V2 (raket)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Museumreplica van een V2 in Peenemünde.
Technische tekening van een V2.
Naoorlogse lanceerinstallatie van een ballistische raket.

De V2 was de eerste onbemande geleide ballistische raket. De Aggregat 4, A-4, later hernoemd in V2, was de opvolger van de V1. Als brandstof voor de hoofdmotor fungeerden ethylalcohol en vloeibare zuurstof. De brandstofpompen liepen op waterstofperoxide ("T-stoff") met natriumpermanganaat ("Z-stoff") als katalysator. De raket werd verticaal gelanceerd.

Een V2 bereikte een maximale hoogte van 83 tot 93 km en had een bereik tussen 321 en 362 km. De laatste versies hadden een bereik van 450 km.[1] De springkop bestaande uit Amatol Fp60/40, woog circa 738 kg en kon een heel huizenblok wegvagen. Vlak voor het afslaan van de raketmotor woog een V2 nog 4040 kg. De raket startte bij 1 G en bereikte 8 G bij het afslaan van de motor. Hij viel omlaag met 3600 km/h en sloeg in met 3 keer de snelheid van het geluid.

De raket werd voor het eerst operationeel ingezet op 8 september 1944; de doelen waren Parijs en Londen. Het V2-offensief duurde van september 1944 tot en met maart 1945. In deze periode werden meer dan 3000 raketten afgevuurd. Het gebied direct rond Londen werd door meer dan 500 V2’s getroffen en enkele honderden kwamen verder weg neer. Eerst waren Londen en Antwerpen de belangrijkste doelen maar later vielen de V2’s ook op Ipswich en Norwich in Engeland en op door de geallieerden bezette delen van België, Frankrijk, Nederland en ten slotte zelfs Duitsland.

De raketten werden in werkplaatsen in gevangenkampen in elkaar gezet. De V2 kostte 10 keer zo veel als de V1. Met zo'n 13 000 werkuren werden er toch in 1944 700 per maand gemaakt.

Aandrijving[bewerken]

De brandstof voor de hoofdmotor bestond uit een mengsel van 75% ethylalcohol en 25% water en vloeibare zuurstof. Het systeem leverde circa 24 947 kg stuwdruk bij de start, wat opliep naar 72 574 kg op maximale snelheid. De raketmotor brandde circa 70 seconden en de V2 ontwikkelde een topsnelheid van 1341 m/s.

Bij de V2-raketmotor werden voor het eerst succesvol grote hoeveelheden brandstof naar de verbrandingskamer gebracht. Dit ging door middel van twee door een gasturbine aangedreven brandstofpompen. De gasturbine maakte 5000 toeren per minuut en liep op twee speciale brandstoffen: natriumpermanganaat (20%) en waterstofperoxide (80 %); hiervan zat 130 liter in een kleine tank. De vloeistof werd uit de tank gedrukt door samengeperste stikstof uit drukflessen. Het versterkte frame was een van de sleutelcomponenten uit het motorontwerp. Het kon 25 ton stuwkracht aan en was toch extreem licht ontworpen.

Geleiding[bewerken]

De raketgeleiding verliep via een geavanceerd gyroscopisch systeem dat stuursignalen naar de aerodynamische stuurvinnen en vanen in de uitlaat van de verbrandingskamer stuurde. De raket kon vanaf de grond worden gestuurd door de "Leitstrahlstellung"; een plaats vanwaaruit tijdens de vlucht een elektronische leidstraal op de raket was gericht.

Slechts 25% van de V2’s werd geleid door de Leitstrahlstellung; voor het merendeel werd een grove mechanische instelling gebruikt. Gelanceerd op doelen die tegen de maximale reikwijdte aan lagen was de afwijking tussen doel en inslagpunt circa 7-17 km. Hiermee was het wapen slechts inzetbaar tegen grote dichtbevolkte gebieden. Bij kortere reikwijdten werd de nauwkeurigheid aanmerkelijk beter.

Gebruikte kleuren[bewerken]

Op de V2 waren verschillende kleurenschema’s van toepassing.

Inzet[bewerken]

Voor de lancering van V2’s naar Engeland vanuit vaste lanceerplaatsen werden in 1943 en 1944 in Noord-Frankrijk enorme bunkers gebouwd. Hiervoor gebruikte men 40.000 krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Zesduizend van hen begonnen bij het stadje Éperlecques waar de uitgraving begon voor het latere "Blockhaus" en de rest bij Saint-Omer en Wizernes. Een andere V2-lanceerbunker stond bij het stadje Sottevast vlakbij Cherbourg. Omdat deze plaatsen zwaar werden gebombardeerd, zijn er nooit V2’s uit afgevuurd.

Men ging daarop snel over tot het formeren van mobiele lanceereenheden volgens een simpel concept. Een lanceereenheid bestond uit circa 30 voertuigen. Hieronder waren een transporttrailer, een mobiele kraan, een lanceertrailer, tankvoertuigen en commandovoertuigen. De raketten zelf werden met de brandstoffen per spoor op bepaalde punten afgeleverd. De springladingen kwamen per vrachtwagen.

