Urine-incontinentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Urine-incontinentie
ICD-10 R32, F98.0
ICD-9 788.3
DiseasesDB 6764
MedlinePlus 003142
eMedicine med/2781
NHG-standaard M46
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Urine-incontinentie is een urologische aandoening waarbij de beheersing over de blaas verloren is. De aandoening kan optreden doordat de kringspier niet goed functioneert, of doordat er geen gevoel bestaat dat de drang waarneemt tot urineren. Urine-incontinentie is een relatief veelvoorkomende aandoening.

Urine-incontinentie komt in West-Europa regelmatig voor. Een marktonderzoeksbureau rekende voor dat aan het begin van de 21ste eeuw in Nederland naar schatting zo'n 1 miljoen mensen klachten hebben die te maken hebben met een "overactieve blaas". Wanneer de blaas niet meer goed functioneert, kan dat meerdere oorzaken hebben. De oorzaak kan de blaas zelf zijn, de bekkenbodem, of de zenuwen die niet goed doorgeven wanneer de blaas vol of leeg is. Bij mannen kunnen ook prostaatklachten een rol spelen.

In de geneeskunde worden meestal de volgende soorten urine-incontinentie onderscheiden:

  • Stress-incontinentie (inspanningsincontinentie): een kwaal, meestal veroorzaakt door verslapping van de sluitspier (sfincter) van de blaas. Je kunt in je broek plassen wanneer er kracht gezet wordt, bijvoorbeeld bij tillen, sporten en lachen. Dit komt vaak voor bij vrouwen, bij mannen eigenlijk alleen na een operatieve prostaatverwijdering wegens prostaatkanker.
  • Urge-incontinentie (drangincontinentie): de urine komt vrijwel gelijk met het gevoel dat men moet plassen.
  • Overloopincontinentie: de blaas is voortdurend (over)vol, zodat er regelmatig druppelsgewijs urineverlies optreedt (druppelincontinentie) of scheutsgewijs urineverlies optreedt. Mogelijke oorzaken zijn zwakke blaasspier, een niet goed doorgankelijke plasbuis, bijvoorbeeld door een vergrote prostaat of vernauwing van de plasbuis.
  • Neurogene incontinentie: dit ontstaat door beschadiging van de lichaamszenuwen of het centraal zenuwstelsel, waardoor een te slappe blaas kan ontstaan (bijvoorbeeld bij diabetes mellitus-Neuropathie) of een juist te krachtige blaas (bijvoorbeeld na een dwarslaesie van het ruggenmerg).

Twee overige typen zijn:

  • Bedplassen: Een op de tien kinderen tot negen jaar plast in zijn bed. Vele oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen zoals vast slapen, gezinsproblemen, lichamelijke problemen en psychosomatische oorzaken.
  • Vesico-vaginale fistel: Een in Nederland zeldzame oorzaak van urine-incontinentie bij vrouwen is het aanwezig zijn van een vesico-vaginale fistel, een complicatie na de bevalling die met name voorkomt in gebieden waar geen goede kraamzorg beschikbaar is.

Medische behandelingen[bewerken]

In de praktijk is er aan de klachten vaak wel het een en ander te doen. Vrouwen kunnen met behulp van een internet vragenlijst een diagnose met persoonlijke leefstijl-en behandeladviezen verkrijgen en incontinentiezelfzorg uitvoeren. Dit kan met of zonder ondersteuning van een continentieverpleegkundige.[1][2] Bij onvoldoende effect kunnen andere behandelingen worden ingezet. Medicijnen kunnen er in een aantal gevallen voor zorgen dat de klachten verminderen of zelfs helemaal verdwijnen. Ook kunnen blaastrainingen soms helpen om de klachten te laten afnemen. Bij urineverlies bij vrouwen tijdens sporten of dansen, wordt ook aangeraden een grote tampon in te brengen. De tampon ondersteunt de blaas vanuit de vagina, hierdoor verkleint de kans op urineverlies. Sommige mensen hebben echter incontinentiemateriaal nodig om de urine op te vangen.

