogenaamde universiteit van Constantinopel, volgens sommige historici meer een voortzetting van de filosofenscholen van Athene dan een moderne universiteit. Verder waren in het Oost-Romeinse Rijk in Constantinopel en andere grotere steden nog steeds praktische studies zoals in rechten en medicijnen mogelijk. Vooral in de vroege en hoge middeleeuwen trokken deze instituten studenten aan uit Europa maar ook uit het Midden-Oosten toen daar nog niet veel studiescholen waren.

Bij de expansie van de jonge islam was aanvankelijk grote belangstelling voor de vroegere Griekse wetenschap en filosofie. In Bagdad, Caïro (Al-Azhar) en Córdoba ontstonden al snel belangrijke universiteiten. Vooral Córdoba trok ook veel West-Europese geleerden om er te studeren en te onderwijzen.

Impressie van Europa's oudste universiteit, de Universiteit van Bologna, Italië

De eerste West-Europese middeleeuwse universiteiten werden opgericht naar voorbeeld van die van Córdoba, in 1088 in Italië (Bologna) en in Frankrijk (Montpellier) voor de studie van rechten, medicijnen en theologie. Ook Parijs, Oxford en Cambridge waren al snel opgericht. Vervolgens werden er in heel Europa universiteiten opgericht. Scandinavië volgde wat later. De middeleeuwse universiteiten werden gesteund door de kerkelijke en civiele autoriteiten. Volgens de kerk was de universiteit een middel om het geloof te bewaren. Dit was inderdaad het geval omdat het hoofddoel van de universiteiten niet lag in de verwerving van nieuwe kennis, maar in het behoud van bestaande kennis en de doctrines van de kerk. De universiteiten hadden veel privileges en konden opereren als een staat binnen de staat. In Europa gingen jonge mannen naar de universiteit als ze de studie van het Trivium hadden afgerond, de voorbereidende richtingen grammatica, retoriek en logica, en het Quadrivium, dat bestond uit rekenkunde, meetkunde, muziek en astronomie. Dit was trouwens al het lesprogramma in de Romeinse tijd.

In de vroegmoderne tijd na de Middeleeuwen werden er talloze universiteiten opgericht in vrijwel alle grote steden en breidde het aantal studierichtingen zich gestaag uit. Onder invloed van de verlichting vonden er tegen het einde van de achttiende eeuw vele veranderingen plaats binnen de universiteiten. Onder invloed van de wetenschappelijke revolutie werd de moderne wetenschappelijke methode geïntroduceerd. De experimentele methode werd meer en meer gehanteerd. De exacte wetenschappen verwierven een plaats aan de universiteiten. De nadruk kwam te liggen op het verwerven van nieuwe kennis. Het doel was hierbij alleen kennis, de nadruk lag zeker niet op de toepassingen van de kennis. Het type universiteit dat ontstond noemt men de Humboldt-universiteit, vernoemd naar Wilhelm von Humboldt.

De universiteiten zijn lang blijven fungeren volgens het model van de Humbolt-universiteit. Tijdens de laatste decennia is dit model verlaten omdat er steeds meer nadruk gelegd wordt op toepassingen van kennis in de industrie en de maatschappij. Hiertoe hebben de universiteiten de banden met de omgeving en de industrie sterk aangehaald. Hierdoor is een nieuwe manier van wetenschap bedrijven ontstaan.

Buiten Europa[bewerken]

Stoepa van Sariputta in Nalanda. Nālandā betekende universiteit in het oude India

In Azië waren ook al lange tijd universiteiten. Veelal waren deze evenals in Europa gelieerd aan een bepaalde godsdienst of tempel. Vooral de Tibetaanse kloosters waren vermaard om hun onderwijsmogelijkheden die getalenteerde monniken en belangstellenden daar konden gaan volgen.