Speciaal transportpersoneel bracht de ladingen en onderdelen naar in het veld gelegen opslagplaatsen, van waaruit een aantal lanceerplaatsen werd bevoorraad. Een veldopslag kon circa 30 raketten bevatten die door technisch personeel werden onderhouden.

De afvuureenheid ontmoette de technische eenheid altijd op een afgesproken punt voor de overdracht van de kant en klare raket zonder brandstof. De raket werd dan met een grote mobiele kraan van de zogeheten Vidalwagen op de Meillerwagen gezet. Deze procedure vond vaak in een bos of park plaats om zo veel mogelijk camouflage te bieden tegen de geallieerde jachtvliegtuigen.

Daarna reed de afvuureenheid naar de lanceerplaats; de Meillerwagen zette de V2 verticaal op de afvuurring; tests werden gehouden; de raket werd uitgelijnd en van brandstof voorzien; de gyroscopen werden afgesteld en alles werd op scherp gezet. Na het overeind zetten van de raket duurde het gereed maken nog een kleine 90 minuten.

De beste afvuurplekken waren plaatsen met veel camouflage en een stevige vlakke ondergrond voor de afvuurring. Vaak werden hiervoor gewone wegen gebruikt. Open plekken of pleinen in een park waren ideaal; ze boden niet alleen goede camouflage maar ook bescherming tegen plotselinge windvlagen waar de V2 tijdens zijn langzame start zeer gevoelig voor was. De afvuureenheid werkte het liefst in de avondschemering en had de omgeving binnen 30 minuten na de lancering weer verlaten zodat ze nooit door vijandelijke jagers verrast werd. Per lancering bracht ze een gedetailleerd rapport uit. Na de oorlog bleek dat de geallieerden er nooit achter zijn gekomen hoe deze V2-afvuureenheden werkten.

Voor lancering woog een lege V2 4539 kg. Eenmaal gevuld en op een druk van 200 bar woog hij 12 700 kg. Elektrische bekabeling werd aangesloten en de gyroscopen werden gestart met 28 volt en 60 ampère gelijkstroom. Tot 32 bar samengeperste stikstof spoot waterstofperoxide en natriumpermanganaat in de 430 kW (580 pk)-turbine die hierdoor met 63 Hz (3800 omwentelingen per minuut) ging draaien. De turbine dreef twee pompen aan die de methylalcohol met een druk van 23 bar via 1224 inspuitopeningen (58 kg/s) en vloeibare zuurstof met een druk van 17,5 bar (72 kg/s) via 2160 inspuitopeningen in de verbrandingskamer perste. De brandstof werd ontstoken en bereikte een temperatuur van 2500° Celsius bij 15 bar druk. Dit was niet genoeg voor een lancering; na een controle of de motor goed werkte werd de verbrandingssnelheid verhoogd en vervolgens werden de lanceerkabels elektromagnetisch verbroken.

Lanceerprocedure[bewerken]

Een roestige V2-raketmotor in de ondergrondse productiefaciliteiten van het concentratiekamp Mittelbau-Dora in Nordhausen (Thüringen). Vanaf januari 1944 werden hier V1's en V2's geproduceerd door dwangarbeiders in enorme tunnelsystemen met een totale lengte van ca. 20 km.

Na het overdragen van de raket aan de afvuureenheid werden de volgende acties uitgevoerd:

