Vari

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vari
IUCN-status: Kritiek[1] (2014)
Lemuridae bwruffedlemur.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Onderorde: Strepsirrhini (Halfapen)
Infraorde: Lemuriformes (Lemuren)
Superfamilie: Lemuroidea
Familie: Lemuridae (Maki's)
Geslacht: Varecia (Bonte maki's)
Soort
Varecia variegata
(Kerr, 1792)
Verspreiding van de Varecia-ondersoorten; Oranje = V. v. subcincta; blauw = V. v. editorum; groen = V. v. variegata
Verspreiding van de Varecia-ondersoorten; Oranje = V. v. subcincta; blauw = V. v. editorum; groen = V. v. variegata
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De vari, bonte maki of gekraagde maki (Varecia variegata) is een halfaap uit de familie der maki's (Lemuridae). De vari is één van de twee soorten uit het geslacht Varecia, de andere soort is de rode vari (Varecia rubra). De vari is na de indri de grootste soort uit de superfamilie van de lemuren (Lemuroidea).

Beschrijving[bewerken]

Een volwassen exemplaar weegt tussen de 2,6 en 4,1 kilogram en heeft een kop-romplengte van 43 tot 57 centimeter. Zijn staart is gemiddeld 60 lang en kan een lengte van 65 centimeter hebben.

Over het gehele lichaam is de vari dikbehaard met lange, zachte haren. Alleen op zijn gezicht is het haar korter. De zachte vacht van de vari heeft een zwart-wit patroon die varieert per leefgebied. Hoe meer naar het zuiden, hoe meer het wit toeneemt en het zwart afneemt. Over het algemeen zijn de taille, poten, schouders, gezicht, kruin, snuit en de binnenkant van de ledematen zwart. De flanken en de romp, een gedeelte van de achterpoten en de rug (of een gedeelte ervan) zijn wit. Een dikke kraag loopt in de nek en om het gezicht, waar het de oren bedekt. De vari heeft een lange snuit en doet denken aan die van een hond.

Taxonomische indeling[bewerken]

De wetenschappelijke naam van de vari is in 1792 voor het eerst geldig gepubliceerd door Robert Kerr. Aan de hand van zijn uiterlijk worden drie ondersoorten onderscheiden, maar dit onderscheid is gebaseerd op een veel groter aantal uiterlijke verschillen. Dit is een van de redenen dat niet alle wetenschappers het met deze verdeling in ondersoorten eens zijn. De ondersoorten zijn:

  • de zwart-witte vari (Varecia variegata variegata, Kerr, 1792)[2]
  • Varecia variegata editorum (Osman Hill, 1953) [3]
  • de gordelvari (Varecia variegata subcincta, A. Smith, 1833)[4]
De gordelvari

De Varecia variegata editorum en de zwart-witte vari zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. De gordelvari verschilt van de andere twee door zijn tekening, in plaats van een geheel witte rug en flanken heeft hij enkel een witte band die over zijn middel loopt.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De vari bewoont de regenwouden van Noordoost- en Oost-Madagaskar, tussen de Mananararivier in het zuiden en de Antainambalanarivier in het noorden. De verspreidingskaart geeft het voorkomen weer van de diverse ondersoorten. De Antainambalana vormt de grens met het verspreidingsgebied van de rode vari.

De vari leeft voornamelijk in bomen en is een goede klimmer. Hij waagt zich zelden op de grond. De vari is in de schemering en in de vroege nacht actief. Overdag houdt hij zich schuil in een verlaten nest (bijvoorbeeld van roofvogels) of een boomholte. Vaak neemt het dier in de vroege ochtendzon een zonnebad, waarbij hij met zijn gezicht naar de zon ligt. In de avond laat hij herkenbare luide roepen horen. Hij voedt zich meer dan andere maki's met zachte vruchten. Het dieet vult hij aan met bladeren, schors, insecten, kleine gewervelden en vogeleieren.

Gedrag[bewerken]

juveniel

De vari leeft in groepen van twee tot twintig dieren (gemiddeld vier à vijf). Het territorium wordt verdedigd door de verscheidene dominante vrouwtjes in de groep. De twee à drie jongen (soms één of vier) worden geboren na een draagtijd van 90 tot 102 dagen; dit is korter dan bij andere maki's. Het nest waar de geboorte plaatsvindt is door de moeder gebouwd van bladeren en haar eigen dons in een boomholte of de vork van een tak. Hier blijven ze de eerste drie weken van hun leven. Later worden ze gedragen in de bek van de moeder. Na een maand of vier zijn het net zulke goede klimmers als volwassen dieren.

Bedreigingen[bewerken]

De vari wordt in zijn voortbestaan bedreigd door aantasting van het leefgebied. Bossen worden vernietigd door brandlandbouw (slash-and-burn), houtkap en mijnbouwactiviteiten. Verder wordt er veel op het dier gejaagd, het is een grote maki en en in bepaalde perioden van het jaar ook nog luidruchtig, dus gemakkelijk op te sporen. Volgens onderzoek uit 2008 is de populatie in 27 jaar met 80% achteruitgegaan (5,8% per jaar). In Manombo is de populatiedichtheid 0,4 tot 2,5 dieren per vierkante kilometer, in Antanamalaza 10 tot 15 dieren en in Nosy Mangabe 29.043 dieren per vierkante kilometer. Het is een van de eerste soorten maki's die uit het regenwoud verdwijnt, zodra de mens zich vestigt in het leefgebied. Daarom staat de vari als ernstig bedreigde soort op de Rode lijst van de IUCN.[1]

Bronnen en verwijzingen

  • (en) Nick Garbutt, Mammals of Madagascar (Yale University Press, 2007)