De belangrijkste Aziatische universiteit in de Oudheid was die van Nalanda, in Bihar, India, waar o.a. de bekende boeddhistische filosoof uit de 2e eeuw na Chr. Nagarjuna les gaf.

In het middeleeuwse China was het gebruikelijk dat de bestuurlijke elite, de mandarijnen, een zware opleiding kregen en ter afsluiting een 'staatsexamen' moesten afleggen. Deze opleidingen waren op Taoïstische en Confuciaanse leest geschoeid.

Binnen Nederland en België[bewerken]

Voordat er in de Lage Landen universiteiten waren, ging men voor een studie naar de universiteiten van Parijs (de Sorbonne), Keulen, Oxford of naar één van de vele in Italië.

De oudste universiteit van de Lage Landen is die van Leuven: de Katholieke Universiteit Leuven. Zij werd op 9 december 1425 door paus Martinus V opgericht.

Academies tijdens de Republiek[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Illustere school

In Nederland werd de eerste universiteit (Universiteit van Leiden) in 1575 opgericht door Willem van Oranje, toen door de Nederlandse Opstand studie in Leuven, de centrale universiteit van de Lage Landen, bemoeilijkt werd. Tien jaar later volgde de universiteit van Franeker. De overige universiteiten werden achtereenvolgens opgericht in: Universiteit Groningen 1614, Universiteit Utrecht 1636, Universiteit van Harderwijk 1648 en Kwartierlijke Academie van Nijmegen 1656 en 1753. De eerste Nijmeegse academie verdween na 24 jaar, de tweede poging mislukte al na vier jaar. De hogescholen van Franeker en Harderwijk kwamen in 1811 aan hun einde. Deze zes waren alle academies tijdens de Republiek.

Hedendaagse klassieke universiteiten als de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Radboud Universiteit zijn van na deze periode, evenals gespecialiseerde universiteiten als bijvoorbeeld de Universiteit Wageningen, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Tilburg, de Universiteit Twente en de Universiteit Maastricht.

Evolutie in België[bewerken]

Sinds de onafhankelijkheid van België in 1830 tot omstreeks 1960 bestond het universitair onderwijs uit vier Franstalige universiteiten: de Katholieke Universiteit Leuven, de Vrije Universiteit Brussel en de rijksuniversiteiten in Gent en Luik. De Leuvense universiteit bood bovendien in Namen een aantal kandidaatsjaren aan: de Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix.

In 1911 startte een eerste experiment met het Nederlands in Leuven [1]. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd een poging ondernomen om de Gentse universiteit te vernederlandsen. In 1930 werd de Rijksuniversiteit Gent, waar toen nog een omvangrijke Franstalige bovenklasse woonde, volledig vernederlandst. In 1936 werden de meeste Leuvense cursussen in het Nederlands gegeven.

De vernederlandsing resulteerde in de splitsing van de Vrije Universiteit Brussel in 1970 en de overheveling van de Université catholique de Louvain naar Wallonië in 1971.

De democratisering van het onderwijs zorgde voor de oprichting van een filiaal van Leuven in Kortrijk (1961), drie nieuwe universiteiten in Antwerpen (1965 en 1971) en Diepenbeek bij Hasselt (1973) en de opwaardering van onderwijsinstellingen tot universiteit in Brussel (1929) en Antwerpen (1965).

Het begin van de 21e eeuw werd gekenmerkt door intensieve samenwerking tussen de universiteit. Zo versmolten de drie Antwerpse universiteiten tot de Universiteit Antwerpen in (2003) en werken de Universiteit Hasselt en de Universiteit Maastricht samen in de Transnationale Universiteit Limburg (tUL). Daarnaast wordt er ook intensiever samengewerkt tussen universiteiten en hogescholen, associaties van onderwijsinstellingen uit dezelfde provincie of met dezelfde katholieke achtergrond. De EHSAL en de Katholieke Universiteit Brussel fuseerden zelfs tot de Hogeschool-Universiteit Brussel.

