Vérendrye runensteen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Vérendrye runenstenen zouden zijn gevonden op een vroege expeditie in het gebied ten westen van de Grote Meren door de Franse ontdekkingsreiziger Pierre Gaultier de Varennes et de la Vérendrye, in 1730. Het wordt niet vermeld in de officiële verslagen van de expedities van La Vérendrye's, maar in 1749 besprak hij de stenen met de Zweedse wetenschapper Pehr Kalm, uit wiens geschriften vrijwel alle informatie over de steen wordt verkregen. Volgens Kalm, is bij de Vérendrye expeditie een tablet van ongeveer 5 centimeter breed en 13 cm lang gevonden op een steenhoop (die door sommigen wordt herkend als een cairn of steenmannetje), deze was besneden aan beide zijden met onbekende personages. Uit de beschrijving kan worden opgemaakt dat de locatie waarschijnlijk in de buurt van het huidige Minot, North Dakota is gevonden. De plaatselijke bewoners verklaarde dat het tablet altijd al op deze steenhoop had gelegen. Kalm vertelde verder dat het tablet terug werd gestuurd naar Quebec, waar christelijke priesters zouden hebben geconcludeerd dat het is geschreven in een "Tartaars" schrift. Hierna werd het naar de Franse minister van Staat, de graaf Maurepas verzonden. Er zijn geen beschrijvingen van de stenen na die tijd, maar het is beweerd dat het tablet werd verscheept met andere voorwerpen naar een kerk in Rouen (waarschijnlijk de kathedraal van Rouen), en werd begraven onder een hoop puin toen het gebouw werd vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Minnesota Historical Society heeft een beloning van 1000 dollar aangeboden voor de herontdekking van de steen.

Afkomst[bewerken]

Veel mensen hebben gespeculeerd dat de inscriptie in feite Noordse runen waren en mogelijk gerelateerd zou zijn aan de Kensingtonsteen, deze is naar verluidt achtergelaten door een Noorse expeditie in Minnesota in 1362 (hoewel de geldigheid van de Kensingtonsteen het onderwerp is geweest van discussie). Hjalmar Holand betoogt dat de beeltenis van het "Tartaars" schrift voor de priesters in Quebec een grote gelijkenis moeten hebben gehad met de karakters van oud-Noorse tekens.