Utrechtse homoseksuelenaffaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Utrechtse homoseksuelenaffaire speelde zich af in 1730/31 en was een van de ernstigste episodes van homoseksuelenvervolging, die zich in de geschiedenis van Nederland heeft voorgedaan.

[bewerk] Geschiedenis

De ruïnes van het middenschip van de Utrechtse Domkerk, in 1674 ingestort na een storm, zijn jarenlang de plek geweest waar "sodomieten" elkaar konden treffen: mannen op zoek naar seks met andere mannen. In 1730 of 1731 stelden de overheden na klachten van de koster van de Dom een onderzoek in. Een aantal mannen werd gearresteerd en verhoord. Uit de bekentenissen van een van deze gearresteerden bleek dat er ook elders in de Republiek netwerken en ontmoetingsmogelijkheden voor sodomieten bestonden. Er volgde een golf van sodomietenvervolging. In Utrecht werden 18 verdachten ter dood veroordeeld en gewurgd. Een aantal mensen in belangrijke posities, die kennelijk getipt waren, waren al gevlucht voordat ze gearresteerd konden worden.

[bewerk] Heksenjacht

De Utrechtse zaak ontketende ook een reeks vervolgingen in andere delen van het land, waarvan die in het Groningse dorp Zuidhorn de beruchtste was: daar werden door toedoen van grietman Rudolf de Mepsche uit Faan, die het vooral gemunt had op zijn politieke tegenstanders, 22 mensen ter dood veroordeeld en geëxecuteerd; twee anderen waren al eerder op de pijnbank doodgemarteld). Het land verkeerde destijds in een stemming die de mensen vatbaar maakte voor "heksenjachten". Er was zojuist een ernstige epidemie onder het rundvee geweest, terwijl de Nederlandse dijken door de paalworm werden bedreigd. In die omstandigheden konden "hel-en-verdoemenis"-predikers de mensen ervan overtuigen dat God vertoornd was op het land vanwege de welig tierende onzedelijkheid. Het ongelukkige toeval wilde dat de homoseksuelen toen een voor de hand liggende zondebok waren. Bijna tweehonderd jaar lang zou de naam Utrechtenaar besmet blijven, omdat het woord - door een heel toevallige omstandigheid - synoniem geworden was voor "homoseksueel". Als neutrale term werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw bewust 'Utrechter' ingevoerd.

De gemeente Utrecht heeft zich nu volledig gedistantieerd van deze sodomietenvervolging. Op het Domplein, daar waar ooit de ruïnes van het middenschip van de Domkerk lagen en waar gecruiset werd, ligt nu een steen waarin de vervolging wordt gememoreerd en wordt aangegeven dat mannen en vrouwen tegenwoordig zonder angst voor vervolging hun homoseksualiteit (moeten) kunnen beleven.

[bewerk] Bronnen

  • Boon, L.J.: 'Dien godlosen hoop van menschen'. Vervolging van homoseksuelen in de Republiek in de jaren dertig van de achttiende eeuw. Amsterdam, De Bataafsche Leeuw, 1997. ISBN 90-6707-442-X
  • Meer, Theo van der: Sodoms zaad in Nederland: het ontstaan van homoseksualiteit in de vroegmoderne tijd. Nijmegen, SUN, 1995. ISBN 90-6168-444-7
 
Persoonlijke instellingen