Untersturmführer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Werner Wolf als SS-Untersturmführer van de Waffen-SS

Untersturmführer was een paramilitaire rang in de Duitse Schutzstaffel (SS), gecreëerd in juli 1934.[1] De rang kende zijn origine uit de oudere SA-rang van Sturmführer welke al bestond sinds de oprichting van de SA in 1921. De rang van Untersturmführer was hoger in rang dan de Hauptscharführer of de (Sturmscharführer in de Waffen-SS) en lager dan de rang van Obersturmführer.[1][2]

Overzicht[bewerken]

Untersturmführer was de eerste aangestelde SS-officiers rang, equivalent aan een tweede luitenant in andere militaire organisaties.[3] De insignes bestonden uit een zwart vierkant met drie zilveren pinnen diagonaal gecentreerd, met de epauletten van een leutnant.[3] Omdat in de SS het accent lag op leiderschap van de organisatie, was voor het behalen van de rang van Untersturmführer vereisten een screening en trainingsprogramma afwijkend van de standaard promotie systeem in de aangeworven rangen te ondergaan.

In de begindagen van de SS was de bevordering tot Untersturmführer eenvoudig: een kwestie van een opleiding en een positie waarin hij aangetoond had klaar te zijn om een taak op zich te nemen als officier. Untersturmführer was ook incidenteel een benoemde positie, gegeven aan een SS-lid zodat hij onmiddellijk kon beginnen als officier in de organisatie. Dit is typisch het geval in een veiligheidsorganisaties, zoals de Gestapo en Sicherheitsdienst (SD).

In 1938, bracht de grootte en logistiek van de SS de noodzaak voor een gevestigd systeem om een SS-officier te worden, met beide verschillend voor Waffen-SS (militaire SS) en de algemene SS formaties van de Allgemeine-SS.

Algemene-SS officiersaanstelling[bewerken]

Binnen de Allgemeine of 'algemene' SS, was het voor bevordering naar de rang van Untersturmführer vereist dat de kandidaat een geschikte staat van dienst in de lagere (aangeworven) rangen had en de rang van Hauptscharführer bekleedde voordat hij voorgedragen kon worden voor een officiersaanstelling. Degenen die geschikt waren, moesten een aanbeveling van de SS-leiding indienen, gevolgd door een document dat bekendstond als de Lebenslauf. Dit resumé van de carrière van het SS-lid verklaarde waarom het lid vond dat hij voorgedragen moest worden voor een officiersaanstelling en gaf, als bewijs, een lijst in chronologische volgorde van zijn prestaties binnen de SS en voor zijn toetreding.

De staat van dienst werd beoordeeld, gevolgd door een raciaal en politiek antecedentenonderzoek, waarbij de Lebenslauf en alle evaluaties werden doorgelicht door het SS-Personalhauptamt. Indien de potentiële SS-officier geschikt bevonden werd voor bevordering, werd zijn naam doorgegeven aan Heinrich Himmler voor definitieve goedkeuring voor de aanstelling.

Tussen 1934 en 1938 overzag Himmler persoonlijk alle kandidaten voor bevordering naar de rang van Untersturmführer. Echter, gedurende de Tweede Wereldoorlog verhinderde een beperkte personeelsbezetting en logistiek het Himmler de geschiktheid van elke SS-officier te toetsen. Deze taak viel meestal toe aan ondergeschikten.

Adolf Eichmann's Lebenslauf, zijn aanvraag voor de bevordering van SS-Hauptscharführer naar SS-Untersturmführer in 1937

Waffen-SS aanstellingen[bewerken]

De Waffen-SS werd beschouwd als de elite van de Duitse strijdkrachten.[4] Het verwerven van het officierschap in de organisatie was een moeilijk en tijdrovend proces. Alle kandidaten voor een officiersaanstelling in de Waffen-SS werden geacht de SS-Junkerschule te volgen: een academie die ingesteld was voor de training van toekomstige Waffen-SS officieren.[5] De beroemdste SS-Junkerschule was gevestigd in Bad Tölz in Beieren.[6]

Om toegelaten te worden tot de SS-Junkerschule moest een aanstaand officier al gediend hebben in de Waffen-SS en moest hij door zijn superieur aanbevolen zijn voor toelating. De psychische, politieke en ook raciale achtergronden van de kandidaten werden onderzocht om de "zuiverheid" van het Germaanse en Arische karakter van de SS te bewaken.

Indien goedgekeurd voor toelating tot een SS-Junkerschule werd het SS-lid benoemd in de eerste serie van SS-officiersrangen? met de insignes van een hogere SS-onderofficier. De volgende stap was de bevordering tot officier van de Waffen-SS.

SS officier kandidaten rangen SS aangeworven equivalent
Standartenoberjunker Hauptscharführer
Standartenjunker Oberscharführer
Oberjunker Scharführer
Junker Unterscharführer

De gang door de SS-officierrangen vereiste van de kandidaten het slagen voor psychische testen en schriftelijke examens, het demonstreren van militair leiderschap en tactiek onder observatie. Bij het bereiken van de rang van Standartenoberjunker werd het de SS-officierskandidaat toegestaan een zilveren kinriem te dragen en de SS-officier werd toegewezen aan een eenheid voor de definitieve veldtraining en evaluatie.

Na voltooiing van alle trainingen werd de SS-officierskandidaat in een speciale ceremonie opgenomen in het SS-officierskorps (het zgn. SS-Führerkorps), waarbij hij de officiersinsignes en een SS-zwaard als geschenk ontving.

Het gehele proces van trainingen om een Waffen-SS officier te worden vereiste doorgaans tien tot zestien maanden.

Veldaanstellingen[bewerken]

Toen de Tweede Wereldoorlog ten einde liep en de verliezen binnenin de strijdkrachten begonnen op te lopen, begon de strengheid van toelating tot het SS-officierskorps minder strikt te worden. Tegen 1945 was het een gewoon verschijnsel voor lokale Waffen-SS-commandanten om een bevordering tot de rang van Untersturmführer toe te kennen wanneer de strijdkrachten het nodig hadden.[7]

Een bevordering tot Untersturmführer vereiste binnen de Allgemeine-SS, in het bijzonder de RSHA, nog steeds een grondig onderzoek en er waren in april 1945 nog SS'ers in afwachting van goedkeuring van hun aanstelling.


Opmerkelijke personen met deze rang[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Lagere rang:
Sturmscharführer
Nazi-partij paramilitaire rang
Untersturmführer
Hogere rang:
Obersturmführer
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b McNab 2009, p.30
  2. Lumsden 2000, p. 109
  3. a b Flaherty 2004, p. 148
  4. McNab 2009, p. 64
  5. McNab 2009, p. 54
  6. McNab 2009, p. 55
  7. McNab 2009, p. 55, 58