Van den vos Reynaerde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het episch dierdicht Van den Vos Reynaerde (of tegenwoordig: Reinaart de vos of soms: Reinaert de vos of Over de vos Reinaert) geldt als een hoogtepunt in de Nederlandse middeleeuwse literatuur. Het telt in totaal 3469 versregels en is geschreven in het Middelnederlands (dit is het Nederlands uit de periode van 1200 tot 1500). Het is geen fabel, zoals vaak beweerd wordt.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

Het boek zou zijn geschreven in de 13e eeuw door een zekere Willem, die over zich zelf in de eerste regels meldt dat hij nog iets anders gemaakt heeft, namelijk Madocke (tegenwoordig: Madoc) (Willem die Madocke maecte; in moderne versies vaak: Willem die ook Madoc schreef). Madocke is een algemene term voor ridderverhalen. Nog een aanwijzing is dat we bij de laatste verzen van het verhaal een acrostichon opmerken: BI WILLEME. Deze vermeldingen worden echter ook wel gezien als een parodie op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden.

De wortels van het Reynaert-verhaal reiken diep in het verleden, tot Aesopus en Phaedrus, de grootste fabeldichters uit de Klassieke Oudheid. Omstreeks 1100 was er een eerste grote verzameling met fabels en verhalen met daarin de vos centraal, namelijk Ysengrimus, in het Latijn geschreven, waarin de dieren voor het eerst eigennamen hebben. De dichter van dat werk is vermoedelijk "Magister Nivardus" (die naam werd gevonden in een handschrift dat wordt gedateerd 13e/begin 14e eeuw). Vermoedelijk was hij een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.

Maar het Middelnederlandse verhaal is het meest gebaseerd op een Frans verhaal: Le Plaid, letterlijk vertaald 'het pleidooi', verscheen rond 1160 en is het eerste verhaal van een grotere verzameling vossenverhalen: Le Roman de Renart, geschreven door Perrout de Saint Cloude.

In de traditie van de oudste dierenverhalen werden dieren met legendarische halve waarheden en hele verzinsels opgezadeld. De vos wordt beschreven als uitgesproken demonisch: hij is wreed, bedrieglijk, hebzuchtig, vals, ontuchtig en genadeloos. Hij ontziet niemand. In dit negatieve verwachtingspatroon ontwierp de dichter dit dierenverhaal omstreeks 1260 voor een hoofs of adellijk publiek, dat de gangbare opvattingen bevestigd wenste te horen en van een vos niet goeds verwachtte. De Dietse hofliteratuur kent een grote bloei en er is dus ruimte voor een goed dierenepos. De Reynaert stelde hen niet teleur. De vos is een lepe, doortrapte bandiet, want niet alleen heeft hij kippen doodgebeten, staat hij Bruun en Tibeert naar het leven en lokt hij de naïeve Cuwaert genadeloos in een dodelijke val.
Willem was een nauwgezet man, die zich voor het samenstellen van zijn Reynaertepos goed gedocumenteerd had met en over de eerder genoemde bestaande dierenverhalen. Het werk is dus niet ontsproten aan de dichterische Volksseele, zoals lang werd vermoed. Evenmin is het ontstaan in de opkomende kleine burgerij, noch heeft het sociaal-kritische bedoelingen, m.a.w. de Reynaert is geen vrolijke schelmenroman, die in de veilige camouflage van een dierenhuid de draak kan steken met machthebbers, burgerij en clerus, zoals sinds de 19e-eeuwse romantiek werd gedacht.

Van dit dierenepos is een manuscript integraal bewaard gebleven in het zgn. Comburgse handschrift, een codex die dateert van tussen 1380 en 1425 en afkomstig uit het Gentse, vermoedelijk uit een kopiistenatelier. 'Van de Vos Reynaerde' bevindt zich op de folio's 192 t/m 232.

[bewerk] Verhaal

Reynaert de vos monument in Hulst
Reynaert de vos monument in Hulst

In Van den vos Reynaerde wordt een hofdag van Koning Nobel beschreven. Alle dieren verschijnen, behalve één: Reynaert de vos. Verschillende dieren doen hun beklag over de schurkenstreken van Reynaert, en Koning Nobel besluit de vos voor het Hof te dagen. Daartoe worden Bruun de Beer en Tybeert de Kater als dagvaarders ingesteld. Reynaert kan Bruun de Beer echter in een val lokken. Hij maakt hiervoor gebruik van Bruuns gulzigheid. Reynaert vertelt Bruun dat er honing in een opengespleten boom zit. In al zijn gulzigheid slaat Bruun de wiggen uit de boom en komt zo vast te zitten. Tybeert de Kater weet hij op te sluiten in het kippenhok bij een vijandig gezinde pastoor. Uiteindelijk weet Grimbeert de Das, een neef van Reynaert, hem te overtuigen, omdat hij de derde is die hem komt dagvaarden (middeleeuwse getallensymboliek). Reynaert zal al het mogelijke proberen om toch maar niet schuldig bevonden te worden voor zijn misdaden, maar Koning Nobel en de zijnen blijven bij hun besluit. Wanneer Reynaert alleen met de koning en koningin is, komt hij met zijn beste list boven. Die hield in dat zijn eigen vader, Isengrijn de Wolf, Bruun de Beer en Tybeert de Kater samenspanden tegen de koning, en daartoe een grote schat hadden verzameld, waarvan nu enkel Reynaert de vindplaats wist. Koning Nobel zag de list eerst in, maar werd door zijn vrouw overgehaald en de samenzweerders werden ingerekend. Reynaert koos het hazepad, en vertrok op een zogezegde bedevaart naar Rome...

Het boek is niet zomaar een leuk dierenverhaal. Er zijn tal van satirische verwijzingen naar de 'mensenmaatschappij' in te vinden: de adel en de geestelijkheid moeten het flink ontgelden. Enkele voorbeelden zijn dat priesters zich niet aan hun celibaat hielden en dat de adel lui en incompetent was. Ook de derde stand blijft niet gespaard, want wanneer het volk Bruin de Beer te lijf gaat, lijken ze wel een bende primitieven. Ze slaan op hem met de hele huisraad van 'pollepels' tot een spoel van het spinnewiel. Ook de namen van de vrouwen uit het volk zijn een duidelijke aanwijzing. 'Vuilemaerte' kan men beschouwen als gemakkelijk om mee te verkeren, bijna een slet. In 'Ogerne' kan je dan weer de uitspraak "O gerne" verstaan wat een prostituee vermoedt. Ook de priestersvrouw 'Julooke'; " Jou lok ik"; is een vrouw van weinig allooi. Zelfs Ysegrijns vrouw Haersinde is niet van dubbelzinnigheid gespeend. Vergelijk: 'Haar zint het' of zelfs 'Aersende'.

[bewerk] Historische achtergrond

Het spreekt bijna voor zich dat dit verhaal een dubbele bodem heeft. In Van den vos Reynaerde kunnen we veel verwijzingen vinden naar het Heilige Roomse Rijk van Frederik Barbarossa in de twaalfde eeuw. De toenmalige conflicten aan diens hof worden duidelijk verwerkt in dit verhaal. Op het eerste zicht zouden we denken dat Reynaert eigenlijk Barbarossa is, want Reynaert wordt in het boek dikwijls 'de felle met den roden baert' (barba-rossa) genoemd. Dit is slechts een afleiding: Reynaert is eigenlijk Hendrik de Leeuw, een familielid van de Welfen, die in een conflict met Barbarossa geraakt, die een lid van de Hohenstaufen is. Hendrik de Leeuw werd ca. 1180 tot drie keer toe ontboden bij Barbarossa, maar daagde geen enkele keer op. Dit is een zeer duidelijke link naar Reynaert. Aan de hand van die datum kunnen we ook vermoeden dat Van den vos Reynaerde waarschijnlijk na 1180 moet geschreven zijn.

[bewerk] Noot

Deze Historische achtergrond verwijst naar het wel boeiende maar door alle Reynaertspecialisten afgewezen boek: "De Pels van de vos" door Luc Wenseleers. In het laatste nummer van het tijdschrift "Tiecelijn" Nr.: 3/2005 staat een artikel over de speurtocht naar de auteur van "Van den vos Reynaerde". Daaruit zou blijken dat bovenstaande Historische achtergrond niet juist is.

[bewerk] Invloeden op buitenlandse literatuur

Het Reynaert-verhaal is een van de weinige stukken in de Nederlandse literatuur die buitenlandse literatuur beïnvloed heeft. Geoffrey Chaucer gebruikte materiaal van het bekende Vlaamse verhaal in zijn Canterbury Tales, met name het verhaal van Cantecleer de Haan en Reynaert. In 1485 vertaalde William Caxton het hele verhaal naar The Historie of Reynart the Foxe. Tybalt uit William Shakespeare's Romeo en Julia is genoemd naar Tybeert de Kater. Goethe schreef ook over de geslepen vos in zijn fabel Reineke Fuchs. Het werk werd rond 1200 ook vertaald naar het Latijn, onder de titel "Reynardus Vulpes" door Balduinus Iuvenis. Op zijn beurt heeft Dr. R.B.C. Huygens deze Latijnse vertaling terugvertaald naar het Nederlands (1967).

[bewerk] Trivia

  • De Nederlandse plaats Hulst wordt in het boek genoemd.
  • Paul Biegel schreef een moderne bewerking van het verhaal.
  • Het tijdschrift Tiecelijn is (sinds 1988) volledig gewijd aan Van den vos Reynaerde en de naleving van dit dierenverhaal.
  • In het Suske en Wiske album De rebelse Reinaert komen de hoofdfiguren in contact met Reynaert. Het album is berucht omdat hij verschillende allusies op de ontsnapping van Marc Dutroux maakt, waarbij de vos als Dutroux fungeert.
  • In de Maastrichtse wijk Malpertuis, de naam van Reinaerts woning, zijn de straten genoemd naar de figuren uit Van den vos Reynaerde. Ook in het Zeeuws-Vlaamse Nieuw-Namen en in een wijk in het Vlaamse Belsele zijn de straten genoemd naar de hoofdfiguren.
  • Op University College Utrecht, een liberal arts college van de Universiteit Utrecht, zijn verschillende gebouwen genoemd naar personages uit Van den vos Reynaerde. Zo heet de klokketoren naast de smeedijzeren hoofdingang bijvoorbeeld "Cantecleer."

[bewerk] Literatuur

  • Reinaerts streken, door Jozef Janssens en Rik van Daele

[bewerk] Externe links

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Vanden Vos Reynaerde op Wikisource

 
Persoonlijke instellingen