Valentijnsdagbloedbad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plaats van het bloedbad

Het Valentijnsdagbloedbad (Engels: St. Valentine's Day Massacre) was een gebeurtenis op 14 februari 1929 (Valentijnsdag) in Chicago, waarbij zeven mannen op koelbloedige wijze geëxecuteerd werden. Het bloedbad vond plaats bij de SMC Cartage Company, een bedrijf dat als dekmantel gebruikt werd door de North Side Gang, een Amerikaans-Ierse bende onder leiding van George "Bugs" Moran, die het noordelijke deel van Chicago onder controle had. Het bedrijf was gesitueerd aan 2122 North Clark Street in Chicago. De andere betrokken bende had een Amerikaans-Italiaanse achtergrond en stond onder leiding van Al Capone.

Bedrijf[bewerken]

De SMC Cartage Company diende voornamelijk als een garage waar werd geklust aan auto's van bendeleden, maar werd ook gebruikt als een afleveradres en opslagplaats voor illegale drank. Na het bloedbad werd het bedrijf opgedoekt en kwam er een ander bedrijf in het pand. In 1967 werd het pand met de grond gelijkgemaakt om er parkeerplaatsen aan te leggen voor een bejaardentehuis.

De eigenaar van het bedrijf is nooit achterhaald, maar het huurcontract van het pand stond op naam van Frank Snyder. Dit was een alias van Adam Heyer. Heyer was de boekhouder van de North Side Gang. Tevens had Heyer bij diverse bedrijven die opgezet waren door de bende het roer in handen.

Gebeurtenis[bewerken]

Rond 10.00 uur in de ochtend van 14 februari 1929 verzamelde een groep van zeven mannen zich in de SMC Cartage Company. Vijf van de mannen waren gangsters, één een automonteur die regelmatig ingehuurd werd door Bugs Moran en één een opticien die zich graag ophield in de buurt van gangsters. Terwijl de mannen, gekleed in hun beste pak, op Bugs Moran aan het wachten waren stopte er een politiewagen voor het pand. Hoogstwaarschijnlijk dachten de mannen in het pand dat de politie een normale controle kwam uitvoeren, wat wel vaker gebeurde in die tijd bij bedrijven waarvan vermoed werd dat het dekmantels waren van bendes. De mannen werden met het gezicht naar de muur toe opgelijnd en vervolgens geëxecuteerd. Buurtbewoners die afkwamen op het ratelende geluid van machinegeweren zagen vervolgens twee mannen in politie-uniformen en drie mannen in trenchcoats naar buiten komen. Deze stapten allen in de politiewagen en reden vervolgens weg. De buurtbewoners dachten dat de twee 'politieagenten' een schotenwisseling hadden gehad met de drie gangsters in de trenchcoats en deze vervolgens hadden gearresteerd. Circa drie uur na de gebeurtenis arriveerden de eerste echte politieagenten. Die waren afgekomen omdat buurtbewoners klaagden dat er al een paar uur lang een hond aan het janken was.

Onderzoek[bewerken]

De agenten die als eerste aanwezig waren en het pand betraden troffen daar in eerste instantie een Duitse herder aan die vastzat onder de voorkant van een vrachtwagen die gebruikt werd voor illegale dranktransporten. Toen de agenten naar de achterkant van de vrachtwagen liepen zagen ze de lichamen van de zeven mannen in grote bloedplassen liggen, en op de vloer lagen in totaal 72 kogelhulzen. 70 daarvan waren afkomstig uit twee tommyguns en twee hulzen waren afkomstig uit twee hagelgeweren. Doordat de mannen al snel herkend werden als gangsters van de bende van Bugs Moran, werd de FBI erbij gehaald om het onderzoek te leiden[1].

Liquidatiepoging op Bugs Moran[bewerken]

Al vroeg in het onderzoek concludeerde de FBI dat het bloedbad waarschijnlijk bedoeld was om George "Bugs" Moran te liquideren. Ooggetuigen wisten te melden dat ze George Moran, tezamen met Willy Marks en Ted Newbury gezien hadden toen ze in de ochtend richting de SMC Cartage Company liepen, en dat ze zich omkeerden toen ze de politiewagen voor de deur zagen staan. Uit officiële FBI-documenten blijkt dat de FBI dacht dat een van de slachtoffers bij aankomst bij de SMC Cartage Company waarschijnlijk door spotters van het moordenaarsteam per ongeluk werd aangezien voor George Moran, waarop de moordenaars in actie kwamen[2]. Volgens verschillende verhoren van mensen uit de kennissenkring van Bugs Moran blijkt dat hij altijd ontkend heeft ook maar in de buurt te zijn geweest van de SMC Cartage Company op de vroege ochtend van 14 februari 1929. Wel erkende hij alle zeven mannen in kwestie te kennen. Toch blijft zelfs nu nog de FBI altijd volhouden dat het een liquidatiepoging op George Moran was[3].

