Uur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zakhorloge.
Zonnewijzer Jacobikerk Utrecht.

Het uur is een eenheid van tijd. Een uur bestaat uit 60 minuten (of 3600 seconden). Een etmaal bestaat uit 24 uur, een maand uit ongeveer 720 uur en een jaar uit 8760 uur. Het internationale wetenschappelijke symbool is h.

Vroegere definities van het uur waren:

  • Een twaalfde deel van de tijdsduur tussen zonsopgang en zonsondergang. Door deze definitie waren de uren op een zomerdag langer dan in de winter, en begon de morgen met het eerste uur. De Romeinen en Grieken gebruikten deze definitie, en verdeelden de nacht in 3 of 4 nachtwaken. Later werd de nacht (de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang) ook verdeeld in 12 uren.
    • De reden dat er 12 uur in de dag zijn, is misschien in analogie van de 12 maanden die in een jaar vallen. Dit soort symmetrie werd in de oudheid vaak gebruikt bij meeteenheden.
  • Een 24ste deel van de waargenomen zonnedag, dat is de tijdsduur tussen twee momenten dat de zon op het hoogste punt staat. Ook door deze definitie varieert de tijdsduur van het uur, omdat de lengte van een zonnedag gedurende het jaar varieert.
  • Een 24ste deel van de gemiddelde zonnedag. Dit is een tamelijk constante definitie van het uur, maar omdat de aarde in de loop der tijd iets langzamer gaat draaien, wordt het uur volgens deze definitie steeds langer.

[bewerken] Als tijdsaanduiding

Het woord uur wordt ook gebruikt om een tijdstip aan te duiden, bijvoorbeeld als men zegt "Het is acht uur". Dit moet worden begrepen als: "Er is acht uur verlopen sinds zonsopgang (vanouds), sinds middernacht of sinds de middag".

In andere talen wordt onderscheid gemaakt, zoals in het Duits (Stunde, Uhr) en Engels (hour, o'clock).

Hoewel er 24 uren in een etmaal gaan, wordt er, vooral mondeling, ook vaak met twee keer 12 uur gewerkt, zodat het nodig is om behalve het uur ("Het is acht uur") ook aan te geven of dat vóór of na de middag is (ante meridiem en post meridiem). Dit is waarschijnlijk ontstaan uit de klassieke tijdsindeling, waarbij de dag en de nacht elk in twaalf uren werden verdeeld. In de moderne tijdsindeling werd enkel het beginpunt verplaatst van zonsopgang naar middernacht.

[bewerken] Uur in de taal

Het woord uur is afkomstig van het Latijnse woord voor uur, hora.

Spreekwoorden en uitdrukkingen met uur:

  • Zijn laatste uur heeft geslagen. (hij zal sterven)
  • In een verloren uurtje. (iets doen als er even tijd voor is)
  • Te elfder ure. (op het laatste moment)

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen