Universiteit Gent

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Universiteit van Gent)
Ga naar: navigatie, zoeken
Universiteit Gent
Data
Motto Inter Utrumque
Slogan Durf Denken
Stichting 1817
Plaats Gent, België
Rector Paul Van Cauwenberge
Studenten circa 30.000
Homepage http://www.UGent.be
Zegel
Braemt-zegel
Aula van de universiteit
Aula van de universiteit

De Universiteit Gent (UGent, voorheen Rijksuniversiteit Gent of RUG) is één van de twee grote universiteiten in Vlaanderen, gelegen in de stad Gent. De UGent is als pluralistische onderwijsinstelling de tegenhanger van de katholieke universiteit K.U.Leuven. Op 1 januari 2008 telde ze ongeveer 30.000 studenten en 6.200 personeelsleden, waarvan 918 professoren. De rector is sinds 2005 Paul Van Cauwenberge.

De UGent is steeds vaker de hoogst geklasseerde Belgische onderwijsinstelling. Zo behaalde de universiteit zowel in 2005 als 2006 het hoogste aantal punten in de Academic Ranking of World Universities van de Shanghai Jiao Tong Universiteit. Daarnaast werden de opleidingen Geneeskunde en Rechten bij visitaties in 2006 als de beste van de Vlaamse universiteiten gerangschikt.

Internationaal vermaarde wetenschappers doceerden aan de UGent. De drie Nobelprijzen die professoren verbonden aan de UGent kregen, zijn hiervan een indicatie. De UGent maakt deel uit van de CESEAR en Santander internationale onderzoeksgroepen.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

De Universiteit werd gesticht onder Koning Willem I als gevolg van zijn politiek om de intellectuele achterstand van het zuiden van zijn Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, het latere België, weg te werken. Daartoe richtte hij rijksuniversiteiten op in Gent, Leuven en Luik.

De Gentse universiteit werd plechtig geopend op 9 oktober 1817 en de eerste rector was JC Van Rotterdam. In het eerste jaar telde de universiteit 190 studenten en zestien professoren, waarvan er negen uit het buitenland kwamen, voornamelijk uit Noord-Nederland en Duitsland. Zij waren verdeeld over vier faculteiten: Letteren, Rechten, Geneeskunde en Wetenschappen. De voertaal was het Latijn.

In 1830 was de studentenpopulatie aangegroeid tot 414, maar dat aantal daalde snel na de Belgische Revolutie, die de afschaffing van de faculteiten Letteren en Wetenschappen met zich meebracht. Pas vijf jaar later, met de wet op het hoger onderwijs van 1835, gaf de Belgische staat de twee faculteiten terug aan de Universiteit Gent, en kreeg ze daarbovenop de Technische Scholen toegewezen, die aan de faculteit Wetenschappen werden toegevoegd. Het duurde echter nog 35 jaar voor het bevolkingspeil van 1830 terug werd bereikt. In de universitaire wedstrijden behaalde de Gentse universiteit in deze periode wel het grootste aantal prijzen. Met wisselend succes werden in deze periode de toelatingsvoorwaarden voor studenten nu eens verstrengd en dan weer versoepeld. In het laatste kwartaal van de negentiende eeuw konden ook meisjesstudenten hogere studies aanvatten. In 1882 kwam de eerste vrouwelijke student, Sidonie Verhelst de universiteit binnen. Zij koos voor de richting Wetenschappen.

In diezelfde periode vonden er nog enkele belangrijke vernieuwingen plaats. Vanaf 1876 mocht de universiteit weer zelf de academische graden toekennen. Gedurende de dertig voorgaande jaren moesten de studenten hun examens afleggen voor een centrale examencommissie in plaats van voor hun eigen professoren. De wet van 1890 maakte de wetenschappelijke opbouw van de universiteit belangrijker: de practica en het onderzoekswerk deden hun intrede en de professoren kregen nu ook assistenten in dienst.

