Vasa previa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Vasa previa is een zwangerschapscomplicatie waarbij één of meerdere foetale bloedvaten van de placenta of navelstreng voor de geboorte-uitgang liggen, onder de baby. Het komt voor bij circa 1 op 3000 zwangerschappen.

De complicatie heeft een hoog sterftecijfer (50-90%). Dit kan veroorzaakt worden door snelle foetale verbloeding, die optreedt door het scheuren van de bloedvaten nadat de baarmoedermond ontsluit of de vliezen breken. Ook kan het kindje in de problemen komen wanneer de bloedvaten afgekneld worden tussen de baby en de wanden van het geboortekanaal.

Afbeelding:Vasaprevia.jpg

Inhoud

[bewerken] Pathologie

Er is weinig bekend over de oorzaak van deze toestanden. De meest erkende theorie is genaamd trophotropisme. Volgens Dr. Harris Finberg, kan trophotropisme in placentaweefsel worden vergeleken met een plant die de neiging heeft om naar de zon te buigen om het licht te krijgen wat hij nodig heeft om te overleven. Aangezien het lagere gedeelte van de baarmoeder niet zo voedzaam is als het hogere gedeelte, zal de placenta omhoog groeien om zo het voedzamere weefsel te bereiken.

Bij tweelobbige placenta´s of placenta’s met een of meerdere bijlobben kan het placentaweefsel van de baarmoederhals eroderen (verdwijnen), maar de aderen doen dit niet. Bij velamenteuze insertie van de navelstreng, kan het grootste deel eroderen en de nieuwe groei kan verderop plaatsvinden, weg van de locatie waar de navelstreng in de placenta inserteert, waarbij de navelstreng verbonden wordt met de placenta door onbeschermde bloedvaten. Vasa previa komt vaak voor bij een laagliggende placenta of placenta previa, waarbij de placenta zich voor het geboortekanaal bevindt.

[bewerken] Waarschuwingssignalen

Vasa previa kan aanwezig zijn als een of meerdere (of geen) van de volgende condities bestaan:

  • Tweelobbige placenta
  • Succenturiate placenta (placenta met één of meerdere bijlobben)
  • Laagliggende placenta (bijv. door miskramen, gevolgd door curettage, of door littekens a.g.v. baarmoederoperaties)
  • Velamenteuze insertie van de navelstreng
  • Zwangerschappen die voortkomen uit in-vitrofertilisatie (ivf)
  • Meerlingzwangerschappen
  • Pijnloze bloeding
  • Voorgeschiedenis met baarmoederoperatie, curettage en/of abortus

[bewerken] Diagnostiek vóór de bevalling

[bewerken] Echografisch onderzoek

Gerichte echografie is de sleutel tot de diagnose vasa previa. Met een normale transabdominale echo is de diagnose niet met voldoende zekerheid te stellen. Aanwijzingen voor uitgebreider echoscopisch onderzoek na deze normale 20 wekelijkse echo zijn bijvoorbeeld een laagliggende placenta, velamenteuze navelstrenginsertie en een tweelobbige placenta.

[bewerken] Diagnostiek tijdens de bevalling

[bewerken] Bloedonderzoek

Als er bloed vrijkomt tijdens de bevalling en er is geen directe foetale nood, is een onderzoek naar de oorsprong van het bloed noodzakelijk. Is het bloed afkomstig van de moeder, dan is de baby niet direct in gevaar. Als het bloed afkomstig is van de baby, moet er onmiddellijk actie ondernomen worden om de conditie van de baby in te schatten.

[bewerken] Inwendig onderzoek (toucheren)

Wanneer er zich daadwerkelijk vaten voor de baarmoedermond bevinden, kunnen er bij inwendig onderzoek oneffenheden, ribbels waargenomen worden. Er moet dan echter wel een beetje ontsluiting zijn. Soms kan het pulseren van deze vaten gevoeld worden, maar dit is niet noodzakelijk. Elke verloskundige zou handmatig moeten controleren op voorliggende vaten voordat de vliezen kunstmatig gebroken worden.

[bewerken] Amnioscopie

Amnion is het latijnse woord voor vruchtvliezen, scopie voor kijken. Met amnioscopie wordt letterlijk door de vruchtvliezen naar de baby gekeken, maar ook de vliezen zelf kunnen bekeken worden op onregelmatigheden zoals vaten. Het onderzoek gebeurt met een holle buis waarin een lampje zit. Deze buis wordt via de vagina in de baarmoedermond gebracht. Omdat het buisje door de baarmoedermond heen, tegen de vruchtvliezen aan moet komen, is het noodzakelijk dat er al een beetje ontsluiting is. Dat is dan ook de reden waarom amnioscopie alleen in de allerlaatste weken van de zwangerschap kan plaatsvinden.

[bewerken] CTG

Het cardiotocogram (CTG) registreert de hartslag van de baby en de weeënactiviteit van de baarmoeder. Via een band om uw buik wordt u aan het CTG-apparaat aangesloten. Hiermee kan de conditie van de baby in de gaten gehouden worden. Een inwendige registratie dient overigens alleen dan gebruikt te worden als men absoluut zeker is van een normale navelstrenginsertie.

[bewerken] Behandeling

Wanneer van tevoren de diagnose wordt gesteld, heeft de baby een grotere kans op overleven. Aangezien vasa previa zelden wordt vastgesteld tijdens de zwangerschap (naar schatting 70-90% van de gevallen zijn ongediagnosticeerd), zijn er geen overlevingsstatistieken beschikbaar. Vasa previa kan tijdens de zwangerschap op zijn vroegst bij 16 weken worden ontdekt met behulp van een transvaginale echo in combinatie met een Color Doppler.

Zodra vasa previa is vastgesteld, kan een geplande keizersnede, voordat de bevalling begint, de baby redden. Wanneer er precies een keizersnede plaats moet vinden, wordt overlegd met de patiënt en haar gynaecoloog. Ideaal gezien zou hij vroeg genoeg uitgevoerd moeten worden om een spoedgeval te voorkomen, maar laat genoeg om complicaties door vroeggeboorte te voorkomen.

Steroide behandeling kan helpen om de longen sneller te laten ontwikkelen. Middels een vruchtwaterpunctie kan ingeschat worden of de foetale longen voldoende ontwikkeld zijn.

Als er bloed vrijkomt tijdens de bevalling, is een onderzoek naar de oorsprong van het bloed noodzakelijk. Is het bloed afkomstig van de moeder, dan is de baby niet in gevaar. Als het bloed afkomstig is van de baby, moet er onmiddellijk actie ondernomen worden om de conditie van de baby in te schatten.

[bewerken] Bronnen

  • Oyelese Y. en Smulian J., Placenta previa, placenta accreta, and vasa previa., Obstet Gynecol 107 (4): 927-41 (2006). PMID 16582134.
  • Lijoi A. en Brady J., Vasa previa diagnosis and management., J Am Board Fam Pract 16 (6): 543-8 (2003). PMID 14963081. (Volledige tekst).
  • Bhide A. en Thilaganathan B., Recent advances in the management of placenta previa., Curr Opin Obstet Gynecol 16 (6): 447-51 (2004). PMID 15534438.
  • Oyelese K., Turner M., Lees C. en Campbell S., Vasa previa: an avoidable obstetric tragedy., Obstet Gynecol Surv 54 (2): 138-45 (1999). PMID 9950006.
  • Lee W., Lee V., Kirk J., Sloan C., Smith R. en Comstock C., Vasa previa: prenatal diagnosis, natural evolution, and clinical outcome., Obstet Gynecol 95 (4): 572-6 (2000). PMID 10725492.

[bewerken] Externe links

Commons
Commons: Zwangerschap (afbeeldingen, video's en/of audiobestanden)
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen