Varuna (god)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Varuna (Kyoto National Museum, Kioto)
Varuna op zijn vahana

Varuna (Devanagari:वरुण, IAST:varuṇa letterlijk: alles omhullende hemel) is in de Indiase mythologie een Aditya (oude god) van de hemel, van regen en van de oeroceaan, evenals een god van de wet en van de onderwereld. Het is de meest prominente Asura in de Rig-Veda, die heerst over de goden. Epitheta zijn: "Koning van de goden", "Koning van goden en mensen", of "Koning van het heelal". Aan geen andere godheid worden even grote attributen en functies toegeschreven. Hij is degene die hemel en aarde ondersteunt en vormt met zijn buitengewone macht en wijsheid (maya genoemd).

Gedurende de voor-vedische tijd was Varuna de alwetende en omnipotente oppergod en de bewaarder van de wetten en de orde. Hij heerste over de nacht en de doden en kon aan stervelingen onsterfelijkheid schenken. Varuna was de meester van het Rta of Ritam, de energie die ervoor zorgt dat de kosmos op tijd blijft werken. Zo was Varuna degene die ervoor zorgde dat de zon zich bleef voortbewegen. Tevens werd hij gezien als de maangod (afgebeeld als een witte man in een gouden harnas met een lus of lasso gemaakt van een slang in de hand). Deze voorstelling appelleert aan een eerder vrouwelijk aspect als scheppergodheid, in zekere zin verwant aan de Slangengodin.

Als heerser over de nacht zoals Mitra over de dag heerst, werd hij vaak apart vereerd, terwijl Mitra zelden alleen wordt aanroepen.

In de latere Vedische literatuur wordt hij vaak samen met Agni, Yama en Vishnoe aanroepen. Alhoewel hij in de Veda niet algemeen wordt beschouwd als de god van de oceaan, wordt hij wel vaak met de wateren geassocieerd, vooral de wateren van de atmosfeer of het firmament. In Rig Veda iv.1,2 wordt hij zelfs de broer van Agni genoemd. In de latere mythologie werd hij een soort Neptunus en in de Mahabharata geldt Varuna als een van de gandharvadeva's, als een Naga en zelf koning van de Nagas en een Asura.[1]

In later tijden neemt de god Indra de rol als oppergod geleidelijk over van Varuna, iets wat we in de Rig Veda al kunnen lezen. Omdat Varuna sterk werd geassocieerd met regen, veranderde hij langzaam maar zeker in de god van de rivieren, zee en oceaan.

De naam varuṇa betekent letterlijk 'hij die omhult', Indo-Europees taalhistorisch onderzoek heeft uitgewezen dat de naam van deze aloude Vedische godheid taalkundig verwant is met die van de Griekse god Uranus (de hemelgod), maar Varuna is van een meer spiritueel concept.

Varuṇānī was Varuṇa's vrouw en Varuṇatmajā zijn dochter, ook geestrijke drank of wijnlikeur (zo genoemd omdat deze uit de oeroceaan werd gewonnen toen die gekarnd werd). Varuṇāvi was een naam die ook aan de godin Lakshmi werd toegekend. Varuṇavāsa tenslotte was Varuna's verblijf of de oceaan, ook Varuṇalaya genoemd (Varuṇoda betekent zeewater).

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Monier-Williams, Sanskrit-English Dictionary p. 921