Dranksmokkel[bewerken]

In eerste instantie werd vermoed dat de zeven mannen in het pand aanwezig waren om de vrachtwagen met illegale drank te legen. Echter kwam men daar in het onderzoek al snel op terug aangezien alle mannen hun beste pak aan hadden, wat zeer vreemd is als je stoffige vieze kratten wilt gaan uitladen. De precieze reden waarom de zeven mannen in het pand aanwezig waren is dan ook onduidelijk; mogelijk alleen om de vrachtwagen zelf in ontvangst te nemen van The Purple Gang. Toch geloofde de FBI dat de aanwezige vrachtwagen met illegale drank, die vanuit Canada door The Purple Gang aan Bugs Moran's bende was geleverd, een grotere rol speelde in het bloedbad[4]. Waarschijnlijk diende hij om George Moran naar het bewuste bedrijfspand te lokken.

Slachtoffers[bewerken]

Peter Gusenburg[bewerken]

(• Chicago, 28 september 1888 - aldaar, 14 februari 1929) ook wel bekend als John Pryor/Peter Gusenberg/Peter Gusenberger/Goosey/Peter Gorman, was één van de belangrijkste leden van de Bugs Moran bende. Hij was van Duitse afkomst. Hij zou tevens één van de schutters geweest zijn bij de liquidatiepoging op Al Capone op 20 september 1926. Hierbij werden maar liefst een paar duizend kogels afgevuurd vanuit voorbij rijdende auto's op het Hawthorne Hotel, waar Al Capone op dat moment dineerde.[5].

Frank Gusenburg[bewerken]

(• Chicago, 11 oktober 1892 - aldaar, 14 februari 1929) ook wel bekend als Frank Gusenberg/Frank Gusenberger/Hock/Carl Bloom/Howard Morgan/Fred Gusenberg/Frank Gould, was de jongere broer van Peter Gusenberg en ook een belangrijk lid van Bugs Moran's bende. Ook hij was van Duitse afkomst. Ondanks 14 schotwonden was Frank nog de enige die leefde toen de politie arriveerde. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Toen hij daar werd ondervraagd door agenten was het enige wat hij zei "Nobody shot me" (Vertaling: Niemand heeft mij neergeschoten). Daarmee hield hij zich aan de alombekende omerta, maar zorgde hij er ook voor dat het haast onmogelijk werd voor de politie en de FBI om de daders te achterhalen. Het kan ook zo zijn dat hij de schutters simpelweg niet herkend heeft[6].

Albert Kachellek[bewerken]

(• Krojoencke, Duitsland, 25 februari 1887 - Chicago, 14 februari 1929) ook wel bekend als James Clark en Jim Clark, was de rechterhand van George Moran. Mocht er ooit iets gebeuren met Moran dan zou hij de opvolger worden als leider van de bende. Op 19 januari 1929 vermoorde Kachellek samen met Peter en Frank Gusenberg de gangster Pasqualino "Patsy" Lolordo en diens vrouw Aleina Lolordo. Patsy was een gangster van Al Capone's bende[7].

Adam Heyer[bewerken]

(• 1889 - Chicago, 14 februari 1929) ook wel bekend als Frank Snyder, was de boekhouder van de North Side Gang, die naast het boekhouden ook alle bedrijven van de bende aanstuurde. Het huurcontract van het pand op 2122 North Clark Street waar het bloedbad plaats vond, de SMC Cartage Company, stond tevens op zijn naam [8].

Albert R. Weinshenker[bewerken]

(• Chicago, 23 december 1893 - aldaar, 14 februari 1929) ook wel bekend als Albert Weinshank, was van Russische afkomst en was één van de leidende figuren voor het witwassen van geld van de North Side Gang. Wegens zijn uiterlijke overeenkomsten met George Moran is het waarschijnlijk dat hij degene is die het spottersteam van de moordenaars aanzag voor George Moran.

Reinhart Schwimmer[bewerken]

(• Chicago, 1 december 1899 - aldaar, 14 februari 1929) was een opticien die zichzelf liever optometrist noemde, ondanks dat hij geen medische opleiding gevolgd had. Hij was verslaafd aan het gokken op paardenraces en wou graag gezien worden met belangrijke gangsters, ondanks dat hij zelf geen gangster was.

John May[bewerken]

(• Chicago, 28 september 1893 - aldaar, 14 februari 1929) was een automonteur die regelmatig aan wat auto's van de North Side Gang kluste. In het verleden was hij wel eens gearresteerd - zij het nooit veroordeeld - maar probeerde al jaren op een eerlijke manier geld te verdienen. Hij wilde liever ook niet voor de North Side Gang werken, maar uit geldnood zag hij zich regelmatig gedwongen toch wat klussen voor leden van de bende op te knappen.[9].

