VN-conventie inzake rechten van personen met een handicap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De VN-conventie inzake rechten van personen met een handicap is een internationale mensenrechtenverdrag van de Verenigde Naties dat de rechten en waardigheid van personen met een handicap of beperking wil beschermen. De ondertekenende partijen engageren zich ertoe om in hun eigen regelgeving de nodige aanpassingen te maken zodat personen met een beperking op een evenwaardige manier kunnen deelnemen aan de maatschappij. Deze conventie werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties aangenomen op 13 december 2006. Meer dan 140 overheden, landen of supranationale instanties hebben deze conventie ondertekend, waaronder de Europese Unie, België en Nederland[1]. België ratificeerde de conventie op 2 juli 2009, zodat ze er nu van kracht is[2]. Nederland heeft de conventie wel getekend maar nog niet geratificeerd[3].

Samenvatting[bewerken]

Artikel 1
van de conventie geeft de basisgedachte weer van de conventie, het aanmoedigen en beschermen van het gelijkheidsbeginsel in de maatschappelijke participatie van alle personen met een handicap.
Artikels 2 en 3
geven een aantal algemene principes weer, zoals redelijke aanpassingen.
Artikels 4 tot 32
belichten verschillende domeinen van de samenleving, van gezondheid en inclusief onderwijs over werk tot socio-culturele activiteiten. In elk van deze domeinen wordt toegelicht welke streefdoelen voorop gesteld worden om in dat domein de participatiemogelijkheiden van personen met een beperking op gelijkwaardige basis mogelijk te maken.
Artikels 33 tot 39
gaan over de oprichting van monitoringorganisaties op verschillende niveaus en de rapportering over de gemaakte vooruitgang in elke betrokken regio.
Artikels 40 tot 50
handelen over de ondertekening, communicatie, ratificering en inwerkingtreding van de conventie zelf.

Enkele principes[bewerken]

Een aantal basisprincipes worden toegelicht, zoals toegankelijkheid, gelijke kansen, inclusie en gelijkheid tussen man en vrouw.

De conventie maakt geen onderscheid in de gradatie van handicap. Het kan dus niet dat op basis van de conventie bepaalde groepen wel toegang hebben en andere niet tot bepaalde aanpassingen, tegemoetkomingen of specifieke regelingen.

Een belangrijk concept in de conventie is het definiëren van redelijke aanpassingen. Hiermee wordt bedoeld dat aanpassingen die nodig zijn voor personen met een beperking kunnen afgedwongen worden als ze niet onredelijk of disproportioneel zijn. De concrete invulling hiervan ligt in de regelgeving van elk land, maar als voorbeeld zou je kunnen stellen dat het voorzien van een helling om de toegang voor rolstoelen mogelijk te maken een redelijke aanpassing is, terwijl het afdwingen van de installatie van een lift in bepaalde gevallen disproportioneel zou kunnen zijn in een heel oud gebouw.

Optioneel protocol[bewerken]

Aanvullend op de conventie kunnen overheden ervoor kiezen om ook het optioneel protocol te ondertekenen wat inhoudt dat het Comité dat toeziet op de uitvoering van dit verdrag ook klachten kan behandelen van individuen. Reeds meer dan 70 overheden hebben dit optioneel protocol ondertekend.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties