Valentinus (gnostiek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

ValentinusAlexandrië, omstreeks 100) was een gnostisch leraar en stichter van de sekte van de valentinianen.

Valentinus werd omstreeks het jaar 100 in Beneden-Egypte geboren. Hij werd christen en kreeg zijn wetenschappelijke opleiding in Alexandrië, waarna hij naar Rome ging, waar hij van 135 tot 160 of 165 werkzaam was. Rond 140 was hij er bijna bisschop geworden, maar uiteindelijk werd Pius de martelaar (Pius I) benoemd. Later is Valentinus nog naar Cyprus gegaan.

Zijn leer werd beïnvloed door de Stoa en het platonisme van zijn tijd. Volgens Tertullianus, die overigens de leer van Valentinus bestreden heeft, was hij een geniaal en welsprekend man: 'et ingenio et eloquio poterat'.

Zijn school splitste zich in een oostelijke richting, waartoe Theodotus behoort, en een westelijke met onder andere Herakleon en Ptolemaeus.

Valentinus verkoos de mythos boven de ratio. Dat gebeurde op grond van een religieuze ervaring. Hij had een visioen van een pasgeboren kind. Hij vroeg dat kind: 'Wie ben jij?'. Het kind antwoordde: 'Ik ben de Logos'. Aan Valentinus was, zoals de apostel Paulus op de weg naar Damascus, de eeuwige Christus verschenen.

Van Valentinus zelf zijn acht Griekse tekstfragmenten bewaard gebleven. Naar vrij algemeen wordt aangenomen is het Evangelie der Waarheid van zijn hand. Hier volgt daaruit een citaat:

Zolang onwetendheid hen vervulde met angst en verwarring,
en hen twijfelend, verward en verdeeld achterliet,
werden zij achtervolgd door vele illusies en lege waandenkbeelden,
alsof zij in een diepe slaap verzonken waren ten prooi aan nare dromen.
Of zij vluchtten ergens heen,
of ze missen de kracht om vooruit te komen als ze anderen willen achtervolgen,
of zij zijn betrokken bij gewelddadigheden, geven klappen of krijgen klappen,
of zij storten van grote hoogte omlaag,
of zij vliegen omhoog, de lucht in, terwijl zij niet eens vleugels hebben.
Dan weer lijkt het alsof iemand hen probeert te doden, terwijl er niemand is die hen nazit.
of dat zij zelf hun dierbaren vermoorden, want zij zijn bevlekt met bloed.
Tot het moment dat zij, die dit alles meemaken, ontwaken.
Dan zien zij, die al deze verwarringen hebben meegemaakt, plotseling:
niets.
Want het was niets,
het waren slechts wanen.
Zo werpen zij de onwetendheid van zich af,
zoals zij de slaap van zich afschudden waaraan zij niet meer hechten,
evenmin als zij deze visioenen beschouwen als werkelijkheid.
Maar zij laten hen achter zich als een droom in de nacht.
De kennis van de Vader beschouwen zij als het morgenlicht.
Zo heeft ieder gehandeld alsof hij sliep gedurende de tijd dat hij onwetend was,
en zo staat hij weer op alsof hij ontwaakt.
Vreugde voor de mens die zichzelf hervindt en ontwaakt!