Ursula Ledóchowska

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ursula Ledóchowska (1907)

Ursula Ledóchowska (Loosdorf bij Sankt Pölten, 17 april 1865 - Rome, 29 mei 1939) was de stichteres van de Ursulinen van het Allerheiligste Hart van Jezus[1] en is een rooms-katholieke heilige.

Ursula werd geboren als Julia Ledóchowska uit een Poolse adellijke familie. Haar vader graaf Antoni Ledóchowski woonde sinds 1842 in Loosdorf in Neder-Oostenrijk, waar Julia Maria in 1865 werd geboren als dochter van graaf Ledóchowski's tweede vrouw Josefine von Salis-Zizers. In 1874 verhuisden ze naar Sankt Pölten, waar ze op het gymnasium van "Institut B.M.V." zat, een school van de Englische Fräulein.[2] In 1883 verhuisde graaf Antoni Ledóchowski naar zijn landgoed in Lipnica (nu Polen), 48 km van Krakau, in Galicië, dat toen nog bij het Oostenrijkse keizerrijk hoorde. In 1885 overleed Antoni Ledóchowski. Op 18 augustus 1886 trad Julia in bij de Ursulinen in Krakau en nam een jaar later de kloosternaam Urszula aan. In 1904 werd zij tot moeder-overste gekozen. In Krakau opende ze een tehuis voor studentes van de universiteit.

Ursula was vanaf 1907 missionaris in een tehuis voor de katholieke Poolse jeugd van Sint-Petersburg in Rusland, Sint Katherina geheten. Omdat rooms-katholieke instituten illegaal waren in het tsaristische Rusland, droeg ze burgerkleding. Omdat de vervolgingen van katholieken in Rusland toenamen, zag ze zich genoodzaakt uit te wijken naar Finland, dat toen nog niet onafhankelijk was, maar door Rusland geregeerd werd. Ze vertaalde gebeden en liederen voor Finse vissers, die meestal protestants waren. In 1914, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd ze het land uitgezet. Nadien werkte ze in Scandinavië. In Stockholm begon ze geestelijke kringen en opende ze een talenschool en een huishoudschool. In Denemarken stichtte ze een weeshuis en bedelde ze voor oorlogsslachtoffers. In 1920 keerde ze met 40 zusters terug naar Pniewy. Met toestemming van Rome werd de orde van het zelfstandige klooster veranderd in de nieuwe congregatie Ursulinen van het Heilige Hart van Jezus in Doodsangst. Omdat ze grijze habijten droegen werden ze ook de grijze Ursulinnen genoemd. Het klooster hield zich met name bezig met de zorg voor de jeugd. In 1928 stichtte ze een religieus centrum in Rome. In 1930 zond ze 30 zusters uit naar Frankrijk, om Poolse arbeidsters te helpen. Op verzoek van paus Benedictus XV verhuisde ze naar Rome om daar aan haar orde leiding te geven. Begin mei 1939 reisde ze naar Rome, waar ze op 29 mei 1939 op 74-jarige leeftijd overleed.

Op 20 juni 1983 heeft paus Johannes Paulus II in Polen Ursula Julia Ledochowska zaliggesproken. Haar feestdag werd 29 mei. In 2003 werd ze heilig verklaard. In 2003 telde de door haar gestichte congregatie ongeveer 900 zusters verspreid over 12 landen in 100 gemeenschappen.[3]

De heilige Ursula Ledóchowska kwam uit een vrome familie. Haar zus Maria Theresia is ook zalig verklaard. Haar broer Wladimir Ledóchowski S.J. was generaal-overste van de Sociëteit van Jezus en haar neef Mieczysław Halka Ledóchowski aartsbisschop van Gniezno-Poznań .

Bronnen, noten en/of referenties
  1. in het Engels "Ursulines of the Agonizing Heart of Jesus", "de Ursulinen van het Hart van Jezus in Doodsangst"
  2. een nonnenorde die door Mary Ward gesticht is en onderwijs gaf aan meisjes
  3. (de) "Kirche bunt, St.Pöltner Kirchenzeitung" (het kerkblad van het bisdom St. Pölten), jaargang 58, nr. 20, 18 mei 2003