  • De afvuureenheid bracht de afvuurtafel op de lanceerplek.
  • De poten onder de Pfaff-afvuurtafel werden omlaag geschroefd en afgesteld. De sleepdolly werd verwijderd. Het waterpas werd uitgelijnd en de Meillerwagen ging achterwaarts naar de afvuurtafel.
  • De stempels werden uitgezet om de Meillerwagen te steunen als de raket werd opgetakeld. Een Volkswagenmotor dreef twee hydraulische steunen aan die door een man op de Meillerwagen werden bediend om de raket verticaal te krijgen. De Meillerwagen ging dan 96 cm achteruit nadat de V2 op de afvuurtafel was gezet. Naast de raket stond de mast met kabels naar de "Feuerleitpanzer"-lanceerwagen en de Steyr-generatorwagen; deze werden aangesloten.
  • De brandstofvulploeg kwam op; meestal met een Hanomag die een trailer met alcoholtank trok, een Opel Blitz-alcoholtanker met een pomp, een Hanomag die de trailer met vloeibare zuurstof trok, en een Opel Blitz-tanker met "T-stoff" (waterstofperoxide). Op de lanceerplek was de uitlijnploeg dan al druk bezig om te controleren of alles waterpas stond. De beschermende kappen werden van de venturi in de verbrandingskamer gehaald.
  • De kwetsbare koolstofgrafietstraalroeren werden zorgvuldig vastgezet en het laden van de brandstof begon met het tanken van de alcohol. De Meillerwagen-arm droeg de slangen die van de tanker naar de top van de brandstoftanks liepen. De trailerpomp werkte circa 10 minuten voor het vullen van de alcohol. Daarna werd de tanker met vloeibare zuurstof aan de andere kant van de raket gezet. Het vullen van de zuurstof werd altijd binnen een uur voor de lancering gedaan om te voorkomen dat de regelkleppen in de V2-brandstofpomp bevroren.
  • Tijdens het vullen van de vloeibare zuurstof in de raket werd waterstofperoxide met de hand in een speciale container op de Meillerwagen gepompt. Deze liet men daarna gewoon in de tank met vloeibare zuurstof leeglopen. Een technicus klom daarna naar het midden van de raket en regelde de druk van de 8 ton toegevoegde brandstof. Vervolgens werd de "Z-stoff" (natriumpermanganaat) uit zijn verwarmingselement gehaald en in de raket gegoten (dit moest zo laat mogelijk gebeuren om een maximale reactie met de waterstofperoxide te krijgen om de turbine aan te drijven). Hiermee was het aftanken van de V2 gereed; de vrachtwagens werden weggereden.
  • De ontstekerpatroon werd in de verbrandingskamer gemonteerd en de raket werd vanaf het platform met behulp van een vizier gericht; de arm van de Meillerwagen werd neergehaald en de Meillerwagen verliet het terrein.
  • De leden van de afvuureenheid zochten dekking in vooraf gemaakte loopgraven. De Feuerleitpanzer (Sd.Kfz.7/3 lanceerwagen) stond 100-150 m van de raket af en de lanceerofficier en hulp gingen naar binnen. Begonnen werd met de vraag "Steuerung klar?"—"Steuerung klar!" was het antwoord. De lanceerofficier riep dan "X1" (lancering binnen 1 minuut).
  • De officier stapte op een krukje in de Feuerleitpanzer. Hij kon de lanceerplek overzien door pantserglas. "Schlüssel auf Schießen", werd het bevel. "Ist auf Schießen, Klarlampe leuchtet!", werd het antwoord van de man achter de voortstuwingscontrole. De brandstof werd ontstoken en begon door de zwaartekracht vanzelf te lopen en te verbranden met 1,5 tot 2,5 ton stuwkracht.
  • Hierna kwam het commando "Hauptstufe" De man aan de voortstuwingscontrole drukte op de knop en de brandstofpompen en stoomturbine kwamen in werking. De raket steeg recht omhoog op en draaide richting zijn doel. Na 30 seconden brak hij door de geluidsbarrière.

Gebruik in de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

V2 na de start in Wassenaar

De eerste V2-raket werd vanuit Wassenaar afgevuurd. In België sloeg de eerste nog niet goed afgestelde V2 in op 7 oktober 1944 te Sint-Lenaarts op zo'n 30 kilometer ten noordoosten van Antwerpen. Op deze stad kwamen bijna 1300 V2's neer met duizenden doden tot gevolg.[bron?] Er vielen in Engeland ruim 2700 doden door meer dan 1100, grotendeels vanuit Den Haag, afgevuurde V2's. In totaal zijn er ongeveer 10.000 gebouwd, waarvan 3000 à 4000 zijn gelanceerd tijdens WOII. Grotendeels werden de raketten gefabriceerd door slavenarbeid in de Duitse ondergrondse fabriek Mittelbau-Dora bij Nordhausen waar ook de V1 en de Wasserfall zijn gefabriceerd.

Naoorlogs gebruik van de V2[bewerken]

Toen de Tweede Wereldoorlog was afgelopen, namen de Sovjets en Amerikanen vele raketgeleerden uit Duitsland mee. Ook brachten ze grote hoeveelheden V2's over. Voor de Sovjets en de Amerikanen was dat het begin van de ruimtevaart. Veel V2's werden getest en bestudeerd.

Op basis van de ontwerpen voor de V2 ontwierp Wernher von Braun voor de Amerikanen onder meer de Jupiter-C-draagraket, die de eerste Amerikaanse satelliet Explorer 1 in een baan om de aarde bracht. Uiteindelijk kwam Von Braun bij de NASA waar hij bijdroeg aan het ontwerp van de Saturnus V-raket, die Amerikanen naar de maan heeft gebracht.

Ook de Russische Scud-raketten zijn op de V2 gebaseerd. In 1991 zou Saddam Hoessein een aantal omgebouwde Scuds gebruiken om Israël en Saoedi-Arabië te bestoken.

Raket naar de maan[bewerken]

De raket in de Kuifje-albums Mannen op de maan en Raket naar de maan doet erg aan de V2 denken. Dit is geen toeval. De raket was door Hergé inderdaad gemodelleerd naar de Duitse V2.

Verder lezen[bewerken]

J. Cornwell, Hitler's scientists. Science, war and the devil's pact, London, Viking, 2003

Zie ook[bewerken]

  • La Coupole, geheime Duitse lanceerbasis in Noord-Frankrijk

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Blikopener; De bevrijding. P6