Recente ontwikkelingen[bewerken]

Sinds een decennium of twee[bron?] is het belang van onderzoek in de activiteiten van de universiteiten enorm toegenomen, waar voorheen vooral de onderwijstaken belangrijk waren. De internationale druk van "publish or perish" is hier ongetwijfeld niet vreemd aan.

De praktijk van peer review, waarbij de ene wetenschapper het werk van de andere bekritiseert en zo dat werk helpt te verbeteren, blijft fundamenteel bij het publiceren van onderzoeksresultaten, maar de absolute waarde ervan lijkt steeds meer af te nemen: het is belangrijker voor een onderzoeker dat zijn werk gepubliceerd en geciteerd wordt, dan dat de inhoud van dat werk echt het best mogelijke is. Steeds meer hangt de carrière van een onderzoeker af van het tellen van publicaties en citaties, en niet van de echte inhoud van zijn onderzoek. [bron?]

De organisatievormen van de Nederlandstalige en Europese universiteiten zijn de laatste decennia grondig aan het veranderen.

  • In Nederland zijn onderwijs en onderzoek doorgaans organisatorisch ontkoppeld,
  • Onderwijsinstituten en onderzoekinstituten zijn opgericht, die "programma's" managen op de beide gebieden,
  • en overal in Europa is een Bachelor-masterstructuur geïntroduceerd die in alle centrale aspecten aan landelijke en Europese normen moet voldoen.

Opleidingen en onderzoeksprogramma's zijn onderworpen aan visitatie-, evaluatie- en accreditatiemechanismen en in dat verband beoordeeld op basis van door het hogere gezag vastgestelde criteria, zgn. "indicatoren". De Nederlandse Onderwijsraad merkt op: "Volgens de Nederlandse regering zijn de voordelen van accreditatie: een grotere eenduidigheid in het kwaliteitsoordeel, een onafhankelijker positionering van het kwaliteitsoordeel en een grotere variëteit omdat verschillende organisaties de visitaties kunnen uitvoeren."[2] Op al deze hervormingen is wel enige kritiek geuit in Nederland en Vlaanderen.[3]

Intussen is de organisatie van Rechten in ons grootste buurland nog als vanouds: Duitse juristen doen twee "staatsexamens" bij een Ministerie van Justitie van een deelstaat (met daar tussen een langere stage). Die ministeries hebben geen boodschap aan een BaMa structuur, omdat die de kwaliteit erg zouden doen verlagen.

De beweging Science in Transition vindt dat het wetenschappelijk systeem aan verandering toe is. Het maatschappelijk nut moet centraal staan en maatschappelijke stakeholders moeten meebeslissen over de kennisproductie. Science in Transition stelt dat er meer openheid nodig is over hoe wetenschapsgeld verdeeld wordt en hoe wetenschappelijke resultaten tot stand komen. Door de druk om te publiceren in gerenommeerde vakbladen spelen volgens SiT prestige en kwantiteit een belangrijkere rol dan kwaliteit. De initiatiefnemers van Science in Transition zijn Frank Miedema (UMC Utrecht), Huub Dijstelbloem (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), Jerry Ravetz (University of Oxford, Saïd Business School), Frank Huisman (Descartes Center, Universiteit Utrecht & UMC Utrecht) en Wijnand Mijnhardt (Descartes Center Universiteit Utrecht).

Ook het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten, bestaande uit vijfentwintig wetenschappers van verschillende Nederlandse universiteiten, heeft als doel het aan de kaak stellen van de financiële belangen die het onderzoek aan Nederlandse universiteiten negatief beïnvloeden. Initiatiefnemer is Hans Radder, wetenschapsfilosoof aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij startte het platform in het najaar van 2013. De VSNU presenteerde in maart 2014 samen met KNAW en NWO een nieuw evaluatieprotocol SEP, Standard Evaluation Protocol) voor onderzoek. De drie criteria voor evaluatie zijn: kwaliteit, maatschappelijke impact en strategie.

