VMWare
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
VMware is een softwarebedrijf dat diverse producten uitbrengt die virtualisatie mogelijk maken. Vanaf januari 2004 was EMC volledig eigenaar van VMware. 13 augustus 2007 ging VMWare naar de beurs. De koers steeg in ongeveer een dag van de introductieprijs van 29 dollar per aandeel naar 51 dollar per aandeel, waarmee VMware op dat moment het op vier na grootste softwarebedrijf ter wereld werd.[1]
VMware heeft drie productlijnen:
- vPlatform, waar ACE, Workstation, GSX en ESX onderdeel van uit maken. Deze producten virtualiseren de IT-infrastructuur.
- vManage, waar Virtual Center onderdeel van uit maakt. Virtual Center wordt gebruikt voor het beheer van de virtuele infrastructuur.
- vTools, waar de P2V assistent onderdeel van uit maakt. P2V maakt het mogelijk servers te virtualiseren.
Inhoud |
[bewerken] Virtualisatie
VMware was de eerste fabrikant die virtualisatie op het Intel-platform mogelijk maakte. Door middel van virtualisatie kunnen meerdere virtuele machines (VM's) op een zelfde fysieke machine draaien. Meerdere op de X86-instructieset gebaseerde besturingssystemen kunnen tegelijk naast elkaar draaien; bijvoorbeeld Windows 2003 naast Red Hat en een Windows XP-machine.
Deze benadering biedt een aantal voordelen:
- Doordat virtuele machines slechts uit bestanden bestaan, zijn de virtuele machines eenvoudig te verplaatsen. Ook is het makkelijker om een virtuele machine volledig te back-uppen.
- Virtuele machines werken als normale servers; het besturingssysteem op een virtuele machine weet niet dat het virtueel draait.
- Virtuele machines zijn onafhankelijk van fysieke hardwareveranderingen. Wijzigingen in de fysieke server hebben dus geen gevolg voor de virtuele machine.
- Testers kunnen software en andere zaken op verschillende besturingssystemen testen, terwijl ze toch maar één machine nodig hebben.
Uiteraard zijn er ook nadelen. Zo moet zowel de host-computer als de draaiende virtuele machine flink inleveren op prestatiegebied. Het geheugen en de processor worden tussen beide systemen gedeeld. De prestaties liggen dan ook altijd lager dan wanneer het besturingssysteem op een fysieke computer draait. De performance-impact ten opzichte van fysieke hardware is afhankelijk van het gekozen platform. Zo heeft ESX slechts 2-5% overhead maar VMware GSX (tegenwoordig bekend als VMware Server) en VMware Workstation zo'n 15-25%.
[bewerken] Workstation, GSX en ESX
De producten Workstation, VMware Server en ESX maken het mogelijk virtuele machines aan te maken en te draaien. Workstation is bedoeld als "productivitytool", terwijl VMware Server en ESX voor serverconsolidatie bedoeld zijn. Dit houdt in dat meerdere fysieke servers gevirtualiseerd worden en dus op een fysieke VMware Server/ESX-server gaan draaien.
VMware Server draait binnen een zogenaamde 'hosted' omgeving, wat wil zeggen dat VMware Server binnen Windows of Linux wordt geïnstalleerd. ESX daarentegen heeft een eigen kernel (de VMKernel), en dus een eigen besturingssysteem. Hierdoor heeft ESX volledige controle over de hardware, wat voordelen biedt op het gebied van tuning en performance.
Zowel VMware Server (voorheen GSX server) als ESX 3i zijn gratis te gebruiken. Beide versies zijn te downloaden vanaf de website van VMWare.
[bewerken] Virtual Center en VMotion
Virtual Center maakt het mogelijk de virtuele infrastructuur te beheren. Een onderdeel van Virtual Center is VMotion: dit is een techniek om een virtuele machine van de ene fysieke server naar een andere fysieke server te verplaatsen, zonder dat deze virtuele machine uitgeschakeld hoeft te worden.