Na de Belgische Revolutie in 1830 nam het Frans de plaats in van het Latijn als voertaal van de Gentse universiteit. Het Frans was toen immers de enige officieel erkende taal in België. Tegen het einde van de negentiende eeuw begon de Vlaamse beweging, onder impuls van Lodewijk de Raet, pogingen te ondernemen om de Gentse universiteit te vernederlandsen. Een van die pogingen werd gedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog, met de oprichting van de ‘Vlaemsche Hoogeschool’ in 1916, maar dit werd ongedaan gemaakt na de oorlog. De kwestie bleef echter de gemoederen bezig houden: in 1923 voerde toenmalig kabinetsminister Pierre Nolf een wet in tot gedeeltelijke vernederlandsing van de universiteit. Hierna kreeg de RUG de schertsende bijnaam Nolfbarak. In 1930 werd de universiteit definitief vernederlandst, als eerste universiteit van België. De eerste rector van de eentalig Nederlandse Universiteit was August Vermeylen (tot 1932).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde de Duitse bezetter van de Rijksuniversiteit een universitaire instelling met Germaanse oriëntering te maken. Professoren werden ontslagen en ex-activistische hoogleraren werden aan de universiteit opgedrongen. Naarmate de oorlog vorderde kwamen er ook meer weerstandskernen aan de Gentse universiteit.

In de tweede helft van de twintigste eeuw groeide de Gentse universiteit uit tot een massa-universiteit. Daar waren de maatregelen voor de democratisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, die in de jaren vijtig en zestig werden ingevoerd, zeker niet vreemd aan. De Universiteit Gent had in 1949 al een Sociale Dienst voor Studenten opgericht en het studentenrestaurant De Brug geopend, waar studenten dagelijks een middagmaal aan lage prijzen konden nuttigen. Toen in 1954 bij wet het Nationaal Studiefonds werd opgericht, om studiebeurzen te verlenen aan begaafde en minvermogende jongeren, steeg de studentenpopulatie opvallend snel. In 1953 waren er voor het eerst meer dan 3000 studenten ingeschreven, in 1959 werd de kaap van 4000 studenten overschreden, en tegen 1969 waren dat er meer dan 11.500. In 1964-1965 protesteerde de Universiteit Gent wel fel tegen de universitaire expansiewet, die tal van nieuwe universiteiten in het land wou oprichten.

Intussen breidde de universiteit het aantal faculteiten uit van vier naar elf, meestal door een aantal ‘scholen’ of ‘instituten’ die aan een van de bestaande faculteiten geassocieerd waren, te verzelfstandigen tot een volwaardige faculteit. Als eerste werden de Technische Scholen omgevormd tot faculteit Toegepaste Wetenschappen, in 1957. Daarna volgden de faculteit Economische Wetenschappen (1968), de faculteit Diergeneeskunde (1968), de faculteit Psychologische en Pedagogische Wetenschappen (1969), de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen (1969) en de faculteit Farmaceutische Wetenschappen. De laatste die werd opgericht, was de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen in 1992.

De Gentse universiteit kon niet ontsnappen aan de stroom van de wereldwijde studentenprotesten in de jaren zestig. In Gent kenden de protesten hun hoogtepunt in maart 1969, toen de ‘Blandijn’ bezet werd door studenten en tot ‘Studentoraat’ werd uitgeroepen. Ook het rectoraat werd voor het eerst in de geschiedenis van de universiteit bezet door studenten. Enkele jaren later werd het universiteitsbestuur hervormd: voortaan zetelden er naast professoren ook vertegenwoordigers van de studenten, van de assistenten en van het overige personeel, en externen van de ‘openbare instanties, politieke, sociaal-economische en culturele milieus’. De zwaarste studentenrellen zouden overigens pas volgen in 1978, tijdens de protesten tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld tot 10.000 BEF.

In 1991 kreeg de universiteit door een decreet van de Vlaamse Gemeenschap een grotere autonomie. De officiële benaming wijzigde van Rijksuniversiteit Gent (RUG) in Universiteit Gent. De afkorting RUG werd nog enkele jaren behouden vanwege de herkenbaarheid, maar werd tenslotte vervangen door de afkorting UGent.

Tussen 1991 en 2005 zag de Universiteit Gent haar studentenaantal verdubbelen tot ongeveer 28.000 studenten. De UGent promoot zichzelf tegenwoordig als de Vlaamse referentie-universiteit. In zijn openingstoespraak voor het academiejaar 2006-2007 hield rector Paul Van Cauwenberge een opgemerkt pleidooi om de verschillende Vlaamse universiteiten onder één koepel samen te brengen.