Bij urge-incontinentie en overloopincontinentie zonder obstructie van de blaas kan sacrale neuromodulatie een behandeloptie zijn als er geen baat wordt gevonden bij de standaardbehandelingen zoals medicijnen en blaastrainingen.[3][4] SNM is een minimaal invasieve ingreep waarbij elektroden worden geplaatst in de lage rug en worden verbonden met een pulsgenerator. Het zenuwstelsel wordt zodanig gemoduleerd dat de functie en coördinatie worden beïnvloedt en de urge-incontinentie en overloopincontinentie afnemen of verdwijnen.[5] De ingreep biedt echter geen garantie op succes, bij een op de vier patiënten wordt geen succesvol resultaat geboekt.[6]

Om mensen tegemoet te komen die aan incontinentie lijden, adviseerde de Gezondheidsraad in 2001 aan de regering om meer openbare toiletten in Nederland te plaatsen.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: penisklem
Nuvola single chevron right.svg Zie ook: droogbedcentrum

Urineverlies bij vrouwen na de bevalling[bewerken]

Het trainen van de bekkenbodemspieren na de bevalling voorkomt bij vrouwen incontinentieklachten. Bij postnatale gymnastiekcursussen wordt uitgebreid aandacht besteed aan het trainen van de bekkenbodemspieren. Ook langere tijd na de bevalling kan het trainen van de bekkenbodemspieren onder begeleiding van een fysiotherapeut de klachten doen verminderen of laten verdwijnen.

Bronnen, noten en/of referenties

Voor een deel van bovenstaande tekst of een eerdere versie daarvan is gebruikgemaakt van:

  • "Kleine kamers in grote steden", uitgave van de Stichting Bekkenbodem Patiënten, Amersfort en Pfizer BV, 2005
  • Wilson PD, Herbison GP. A randomized controlled trial of pelvic floor muscle exercises to treat postnatal urinary incontinence.

Int Urogynecol J Pelvic Floor Dysfunct 1998;9(5):257-264.

  • Mørkved S, Bø K. Effect of postpartum pelvic floor muscle training in prevention and treatment of urinary incontinence: a one year follow-up. Brit J Obstet and Gynaecol 2000;107:1022-1028.
  • Woldringh C, Wijngaart van de MAG, Ramakers, CC, Lagro-Janssen T. Onderzoek naar de mogelijkheden van preventie van urine incontinentieklachten bij zwangere vrouwen met een verhoogd risico. Programma Preventie ZON. ITS, wetenschap voor beleid en samenleving. Nijmegen. 2000- ongeveer 2004.
  1. de Bruin M (2012) A new ehealth service for women with urinary incontinence: an online Diagnostic Expert Program combined with a consult at home by a continence nurse. Neurourology and Urodynamics 2012,Vol 31, Iss 6, p941-942
  2. Kelders S, de Bruin M en van Gemert-Pijnen J (2011) Digitale ondersteuning voor urine-incontinentie bij vrouwen; mogelijkheden en beperkingen.Tijdschrift voor Urologie, april 2011 2:34-40.
  3. Patient information: Urinary incontinence treatments for women (Beyond the Basics) UpToDate.com Geraadpleegd 20 mei 2013
  4. Van Kerrebroeck PE, Van Voskuilen AC, Heesakkers JP et al (2007) Results of sacral neuromodulation therapy for urinary voiding dysfunction: outcomes of a prospective, worldwide clinical study. J Urol 178:2029–2034
  5. Standpunt Sacrale neuromodulatie CBO pagina 100
  6. Predictors of success with neuromodulation in lower urinary tract dysfunction: results of trial stimulation in 100 patients., Koldewijn EL, Rosier PF, Meuleman EJ, Koster AM, Debruyne FM, van Kerrebroeck PE, Department of Urology, University Hospital Nijmegen, The Netherlands.