Usenet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schematische tekening van Usenet. A stuurt een bericht, bedoeld voor B. Het bericht reist over drie servers en uiteindelijk leest B het. Ook andere mensen lezen het bericht.

Usenet (ook bekend als 'netnews' of 'news') is een wereldwijd, gedecentraliseerd netwerk voor de uitwisseling van door de gebruikers gemaakte tekstberichten of binaire bestanden. Alle berichten worden geplaatst in zogeheten nieuwsgroepen; een nieuwsgroep richt zich meestal op een specifiek onderwerp, gebruikt (als er van tekstberichten sprake is) een specifieke taal, en is soms beperkt tot een specifiek land, gebied of instituut.

Usenet wordt gebruikt voor verschillende doeleinden:

  • het discussiëren over onderwerpen (dikwijls met mensen die elkaar niet kennen)
  • het stellen en beantwoorden van vragen over allerlei onderwerpen
  • het verspreiden van bestanden zoals afbeeldingen, muziek, en software (dit kan soms illegaal zijn, namelijk als het copyright geschonden wordt)

Geschiedenis[bewerken]

Usenet is ontwikkeld door Tom Truscott en Jim Ellis aan de Duke-universiteit in 1979-1980. Indertijd was er van algemene internetconnectiviteit nog geen sprake. Wel hadden veel mensen, vooral aan Amerikaanse universiteiten, computers met het besturingssysteem Unix, die elkaar konden bellen via het telefoonnet. Het UUCP-protocol werd ontwikkeld als standaard-manier om via zulke verbinding gegevens uit te wisselen. Aanvankelijk maakte Usenet hiervan gebruik. Later werd een manier ontwikkeld om Usenet ook via het internet door te geven: het protocol NNTP. Tegenwoordig vindt bijna al het Usenet-verkeer plaats via NNTP.

De naam Usenet (vaak als USENET geschreven) staat voor Unix User Network en is afgeleid van de Unix-gebruikersvereniging USENIX. Usenet is immers ontwikkeld als een communicatienetwerk tussen Unix-computers.

BBS vs. Usenet[bewerken]

Usenet biedt een functionaliteit vergelijkbaar met bulletin board systems (BBSen). Een BBS is een computersysteem dat gebruikers toelaat om verbinding te maken over een telefoonlijn en via een speciaal programma, zoals Kermit, zich aan te melden, bestanden te down- en uploaden, nieuwsberichten te lezen en berichten uit te wisselen met andere gebruikers. Dergelijke systemen waren zeer populair in de periode 1980-1995. Veel computergebruikers zetten een BBS op, waar anderen dan gebruik van maakten. Uiteindelijk verspreidde veel materiaal zich over veel verschillende BBSen. Deze opzet is een voorbeeld van client-servercommunicatie: de computer met het BBS fungeert als een server (dienst), waar de gebruikers als clients (klanten) verbinding mee maken. Het materiaal verspreidt zich echter niet automatisch van server naar server.

Bij Usenet, dat werd opgezet voor gebruik op dergelijke verbindingen tussen computers, is dit wel het geval. Alle berichten worden automatisch overal heen verspreid. in het begin ging dat door directe berichtenuitwisseling tussen gebruikers, via UUCP; later ging het via het Internet, door middel van speciale Usenet-servers die berichten vasthouden en onderling uitwisselen, en waar gebruikers via het NNTP-protocol als client verbinding mee maken. De communicatie is daarmee een mengvorm tussen client-server en peer-to-peer. IRC werkt op dezelfde manier.

Techniek en werking[bewerken]

In technische zin bestaat Usenet uit een verzameling afspraken (protocollen) voor het uitwisselen van berichten, waarin ook wordt gedefinieerd welke meta-informatie er aan de berichten hangt in de vorm van een aantal headers. Een van de headers in een bericht is de nieuwsgroep waarin het bericht wordt geplaatst, een andere bijvoorbeeld het onderwerp van het bericht (de titel). Berichten worden verspreid via een netwerk van duizenden servers overal ter wereld. Usenet was een van de eerste peer-to-peertoepassingen.

Gebruik[bewerken]

Bij gebruik van NNTP moet een gebruiker, om Usenet te bereiken, verbinding leggen met een NNTP-server ("nieuwsserver"). Hiervoor moet de gebruiker een NNTP-client gebruiken (ook newsreader of nieuwslezer genoemd): een programma dat NNTP spreekt en de aangeboden functies aan de gebruiker kan aanbieden. Tot deze functies behoren het maken van overzichten van beschikbare berichten per nieuwsgroep, het ophalen van berichten om te lezen, en het plaatsen van zelf geschreven berichten. De NNTP-servers wisselen onderling geregeld hun nieuwe berichten uit. Daardoor zal een door een gebruiker geplaatst bericht uiteindelijk arriveren bij een andere gebruiker, zelfs als deze van een andere NNTP-server gebruik maakt. Hier kunnen echter soms dagen overheen gaan. Daardoor zullen verschillende deelnemers aan een Usenet-discussie uiteindelijk dezelfde berichten te zien krijgen, maar vaak in een totaal verschillende volgorde. Wel wordt elke reactie op een bericht als zodanig gemarkeerd, en bieden de nieuwslezerprogramma's goede overzichten van de discussies aan, waardoor er toch samenhangende discussies te voeren zijn.