[bewerk] Bibliotheek

De Universiteit Gent zet in 2007 een belangrijk deel van haar collectie bij Google op het internet. Het gaat om enige honderdduizenden Nederlands- en Franstalige werken waar op geen auteursrechten meer rusten. Gent is de eerste Nederlandstalige universiteit die meewerkt aan het Google Books Library Project (en) in navolging van universiteiten uit Oxford, Harvard, Stanford, Princeton en Madrid. De Gentse universiteitsbibliotheek is een van de grootste bibliotheken in België. De verzameling die nu op internet komt varieert van populaire klassiekers tot zeldzame en speciale collecties die nu nog alleen in de bibliotheek zelf te raadplegen zijn. [1]

[bewerk] Faculteiten

Faculteit ingenieurswetenschappen (de "Plateau")
Faculteit ingenieurswetenschappen (de "Plateau")
De nieuwbouw van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
De nieuwbouw van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
Faculteit bio-ingenieurswetenschappen (het "boerenkot")
Faculteit bio-ingenieurswetenschappen (het "boerenkot")
Faculteit Letteren en Wijsbegeerte met de Boekentoren
Faculteit Letteren en Wijsbegeerte met de Boekentoren
Faculteit Wetenschappen (de Ledeganck)
Faculteit Wetenschappen (de Ledeganck)

In 2004 telt de universiteit 11 faculteiten:

[bewerk] Campussen en gebouwen

De Universiteit Gent heeft campussen en gebouwen verspreid over het grondgebied van Gent, Merelbeke en Melle.

Bij haar ontstaan kreeg de Universiteit Gent een aantal gebouwen ter beschikking van de stad Gent. Het Jezuïetenklooster tussen de Universiteitstraat en de Voldersstraat ging naar de Letteren en Wijsbegeerte, de Baudeloobibliotheek naar de Rechten, het Pakhuis op de Korenmarkt naar de faculteit Geneeskunde en de Sint-Elooiskapel naar de Wetenschappen en Anatomie. De faculteit Geneeskunde kon ook terecht in het burgerlijk gasthuis de Bijloke voor het klinisch onderwijs. In 1818 schonk de stad Gent ook haar plantentuin en haar bibliotheek in de voormalige Baudelooabdij aan de universiteit. In 1819 liet het stadbestuur door architect L. Roelandt de Aula in de Voldersstraat optrekken, bestemd voor de officiële plechtigheden van de universiteit. Het gebouw werd officieel geopend in 1826.

De Technische Scholen, die sinds hun aansluiting bij de Gentse universiteit in 1835 in het Sint-Agneetebeluik huisden, kampten voortdurend met plaatsgebrek. In 1858 verhuisden de Technische Scholen naar het voormailige Jezuïetenklooster, en in 1890 verhuisde een deel van de opleidingen naar de nieuwe gebouwen van het Instituut van de Wetenschappen in de Plateaustraat. Na 1900 zwermden enkele laboratoria verder uit in de stad, onder meer naar de Petroolstraat en naar het Flandria Palace aan het Sint-Pietersstation. Vanaf 1937 konden de technische laboratoria hun intrek nemen in het Technicum in de Sint-Pietersnieuwstraat, op de plaats van de voormalige Feyerickfabriek. In 1965 kreeg het Instituut voor Nucleaire Wetenschappen een eigen gebouw in de Proeftuinstraat, buiten de stadskern, met een kernreactor en een lineaire deeltjesversneller. Vanaf 1971 werd in Zwijnaarde de campus Ardoyen aangelegd om nog meer ruimte te bieden aan de laboratoria van de Toegepaste Wetenschappen. Een deel van de campus werd in 1984 omgevormd tot research park, waar startende technologische bedrijfjes en spin-offs van de universiteit een stek konden vinden.

Tussen 1883 en 1890 vond de bouw plaats van het Instituut van de Wetenschappen in de Bataviawijk, tussen de Rozier en de Plateaustraat, bestemd voor de faculteit Wetenschappen en een deel van de ingenieursopleiding. In 1883 kreeg de Universiteit Gent van de regering een Laboratorium voor Dierkunde in de haven van Oostende. In 1899 was het nieuwe Botanisch Instituut, ten zuiden van het Citadelpark, in gebruik genomen, waarna ook de plantentuin verhuisd werd naar haar huidige locatie nabij het Citadelpark. Het Botanisch Instituut werd in 1966 weer gesloopt voor een uitbreiding van het aanpalende gebouw voor de kandidaturen in de Wetenschappen aan de Ledeganckstraat, dat sinds 1959 in verschillende fasen was opgebouwd om de overbevolking in de Plateaustraat op te lossen. De licenties in de Wetenschappen kregen vanaf 1966 nieuwe gebouwencomplexen op de campus De Sterre, op een voormalig militair oefenterrein aan de Krijgslaan.

