Vaaggronden
| Bodemtype |
|---|
| World Reference Base for Soil Resources |
|
Acrisol | Albeluvisol | Alisol | Andosol | Anthrosol | Arenosol | Calcisol | Cambisol | Chernozem | Cryosol | Durisol | Ferralsol | Fluvisol | Gleysol | Gypsisol | Histosol |Kastanozem | Leptosol | Lixisol | Luvisol | Nitisol | Phaeozem | Planosol | Plinthosol | Podzol | Regosol | Solonchak | Solonetz | Stagnosol | Technosol | Umbrisol | Vertisol |
| USDA Soil Taxonomy |
|
Alfisol | Andisol | Aridisol | Entisol | Gelisol | Histosol | Inceptisol | Mollisol | Oxisol | Spodosol | Ultisol | Vertisol |
| Nederlandse bodemclassificatie |
|
Veengronden | Podzolgronden | Brikgronden | Eerdgronden | Vaaggronden |
Vaaggronden is een begrip uit de Nederlandse bodemclassificatie. Hieronder verstaat men alle minerale gronden zonder duidelijke ontwikkeling van horizonten. Een vaaggrond heeft ook geen humusrijke bovengrond (minerale eerdlaag, een Ap of Ah horizont). Het zijn over het algemeen jonge, weinig ontwikkelde gronden waarin de verschillende bodemvormende processen nog weinig invloed hebben gehad. In de Amerikaanse bodemclassficatie (USDA Soil Taxonomy) komen ze overeen met de entisol.
Typische voorbeelden van vaaggronden zijn stuifzandgronden, veel jonge kleigronden en vergraven gronden.
De vaaggronden worden als volgt onderverdeeld:
- Initiale vaaggronden
- Initiale vaaggronden
- Hydrovaaggronden
- Hydrozandvaaggronden
- Hydrokleivaaggronden
- Xerovaaggronden
- Xerozandvaaggronden
- Xerokleivaaggronden
Literatuur [bewerken]
- Bakker, H. de en J. Schelling, 1966. Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Pudoc, Wageningen.