Verdachten[bewerken]

Al Capone[bewerken]

Vanaf het moment dat de politie en de FBI afwisten van de slachting, werd Al Capone al gelijk verdacht als opdrachtgever. Het was een bekend gegeven dat Al Capone en zijn amerikaans-italiaanse bende, die de zuidelijke kant van Chicago beheerde, al een langere tijd in de clinch lagen met George Moran en zijn amerikaans-ierse bende, die de noordelijke kant van Chicago beheerde. Naast het gegeven dat Al Capone al een lange tijd ruzie had met Bugs Moran werd Al Capone ook gelinkt aan enkele andere verdachten van het bloedbad zoals The Purple Gang en Jack "Machinegun" McGurn. Tijdens het bloedbad was Al Capone overigens niet in Chicago maar in Florida. Vermoed wordt dat hij expres een vakantie in Florida gepland had zodat hij niet verdacht zou worden. Het is echter nooit bewezen dat Al Capone de opdrachtgever was of ook maar iets met het bloedbad te maken heeft gehad.

Jack McGurn[bewerken]

Deze maffioso werd ervan verdacht van Al Capone de opdracht te hebben gekregen om de aanslag uit te voeren. Hij had een suite in het Stevens Hotel en gebruikte dat als alibi. Hij verklaarde dat hij de dag van het bloedbad de liefde had bedreven met zijn vriendin Louise Rolfe in kamer 1919A.[10]

The Purple Gang[bewerken]

The Purple Gang, die ook wel bekend was onder de naam Sugar House Gang, was een bende uit Detroit van voornamelijk joodse gangsters die in Detroit en omgeving zeer bekend waren als drank smokkelaars en hijackers. Ze werden nooit verdacht van het executeren van de zeven mannen, maar wel van een rol te hebben gespeeld in het verhaal. Het was alom bekend dat The Purple Gang drank leverde aan ieder die ervoor betaalde, en dat Al Capone veel gebruikmaakte van hun diensten. Doordat een door The Purple Gang geleverde vrachtwagen met illegale drank in de SMC Cartage Company stond, werd vermoed dat ze een rol speelden in het in de val lokken van Bugs Moran. Tevens was bekend dat The Purple Gang, ondanks dat die zelf zeer gewelddadig was en moord niet schuwde, met enige regelmaat gebruikmaakte van de huurmoordenaarsdiensten van Fred "Killer" Burke. Een voormalig lid van de Egan's Rats bende, die nadat hij de bende verlaten had verder ging als huurmoordenaar. En die tevens ook als één van de daders van het bloedbad werd verdacht.

Fred Burke[bewerken]

Geldt nog steeds als hoofdverdachte van het uitvoeren van de moorden. Hij voerde vaak liquidaties uit voor The Purple Gang en stond bekend voor het gebruik van Tommyguns. Zo was hij de eerste die Tommyguns gebruikte in de Detroitse onderwereld toen hij op 28 maart 1927 drie rivaliserende gangsters doodschoot in het Bloedbad van Miraflores. Ondanks dat hij al enige tijd in onmin leefde met The Purple Gang werkte hij voor Al Capone die wel weer gebruikmaakte van de diensten van die bende. Toen de politie in december 1929 een inval deed in de bungalow van Burke vonden ze daar een kogelvrij vest, geld afkomstig van een bankoverval, twee tommyguns enkele pistolen en duizenden kogels. Ballistische testen wezen uit dat de twee tommyguns gebruikt waren bij het Valentijnsdagbloedbad. Tevens wees een test uit dat één van de twee tommyguns ook gebruikt was bij de liquidatie van Frank Yale. Hij is echter nooit veroordeeld voor al die moorden. Uiteindelijk werd hij in 1931 opgepakt en veroordeeld voor de moord op een agent. Een kleine zeven jaar later overleed hij in de gevangenis. Hij heeft altijd ontkend iets te maken te hebben gehad met het bloedbad.

Bronnen[bewerken]

  1. http://foia.fbi.gov/foiaindex/massacre.htm
  2. http://foia.fbi.gov/filelink.html?file=/stvalen/stvalen2.pdf
  3. http://foia.fbi.gov/foiaindex/moran_george_bugs.htm
  4. http://www.trutv.com/library/crime/gangsters_outlaws/gang/purple/3.html
  5. http://en.wikipedia.org/wiki/Peter_Gusenberg
  6. http://en.wikipedia.org/wiki/Frank_Gusenberg
  7. http://www.legendsofamerica.com/20th-gangsters-k.html
  8. http://deadgangster.blogspot.com/2009/02/allow-me-to-introduce-adam-heyer.html
  9. http://www.myalcaponemuseum.com/id29.htm
  10. Mario Gomes Jack McGurn artikel op site Al Capone museum