Ook de faculteit Geneeskunde kampte al vroeg met plaatsgebrek. Vanaf 1863 werden daarom tal van nieuwe gebouwen bijgeplaatst op de Bijloke-site en aan het aanpalende Rommelaere-complex, zowel voor de universiteit als voor het Bijlokehospitaal. In 1937 startte de bouw van een nieuw Academisch Ziekenhuis ten zuidoosten van de stad Gent, aan de huidige De Pintelaan. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was het ruwbouwskelet af, maar daarna viel het hele project stil. Pas in 1959 werd een deel van de gebouwen in gebruik genomen. Vanaf de jaren 1960 werden nog tal van andere gebouwenblokken bijgezet op de ziekenhuiscampus – sommige zelfs groter dan het oorspronkelijke gebouwencomplex uit 1959. In 1982 kreeg ook de faculteit Farmaceutische Wetenschappen een nieuw gebouw nabij de ziekenhuiscampus.

Een van de bekendste gebouwen van de UGent is de zogenaamde Boekentoren van de architect Henry van de Velde, waarin de universiteitsbibliotheek gevestigd is. Het gebouw werd opgetrokken tussen 1936 en 1942 op de Blandijnberg, het hoogste punt van Gent. In 1957 startten de werken voor het aanpalende gebouw voor de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, dat vanaf 1960 in gebruik genomen werd. De ‘Blandijn’ bood echter nooit genoeg plaats voor de hele faculteit, waardoor sommige diensten in andere gebouwen bleven zitten, onder andere op het nabijgelegen Sint-Pietersplein. Achter het Sint-Pietersplein, op de Hoveniersberg, werd in de tweede helft van de jaren zeventig een nieuw gebouw voor de faculteit Economische Wetenschappen geplaatst. Aan het begin van de eenenwintigste eeuw kreeg dat gebouwencomplex een uitbreiding aan de Tweekerkenstraat.

De Veeartsenijschool kreeg na de Tweede Wereldoorlog een onderkomen in een nieuw gebouw dat in de plaats van het Casinocomplex was gezet. De sloopwerken van het Casino waren echter pas in 1956 volledig afgerond. In 1950 kreeg de Veeartsenijschool het Kasteelhof in Merelbeke, een domein van 21 hectare groot, om in te richten als Proefhoeve. Nog in Merelbeke startte in 1975 start de bouw van een nieuwe campus voor Diergeneeskunde, die in de jaren negentig in gebruik werd genomen.

In 1960 werden nieuwe gebouwen rond de Henri Dunantlaan in gebruik genomen voor het Hoger Instituut voor Opvoedkundige Wetenschappen en voor het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding. Daarnaast werd in 1976 het universitaire sportcomplex aan de Watersportbaan opengesteld, met een zwembad, sportzalen en sportvelden. In de jaren zeventig volgde aan de andere kant van de Dunantlaan nog een tweede nieuwbouw voor de faculteit Psychologische en Pedagogische Wetenschappen, die dertig jaar later nog een uitbreiding tot aan de Antonius Triestlaan kreeg.

Vanaf 1963 werd het gebouwencomplex aan de Voldersstraat-Universiteitsstraat uitgebreid met nieuwbouwblokken langs de Universiteitsstraat en de Paddenhoek, en in de jaren negentig met verbouwde panden in de Korte Meer. Het gebouwencomplex heeft in de loop van de tijd aan zeer vele faculteiten en instituten van de Gentse universiteit onderdak geboden, maar is momenteel enkel nog bevolkt door de faculteit Rechtsgeleerdheid en de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen.

In 1969 verwierf de Universiteit Gent ook de gebouwen aan de Coupure van de tot faculteit Bio-ingenieurswetenschappen omgevormde Rijkslandbouwhogeschool, samen met haar proefhoeve van 60 hectare in Melle.