Wetenschappelijk onderwijs[bewerken]

Het hoger onderwijs aan de universiteit start na het voortgezet onderwijs in Nederland of na het secundair onderwijs in Vlaanderen. Het hoger onderwijs kent sinds de Bolognaverklaring in 1999 een tweeledige structuur: drie of vier jaar Bachelor opleiding, al dan niet gevolgd door één of twee jaren Master opleiding.

Academische titel[bewerken]

Iedereen die succesvol een opleiding heeft afgerond in het hoger onderwijs is gerechtigd tot het voeren van een academische titel in de eigen naam. De titels worden verkregen van rechtswege en iemand mag de titel alleen voeren indien men deze daadwerkelijk heeft gekregen. Het onjuist voeren ervan is strafbaar.

Studenten in Nederland[bewerken]

Studenten in het HBO & WO[4]
Ontwikkeling Aantal Studenten (x1000) Buitenlandse Studenten (2002-2003)
Hoger Beroepsonderwijs
Studierichting
Nuvola single chevron right.svg Zie studierichting voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een studierichting is een coherente verzameling vakken die een student kan volgen. Het wordt niet altijd in dezelfde betekenis gebruikt, omdat sinds de invoering van het bachelor-master stelsel (BaMa) in 2002, gelijktijdig met de introductie van het systeem van accreditatie, de wet nog slechts "opleidingen" kent. Een universitaire studie bestaat sindsdien uit een bachelor- en een masteropleiding. Vaak heeft de student na het behalen van een bachelordiploma de keuze uit vele masteropleidingen om de studie af te ronden. Dat kan ook aan andere universiteiten en in het buitenland. Alle geaccrediteerde opleidingen (bachelor en master) worden in Nederland, door de overheid gepubliceerd in het CROHO (Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs).

Wetenschappelijke promotie
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijke promotie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een wetenschappelijke promotie in academische zin is het behalen van de academische graad van doctor door het schrijven en publiekelijk verdedigen van een proefschrift, al dan niet met stellingen, aan een universiteit, of althans onder supervisie van een hoogleraar die als promotor optreedt. Degene die gaat promoveren wordt in Nederland een promovendus en in Vlaanderen een doctorandus genoemd.

Open dag of abituriëntendagen

Jaarlijks houden de Nederlandse universiteiten een open dag. Toekomstige studenten kunnen zich dan oriënteren op een opleiding en kennismaken met de universiteit en de docenten.
In Vlaanderen wordt dit "abituriëntendagen" genoemd. Ze worden ook meer gespreid gehouden. Soms zijn het niet alleen kennismakingsdagen met de opleiding, maar ook informatiedagen over financiële aspecten, het studentenleven, etc. Ook hebben aankomende studenten dikwijls de kans om lessen en practica bij te wonen, en zijn er speciale info-momenten voor ouders.

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijk onderzoek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van al het onderzoek dat in Nederland wordt uitgevoerd, wordt ongeveer 30% door universiteiten uitgevoerd (bron: Wetenschaps- en Technologie- indicatoren 2008). Dit onderzoek wordt van oudsher uitgevoerd in faculteiten, maar in toenemende mate ook binnen universitaire onderzoeksinstituten. Waar universiteiten zich van oudsher vooral richtten op fundamenteel onderzoek, is tegenwoordig ook een deel van het onderzoek gericht op het ontwikkelen van nieuwe toepassingen. Binnen hun onderzoek werken universiteiten zeer veel samen met andere universiteiten, kennisinstellingen, en bedrijven.

Academische gemeenschap[bewerken]

De universiteit met al haar medewerkers, studenten en onderzoekers vormt een academische gemeenschap.

Medewerkers[bewerken]

Universiteiten hebben wetenschappelijk personeel en ander personeel. Het wetenschappelijk personeel bestaat uit de volgende categorieën:

Hoogleraren, universitair hoofddocenten en universitair docenten vormen de vaste bezetting van het medewerkersbestand. Postdoctorale onderzoekers en promovendi hebben een tijdelijke aanstelling. Hoogleraren en universitaire (hoofd)docenten combineren vrijwel in alle gevallen onderwijs en onderzoek. Promovendi en postdocs concentreren zich hoofdzakelijk op het doen van onderzoek, maar hebben vrijwel altijd ook een rol in het onderwijs. Mannelijke medewerkers vormen de meerderheid in elke categorie wetenschappelijk personeel. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd, met name bij de universitair hoofddocenten en hoogleraren. Het niet-wetenschappelijke personeel bestaat onder andere uit medewerkers voor financiën, personeelszaken en communicatie. In de beta-faculteiten wordt daartoe ook laboratoriumpersoneel gerekend zoals analisten en instrumentmakers.

Soorten universiteiten[bewerken]

Universiteiten naar type[bewerken]

Universiteiten kunnen op verschillende manieren worden geclassificeerd. Een bekende classificatie is de indeling in algemene en gespecialiseerde universiteiten. De algemene universiteiten doen onderzoek en bieden onderwijs dat grote delen van het volledige wetenschappelijke spectrum beslaat. De gespecialiseerde universiteiten beperken zich tot specifieke deelterreinen van onderwijs en onderzoek.

Universiteiten die door de staat worden ingericht zijn "openbare" (Nederland) of "gemeenschaps"- (Vlaanderen) universiteiten. Andere universiteiten zijn dan "bijzondere" (Nederland) of "vrije" (Vlaanderen) universiteiten. Hierbij kan de naamgeving verwarrend zijn: zo is de Vrije Universiteit Brussel een vrijzinnige en seculiere universiteit, terwijl de Vrije Universiteit in Amsterdam een christelijke, protestantse universiteit is. De Universiteit Antwerpen is een pluralistische universiteit, opgericht bij decreet door het Vlaams Parlement en ontstaan uit een fusie van voorheen gemeenschaps-, katholieke en pluralistische universitaire instellingen.

In Nederland zijn er afzonderlijke technische universiteiten en de landbouwuniversiteit. In het verleden werden deze met Hogeschool aangeduid; de naam universiteit was voorbehouden aan instituten met ten minste vijf faculteiten, waaronder in ieder geval een medische. In Vlaanderen zijn dat de faculteiten ingenieurswetenschappen en de landbouwkunde aan de grote universiteiten. Sinds HBO-instellingen als "hogescholen" worden aangeduid, worden alle instellingen voor hoger onderwijs in Nederland "universiteiten" genoemd.

In Angelsaksische landen worden ook HBO-instellingen als "university" aangeduid, en is er dus meer verschil in niveau tussen afgestudeerden van verschillende universiteiten. In het Duits is het woord "Hochschule" de verzamelnaam voor enerzijds de (ook als zodanig aangeduide) universteiten, en anderzijds HBO-instellingen, Fachhochschulen genoemd.

Overig[bewerken]

De naam "Universiteit" is in Nederland niet wettelijk beschermd, waardoor er ook opleidingsinstituten bestaan die geen universiteit zijn, die zich wel zo noemen. In 2010 liet de demissionaire staatssecretaris van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aan de Tweede Kamer weten dat dit wel moet gebeuren, na een affaire rond de Alhuraa University. Haar opvolgster Jet Bussemaker verwacht eind 2014 met een voorstel te komen.[5]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de lijst van universiteiten

Organisatie universiteit[bewerken]

Een universiteit bestaat uit faculteiten, die weer kunnen zijn onderverdeeld in leerstoelen, vakgroepen, departementen en studierichtingen.