De meeste Internet Service Providers bieden een NNTP-server aan als standaarddienst voor hun abonnees, maar deze hebben meestal beperkingen; de meeste bieden bv. geen binary-nieuwsgroepen aan. Er zijn ook enkele openbare nieuwsservers, met een ruimer aanbod; hier moet echter meestal apart voor worden betaald.

Op 5 november 2011 kondigde News-Service Europe, de grootste Usenetprovider van Europa, aan dat het zijn activiteiten met directe ingang stopzet [1].

Nieuwsgroepen[bewerken]

Artikelen die gebruikers posten op Usenet zijn georganiseerd in onderwerpcategorieën genaamd nieuwsgroepen. Deze nieuwsgroepen zijn op hun beurt hiërarchisch ingedeeld. In de meeste nieuwsgroepen is een artikel een reactie op andere artikelen. Usenet werkt met threads en subthreads, zoals ook de hedendaagse forums gebruiken.

Het meest bekend is de "Big-8" die de volgende acht hiërarchieën omvat: comp, humanities, misc, news, rec, sci, soc en talk. Verder is er de alt-hiërarchie, waarin eenieder groepen kan aanmaken, daarom is de structuur van alt.* tamelijk chaotisch.

Verschillende landen hebben hun eigen hiërarchie. In Nederland is er de nl-hiërarchie die beheerd wordt door de nl-admin. In België bestaat er de be-hiërarchie.

De nieuwsgroepen bevinden zich op een server of preciezer een netwerk van servers genaamd een serverfarm. Om toegang te krijgen tot deze server zal men meestal een maandelijks te betalen abonnement nodig hebben, hoewel de meeste internetproviders ook toegang geven tot zeer gelimiteerde usenetservers. Op deze usenetservers staat meestal nauwelijks iets.

Omdat er binaire bestanden kunnen doorgegeven worden via het usenet wordt dit vaak gebruikt om illegale bestanden door te geven. Deze illegale bestanden kunnen spelletjes zijn, maar ook films, muziek of zelfs virussen.

Retentie[bewerken]

Dit is een lijst van enkele van de grootste binaire groepen. Met 1100+ dagen retentie, is de (binaire) Usenet-opslag (die binsearch.info indexeert) meer dan 8 petabytes (8000 terabytes).[2]

Retentie is de periode dat een post bewaard wordt op een nieuwsserver. Deze periode kan per provider en nieuwsgroep verschillen.

Grote NSP's hebben een retentie van meer dan 1287 dagen [3] hetgeen resulteert in meer dan 9 petabytes (9000 terabytes) aan opslagruimte.[4]

Voor een deel als gevolg van dergelijke lange retentietijden, evenals groeiende internet-uploadsnelheden, wordt Usenet ook gebruikt door individuele gebruikers om back-upgegevens op te slaan in een praktijk genaamd usenet backup of uBackup [5] Terwijl commerciële aanbieders gemakkelijk te gebruiken online back-up-diensten aanbieden, is het opslaan van gegevens op Usenet gratis. Sommige ISP's bieden ook gratis toegang tot Usenet aan. De methode vereist dat de gebruiker de gegevens handmatig selecteert, voorbereidt en uploadt. Omdat iedereen de back-upbestanden potentieel kan downloaden worden de gegevens typisch gecodeerd. Nadat de bestanden zijn geüpload, heeft de uploader er geen enkele controle meer over. De bestanden worden automatisch gekopieerd naar alle Usenet providers, dus zullen er meerdere exemplaren verspreid over verschillende geografische locaties over de hele wereld zijn.

Historie[bewerken]

  • 1979: Tom Truscott en Jim Ellis ontwikkelen Usenet
  • 1983: 550 UUCP-hosts. Usenet maakte voornamelijk gebruik van X.25-links
  • 1984: 940 UUCP-hosts.
  • 1985: NNTP wordt ontwikkeld, een toepassingslaag bovenop TCP/IP voor Usenet
  • 1990: snelle groei van internet, andere toepassingen beginnen Usenet te overvleugelen
  • 1995: DejaNews maakt oude en nieuwe Usenetberichten doorzoekbaar via een web-interface
  • 2001: Google neemt DejaNews over en breidt de dienst uit tot het huidige Google Groups
  • 2005: AOL stopt met Usenet. AOL kondigt aan dat het zijn geïntegreerde dienst die van Usenet begin 2005 zal beëindigen vanwege de sterke groei van webforums, weblogs etc.

Verwante onderwerpen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) 'Grootste usenetprovider van Europa' stopt ermee
  2. Usenet-opslag is meer dan 8 petabytes (8000 terabytes). binsearch.info Geraadpleegd op June 5, 2012
  3. Giganews FAQ - Hoe lang zijn artikelen beschikbaar?. Giganews.com Geraadpleegd op February 13, 2012
  4. 9 petabyte aan opslag op giganews.com. giganews.com Geraadpleegd op February 14, 2012
  5. usenet backup (uBackup). Wikihow.com Geraadpleegd op February 14, 2012