In 1918 had het algemeen studentencorps ‘Hou ende Trou’ het eerste studentenhuis gekregen in de Sint-Pietersnieuwstraat. Nadien kregen de studenten nog studentenhuizen in de Sint-Jansvest, op andere plaatsen in de Sint-Pieternieuwstraat en tot slot in de Therminal, een oude zaal van het Technicum. In 1960 opende het studentenrestaurant De Brug, dat sinds 1949 een onderkomen had in het Technicum, haar deuren in een afzonderlijk gebouw in de Sint-Pietersnieuwstraat. Later volgend nog meer studentenrestaurants in verschillende gebouwen van de universiteit. De grootste is het restaurant Overpoort in de Overpoortstraat. Nog in 1960 werd de eerste steen gelegd voor het Home Koningin Fabiola, het eerste studentenhome met kamers voor 224 meisjesstudenten. In 1966 volgden Home Koningin Astrid aan de Krijgslaan en Home Koning Boudewijn nabij de campus van het Academisch Ziekenhuis, in 1971 Home A. Vermeylen in de Stalhof, en in 1973 Home Corneel Heymans aan de Isabellakaai. Ook het voormalige Dominicanenklooster Het Pand, gelegen in Onderbergen, was in 1963 aangekocht om gesloopt en omgebouwd te worden tot een studentenhome, maar uiteindelijk werd het gebouw grondig gerestaureerd om dienst te doen als cultureel en congrescentrum van de universiteit.

Na de Eerste Wereldoorlog nam het rectoraat zijn intrek in het Hotel van Crombrugghe, vlak naast de Aula, tot het in 1959 verhuisde naar het vroegere kantoorcomplex van de Union Cotonnière in de Sint-Pietersnieuwstraat, dat in de jaren zeventig nog met een hoogbouwtoren werd uitgebreid.

[bewerk] Professoren en alumni

[bewerk] Eminente geleerden

Johan Rudolf Thorbecke, de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie
Johan Rudolf Thorbecke, de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie

[bewerk] Eminente alumni

[bewerk] Bekende eredoctoren

De universiteit reikte eredoctoraten uit aan onder meer:

[bewerk] Beheer

In 2005 werd Paul van Cauwenberge onverwacht verkozen boven toenmalig vicerector Marc De Clercq. De nieuwe vicerector is Luc Moens. Het dagelijkse beheer van de instelling wordt ook verzorgd door een logistiek beheerder (Dirk Mangeleer) en een academisch beheerder (Koen Goethals). In de Raad van Bestuur van de UGent, het hoogste beslissingsorgaan van de instelling, zitten naast professoren ook assistenten, studenten, technisch personeel en externen. Hetzelfde geldt voor vrijwel alle andere commissies, raden en colleges.

[bewerk] Overzicht rectoren 1817 - 2006

1 jaar (wet dd 25 september 1816)

  • 1817/1818 J.C. Van Rotterdam Gen.
  • 1818/1819 F.P. Cassel Wet.
  • 1819/1820 J.B. Hellebaut Recht
  • 1820/1821 J.M. Schrant L.& W.
  • 1821/1822 F.E. Verbeeck Gen.
  • 1822/1823 J.G. Garnier Wet.
  • 1823/1824 P.J. De Ryckere Recht
  • 1824/1825 L.V. Raoul L.& W.
  • 1825/1826 J.L. Kesteloot Gen.
  • 1826/1827 J.C. Hauff Wet.
  • 1827/1828 J.J. Haus Recht
  • 1828/1829 P. Lammens L.& W.
  • 1829/1830 J. Kluyskens Wet.
  • 1830/1831 J. Van Breda Wet.
  • 1831/1832 L.A. Warnkoenig Recht
  • 1832/1833 F.E. Verbeeck Gen.
  • 1833/1834 J.J. Haus Recht
  • 1834/1835 J.L. Kesteloot Gen.
  • 1835/36-1837/38 J.J. Haus Recht
  • 1838/1839 Ph. De Rote L.& W.
  • 1839/1840 J. Kluyskens Gen.
  • 1840/1841 J. Timmermans Wet.
  • 1841/1842 I. Nelis Recht
  • 1842/1843 G. Rassmann L.& W.
  • 1843/1844 C. Van Coetsem Gen.
  • 1844/1845 M. Margerin Wet.
  • 1845/1846 J. Minne-Barth Recht
  • 1846/1847 J. Roulez L.& W.
  • 1847/1848 F. Verbeeck Gen.
  • 1848/1849 E. Manderlier Wet.

3 jaar (wet dd 15 juli 1849)

  • 1849/50-1851/52 E. Manderlier Wet.
  • 1852/53-1854/55 H. Lefebvre Recht
  • 1855/56-1856/57 C. Serrure L.& W.
  • 1857/58-1863/64 J. Roulez L.& W.
  • 1864/65-1866/67 J.J. Haus Recht
  • 1867/68-1869/70 Ch. Andries Wet.
  • 1870/71-1872/73 J. Fuerison L.& W.
  • 1873/74-1878/79 F. Soupart Gen.
  • 1879/80-1884/85 A. Callier Recht
  • 1885/86-1886/87 J.J. Kickx Wet.
  • 1887/88-1890/91 G. Wolters Wet.
  • 1891/92-1893/94 A. Motte L.& W.
  • 1894/95-1896/97 C. Van Cauwenberghe Gen.
  • 1897/98-1899/00 P. Van Wetter Recht
  • 1900/01-1902/03 G. Van der Mensbrugghe Wet.
  • 1903/04-1905/06 P. Thomas L.& W.
  • 1906/07-1908/09 H. Leboucq Gen.
  • 1909/10-1911/12 V. De Brabandere Recht
  • 1912/13-1914/15 H. Schoentjes Wet.
  • 1916/17-1917/18 P. Hoffmann, R. Speleers (waarn.vanaf juni 1918) L.&W., Gen.
  • 1919/20-1920/21 H. Pirenne L.& W.
  • 1918/1919 H. Schoentjes, P. Fredericq, H. Pirenne Wet., Recht, L& W
  • 1919/20-1920/21 H. Pirenne L.& W.
  • 1921/22-1922/23 E. Eeman Gen.
  • 1923/1924 J.F. Heymans Gen.
  • 1924/25-1926/27 G. Van Den Bossche Recht
  • 1927/28-1928/29 C. De Bruyne Wet.
  • 1929/1930 J. Meuwissen Wet.
  • 1930/31-1932/33 A. Vermeylen L.& W.
  • 1933/34-1935/36 A. Bessemans Gen.
  • 1936/37-1937/38 L. Fredericq Recht
  • 1938/39 J.P. Haesaert Recht
  • 1939/40-1940/41 R. Goubau Wet. wnd. F. Baur L.& W. wnd. J.P. Haesaert Recht
  • 1940/41-1943/44 G. De Smet Wet.
  • 1944/45-1946/47 E. Blancquaert L.& W.
  • 1947/48-1949/50 N. Goormaghtigh Gen.
  • 1950/51-1952/53 A. Kluyskens Recht

4 jaar (wet dd 28 april 1953)

  • 1953/54-1956/57 J. Gillis Wet.
  • 1957/58-1960/61 P. Lambrechts L.& W.
  • 1961/62-1968/69 J.J. Bouckaert Gen.
  • 1969/70-1972/73 D. Vandepitte T. Wet.
  • 1973/74-1976/77 A. Devreker Econ.
  • 1977/78-1980/81 J. Hoste Wet.
  • 1981/82-1984/85 A. Cottenie Landb.
  • 1985/86-1992/93 L. Baron De Meyer L.& W.
  • 1993/94-2000/01 J. Willems T. Wet.
  • 2001/02-2004/05 A. De Leenheer Farm.Wet.
  • 2005/06- P. Van Cauwenberge Gen.

[bewerk] Bestuursmodel

De UGent kent een grote traditie wat de participatie van alle geledingen in het universiteitsbestuur betreft. De Universiteit was een voorloper op het gebied van studentenparticipatie. Zowel op centraal als facultair niveau maken studenten deel uit van het bestuur. Zo zitten er bijvoorbeeld vier studenten in de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent en ook een aantal in elke faculteitsraad, naargelang de grootte van de respectievelijke faculteiten. Om de informatiedoorstroom tussen deze studentenvertegenwoordigers mogelijk te maken, werd in 2004 de Gentse StudentenRaad (GSR) heropgericht en erkend door de instelling.

[bewerk] Associatie

De Associatie Universiteit Gent, kortweg AUGent, bestaat sinds 2001, zoals het decreet het wil, uit één universiteit en één of meer hogescholen. Naast de UGent maken de Hogeschool West-Vlaanderen, de Arteveldehogeschool (Gent) en de Hogeschool Gent er deel van uit. De samenwerking werd officieel in 2003 met de oprichting van een vzw.

[bewerk] Externe links

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
 
Persoonlijke instellingen