Vallei van de Gevallenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Vallei van de gevallenen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Noordzijde van het Kruis.
Het Kruis met op de voorgrond de esplanade.
De benedictijnenabdij.

Het Monumento Nacional de Santa Cruz del Valle de los Caídos (Het Heilige Kruis van de Vallei der Gevallenen) bevindt zich circa 40 kilometer ten noorden van de Spaanse hoofdstad Madrid.

Geschiedenis[bewerken]

In 1940 (een jaar na het einde van de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939) besliste de niet verkozen junta onder leiding van dictator Franco tot oprichting van een monument ter ere van de slachtoffers van deze oorlog. 46.000 mensen werden er begraven, ook republikeinen voor zover kon aangetoond worden dat ze katholiek waren. In 1941 werd met de bouw begonnen; het geheel kwam gereed in 1959.

In de rotsen werd een gigantische kerkruimte uitgehouwen, in totaal 260 meter lang en 22 meter breed. 200.000 ton graniet werd uitgehakt en met dynamiet opgeblazen om deze ruimte te creëren.

De omstandigheden van de bouw, het al of niet inzetten van dwangarbeiders en hun aantal, de arbeidsomstandigheden voor de gevangenen, het aantal verongelukte arbeiders blijven tot op heden een hevig strijdpunt. De meeste publicaties zijn sterk ideologisch gekleurd en de getallen lopen sterk uiteen, volgens het kamp van de schrijver of commentator.

Het hedendaagse Spanje, dat met de Ley de la Memoria Histórica uit 2006 beslist heeft alle monumenten en straatnamen ter ere van prominenten uit de tijd van dictatuur uit het straatbeeld te verwijderen zit met dit monument voor het nationaalkatholicisme in de maag.[1] Enerzijds wil de wet ertoe bijdragen dat de honderdduizenden doden die overal in anonieme massagraven begraven liggen geïnventariseerd en geïdentificeerd worden en anderzijds wil ze afrekenen met dit pijnlijke verleden. In tegenstelling tot andere dictaturen (Nazi-Duitsland, Argentinië, Zuid-Afrika) was er in Spanje nooit een Commissie van de Waarheid opgericht om de misdaden van het regime te beschrijven.[2]

Beschrijving van het monument[bewerken]

Vóór de kerk bevindt zich een esplanade; de toegang wordt gevormd door een zuilengalerij met erboven in het midden een uit zwarte steen gebeeldhouwde piëta. Deze galerij is het enige gedeelte dat buiten de rotsen werd opgetrokken.

Een bronzen deur opent de toegang tot de ondergrondse crypte-kerk. Op deze deur zijn de apostelen en de mysteries van de rozenkrans afgebeeld. In het timpaan wordt de wederkomst van Christus voorgesteld. De bezoeker komt eerst in een ruimte met een boekhandel/souvenirwinkel en de Beveiliging.

Via enkele voorhallen van verschillende afmetingen en niveaus komt men in het schip van de kerk. In een eerste hal hangt een plaat met de inscriptie: “ Francisco Franco, Caudillo d'España, patroon en oprichter, heeft dit monument geïnaugureerd op 1 april 1959. Johannes XXIII heeft het op 7 april 1960 geconsacreerd.” Van paus Johannes XXIII kreeg de crypte de naam van basiliek. De toegang tot de volgende hal gaat via een ijzeren hekwerk waarop engelen en heiligen zijn afgebeeld. Imponerend is het centraal geplaatste beeld van Santiago Matamores: Sint Jakob de Morendoder.

In het schip hangen kopieën van zestiende-eeuwse Brusselse wandtapijten (8.70 m x 5.30 m) met voorstellingen van de Apocalyps. Gietijzeren toortsen verspreiden een kil licht. Tussen de bogen is het graniet van de berg, dat als natuurlijk plafond dient, zichtbaar. Deze bogen lopen door naar beneden als de afscheiding tussen de wandtapijten en verschillende Maria-altaren. Boven het hoofdaltaar bevindt zich een 42 meter hoge koepel versierd met een mozaïek waarop voorgesteld Christus in majesteit aanbeden door engelen, heiligen en helden.

Vóór het hoofdaltaar is José Antonio Primo de Rivera, de oprichter van de Falange, de Spaanse fascistische partij, begraven. Hij werd op 20 november 1936 in de gevangenis van Alicante geëxecuteerd. In april 1950 werd zijn lichaam hier bijgezet. Achter het altaar bevindt zich het graf van de militaire dictator Francisco Franco. Hij stierf op 20 november 1975. Ter hoogte van het altaar werd een transept aangebracht met zijkapellen.

In de woorden van de toenmalige militaire regering moest het een monument voor alle gevallen strijders van de Burgeroorlog worden. Daarom liggen er ook republikeinse slachtoffers begraven, achter onopvallende deurtjes in de zijkapellen.

Boven op de rots – boven de kerkruimte – werd een enorm kruis opgericht. De rots zelf steekt ongeveer 150 meter boven de kerk uit. Het kruis is ook nog eens 150 meter hoog. Aan de voet van het kruis bevinden zich de vier evangelisten; ze zijn elk 11 meter groot. Erboven zijn de vier kardinale deugden afgebeeld: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, dapperheid en matigheid .

Aan de andere zijde van de rots werd een benedictijnenabdij opgetrokken. De kloosterlingen staan in voor de verzorging van de eredienst.

Graf van Dictator Francisco Franco

Betekenis[bewerken]

Als symbool blijft het Santa Cruz del Valle de los Caídos een ongemakkelijk bouwwerk voor Spanje. Het herinnert aan de burgeroorlog, het fascisme en aan het nationaalkatholicisme en de sterke binding tussen katholieke Kerk en de dictatuur.

De geschiedkundige duiding blijft controversieel over diverse kwesties, zoals de omstandigheden, het aantal republikeinse dwangarbeiders en het aantal doden bij arbeidsongevallen bij de bouw. Het definitieve historisch-wetenschappelijke oordeel is nog niet geveld, maar cijfers schommelen rond de meerdere tienduizenden. Zo zouden er 20.000 republikeinse dwangarbeiders geweest zijn volgens de éne bron (getal zonder de 'gewone' gevangenen) en tot 27.000 republikeinse doden gevallen zijn volgens een andere bron.[3][4] Elk jaar, op de sterfdatum van Franco, komen verschillende fascistische groeperingen naar de Valle de los Caídos om de dictator te eren. In de basiliek van de Valle de los Caídos heeft het graf van Franco dan ook een prominente plaats.

Een andere reden waarom het bouwwerk zo controversieel is, is omdat er duizenden republikeinse gevallenen werden begraven om het mausoleum te vullen. De dictatuur liet daarvoor anonieme massagraven en persoonlijke graven leeghalen zonder de goedkeuring van de familieleden. Tot op de dag van vandaag strijden nabestaanden van republikeinen ervoor om de resten van hun familieleden uit dit bouwwerk te krijgen, voor hen een verheerlijking van het fascisme. De Spaanse overheid heeft evenwel nog steeds geen actie ondernomen.[5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Elvira Lindo, "Los restísimos in: El País, 4 december 2011
  2. Julián Casanova, "Después de tanta memoria..." in El País, 20 september 2007
  3. Rafael Torres, Esclavos de Franco (Franco's slaven). Uitgeverij Oberón, Madrid, 2000
  4. (es) Preston schrijft geschiedenis. Publicaciones Semana, S.A. (mei 2008) Geraadpleegd op 24 april 2013
  5. (ca) Montse Armengou, Ricard Belis, "Avi, et trauré d'aquí!" op TV3, 19 maart 2013