Associaties in Vlaanderen
Rond de vijf grote universiteiten in Vlaanderen bestaan associaties, waarbij samen met hogescholen doctoraatsopleidingen worden aangeboden. De Katholieke Universiteit Brussel werd opgenomen in de Associatie KU Leuven.
Bestuur en toezicht
Een universiteit wordt in Nederland bestuurd door een College van Bestuur, bestaande uit een rector magnificus, voorzitter en een derde lid. Elke universiteit kent daarnaast een medezeggenschapsraad en een Raad van Toezicht.
Faculteit
Een faculteit is een bestuurlijke eenheid binnen het Hoger Onderwijs. Hierin zijn onderwijs- en onderzoekstaken ondergebracht. Een faculteit kan weer verder zijn onderverdeeld in subfaculteiten, departementen of instituten en vakgroepen. Een vakgroep of leerstoel is het kleinste bestuurlijke onderdeel van een faculteit.
Mogelijke faculteiten (hoofdstudierichtingen) zijn rechten (rechtsgeleerdheid), economie (economische wetenschappen), (politieke en) sociale wetenschappen, psychologie/pedagogiek, geneeskunde of medicijnen, wijsbegeerte en letteren, theologie en (natuur)wetenschappen.
Departementen en vakgroepen
Een vakgroep is een coherente verzameling kennisgebieden. Wordt tegenwoordig ook wel aangeduid als basiseenheid. In sommige Vlaamse universiteiten gebruikt men de term "Departement".
Onderzoeksinstituten
Naast de faculteiten kennen vele universiteiten onderzoeksinstituten, waarbinnen (delen van) het onderzoek zijn ondergebracht. Een deel van deze instituten valt binnen de grenzen van een faculteit, maar andere instituten verrichten multidisciplinair onderzoek en doorkruisen de grenzen van meerdere faculteiten. Door het bestaan van deze instituten hebben de universiteiten in organisatorische zin het karakter van een matrixorganisatie gekregen. Omdat een deel van de bevoegdheden inzake het onderzoek van de faculteiten zijn overgegaan naar de instituten, neemt de zeggenschap van vele faculteiten over het onderzoek geleidelijk af.
Internationale instituten
Voorts zijn in Nederland en België nog diverse andere universitaire instituten gevestigd veelal vanuit het buitenland (met name Verenigde Staten) geadministreerd en vaak verbonden aan dan wel gehuisvest bij Nederlandse en Belgische instellingen voor Hoger en Wetenschappelijk Onderwijs.
Academisch ziekenhuis
Acht van de Nederlandse universiteiten zijn verbonden met een academisch ziekenhuis.

De financiering van universiteiten[bewerken]

Universiteiten hebben verschillende bronnen waaruit zij gefinancierd worden:

  • Directe financiering door de overheid. De overheid verschaft elke universiteit een basisbudget. Dit budget is per universiteit voor een groot deel gebaseerd op historische gronden, en voor een klein deel gebaseerd op de prestaties van de desbetreffende universiteit op de terreinen van onderwijs en onderzoek.
  • Research Councils zoals de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Vlaamse Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Europese onderzoeksraad verschaffen onderzoeksmiddelen voor de uitvoering van specifieke onderzoeksprojecten aan onderzoekers die zij selecteren op hun kwaliteiten.
  • Contractonderzoek. Universiteiten sluiten contracten af met partijen zoals overheden, bedrijven en fondsen, waarin wordt vastgelegd dat de universiteit tegen een financiële tegenprestatie onderzoek uitvoert of onderwijs aanlevert voor de betrokken organisatie.
  • Collegegelden.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Onderwijs
Lijsten
Overige onderwerpen

Referenties en voetnoten[bewerken]

  1. http://www.kuleuven.be/overons/geschiedenis.html
  2. Uitleg over recente organisatieverandering en accreditatie:
  3. Kritieken op recente organisatieverandering:
  4. Bron: Atlas van het Onderwijs, Noordhoff Uitgevers
  5. Universiteit moet beschermde naam worden. DUB nieuws, Hoger Onderwijs Persbureau, 4 december 2013

Externe links[bewerken]


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek